Nu is het nog rustig – hetpaleis, Theater Artemis & Het Zuidelijk Toneel/Jetse Batelaan
Speedwatchen in de theaterzaal
Natalie Gielen
“Het gebroed onder de maan”, Arca – Foto Luk Monsaert
Toen Gildas Bourdet Les Crachats de la Lune (Etcetera nr. 15) schreef, dacht hij ongetwijfeld terug aan zijn indrukwekkende en succesvolle enscenering van Gorki’s Les Bas-Fonds. Hij liet zich ook leiden door zijn interesse voor de filmmythologie, wat al duidelijk geworden was in Le Pain Dur van Claudel. Dat alles liep uit op een stuk over een stelletje mensen aan de zelfkant, die in een stationsbuffet verzameld zijn. Het stuk bewoog zich op de snede tussen pijn en cliché. Technisch liet het aan de briljante acteurs van La Salamandre toe om nog eens een oefening in verbluffende transformatie te doen (Yves Bertheloot, die het publiek van Tourcoing nog maar pas gezien had als de slappe, pedante intellectueel in Station Service, tracteerde zijn fans op een ruw rock’n roll-personage.) Een stuk dus op het lijf van een ensemble geschreven.
Het was dan ook een gok voor de mensen van Arca om, na het lauwe succes dat Station Service bij het N.T.G. gekend had, dit wat zwakkere stuk op het repertoire te nemen. Regisseurs Jos Verbist en Jappe Claes zijn echter met een opvoering voor de pinnen gekomen, die weinig schatplichtig is aan het origineel (in tegenstelling tot Verbists eerste poging bij het N.T.G.), en ze hebben aangetoond dat het stuk ook kwaliteiten heeft, los van de oorspronkelijke makers. De grootste, bepalende ingreep kwam van de decorateur Michel Gerd Peter, die een armzalig Belgisch stationsbuffet had geconcipieerd. Daarbij steunde zijn set op een vondst: het publiek zit achter de toog, en al gauw blijkt dat de opening, langswaar het de gelagzaal binnenkijkt, voor de acteurs zelf een grote spiegel is. Deze schikking geeft aan zeer veel kleine acties een bevreemdende spanning, ook al omdat de acteurs de spiegel moeten “maken” langs hun spel met blikken om. Wie echter rechts vooraan zat, had pech. Daar had Peter een televisietoestel opgehangen: de toeschouwer zag de achterkant ervan en hoorde alleen het opgewonden gekwaak bij een Italiaans spelprogramma; van de gesproken tekst drong weinig tot hem door.
Bourdet bezorgt altijd heerlijk materiaal voor zijn acteurs, en de groep die er zich hier meester van gemaakt heeft, heeft dit met zichtbaar genot gedaan. In de rolverdeling treft men twee bekenden van het N.T.G. aan (één als gast, en één als ex -). Nu ze in een kleine ruimte spelen, kunnen ze een heel ander register van hun talent laten zien: Hugo Vanden Berghe is verrassend sober en Walter Moeremans kan sterk op nuances spelen. Bij de andere acteurs valt vooral Marc Cassiman als muzikant op: hij zit juister dan briljante Bertheloot in Tourcoing. Gilda De Bal als de hoer met een gouden hart is zeer sterk, Jappe Claes als maffiabaas bijzonder geloofwaardig. Van Marc van Eeghem kan men zeggen dat hij in de exuberante rol van de travestiet heel wat acteursenergie vertoont, maar dat de conceptie van de rol nergens past in het geheel: de schuchtere Vanden Berghe kan op deze jongen niet vallen. Het is een produktie die zich met plezier laat bekijken, ook al komt ze soms gevaarlijk dicht bij een soort onpro-duktief voyeurisme. Maar het publiek houdt ervan: de Arca-schouwburg kon zijn seizoen in Gent met volle zalen starten.
HET GEBROED ONDER DE MAAN
auteur: Gildas Bourdet; regie: Jos Verbist en Jappe Claes; decor: Michel Gerd Peter; met Marc Cassiman, Jappe Claes, Vic De Wachter, Carmen Jonckheere, Walter Moeremans, Peter Rouffaer, Hugo Vanden Berghe, Marc van Eeghem, Bert van Tichelen, Rita Wouters, Tony Van den Broecke.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.