‘Allez Eddy’ © Kinepolis Film Distribution

Leestijd 5 — 8 minuten

Allez, Eddy

Gert Embrechts

Allez, Eddy! is de eerste langspeelfilm van de negenenveertigjarige Gert Embrechts. Hij is een oude rotin het filmvak, het meest bekend van de kortfilm Vincent, uit 2002. Allez, Eddy! begint als een sprookje over een elfjarig kind, Freddy (Jelte Blommaert), dat ‘een draadje kwijt is tussen zijn hersenen en zijn poep’. Wat hem incontinent maakt. Dit is echter niet de zoveelste Vlaamse film over een ziekte, handicap of verslaving (Ben X, Adem, Hasta La Vista, Rundskop). De ziekte speelt een rol in de film, maar het is slechts een van de handicaps die Freddy moet over winnen op zijn weg naar volwassenheid. Freddy’s handicap is vooral een symbool voor de afhankelijkheid waarin zijn moeder (Barbara Sarafian) hem wil houden. Want volgens haar houden mensen niet van kinderen die anders zijn. En als een soort boze sprookjes, verscholen achter de badkuip waarin Freddy zit, zien we drie voorbeelden van outcasts zoals Freddy zelf dreigt te worden, als hij de weg van de normaliteit niet bewandelt.

Freddy’s grote liefde is de fiets en Eddy Merckx in het bijzonder. Maar ondanks de titel is dit al evenmin een film over de wielerkampioen en/of over een onvoor waardelijke fan. Op de soundtrack heeft Mark Uytterhoeven het weliswaar quasi voortdurend over de Ronde van Frankrijk van 1975, maar ook dat is maar een etappe in de ontvoogding van de jongen. Freddy zal Eddy Merckx nooit ontmoeten. Van de echte Eddy Merckx zien wij maar een paar flarden archiefmateriaal. Met alweer Uytterhoeven als commentatoren plaats van – zoals het hoort – Fred De Bruyne of Jan Wauters). Maar het is Allez, Eddy! niet om authenticiteit te doen. Gert Embrechts wil de echte jaren zeventig niet oproepen. Integendeel, dit is een sprookje.

Je zou Allez, Eddy! af kunnen doen als de zoveelste Vlaamse feelgoodmovie, de zoveelste retrofilm (bestaat er een ander soort Vlaamse films, vraag je je soms af). De zoveelste poging om het publiek van vijftigplussers dat hierop verlekkerd is te verleiden. Kortom, de zoveelste Vlaamse film waarbij het simpele feit dat hij gemaakt is, belangrijker lijkt dan het feit dat hij iets te vertellen heeft. Continuïteit primeert in de Vlaamse filmproductie vandaag op kwaliteit. ‘Et pourtant je tourne‘, zo noemde Claude Chabrol ooit een autobiografie van hem. Dat lijkt ook het motto van de Vlaamse film: films draaien is veel belangrijker dan de vraag welk soort films er gedraaid worden. Allez, Eddy! heeft alles van zo’n lichtjes overbodige film. Goedgemaakt, maar niet perfect, met goede vertolkingen en best aangenaam om zien. Maar meteen weer vergeten zodra je de bioscoop verlaat.

En toch. En toch is Allez, Eddy! ondanks de luchtige nostalgische toon geen film over niets. Zeker: hier worden geen onderwerpen aangesneden als de opwarming van de aarde of homohaat. Maar het is wel de dramatisering, via een beproefd middel (de nogal clichématige ‘coming of age-story’), van een hoogst reëel conflict. Een conflict dat nu Griekenland, Spanje en Portugal in zijn greep heeft. Maar datai sinds de jaren zestig in eigen land aan de gang is en dat sinds de economische crisis opnieuw in alle hevigheid woedt.

In 1958 opende in dit land de eerste supermarkt, op het Flageyplein in Brussel. We zijn 1975 wanneer het fenomeen ook het imaginaire dorpje Langworp bereikt. Met veel gedruis, als een heuse aardbeving, strijkt in een veld een ufo neer: supermarkt ‘Magique’. Een Franstalige supermarkt in een Vlaams dorp. Magique gebruikt vedette Eddy Merckx als lokker: de winnaar van een wielerwedstrijd mag hem ontmoeten. De wielergekke Freddy zwicht natuurlijk – ook al voor de schone ogen van dochter Marie van de supermarktuitbater – terwijl de rest van de familie Dermul de wankele beenhouwerij probeert te stutten, nu de Supermarkts to rm is losgebarsten. Alle pogingen om de beenhouwerij te redden en up-to-date te maken (zelfs ‘home delivery’ met Freddy’s fiets) mislukken echter. En uiteindelijk kan de vader (Peter Van den Begin) niet anders dan met de vijand collaboreren: hij sluit zijn beenhouwerij en gaat zijn vlees verkopen als werknemer van de supermarkt. Ook Freddy emancipeert zich: hij gaat ondanks zijn handicap naar een sportschool en tien jaar later zien wehem als beloftevolle debutant starten in de Ronde van Vlaanderen, samen met zijn idool Eddy Merckx. Eind goed, al goed?

Allez, Eddy! heeft het op luchtige toon over een conflict dat in werkelijkheid heel wat gebroken levens heeft gekost: de teloorgang van de kleinhandel. Maar de film schaatst moeiteloos over die trieste werkelijkheid heen. Eén scène bijvoorbeeld ontbreekt opvallend in de film: die waarin wij vader Dermul vlees zien verkopen in de supermarkt. Zou hij zich daar werkelijk zo goed voelen? Of zou hij beseffen dat hij er niet meer is dan een loonslaaf die zijn vrijheid en zelfstandigheid definitief kwijt is? Allez, Eddy! stelt zich dergelijke vragen niet, het is een neoliberaal sprookje waarin wij ons allemaal met plezier aanpassen aan elke nieuwe economische situatie, van zodra ‘de wereld is gedraaid’.

Eén scène echter spreekt die visie tegen, graaft dieper, legt iets bloot van de authentieke emoties van deze ingrijpende sociale verandering. Het is de beste, de meest dramatische scène uit de film. Het is de scène waarin de moeder (Barbara Sarafian) aan de koffietafel haar man hysterisch toeroept: ‘Wij zijn mislukt.’ Met die uitspraak begraaft ze het werk van vier generaties beenhouwers (waarvan de foto’s aan de muur prijken), ja onteert ze zowat alles waarvoor de familie Dermul stond en staat. Barbara Sarafian is goed in de rol, maar het is niet zij of de situatie die overtuigt. Dat doet de reactie van Peter Van den Begin. Zijn lichtjes vochtige ogen zeggen alles over de futiliteit van zijn leven, over de tragiek van zijn verloren gevecht tegen de economische realiteit. Over een mislukt leven.

Allez, Eddy! is een aangename film, maar het had, om in beenhouwerster-men te spreken, ‘wat meer mogen zijn’. De film had dieper mogen graven. Hij had hier en daar surrealistischer mogen zijn – zoals in de mooie sprookjes achter de badkuip. Allez, Eddy! is – maar welke Vlaamse film is dat niet? – een beetje te professioneel, een beetje te oppervlakkig, een beetje te gelikt, een beetje te nostalgisch, een beetje te veel een sprookje. Gelukkig maakt één blik van Peter Van den Begin dat (bij na) allemaal goed.

Allez, Eddy! van Gert Embrechts met Jelte Blommaert, Peter Van den Begin, Barbara Sarafian, Eis Dottermans, Stefaan Degand en Jelle Cleymans. Productie: Jacqueline De Goeij / Ciné Cri de Cœur.

www.allezeddy.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#129

01.06.2012

—

30.09.2012

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!