De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Van theaterprodukties blijft niets bestaan, behalve enkele krassen in het geheugen van een paar toeschouwers, krassen die af en toe verwoord worden tot talige tekens. Tekenaars en schilders borstelen soms ook het theater op papier en doek, meestal in de vorm van statische portretten, weifelend tussen de acteur/actrice en het uitgebeelde personage. De opkomst van de fotografie bood nieuwe kansen voor het bewaren van een theatergeheugen, en met de ontwikkeling van film en video zijn we in staat vrij nauwkeurig het scènische gebeuren vast te leggen. Als de beeldband in juiste temperatuur- en vochtigheidsomstandigheden wordt bewaard, is het binnen honderd jaar nog mogelijk de acht uren van Het is teater zoals te verwachten en te voorzien was uit te zitten, of te kijken naar Het Laxeermiddel op Gillisse wijze, enz.
Fotografie slaagt er ook in iets van het theatrale gebeuren te vertellen. Goeie theaterfoto’s geven zelfs meer dan een in tijd vastgehouden moment van een dynamisch proces weer: een foto kan een sfeer, een gevoel van ruimtelijkheid, een acteervisie weergeven, af en toe ook een tijdsdocument zijn wanneer in het beeld produktie, generatie en “Zeitgeist” samenklitten. Zo bijvoorbeeld kan je van de foto’s die Max Waldmann in de jaren zestig maakte van produkties als Marat Sade van Peter Brook, Dionysos in ’69 van The Performance Group, van Living Theatre, de rituele visie op theater aflezen: krioelende lichamen, vaakt naakt, altijd met gebogen, dynamische lijnen, vastgelegd in schemerlicht en met een grove korrel. Het vertelt iets over de ode aan de groep, aan het zich bevrijdende lichaam, dat men het liefst omgaf met een waas van mysterie, mysterieusheid, mistigheid.
Wie de foto’s bekijkt die Robert Mapplethorpe van Fabres De macht der theaterlijke dwaasheden gemaakt heeft, merkt een totaal andere theatertaal, een andere generatie, een ander tijdsbeeld. De foto’s zijn haarscherp, harde contrasten. Onverbloemd, onverhuld slaat de fotograaf de acteurs (individuen, geen groep) in beeld neer. Geen lauwe mystificering: de portretten bieden zich aan de lezer aan, kijken je recht in de ogen, de foto tast het lichaam ongenadig af: de reactie van een hand die op een kaak neerkomt, het zweet dat van een lijf drupt, een scepter in een hand, een hand, het verschil tussen stevige, ronde of doorzakkende billen. De foto houdt zich aan de oppervlakte. Maar juist de oppervlakte is zo rijk aan sprekende, subtiele details. Ondanks de agressiviteit van het witte vlees op zwarte fond, schuilt er ook veel tederheid en ironie achter monden, gebaren, bewegingen.
Het fotoboek van Robert Mapplethorpe is een document van het theaterwerk van Fabre; met de tijdsaanduiding onderaan de bladzijden wordt zelfs het tijdsverloop van de voorstelling weergegeven, en de blauwe bictekeningen van Jan Fabre schrijven de conceptuele ontstaansgeschiedenis van de produktie. Verloop en verleden van De macht krijgen op die manier een neerslag in foto en tekening. Daarenboven legt de camera ook een tijds- en generatiegeest op de gevoelige/ongevoelige plaat vast. In die zin is het meer dan theaterfotografie, het is fotografie.
The Power of Theatrical Madness. Jan Fabre. Photographs by Robert Mapplethorpe. Met een inleiding van Kathy Ackeren en een essay van Germano Celant. Uitgegeven door ICA London, distributie door Ideabooks Amsterdam.
LVdD
In januari van dit jaar organiseerde het Vlaams Theater Circuit (VTC) in Brussel een colloquium rond Kunst en Beleid, Een toekomst voor theater- en dansbeleid in Frankrijk, Nederland en Vlaanderen (zie Etcetera 13, april 1986). Medeorganisator was het Leuvense Sociologisch Onderzoeksinstituut (SOI), en dat instituut heeft nu een boek gepubliceerd met daarin de teksten van alle referaten van dat colloquium. Sprekers waren Jan Joris Lamers, Pol Dehert en Philippe Thiry (die het standpunt van de kunstenaar verdedigden), Bernard Faivre d’Arcier, Cas Smithuijsen en Carlos Tindemans (drie theoretici) en Robert Abirached, Steve Austen en Gerard Mortier (mensen “uit de praktijk”). Het verslag van deze teksten neemt iets minder dan de helft van het boek in beslag, dat verder een interessante, enigzins vergelijkende studie bevat van SOI-medewerkster Els Baeten over het theaterbeleid in Frankrijk, Nederland en Vlaanderen. Deze studie is nuttig als achtergrondinformatie bij voornoemde referaten. Men vindt er een aantal (vaak moeilijk te achterhalen) feiten en cijfers in terug, die bepaalde stellingen illustreren en ondersteunen. Els Baeten geeft daarnaast de recente tendensen aan binnen de cultuurpolitiek bij ons en in onze buurlanden. Net zoals op het colloquium werd franstalig België niet in aanmerking genomen. Jammer, want ondanks de staatshervorming is Wallonië niet veraf.
Meer nog dan tijdens het colloquium, komen in de studie de verschillen tot uiting tussen het theaterbeleid (en het hele theaterleven) in Frankrijk, Nederland en Vlaanderen. Dat wordt door de auteur (en de organisatoren van het colloquium) niet ontkend, integendeel. Dat mag er ons niet van weerhouden, zo luidt de stelling, onze oplossingen voor bepaalde problemen te gaan vergelijken met de praktijk in andere landen (het probleem van de evaluatie, van de subsidiëring op termijn, van de decentralisatie, …).
Els Baeten heeft het ook uitgebreid over de subsidiëring vóór het theaterdecreet.
Kunst en Beleid is te koop bij het VTC, Visverkopersstraat 13/19, 1000 Brussel en het SOI, E. van Evenstraat 2c, 3000 Leuven.
WDM
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.