De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Willem Elsschots Lijmen/Het Been, dat een meesterlijk karikaturaal beeld geeft van de cynische publiciteitswereld, werd reeds in 1961 door Manuel van Loggem voor het toneel bewerkt, en naar verluidt zou Elsschot er zelf nog zijn medewerking aan hebben verleend. Misschien was het dit laatste dat er borg voor stond dat Van Loggems adaptatie, die door het NTG gebruikt werd, textueel in grote mate trouw bleef aan het boek, ook aan geest en stijl ervan.
Alhoewel men er helaas op menige middelbare school in uitblinkt een aversie tegen het werk van Elsschot te kweken door leerlingen bijvoorbeeld op een onverteerbare manier Kaas door de strot de duwen, zal de inhoud van Lijmen/Het Been hopelijk genoegzaam bekend zijn: Laarmans, een idealistische maar ontmoedigde voorvechter van de Vlaamse zaak, kijkt lusteloos neer op zijn zielig kantoorbestaantje. Tijdens zijn neerslachtige bespiegelingen leert hij ene Boorman kennen, een geharde zakenman en directeur van het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Boorman, een “sluwe jongen van de negotie”, zal Laarmans een opleiding geven in de weinig scrupuleuze praktijk van het “lijmen”, die eruit bestaat zowel meer als minder argeloze slachtoffers zodanig te bepraten dat de weg open staat om ze een poot uit te draaien door ze een zo groot mogelijke hoeveelheid bedrukt papier aan te smeren. Wanneer de met een pijnlijk been behepte mevrouw Lauwereyssen in hun val trapt, en naarmate de spanning tussen de in se met elkaar onverenigbare werelden van gevoel enerzijds en zaken anderzijds toeneemt, neemt het verhaal een andere wending. Boorman wil het, koste wat het wil, zijn schuld aan het been vereffenen, al zal hij dit moment van zakelijke zwakte uiteindelijk weer te boven komen.
Alhoewel toneel en literatuur twee media zijn die totaal andere eisen stellen, en er volkomen andere criteria op beide genres van toepassing zijn, lag het in dit geval voor de hand dat de theatrale bewerking een vergelijking met het inderdaad onovertroffen boek zou hebben te doorstaan. De opmerkingen “dat het boek toch beter was”, waren niet van de lucht. Toch wil dit geenszins zeggen dat Van Loggem en het NTG geen verbluffende prestaties leverden. Een toneeladaptatie van een werk waarin qua vorm vooral de retoriek centraal staat, zal bepaald geen sinecure geweest zijn: die retoriek moest op gepaste wijze verschoven worden naar – en verstrengeld worden met – de dramatiek van de gebeurtenissen.
Elsschot was immers vooral een woordkunstenaar, geroemd om zijn geniale metaforen en wrange maar subtiele ironie. Men kan het dus jammer vinden dat Elsschots weergaloze kritiek op de publiciteitsbranche op dit retorische niveau gedeeltelijk verloren moet gaan bij de theatrale – dus vluchtigere – versie van Lijmen/Het Been. Doch andere middelen werden aangewend om de afkeer voor de zakenwereld te evoceren en om aan te tonen dat en hoe Laarmans evolueerde van idealistisch dichter naar een niets ontziend man waar het zaken betreft.
Naarmate de tijd verstrijkt, gaat hij in bijna alles op Boorman lijken. Als idealist ontmoedigd, als kantoorbediende zonder enig perspectief, heeft hij zijn identiteit verloren – een leemte die Boorman zal opvullen: hij krijgt een nieuwe naam, een nieuwe plunje, een nieuwe handtekening, een nieuw taalgebruik en een nieuw gedrag. Hij ondergaat een volledige metamorfose. Eddy Vereycken slaagde er trouwens in zowel de eerste als de “tweede” Laarmans overtuigend én met de nodige accentverschuivingen neer te zetten. Hij geeft zijn personage naarmate dit zich meer gaat identificeren met Boorman, steeds meer dynamiek, past gebaren, maniertjes, intonaties aan… Kortom, men verliet zich niet enkel op de veranderde kostumering en het veranderd taalgebruik om Laarmans’ evolutie kenbaar te maken.
Ook Nolle Versyp wist een geloofwaardige Boorman naar voren te brengen. Het kostelijke deel uit Lijmen, dat van Elsschot de titel Business meekreeg, en waarin via een monoloog van Boorman een magistrale ironische weergave wordt gegeven van de filosofie van de geniale gewetenloze geldwolf, werd bijna geheel overgenomen bij de dramatisering. Dit had ertoe kunnen leiden dat Boorman als een ondubbelzinnige smeerlap werd neergezet, maar Versyps vertolking liet de sympathie die het geestdriftige en grootsprakerige personage ondanks zijn onfrisse kuiperijen toch nog oproept, niet verloren gaan. En wilde men met deze voorstelling Elsschot zo getrouw mogelijk navolgen, dan moest deze ambiguïteit ook wel naar voren treden, deze ambiguïteit, of liever deze spanning, maakt immers een van de kernpunten van Elsschots werk uit: meer bepaald de spanning tussen de harde cynische wereld van Boormannen en Wereldtijdschriften en de daaronder lijdende gevoelswereld. Want zaken zijn nu eenmaal zaken, en met sentimentele futiliteiten kan derhalve geen rekening gehouden worden: “Het is jammer, maar het moet”, zoals Boorman zegt.
Elsschot zelf kende deze beklemmende druk van de zakenwereld maar al te goed: hijzelf stond model voor Laarmans en samen met Jules Valenpint (die het materiaal leverde voor het personage van Boorman) heeft hij inderdaad een soort Wereldtijdschrift al “lijmende” gerund. Elsschot walgde echter van de hele reclamewereld. “Jammer, maar het moest”, met als gevolg een innerlijke verscheurdheid die zich heeft neergeslagen in zijn werk.
Deze spanning blijft in de voorstelling van het NTG gehandhaafd, en wel via een contrastwerking op verschillende niveaus. In de eerste plaats wéét men meteen al met de openingsscène dat er een dichtende, idealistische Laarmans schuilgaat achter het masker van de latere Texeira De Mattos/Laarmans. En ook de gewiekste Boorman struikelt op een gegeven moment met wroeging over het afgezette been van de afgezette mevrouw Lauwereyssen.
Niet zozeer op innerlijk vlak, maar meer op het maatschappelijke niveau, is er dan de tegenstelling tussen de Lauwereyssens en de twee zwendelaars van het Wereldtijdschrift. Maar hoe verbolgen mevrouw Lauwereyssens ook is over het haar aangedane onrecht, toch wordt op het einde van het stuk niet alleen een verzoening teweeggebracht, maar tevens een soort toekomstige medeplichtigheid gesuggereerd. In Het Been is daar geen sprake van, maar bij de toneeladaptatie laat men het slachtoffer te kennen geven dat zij ook wel eens aan zo’n lucratief zaakje mee wil werken. Als er geld te verdienen valt, is er geen goed en kwaad: zaken zijn zaken. Op menig advertentie-aquisitiebureau zal men dit nog steeds bijtreden. Ook voor de komende boekjaren zal men het in gedachte houden.
Van Loggem al in 1961, het NTG weer in 1986, namen de uitdaging Lijmen/Het Been naar het toneel te brengen met succes aan. De nodige vaart bleef gehandhaafd, en zowel regie en decoruitvoering als acteerprestaties droegen bij tot een, zij het niet vernieuwend spectaculaire, maar toch uiterst genietbare voorstelling.
LIJMEN/HET BEEN auteur: Manuel van Loggem, naar Willem Elsschot; regie: Walter Moeremans; dramaturgie: Frans Redant; decor: Andreas Szalla; kostuums: Frieda Dauphin; met Eddy Vereycken, Nolle Versyp, Chris Boni, Roger Bolders, e.a.
Gezien op 12 oktober in NTG, Gent.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.