© Michiel Devijver

Leestijd 5 — 8 minuten

A play for the living in a time of extinction – Katie Mitchell & Théâtre Vidy-Lausanne / Martha Balthazar & NTGent

Sterft het theater mee uit met de Javaanse Neushoorn en de Amazonedolfijn?

Een voorstelling die theater wil samenbrengen met een eco-activistisch opzet: het lijkt een kolfje naar de hand van theatermaakster en activiste Martha Balthazar (ter ondersteuning van engagement, check nog eens het filmpje van haar bijdrage aan De Afspraak, waarin ze Conner ‘Mateke’ Rousseau, Geert Noels en nog een andere grijze heer een reality check gaf met de uitspraak ‘ik heb niets aan wat jullie hier zeggen.’). Het idee van A play for the living in times of extinction is even simpel als verraderlijk. Sterregisseur Katie Mitchell wil omwille van ecologische redenen niet langer op toernee met haar voorstellingen en geeft dus haar werk door aan lokale theatermakers. De voorstelling lijkt te komen als een soort IKEA-bouwpakket: er is een tekst die op het podium gezegd kan worden, er zijn regels omtrent het maximale energieverbruik, wie op scène mag staan, en het lokale karakter van gebruikte materialen en betrokken personen, etc. Ik zou eigenlijk twee recensies over deze avond willen schrijven. Een over het concept en een over de theatrale opvoering ervan, want tussen beide ligt een diepe kloof.   

 Laat ons beginnen met de complimenten. Op scène staat Lisah Adeaga als enige actrice. Zij speelt de dramaturge van het hypothetische stuk dat we deze avond niet te zien krijgen. Ze vertelt ons over de omstandigheden waardoor de voorstelling er niet kon zijn, loodst ons door het zogenaamde dramaturgische materiaal dat de voedingsbodem vormde – een soort extinctie voor beginners – en voegt ook haar eigen gedachten toe aan het doorgegeven tekstmateriaal. Ondanks de stroeve en nogal oppervlakkige tekst, blijft Adeaga een innemende vertelster, waar je graag naar luistert. Ik zag nog niet eerder een dramaturg waarnaar het zo fijn luisteren is, en die zich zo thuis voelt op een podium. Ze brengt een toch wel zware thematiek – het uitsterven van diersoorten in de zesde massaextinctie – op een concrete, lichte manier. Met humor en zonder pretentie of drammerigheid. Wanneer het basismateriaal weinig geeft, valt des te meer de artistieke kunde van de speler op, en dat was in A Play for the Living ook het geval. Adeaga slaagt erin om je bij de les te houden, zonder het schools te maken: een kunst. 

Er is nog een artistieke interventie die een toevoeging blijkt te zijn aan het bouwpakket: twee grote, houten hoorns die doen denken aan de versterkers van oude grammofoonspelers vormen de scenografie. Een dient om een luidspreker te versterken – kwestie van energie te besparen – de ander om op een gegeven moment de stem van Adeaga te versterken. Het zijn fijne objecten, die in de verder kale ruimte aandacht opeisen, voor de ambacht waarmee ze vervaardigd zijn. Verder op scène: twee fietsen die dankzij fietsende vrijwilligers de energie opwekken waarmee de led-lampen, luidspreker en het microfoontje van Adeaga aangedreven worden. Wanneer er niet gefietst wordt, blijft het donker. Het is een beetje een gimmick die je er maar bij neemt. Als het al iets duidelijk maakt, is het dat zelfs wanneer ze in een dienende rol zitten, geen van de twee mannen die zich vrijwillig opgaven om te fietsen, voor de ogen van een publiek als eerste wil stoppen. En dus blijven ze trappen tot het einde. Misschien zegt die dynamiek wel nog het meest over het systeem dat onze planeet zo beschadigt.

Als je het sterke acteerwerk van Adeaga en de elegantie van de kleine toevoegingen aan het voorstellingsskelet even opzij legt, blijft de boodschap van het concept over. En daar valt toch wel meer op aan te merken. Over de machtsdynamiek en het privilege van iemand als Mitchel die niet meer wil – hoeft – te toeren om haar werk te tonen, wil ik het hier niet hebben. Naar aanleiding van Jérôme Bels Dans voor actrice is dit gesprek al gevoerd. Ik wil het wel hebben over de visie op theater en verbeelding die spreekt uit het script. De tekst vertelt over hoe de dramaturge op het podium belandt, omdat de kunstenaars door het verlies van een naaste niet aanwezig kunnen zijn. Die voorstelling zou gaan over de zesde massa-extinctie, en in plaats van ze te spelen, presenteert de dramaturg het onderzoeksmateriaal en de motivatie om de voorstelling te maken. Na een korte geschiedenis van de vijf eerdere massa-extincties, worden andere, complexere zaken vermeld, maar zonder er verder op in te gaan. Economische en geografische ongelijkheid in relatie tot ecologie, de impact van de koloniale geschiedenis, de kritiek van ecologie als wit thema voor de happy few, … het wordt allemaal aangevinkt zonder er echt in te duiken. Misschien is het dan toch niet zo’n goede dramaturg. De motivatie voor deze voorstelling, en dan gaat het wel degelijk om de intenties van de Mitchell en niet van het fictionele personage, is om met theater effect te sorteren op het vlak van ecologie. Daaruit kan je opmaken dat er een grote onvrede is met theater als zogenaamd ‘passief’ medium dat maatschappelijke kwesties zoals de klimaatcatastrofe louter vorm geeft, zonder werkelijk bij te dragen aan een oplossing. Hier komt de activist in conflict met de kunstenaar. Buiten het theater, in de straten, op de pleinen streeft activisme naar impact op het collectieve. Maar waar streeft de kunstenaar naar in het theater? En schuilt er in het verlangen naar effect geen wantrouwen naar het theater toe?

Schuilt er in het verlangen naar effect een wantrouwen naar het theater toe? 

Zonder artistiek vormgeven van inhoudelijke bouwstenen (het dramaturgisch materiaal, de intenties) blijven er inderdaad alleen een a priori minimalistische scenografie (op zich niets mis mee natuurlijk) en informatie over. En is dat geen gemis? Zijn het nu net niet de artistieke kwaliteiten van de actrice-als-kunstenaar, en die van het houtatelier-als-artistieke-ambachtslui die de meerwaarde zijn van deze avond? Is het nu net niet dat ene moment waarop het publiek één voor één een naam voorleest van op het lijstje met recent uitgestorven diersoorten, dat er tussenuit springt? Omdat zo het verlies tastbaar wordt doordat het tegelijk een ode is aan de menselijke verbeelding wat betreft naamgeving én een breed palet aan stemmen laat horen én associaties met schattige dieren oproept? Het is die gelaagdheid die eigen is aan het artistiek vormgeven van een gevoel, een situatie, een staat van zijn of van de wereld, die mensen toelaat om mee te denken én te voelen. Niet om hen te overtuigen van het grote gelijk of om hen wakker te schudden uit een klimaatvervuilende slaap: wel om voor zichzelf uit te maken wat ze al dan niet ervaren en moeten weten over wat zich afspeelt aan het ecofront. Wat het betekent voor hun eigen leefwereld en vele vertakkingen die hen verbindt met een breder ecosysteem.

Het is net doordat kunstenaars iets maken – en dat kan ook energiezuinig – dat er iets is waar zowel artiest als toeschouwer elk op hun manier naar kunnen kijken. Het is omdat er een kunstwerk is, dat de verbeelding haar werk kan doen in haar spel van vergelijkingen, associaties en fantasie. Zo’n ‘iets’ maken vraagt tijd en een mate van vrijheid. Gek genoeg is het net doordat Mitchells script als voorschrift zo magertjes is, dat elke artistieke ingreep van Martha Balthazar en haar ploeg zo opvalt. Misschien is dat wel het cadeau dat Lisah Adeaga haar toeschouwers geeft: door haar manier van vertellen ontstaat er een openheid die niet in het bouwpakket besloten lag. Daardoor blijft er ruimte voor gesprek, en voor inzicht in wat ons dierbaar is. De dieren die dreigen uit te sterven en het menselijk leed door klimaatverandering, uiteraard. Maar ook de kunst. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#169

15.09.2022

14.12.2022

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!