‘Monkey’ © Stef Lernous

Leestijd 6 — 9 minuten

Monkey

Abattoir Fermé

Pol Dehert en Cis Bierinckx cureerden de tentoonstelling (exhibiting) Baroque Bodies, onderdeel van een multidisciplinair festival rond John Wilmot dat een paar maanden geleden in de Beursschouwburg plaatsvond. De tentoonstelling draaide rond de onzekere, onevenwichtige tijden van de barok, waarin ook lichamelijk extremen wer- den afgetast. Een toestand die volgens de organisatoren onze cultuur vandaag evengoed kenmerkt.

Kroonstuk was de video-installatie van Rob Dehert, A Denkmal for Rochester. Ervaren en toevallige acteurs legden enkele teksten van Rochester vast op video; Dirk Roofthooft en Frank Vercruyssen naast Gerardjan Rijnders en Stef Lernous. Het waren vier portretten waarin de mannen zich pas echt bloot gaven in teksten die niet logen om de verderfelijkheid van ’s mensen ras. Meesterlijk van taal, en sober geacteerd. Je bleef luisteren tot het einde voor het mooie Engels en het gevoelig en meedogenloos eerlijk denken – uiteindelijk bijna troostend om zijn intrinsieke schoonheid. Het was de beste inleiding tot het gedachtengoed van de rampzalige John Wilmot, alias Monkey. Een soort zeventiende-eeuwse Amy Winehouse moet dat geweest zijn.

De edelman stierf eind de zeventiende eeuw aan syfilis en drank. Drieëndertig was hij, en behalve overtuigd libertijn ook fijngevoelig intellectueel. ‘After death nothing is, and nothing Death’, zo begint een van zijn gedichten. Met ‘Man differs more from man, than man from beast’ eindigt een ander. De mens staat gemeen dicht bij de aap.

Earl Rochester was slechts een aan- leiding voor de Abattoir-productie Monkey. Een andere waren de Bundy Drive Boys uit het Hollywood van de jaren veertig – Boys genoemd naar hun stamcafé. De bende bestond uit acteurs (John Barrymore, Errol Flynn, W.C. Fields en Anthony Quinn), schrijvers en andere artiesten. Ze stonden bekend als zuipschuiten, vrouwenversierders en kunstvervalsers. Ze hingen graag de beest uit en gaven zich over aan buitensporige lusten en fatale zelfdestructie. Maar meer dan een aanzet moeten de historische verwijzingen niet hebben betekend voor het Mechelse gezelschap.

Dat is ook niet nodig. Monkey stapelt een goed uur lang alleen maar beelden op over angst, dood, seks en driften. Tegelijk benauwend dichtbij en bevreemdend veraf, als flarden van dromen. Abattoir Fermé maakte altijd al unheimische voorstellingen, maar omdat hier dialoog of verhaallijn totaal ontbreken, valt de freudiaanse inslag pas nu goed op. De opgeroepen sfeer van beklemming komt misschien zelfs beter tot zijn recht in een voorstelling zonder narratief.

‘De drift kan in het onderbewuste alleen weergegeven worden door een voorstelling’, zei Freud ook zelf al, in Metapsychologie. Freuds onbewuste laat zich niet rationeel benaderen, analyseren of synthetiseren. De verdrongen wensen komen alleen boven in vrije associatie, bruutweg en ongeselecteerd. Voor een niet al te neurotisch iemand komen dromen het dichtst in de buurt van wat het onderbewustzijn inhoudt. Ze zijn er een ideale toegangspoort toe. Dromen zijn universeel en tegelijk vertrekken ze vanuit ieders volstrekt individuele en amper ontcijferbare verlangen, dat volgens de psychoanalyticus slingert tussen lust en dood.

Vanuit het pikkedonker licht op scène langzaam een ijzeren bed op, schuin naar het publiek toe gekanteld. Op dat bed zit een man met witgekalkt gezicht, witte baard, grijs kostuum, rolkraag, handschoenen. Dan zie je dat huisacteur Chiel van Berkel rode naaldhakken aan zijn voeten heeft. Het ongerijmde detail zet de perverse toon. Verder een barakken decor. Tussen de houten latten sijpelt zwak licht door. Een meisje komt binnen en staat in geen tijd in blote borstjes. Zeer mooie blote borstjes: het moet de voyeur in de toeschouwer meteen wakker maken. Een jongeman komt binnen, steekt een sigaret op, laat die brandend op de houten vloer. Vuur, hout: je ongemak wordt direct gewekt.

Niemand op de scène spreekt een woord. Maar in voice-over leidt een lugubere mannenstem een relaxatie-sessie in: ‘Do wathever you need to make yourself more comfortable, sitting up or laying down.’ – ‘Go deeper into your own self, into your own unconscious.’ Tussen de uiterst trage en beheerste handelingen door – van intussen drie extreem uitdagende actrices en de jonge machofiguur – daalt het hoofdpersonage af in een ‘droomtoestand’. Tot elke remming verdwijnt en hij volledig aan zijn on- derdrukte verlangens is overgeleverd. Als heuse rituelen worden nu scènes vol seksuele uitdaging en fysieke foltering opgevoerd. Angsten, trauma’s, ongeoorloofde wensen en platte driften worden met precisie geënsceneerd. Psychische chaos.

Chiel van Berkel zakt weg in zware melancholie en verhangt zich op de sombere tonen van een Frans chanson. Maar daar stopt het drama niet: zoals het onderbewuste geen last heeft van een tijdlijn, zo reist de voorstelling buiten de verwachte structuren van tijd en ruimte. En dus wordt de oude man even later alweer mishandeld, overgoten met bloed en andere vieze sappen, of levend begraven onder emmers aarde.

Dreams, that’s what Lernous’s pieces are made of. Het geruststellende is: hoe diep je er ook in wegzinkt – tot hyperventilatie je longen dichtsnoert zoals bij het hoofdpersonage –, je komt er altijd ongehavend weer uit. Ietwat verward soms. Dichter kon Abattoir Fermé de zelfkant van ons ogenschijnlijk zo rationele zijn niet benaderen. Monkey is net als ons onderbewuste wars van coherentie en rationaliteit. Geen logische opeenvolging, geen oorzaak en gevolg, geen plot. Of een piepkleintje dan, van een man in de diepste trance.

Als publiek kijk je lijdzaam toe– zoals dat bij een klassieke theatersituatie gaat. Alleen is hier de ervaring nog onwezenlijker omdat dat passieve, machteloze toekijken ook perfect bij dromen past. Chiel van Berkels lijf wordt bepoteld, ingewreven, volgestopt. Nu moet hij nylons eten. Wan- neer de tweede panty in zijn mond gepropt wordt, slaat ook bij mij de walging toe. Voert me dat terug tot een persoonlijk trauma dat op scène al te direct voor me uitgebeeld wordt? Het publiek wordt ook letterlijk belaagd, door pieptonen zo hoog op te voeren dat vele toeschouwers hun oren dichtduwen. Fysieke pijn tot in de zetels. Akelig sterk licht wordt ondertussen via een ronde spiegelbol de zaal ingeketst: ieder moet zijn eigen driften ontdekken.

Toch valt iets vreemds op in het grove spektakel: de seksuele scènes houden het bij evocatie. Nooit is er expliciete seks te zien, nooit worden opengespreide benen zonder meer aan de toeschouwersblik opgedrongen. Je durft/mag blijven kijken, terwijl je verbeelding meegesleurd wordt door wat de acteurs onderling wél van elkaar moeten zien, door de opwinding die ze wél bij elkaar zouden kunnen teweegbrengen. Suggestie werkt zoveel beter.

Een zo consequent uitgepuurde voorstelling lijkt het eindpunt van een procedé. Toen ik het stuk voor de tweede keer zag, overviel mij de herkenbaarheid van een Abattoir-tactiek: langzame gebaren, rituele herhalingen, donker sfeerlicht, sigaret na sigaret rook de zaal in geblazen, zeer lenig en gewillig bloot, voorspelbaar rood en bruine smurrie overal uitgesmeerd. Lernous beheerst het mechaniekje van de gruwel wel. Hoe moet het hierna verder, vraag je je onwillekeurig af. Maar dat is een vraag die bij elk gezelschap wel eens valt.

Gezien op 10 december in nOna (Mechelen) en op 13 januari in de Verkadefabriek (’s Her- togenbosch). Het multidisciplinair festival rond John Wilmot en de tentoonstelling (exhibiting) Baroque Bodies waren van 21 november tot 3 december 2011 in de Beurs- schouwburg te zien.

www.abattoirferme.be

www.beursschouwburg.be

www.rits.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#128

01.03.2012

—

31.05.2012

Mia Vaerman

Mia Vaerman studeerde filosofie aan de KUleuven, Woord aan het Conservatorium van Brussel en een jaar journalisitiek in Parijs. Ze recenseert theater en dans, en schrijft tussendoor filosofische essays. En ze is gastdocente aan het RITCS.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!