De Materie – Phia Ménard/Opera Ballet Vlaanderen/Bas Wiegers
Een schurend vooruitgangsdenken
Sébastien Hendrickx
Jan Decorte, Jeroen Versteele © Danny Willems
Jan Decorte en Sigrid Vinks creëerden en speelden in mei O Death bij de Münchner Kammerspiele. Jeroen Versteele, dramaturg bij Johan Simons’ Duits stadsgezelschap, beschrijft het productieproces in enkele indrukken.
9 mei 2012, München. We zitten in het kantoor van Christiane Schneider, künstlerische Referentin van de Münchner Kammerspiele: Jan Decorte, Sigrid Vinks en ik. ‘We hebben gehoord dat we moeten oppassen voor Frau Schneider,’ heeft Sigrid me voordien toevertrouwd. Inderdaad heeft Schneider de reputatie van harde tante, van een sluwe slang die beenhard onderhandelt en de vlotte werking van het enorme theater tot een zaak van levensbelang verheft. Wat bijdraagt tot haar faam, is dat ze het reeds in 1986 tot personage schopte in een satirische dramolette van het Oostenrijkse enfant terrible Thomas Bernhard, Claus Peymann verläßt Bochum und geht als Burgtheaterdirektor nach Wien. Daarin pakt ze als secretaresse Fräulein Schneider van de Duitse theatergrootheid Peymann diens koffer vol met kledingstukken, theaterteksten, acteurs en dramaturgen. Bij aankomst in Wenen blijken enkele van hen gestikt en verschimmeld.
De echte Christiane Schneider is evenwel voorzichtig met theaterauteurs. Meer nog: ze houdt van Jan Decorte. De besprekingen ver- lopen in een sfeer van bewondering en goede wil. Het is vandaag Decortes verjaardag, dat speelt ook mee. De vergadering begint met een welgemeend, dan wel aarzelend gezongen Zum Geburtstag viel Glück, een rode roos en een chocoladetaart. En met complimenten voor Tanzung, Decortes dansproductie die hier gisteren als gastvoorstelling te zien was. Dan begint de budgetbespreking. ‘Ik wil evenveel verdienen als Ivo Van Hove,’ schept Decorte meteen klaarheid. De lach op Christiane Schneiders gezicht verdwijnt niet. ‘We zouden een gezelligheidsbudget willen,’ voegt Sigrid Vinks daaraan toe. ‘We repeteren dagelijks van drie tot vier, daarna drinken we met zijn allen een glas op kosten van de productie.’ Een tafel in de repetitieruimte met broodjes en snacks, zoals gebruikelijk in het theater, hoeft niet, maar wel een Nespresso-apparaat. ‘De acteurs mogen niet gevraagd worden te betalen voor koffie. We willen een hartelijke sfeer, iedereen krijgt gratis espresso.’
Besproken wordt de productie van O Death. Decorte schreef zijn bewerking van de Oresteia in 2003 en bracht de tekst in datzelfde jaar bijna in première in het Toneelhuis, met behalve hemzelf en Vinks nog zes andere acteurs en zanger-muzikant Stef Kamil Carlens. Enkele dagen voor de première werden de repetities afgebroken. Decorte leed aan een manische depressie en wilde de acteurs zijn extreem wisselende gemoed niet langer aandoen. Toen Johan Simons hem in 2011 uitnodigde om in München een voorstelling te maken, zag hij de ultieme mogelijkheid om O Death alsnog in de steigers te zetten. De bedoeling is om de voorstelling in München verder te ontwikkelen met acteurs van de Kammerspiele, uitgaande van de muziek, de tekst, het decor, het licht en het kostuumontwerp van de geaborteerde Antwerpse productie. Benny Claessens, die Dionysus speelde in Bakchai van Decorte in 2010, net voor hij met Simons naar München zou trekken, is Decortes vertrouwens- en verbindingsfiguur binnen het ensemble van de Kammerspiele.
8 oktober 2012, Café Roskam in Brussel. ‘Normaal gezien zit ik altijd bij Martine,’ wijst Decorte naar het door een Engelse krant tot beste café ter wereld verkozen Daringman, enkele huizen verderop. ‘Maar dat is vandaag gesloten.’
Decortes compagnie repeteert momenteel Schiller/Tasten, zijn bewerking van Schillers Die Räuber. ‘Sigrid komt binnen twintig minuten,’ zegt Decorte nadat hij een glas witte wijn heeft besteld, waarmee hij aangeeft dat het gesprek waarvoor ik uit Duitsland ben gekomen niet zonder haar zal beginnen. ‘Zij leidt de repetities, daarna komt ze met de acteurs hier nog een glas drinken. Repeteren doe ik zelf niet meer. Ik ben bij de eerste lezing van de tekst. Daarna leren de acteurs hun tekst en doet Sigrid met hen verder. Die repetitiefase is voor mij vervelend, dan blijf ik weg. Een week voor de première voeg ik me bij het gezelschap en lees ik mijn tekst aan de katheder. Uit het hoofd leren doe ik ook niet meer.’
We wachten samen op Sigrid en beginnen vervolgens de bespreking over de acteurs die in München zullen meespelen. Kristof Van Boven, in Duitsland aan een reeks zeer sterke rollen bezig en door ongeveer elke regisseur begeerd, is voor Decorte onmisbaar. Katja Bürkle, een Duitse actrice die Decorte in München zag spelen, heeft hij in München reeds gevraagd om de rol van ‘die blut’ te spelen, naakt en met rode verf besmeerd. Ik breng de boodschap dat enkele andere acteurs niet haalbaar zijn wegens andere engagementen, in het geval van een voormalige Duitse steractrice ook vanwege een te beperkte status die het project O Death volgens haar heeft – ze kan aan de Kammerspiele niet alleen maar meespelen in dit voor de kleinere Spielhalle bedoeld project, zonder dat ze ook in een ander stuk op de grote bühne te zien is!
‘Dat ze dan niet meedoet,’ leegt Decorte zijn wijntje, hij voegt zijn bierviltje in het bakje, neemt een nieuw, schoon viltje en vraagt Sigrid een nieuw glas wijn te bestellen. ‘We hebben alleen maar mensen nodig die hier echt zin in hebben. O Death is een zwarte pagina in mijn leven. Ik wil ze in München omslaan.’
‘Het is belangrijk dat we in München de omstandigheden kunnen creëren zoals we die gewoon zijn,’ vervolgt Sigrid. ‘We hebben een appartement nodig op wandelafstand van het theater, met een kamer waarin gerookt kan worden. Een grote televisie waarop we naar Vlaamse zenders kunnen kijken. We laten ook Vichy-mineraalwater van Brussel naar München transporteren. Jan heeft zijn vaste gewoontes, die moeten we kunnen aanhouden.’
15 januari 2013. Ontwerper Johan Daenen is naar München afgereisd en presenteert de wand die hij destijds voor Antwerpen heeft gecreëerd. ‘Echt lood,’ tikt hij met zijn vingernagels op het blauw-zilveren oppervlak. ‘Giftig, de acteurs mogen er niet tegen leunen!’ Er zijn drie uitsparingen in de wand, vierkante vensters waarachter echt vuur zal flakkeren. Het is een verwijzing naar de schier oninneembare Trojaanse vesting, neem ik aan, en naar het vuur dat op de toppen van het gebergte Ida werd aangestoken om de overwinning op Troje naar Griekenland door te seinen. Sofie D’Hoore stelt haar kostuumontwerp voor: chique broeken met een bretel van echt koeleder. De stoffen zijn afkomstig uit Italië en ze zullen in de ateliers van de Kammerspiele worden gesneden en genaaid. ‘Ah, het harnasje voor Sigrid,’ wijst Jan Decorte zijn geliefde attribuut aan, dat hij reeds in 2005 in dieu & les esprits vivants in Avignon introduceerde, een voorstelling met Anne Teresa De Keersmaeker en muziek van Arno.
14 april 2013. Ik rijd op mijn fiets door München, naar kantoorwinkels en copyshops.
Ik ben op zoek naar het materiaal om de tekstboeken te vervaardigen zoals Jan en Sigrid die steeds laten maken: gerecycleerd papier, grijs karton vooraan en achteraan, samengehouden door ijzeren ringen. Ik bel Sigrid op: ik heb een winkel gevonden waar we de tekstbrochures als boeken in harde kaften kunnen samenbinden. ‘Het systeem met de ringen is echt noodzakelijk,’ legt Sigrid uit. ‘Jan moet de tekst op zijn katheder kunnen openleggen zonder dat het boek weer dichtvalt.’
20 april 2013. De eerste tekstlezing in München. De acteurs zijn samengekomen in de Glasspitz, een penthouse bovenop het repetitiecomplex van de Kammerspiele. Ooit gebouwd als intendantenkantoor is dit de mooiste ruimte van de Kammerspiele. De glazen wanden en het omringende balkon bieden een blik van 360 graden over de hele stad. Ik deel de tekstboeken uit, zelfgeknutseld, nagelvers. Sigrid heeft voor de acteurs en medewerkers een korte beschrijving van de Oresteia geschreven van anderhalve bladzijde. Het oerwerk van de westerse tragiek, een heldenepos uit 458 voor Christus, de enige bewaard gebleven Griekse trilogie. De tekst vertelt het verhaal van het vervloekte geslacht der Atriden. De Griekse Helena wordt voordat het eigenlijke verhaal begint door Paris naar Troje ontvoerd, veldheer Agamemnoon wil haar terugroven maar moet zijn dochter Iphigeneia aan de goden offeren om wind in de zeilen te krijgen. Zijn echtgenote Klytaimnestra is woest maar moet jarenlang wachten, tot na de verovering en de verwoesting van Troje, om zich op haar man voor de dochtermoord te wreken. Dat doet ze met behulp van Aigisthos, haar minnaar en Agamemnoons neef, door de teruggekeerde Agamemnoon in bad te lokken en hem daar met zwaard en mes om het leven te brengen. Waarop Klytaimnestra’s dochter en zoon, Elektra en de verbannen Orestes, hun vader wreken door hun moeder te vermoorden. Orestes wordt vanaf dat moment geplaagd door nachtmerries, waarin de wraakgodinnen hem wrede straffen voorspiegelen. Hij vlucht naar Delphi, waar hij de goden om raad smeekt. Hij wordt voor een tribunaal gebracht, de wraakgodinnen worden gekalmeerd. Dat is een fundamenteel nieuw gegeven: Orestes wordt niet ter dood veroordeeld, maar er wordt over zijn lot gestemd. De stemmen lopen gelijk op. De godin Athena beslist uiteindelijk om hem vrij te laten. De ketting van wraak en doodslag wordt doorbroken en de vloek over het geslacht der Atriden is opgeheven.
Nadat ik Decortes tekst voor het eerst in het Duits heb gehoord, denk ik aan soldaten die aan shellshock leiden. Zijn navertelling, waarin acht figuren als boodschappers uit de hel passages uit de Oresteia navertellen alsof ze vreugdevol herinneringen ophalen, switcht tussen sprookje en oorlogsverslag. Held noch god komen bij naam in Decortes tekst voor: het wemelt van de persoonlijke voornaamwoorden zonder dat de onwetende luisteraar precies weet wie uit de oude legenden bedoeld wordt. Er ontstaat een onontwarbaar geheel van wrede verhalen. Momenten van valse vrede en expliciete, lustvol beschreven gruwel wisselen elkaar af. Sigrid Vinks heeft het origineel van Decorte vertaald en de typisch decortiaanse taal uitstekend in het Duits omgezet. Voor elk doormidden gesneden of anders vervoegd Vlaams woord is er een Duits equivalent gezocht en gevonden. Het licht archaïsche, bijna middeleeuwse van Decortes idioom komt in het Duits bijzonder goed tot zijn recht. Soms zelfs te goed, zodat ik me afvraag of het komische, sterk vervreemdende effect van Decortes ‘kindlijke’ taal wel in even grote mate in het Duits bewaard blijft.
‘Schoon hé,’ zegt Sigrid tegen Jan wanneer de lezing afgelopen is. Iedereen krijgt koffie uit het nieuw aangeschafte Nespresso-apparaat, er wordt gerookt op het balkon. ‘Moeten we de tekst precies zo leren zoals die er staat?’ vraagt acteur Walter Hess, de ouderdomsdeken van de groep. Je hoort aan zijn vraag dat hij niets liever wil dan de tekst in al zijn eigenaardigheden letter per letter serieus te nemen. ‘Ja,’ antwoordt Decorte. ‘Maar doe het vooral zoals jullie zelf willen.’ Verder beschrijft hij nog eens hoe de kostuums eruit zullen zien: een kostuum voor hemzelf, het jasje onderaan opengesneden. Voor de anderen een broek met een bretel uit koeienleer. Kristof Van Boven en Katja Bürkle zijn naakt, met rode verf beschilderd. Verder wordt er vanmiddag niet veel gezegd. De acteurs kunnen beginnen met tekst leren, binnen twee weken beginnen de repetities.
O death
gij zij
mij schaapke
mij zoete
mij lief
méu zwart
kleet
ennu
gezich
zo bleek
uwarde
ande
ennu
gestremt
lijveke
zoo maegher
enso
bloot
zoetlief
kom
bijmij
immij
binneste
en pakt
mij vast
art
aanuwe
kant
vandél
ksittinu
chelyck
eenaapke
gelycke
kintje
gelegans
iksijnvannu
tottin
mij tene
tottin
tkotteke
vammijgat
gij zijmij
ennik
denuwe
gijzij
ruw ennik
zijn bank
zo wittelijk
zo schu
O death
du bist
mein schäfchen
meine süsse
mein lieb
mitdeinem
schwarzenkleid
unddein
gesicht
so bleich
deineharte
hände
unddein
gerinnenes
leibchen
soo mager
undso
bloss
süsslieb
komm
beimir
inmeinem
innern
und pack
mich fest
hart
andeiner
seite
derhölle
ichsitsindir
wie
einäffchen
wie ein
kintchen
ganzundgar
ichbinvondir
bisin
meine zehen
bisins
höhlchen
meinesarsches
du bistmich
undich
deiner
dubist
rauh undich
binbang
so weisslich
so scheu
8 april 2013. De eerste repetitiedag. Gisteren was decorontwerper Johan Daenen in München om de opbouw van de loden wand te inspecteren. Nu hebben we de luxe om bijna zes weken lang in het originele decor te repeteren, in de Spielhalle, waar in tussentijd geen andere voorstellingen spelen. Olivier, de Bühnenmeister, verklaart het verzamelde personeel dat het lood giftig is en dat het vuur achter de vensters geen enkel gevaar zal opleveren omwille van een gesofisticeerd systeem met pasta. Tijdens de voorstellingen zullen ook telkens twee brandweerlieden aanwezig zijn. De acteurs drinken espresso en gaan dan meteen de vloer op.
‘Elke repetitie bestaat eruit dat jullie één keer de hele tekst doen, zonder onderbreking,’ zegt Jan. Hij zit op de eerste rij in de tribune en kijkt toe. Zijn eigen teksten wil hij pas op een later tijdstip te berde brengen. Hij bekijkt de acteurs, ziet alles, zegt weinig. ‘Mooi,’ reageert hij op een vragende blik van Sigrid na de eerste tekstdoorloop. ‘Sylvana Krappatsch doet het heel goed, maar ze moet haar haar met gel naar achteren doen. Ik wil haar gezicht zien.’ En dan: ‘Danke. Und dann gehen wir jetzt was trinken in der Kantine!’
‘Waarom heet mijn personage eigenlijk die rote? ’ wil Katja Bürkle nog weten. ‘En waarom zijn de anderen der blinde, der schlimme, der ruhige, der verrückte? Moeten we dat als personages zien of zijn die benamingen zomaar? Maakt het eigenlijk uit hoe we heten, want we vertellen toch gewoon tegen het publiek? ’
‘Zo is het gewoon,’ antwoordt Decorte.
‘Ik had er plezier in die namen te bedenken, ik ben der prächtige, jullie hebben jullie eigen namen. Het is niet zo belangrijk.’
‘Maar waarom is het dan zo, als het niet belangrijk is,’ laat Bürkle niet los.
‘Waarom heb je nu een antwoord op die vraag nodig? ’ springt Sigrid bij. ‘Je hebt je tekst daarnet fantastisch gebracht. Intuïtief begrijp je perfect waar het ons om te doen is.’
‘En waar komt het idee voor de kostuums eigenlijk vandaan? Waarom zijn Kristof en ik naakt? Ik heb geen probleem met naaktheid maar het publiek kijkt tenslotte toch eerst tussen de benen. Dus zo’n grote keuze moet wel zin hebben.’
Jan Decorte zucht. ‘Katja, ik heb je al een jaar geleden vriendelijk gevraagd of je het zag zitten om bloot te spelen. Je hebt gezegd dat je het wilde doen.’
‘Nogmaals, ik heb helemaal geen probleem met naaktheid, ik ben al zo vaak naakt geweest. Maar het is zo’n sterk teken dat je het samen moet ontwikkelen, dat iedereen de noodzakelijkheid ervan moet voelen, ik ook.’
‘Het is absoluut noodzakelijk dat je naakt bent en rood geschilderd.’
‘Waarom? Hoe kan je dat nu al weten? We hebben nog niet gerepeteerd.’
‘Ik wil het zo. Ik zie het als een schilderij. Het is mijn droom.’
Katja zucht, draait onverholen met de ogen. Jan stoomt innerlijk, dat is al even duidelijk te zien. ‘Ik wil helemaal niets samen ontwikkelen tijdens de repetities, Katja. Ik heb deze tekst geschreven, ik heb bedacht hoe het eruit moet zien, ik heb jullie dat uitgelegd en jullie uitgenodigd om mee te doen. En als je het niet wil doen, dan moeten we op zoek naar een andere actrice, zo simpel is dat.’
‘Dus ik ben zo onbelangrijk dat je me meteen kan inwisselen? ’ zegt Katja.
‘Meer heb ik daarover niet te zeggen.’
Katja krijgt de tranen in de ogen, ze loopt naar buiten. Ik loop haar achterna, ze rookt huilend de ene sigaret na de andere, voelt zich verontwaardigd en kwaad, door het theater onheus behandeld.
9 april 2013. Binnen een uur begint de repeti- tie. We zitten in de kantine: Jan, Sigrid, Katja en ik. Katja is stug, legt nogmaals uit wat ze niet begrijpt: ‘Je zegt dat je acteurs wilt die autonoom zijn, zelfstandig denkende kunstenaars. Ik word in dit theater geprezen om mijn intelligentie. Ik heb ook geen probleem met naaktheid. Ik heb alleen een probleem met voorgeschreven wetten. Als ik gewoon moet uitvoeren wat jij bedacht hebt, dan heb je toch geen autonoom denkende actrice nodig? Dat heeft toch niets met vrijheid te maken? ’
Jan kijkt Katja aan en zegt niets. Zijn mondhoeken zijn naar beneden getrokken.
‘Jawel!’ zegt Sigrid. ‘Totale vrijheid!
Katja schudt het hoofd. ‘Dan kunnen we niet samenwerken,’ mompelt ze, staat recht, loopt naar buiten, de vrijheid tegemoet. ‘Die zijn gek’, hoor ik haar tegen Benny Claessens zeggen, die buiten op wacht staat.
‘Ze begrijpt de paradox van de kunst niet,’ zeg ik.
‘We hebben iemand anders nodig,’ zegt Jan.
11 april 2013. We hebben iemand anders: Anna Maria Sturm. ‘Wat doe ik als ik mijn regels heb en ik moet spelen?’ is haar eerste vraag wanneer Sigrid haar het kostuumontwerp beschrijft. ‘Dat is een vraagstuk waarmee ik al vele actrices en danseressen heb zien worstelen,’ lacht Sigrid, totaal ontwapenend. ‘De oplossing is een tampon met een afgesneden koordje.’
9 mei 2013. Intussen is het alweer Jan Decortes verjaardag. Geen repetitie vandaag, het is feestdag in Duitsland. Zoals elke dag zitten we in de kantine. Enkele van onze acteurs spelen vanavond King Lear in het Schauspielhaus en komen Jan in middeleeuws kostuum gelukwensen. Ook verschillende techniekers laten zich niet onbetuigd. In de paar weken dat we hier dagelijks zitten hebben Jan en Sigrid menig medewerker gecharmeerd en af en toe zelfs mee laten profiteren van het gezelligheidsbudget. Zo hebben ze hier nog geen regisseur gekend, iemand die zich elke dag na de repetitie volledig beschikbaar houdt voor het hele theater. De repetities zelf verlopen al de hele tijd uitstekend. Jans voorspelling dat hij na de eerste dagen, ‘wanneer de verveling begint op te treden’, niet meer naar de repetities zou komen om kort voor de première weer op te duiken, wordt niet bewaarheid. Elke dag is hij paraat, chique in kostuum, met scherpe blik en subtiele aanwijzingen. Collectieve gesprekken na de dagelijkse doorlopen wil hij niet, met korte individuele contacten en directe reacties geeft hij zelf steeds aan wat hij goed vindt en wat niet.
Stef Kamil Carlens heeft de groep vervoegd en onderbreekt de Oresteia-vertelling enkele keren met kleine, wonderlijke liedjes. Hij heeft speciaal daarvoor Duits geleerd en belichaamt een heel eigen soort kwetsbaarheid. Anna Maria Sturm, wiens stem bij Jan en Sigrid bijzonder in de smaak valt (‘Als zij mijn teksten zegt, is het alsof er engeltjes in mijn oren pissen’), helpt hem met zijn Duitse uitspraak, zingt voor de repetitie samen met Stef Kamil de liedjes door. Lichtontwerper Luc Schaltin is enkele dagen langsgekomen en heeft een monumentaal eenvoudig licht gemaakt. Volgende week première.
‘Ik ga het hier missen,’ zegt Jan me. Inderdaad doet dit theaterdorp, dit enorme gewirwar van acteurs en regisseurs die aan verschillende producties repeteren, van elke dag weer andere voorstellingen die gespeeld worden, van latente stress en haast maar ook van concentratie, nieuwsgierigheid en geestdrift, Decorte goed. Hij gaat zowat alle voorstellingen bekijken, kust elke acteur gedag, groet consequent alle techniekers.
Een tafel verder zitten Ivo van Hove en Jan Versweyveld, die binnen twee weken in het Schauspielhaus in première zullen gaan met het O’Neill-stuk Strange Interludes, Benny Claessens op te vrijen. ‘Komt ge niet bij ons meedoen, Benny?’
‘Ja Ivo, dat van ons is toch al af.’
‘O Death zal hier wel geen succes worden,’ zegt Decorte, plots erg ernstig. ‘De mensen willen hier toch iets spectaculairders, iets met meer levensvreugde. O Death is te duister, vrees ik.’
Acteur Thomas Schmauser, een grillig supertalent dat onder Johan Simons totaal openbloeit en momenteel aan Boeren sterven van Franz Xaver Kroetz repeteert, komt bij ons aan tafel zitten. ‘Ik heb een idee: word hier toch samen met Johan Simons intendant. Ich meine es ernst! Zo heeft hij meer tijd om naar huis te gaan en opera’s te regisseren, en kan jij het theater hier verder betoveren met je aanwezigheid.’
‘Met Sigrid aan mijn ene en Christiane Schneider aan mijn andere zijde zou ik dat nog kunnen ook,’ zegt Decorte, vereerd. Ook in zijn woorden klinkt ernst.
16 mei 2013. Première. Vanochtend heeft Johan Simons op een persconferentie het programma van volgend seizoen gepresenteerd en aan het slot aangekondigd dat hij zijn langverwachte, druk bediscussieerde beslissing heeft genomen: in 2015 verlaat hij de Münchner Kammerspiele. Hij heeft te vaak heimwee, is het pendelen moe en wil dichter bij huis gaan werken. Gisteren was hij bij de generale repetitie van O Death. ‘Prachtig, het doet me denken aan Pasolini,’ vond hij. ‘Ergens in de Oresteia schrijft Aischylos: mensen zonder angst zijn levensbelangrijk. Een heel grote waarheid. Als ik zie met wat voor plezier en speeldrift de acteurs deze gruwelijke verhalen vertellen, denk ik dat jullie de kern van het oudste theaterstuk ter wereld te pakken hebben.’
‘Missie volbracht,’ zei Jan Decorte tegen Stef Kamil Carlens. ‘Onze opdrachtgever is tevreden.’
Nu zit Simons met 290 genodigden, journalisten, theaterprofessionelen en première-abonnees op de tribune. Ik zit vooraan, de zenuwen gieren door mijn keel, de voorstelling ligt me na aan het hart. De acteurs staan op een rij, bijna tegen de wand aan, kijken naar Stef Kamil die zijn openingslied speelt op gitaar en voetbas.
‘Schräg – fremd – schön. Jan Decorte, met zijn lange witte haren als een tovenaar aan de katheder, leest zijn teksten. Bij hem thuis is hij een ster, heeft hij televisie gemaakt, zelfs politiek bedreven, bracht hij Brecht en Müller naar Vlaanderen. Steeds op zijn hoogstpersoonlijke manier. Aan het einde van O Death stampt hij een orgiastische uitbarsting van vreugde op gang, als ware het een muzikale eruptie. Alle acteurs razen en tieren door elkaar. Vreugde? Het heeft veel weg van geweld. De acteurs hielden de toeschouwers nu en dan volledig in de ban, ook dankzij hun persoonlijke humor. Aan het slot was het publiek lichtelijk gepijnigd, maar voor deze totaal andere vorm van theater toch bereid tot instemming en bijval.’ (Münchner Merkur)
‘Lang applaus in de Spielhalle voor een enscenering die alle wetten van het theater negeert en vanuit eclatante tegenstrijdigheden een sterk fascinerende werking ontwikkelt. Het premierepubliek bleef in de ban van de spanningen tussen tekst en muziek, de statische regie en minimale expressies.’ (Abendzeitung)
‘Centrale motieven uit de Oresteia blijven absoluut herkenbaar – maar dan op de manier waarop je door zeewater en stenen kapotgewreven mosselen als overblijfselen op het strand terugvindt. Plompe woorden, zachte bagatelletjes, vreemde archaïsche rituelen vinden allemaal hun plaats in deze hermetische theaterwereld. Met deze parafrase van de Oresteia, die tegen alle verwachtingen in niet het platte schandaal opzoekt, plaatsen de Kammerspiele een interessant contrapunt tegenover 2500 jaar opvoeringstraditie. Of liever: een contrapuntje.’ (Donaukurier)
‘De figuren op het podium lijken recht uit de eerste droomfase te komen. Daar past de taal van Decorte goed bij, die in het Duits werd vertaald door zijn vrouw en medespeelster Sigrid Vinks. Het is een taal die in een vrille is terechtgekomen, een taal die vervaarlijk helt, zoals de hele onderneming die O Death is. Verschillende woorden worden tot een nieuw woord geslepen, krijgen verkeerde uitgangen, zachte afrondingen en explosieve betekenissen. Het hagelt verkleinwoorden, die helemaal niet passen bij de gewelddadige inhoud van wat verteld wordt, bijvoorbeeld wanneer een jongetje het lichaam van de mama opensnijdt. En iedereen lacht kinderlijk fijntjes. De tragiek is aan zichzelf gek geworden.’ (Bayrische Staatszeitung)
‘Het is een stamelen, lallen, naïef, kinderlijk, een onbewust scharrelen in een hoop herinneringen. Een collectief rondtasten in een verhaal dat iedereen wel een beetje kent. Bizar, knotsgek, doorgedraaid, met koddige dansjes en een uitbarsting van chaos op het einde, een archaïsch gegons. Jezus Christus!’ (Süddeutsche Zeitung)
www.muenchner-kammerspiele.de
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.