Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
Jerry Killick & Davis Freeman in ‘Seven Promises’ © Silvano Magnone
Kan kunst de wereld redden? – Bijna twintigjaar geleden was het één van de vragen die door Antwerpen 93 Culturele Hoofdstad werden gesteld. Ondertussen weten we dat de wereld écht wel gered moet worden. Maar zal de kunst dat doen? Rudi Laermans sprak met de Amerikaanse performer en theatermaker Davis Freeman over wat hij zelf zijn devious political theatre noemt, dat wil zeggen: politiek theater dat een omweg neemt. Freeman: ‘We stellen vragen en we geven informatie over de kleine keuzes die je elke dag maakt. Mensen kunnen er van meenemen wat ze willen… En hoewel ik dat besef van urgentie voel, moet het werk ook voldoende onderhoudend zijn. Zoals het gezegde luidt: A spoonful of sugar makes the medicine go down!‘
De Amerikaanse podiumkunstenaar Davis Freeman maakt al jaren volwaardig deel uit van de Europese scène. Naast zijn acteurswerk bij Forced Entertainment, Meg Stuart en Superamas creëerde hij meerdere eigen voorstellingen vanuit Random Scream, het gezelschap dat hij in 1999 samen met Lilia Mestre opstartte. Kenmerkend voor Freemans werk is de directe manier waarop hij het publiek aanspreekt en politieke thema’s aankaart.
Zo krijgt de toeschouwer bij het begin van Investment (2009) een loterijbriefje toegestopt; de voorstelling zelf is één lang advies over de mogelijke besteding van de eventuele winst. Het advies gaat van de investering in ontwikkelingshulp over medisch onderzoek en ecologische projecten tot een gepland theater- en dansstuk (waarvan telkens een deel in de voorstelling wordt getoond). Expanding Energy (2011) focust in vier delen op de dreigende energiecrisis en omvat onder meer de docu-performance Securing Energy. Daarin enthousiasmeren twee goedgeklede performers met behulp van een uitgekiende PowerPointpresentatie het publiek voor allerhande technische oplossingen die ons toelaten om rustig verder energie te verslinden. Is Davis Freeman op zoek naar een nieuwe vorm van politiek theater?
Davis Freeman: Ik weet niet zo zeker of het mijn ambitie is om een nieuwe vorm te creëren. Maar ik denk dat devious political theatre, politiek theater dat een omweg neemt, de beste omschrijving is van wat ik maak. Ik voel me aangetrokken tot de idee dat ik de betrokkenheid van het publiek kan prikkelen. In Investment geven we je een loterijbriefje dat echt je leven kan veranderen. Waarin zou je investeren indien je won? Liefdadigheid, de beurs, culturele projecten, jezelf? Het zou het moment zijn waarop volkomen duidelijk wordt waarvoor je staat… Volgens mij schipperen we in het alledaagse leven gedurig tussen onszelf en de ander. Waarom geven we bijvoorbeeld niet al ons geld aan een dakloze? Omdat we de nood voelen om op een gezonde manier egoïstisch te zijn: je wil in je levensonderhoud kunnen voorzien en je eigen sterktes kunnen koesteren, zodat je op weer andere manieren iets aan de maatschappij kan teruggeven. Of zijn we misschien gewoon hebzuchtig en denken we ‘die dakloze kan ook een job vinden, ja toch?’
Investment stelt de ‘wat als?-vraag. Wat zou je doen indien je plots rijk werd? Bij het presenteren van de diverse mogelijkheden vind ik het uitermate belangrijk om elke suggestie over watje zou moéten doen te vermijden. Ik poog enkel een ruimte te creëren waarbinnen mensen zichzelf in vraag kunnen stellen. Ik ben erg op mijn hoede voor politiek activisme, ik wil geen bepaalde ideologie doorduwen. Daarom heb ik gezocht naar manieren om deze concrete thema’s zo aan te pakken dat een publiek ze zelf positief onder ogen kan zien.
Na Investment leek Expanding Energy een logische stap. De voorstelling werd geïnspireerd door de Tipping Point-conferentie, een conferentie die gedurende twee dagen wetenschappers en kunstenaars had samengebracht rond klimaatverandering. Hoe meer ik erover las, hoe meer ik overtuigd raakte van de noodzaak van dat thema, maar het leek onmogelijk om er een interessant werk over op scène te brengen. Helaas, maar het leek altijd te gaan vervelen… Ik bekeek Al Gores An Inconvenient Truth, en ik viel in slaap. Nochtans was ik heel gemotiveerd om mensen bewuster te maken – alleen bleek het een geweldige uitdaging. Er waren zoveel vragen. Hoe breng je in hemelsnaam dit soort informatie op scène? Hoe kan je er mensen warm voor maken? Hoe kan je hen leren het heft in eigen handen te nemen? Uiteindelijk koos ik ervoor om een conferentie van één dag te ensceneren, met vier delen die elk stilstaan bij een verschillend aspect van het energiethema. Niet bij klimaatverandering an sich, want dat vond ik te direct.
Misschien kunnen we met betrekking tot je werk van kritische kunst spreken, eerder dan van politieke kunst? Want het stelt vragen en confronteert het publiek met brandende kwesties doorheen een esthetiek die de toeschouwer direct engageert.
Ik kan niet langer het publiek negeren en doen alsof het er niet is. Maar met interactieve performances heb ik het moeilijk. Ik voel de noodzaak om op een meer psychologisch niveau met het publiek om te gaan en het niet te vragen uit zijn stoel te komen. In mijn vroege werk Too Shy to Stare vroeg ik de toeschouwers om een foto van hun gezicht te laten nemen enkele dagen voor ze naar de voorstelling kwamen. We spelen vervolgens een bijna twee uur durend stuk voor slechts tien mensen; we dragen een masker met hun foto en creëren zo de illusie dat het publiek voor zichzelf een voorstelling geeft.
De betrokkenheid wordt maximaal, want je kijkt niet langer naar performers maar naar jezelf. Zeven kamers met telkens verschillende gedaanten van jezelf die voor jou optreden: een koppel, een naakt trio, enzovoort. Het is geen therapie maar het werkt allicht wel therapeutisch. Een Russische psycholoog zag afgelopen januari de voorstelling in New York en zei mij met een zwaar Engels accent: ‘Deze voorstelling is gevaarlijk. Als je enkele onevenwichtige mensen hebt, kan het erg verkeerd gaan.’ Nou, tot nog toe ging het goed, al hadden we wel een recensent van de New York Post die was geschokt omdat hij tijdens de performance een erectie had gekregen, (lacht) Tot dan toe heb ik nauwelijks iemand daarover horen klagen!
Het directe engagement laat de toeschouwer toe om zijn moraal te bevragen. In Saving Lies is er bijvoorbeeld een luik waarin ik het publiek leer hoe het uiteenlopende soorten vuurwapens moet hanteren. ‘Omwille van de wereld waarin we leven, met zoveel geweld en terrorisme, kan een van die geweren wel eens voor je voeten vallen. Jouw leven, of dat van je vrienden of familie, kan afhangen van jouw kennis ervan. Ik haat vuurwapens maar wat ik jullie wil leren kan je leven redden’, zo leg ik uit. Elke keer voel ik een vreemde mengeling van afschuw en aantrekking, terwijl ik mijn uitleg doe. Aan het einde van de demonstratie geef ik de toeschouwers de mogelijkheid om met losse flodders op de danser te mikken die de hele tijd achter mij staat te improviseren.
Je wordt zo in de positie geplaatst dat je je afvraagt wat je zou doen. Wat is je morele houding? Het eindigt ermee dat de schutters nog nooit met een geweer hadden geschoten of voorheen zelfs nog nooit de mogelijkheid hadden overwogen dat te doen. Maar op dat moment maken ze gebruik van de geboden raad en gelegenheid. I embrace to negate.
Veel van mijn voorstellingen bevatten vergelijkbare elementen, die de toeschouwers uitnodigen om hun eigen houding te bevragen: het loterijbriefje in Investment, de reflectie op zichzelf in Too Shy to Stare. Of neem Seven Promises, waarop gevarieerd wordt in Expanding Energy : met een gratis glas wodka zetten we mensen ertoe aan om beloftes te maken die bijdragen tot een meer ecologische levensstijl. We waren onlangs in Gent en speelden Seven Promises gedurende drie dagen op straat en in het café van Vooruit. Meer dan zeshonderd mensen ondertekenden een belofte! Het is een direct engagement dat vereist dat je op het moment zelf voor je mening uitkomt. Kan je je gedrag veranderen om onze planeet meer eco-vriendelijk te maken, door minder lang te douchen of gedurende een maand niet op het internet te surfen? Of lieg je, drink je je wodka, en hou je je niet aan je belofte? Sommigen handelen wellicht zo, maar ik denk dat het eerder zeldzaam is, aangezien ik de toeschouwers zie worstelen met de te maken belofte. Het is volgens mij de juiste manier om deze onderwerpen aan te kaarten. Want het is geestig- we gedragen ons als evangelische predikanten -, het biedt informatie die mensen niet kennen, en het zet aan tot verandering.
Sommigen zullen opmerken dat je politiek met moraal verwart. Je verengt een geopolitiek thema als klimaatverandering tot een individuele morele houding: ‘Verbeter de wereld, begin met jezelf.’
Ik kom opnieuw bij het woord empowerment. We leven in donkere tijden, maar ik word ertoe gedreven om een zekere mondigheid mee te geven. Om samen wat licht aan het einde van de tunnel te delen: ik heb een kind, ik heb hoop. De financiële ineenstorting, de eurocrisis, de hernieuwde doorbraak van extreemrechts, de onvermijdelijkheid van de oorlog met Iran, de ecologische catastrofe die om de hoek loert… – we weten dat we leven in, hoe zal ik het zeggen… uitdagende tijden. Actueel theater maken over deze onderwerpen is verre van gemakkelijk, vooral niet wanneer je een meestal links publiek hebt dat bij voorbaat al met jou akkoord gaat. Naar welke voorstellingen gaan rechtse mensen?
In Securing Energy, het tweede deel van Expanding Energy, geven we een PowerPoinpresentatie die aansluit bij de extreem conservatieve visie op het energieprobleem. We real iseerden ons dat we absoluut het bekende register moesten vermijden, genre ‘we moeten recycleren, we mogen geen afval produceren, we moeten lokaal inkopen, we dienen groene technologie te gebruiken’. Dat is preken voor de eigen kerk. En dus schokken we het publiek en propageren we een hoop dingen waar we zelf niet in geloven. ‘Kernenergie is veilig! Niemand ging dood van de ramp in Fukushima met een reactor die dertig jaar oud was!’ ‘Teerzand ontginnen zou geweldig zijn, want het zou ervoor zorgen dat er na Saudi-Arabië nog een ander democratisch land met oliereserves zou bestaan.’ ‘Heropen die gesloten koolmijnen want we hebben thans ccs!’ (CCS=Carbon Capture and Storage, een technologie om bij het gebruik van fossiele brandstoffen de uitstoot van CO2 te vermijden- RL) ‘Het smelten van de Noordpool is fantastisch, want het geeft ons toegang tot een hele resem nieuwe natuurlijke bronnen.’ We prikkelen de gevoelens en we wapenen het linkse publiek met het ideeëngoed van de conservatieven. We doen dat zeer overtuigend, niets van wat we zeggen is onwaar. We liegen niet, we brengen gewoon de specifieke kijk van de mensen in maatpak die bedrijven besturen of de wetten maken waarmee wij leven. Als artistieke performance werkt het allemaal zodanig verwarrend dat zelfs de persoon van wie we heel wat van onze informatie verkregen – hij is het hoofd van het Journal of Energy Security – intussen de voorstelling heeft uitgenodigd voor een internationale topconferentie over energieveiligheid. Dat we naar het hol van de leeuw trekken, is misschien al te surrealistisch…
Investment en Securing Energy betrekken het publiek middels een theatraliteit die het handelen van consultants, lobbygroepen of think thanks verdubbelt. Er is de PowerPointpresentatie, de enthousiasmerende manier van spreken die feiten met slagzinnen combineert, … Het gaat dus om fictief theater dat een reële theatraliteit simuleert, en ook om een performativiteit die in vele sociale situaties kan worden teruggevonden. Ik neem aan dat jullie het een en ander in detail hebben onderzocht?
We bestudeerden heel wat PowerPointpresentaties, de TED-conferenties die je online kan vinden (TED is een vierdaagse bijeenkomst over Technologie,Entertainment en Design die sinds 1984 jaarlijks in Californie doorgaat-RL), speeches van energiedeskundigen en motivational speakers of inspirerende conferenciers. Ik word aangetrokken door het formaat van de PowerPoint omdat het het geijkte medium is voor de presentatie van businessmodellen, financiële rapporten of economische groei. Door het maatpak, de PowerPoint en de motiverende speech in het theater te brengen, plaats je die formats op hun kop en vraagt het publ iek zich af waar het zich juist bevindt. Natuurlijk voelt het aan alsof we je van iets willen overtuigen of je iets trachten te verkopen, maar we proberen die indruk met alle geweld opzij te schuiven en pogen je verschillende opties te geven, die je toelaten om zelf te beslissen over de weg die je wilt inslaan.
Tegelijk injecteert het presentatieformaat een stukje realiteit in de theaterrealiteit. Die strategie van het doorprikken van het fictiekader is ook aanwezig in de kans om echt de lotto te winnen in Investment of, meer uitgesproken, in de liefdadigheidsveiling en de vuurwapendemonstratie in Saving Lies. Het lijkt alsof je weloverwogen speelt met het verschil tussen fictie en realiteit, theater en werkelijk leven.
Niet echt, maar ik besef dat de grens tussen ‘werkelijk leven’ en podiumfictie in het werk bijwijlen dun wordt. Ik hou ervan om zo het publiek op scherp te stellen. Hoewel… toen Jerry (Killick- RL) en ik aan Investment werkten, hadden we echt geen idee over het soort voorstelling dat lnvestment zou worden. Het voelde aan alsof we onzichtbare muren aan het slopen waren. En soms pakt dat averechts uit. In Amerika waren er mensen die betwijfelden of Investment theater is. ‘It’s just a lecture’, zegden ze. Het gebruik van PowerPoint is er zodanig verankerd in de bedrijfscultuur dat ze het daar vreemd vinden om die te ensceneren. Investment is eigenlijk een docu-performance, de plaats waar gespeeld wordt doet er toe. Als we het stuk in hotellobby’s zouden brengen, zouden we veel sterker in de bedrijfswereld blijven zitten. Het zou meer in de richting van The Yes Men gaan, die ik trouwens erg bewonder. Maar omdat de voorstelling in een theaterzaal wordt opgevoerd ga je vragen stellen over de identiteit van het stuk en over wat we willen overbrengen. Je raakt sterker betrokken. En het laat, zoals in Investment, ook momenten toe waarin de voorstelling transformeert in een ‘echte’ dans of een ‘echt’ theaterstuk – alsof we plots het podium gebruiken zoals het hoort. Hetzelfde geldt voor Expanding Energy: het ene moment is er een PowerPointpresentatie, vervolgens een concert met veertig dansers. Met een verschillende vorm en inhoud herscheppen we dezelfde theaterruimte tot iets totaal anders.
Worden die injecties van stukjes realiteit ook ingegeven door een kritische houding tegenover het theater als een eerder dubieuze ruimte van representatie?
Ik denk niet dat het gebeurt vanuit een kritische attitude tegenover het theater als zodanig. Maar ik gebruik het theaterapparaat wel om een kritische positie in te nemen. Ik word echt geïnspireerd door voorstellingen die de grens tussen fictie en realiteit laten vervagen en het publiek met zijn gedachten en vooroordelen in een surreële plek doet belanden.
Ik waardeer dan ook heel sterk het werk van Rabih Mroué en Walid Raad, die lecture performances in een theatrale context brengen. Toen ik voor het eerst iets van Raad zag, dacht ik dat alles wat hij tijdens de voorstelling zei waar was. Pas toen ik met hem in gesprek raakte aan de bar, onthulde hij mij hoeveel fictie erin zat. Het herinnert mij aan een stuk dat ik langgeleden zag. The Man Who Created Aids. Op het podium stond een man met een schrijfbord die uitvoerig vertelde over hoe AIDS in het leven was geroepen. Hij beantwoordde achteraf zelfs vragen – maar hoewel het over reële mensen ging, was alles verzonnen. Begrijp mij niet verkeerd: ik voer geen kruistocht voor een nieuwe theatervorm, maar diep enkel uit wat ik zelf interessant vind. Uit de recente stukken, zoals Investment, Expanding Energy of Seven Promises, haal ik heel veel. Ik voel dat ze op een bepaalde manier een concreet verschil maken. Ik vermoed dat ik nog altijd idealistisch genoeg ben om te geloven dat… dat kunst de wereld kan veranderen. Dat ze mensen kan raken. Dat mensen zich niet machteloos hoeven te voelen. Ik hou ervan om mensen mogelijkheden te bieden, om informatie door te geven of confrontaties te ensceneren die hen in een positie plaatsen waarin ze een beslissing moeten nemen: ‘ik geloof erin, ik geloof er niet in’, ‘ik ga akkoord, ik ga niet akkoord’. Onverschilligheid is de dood in de pot.
Het vreemde, althans voor mij, is dat je zo situaties schept waarin ik niet langer lijk te weten wat ik echt wil, waarin ik besluiteloos word. Investment confronteert mij met talloze mogelijkheden om op een moreel verantwoorde manier geld uit te geven. Expanding Energy biedt mij heel veel keuzes om mijn ecologische voetafdruk te verkleinen – dus wat moet ik dan eigenlijk doen?
Speel op de lotto! (lacht) We weten, en we weten niet. Ik ben zelf in een voortdurend gevecht met dat hele ecologische idee over een groener leven, vooral omdat het zozeer op het negatieve focust. Ik denk dat we simpelweg minder moeten consumeren. Tegelijk hopen we allemaal dat de industrie meer duurzame dingen zal maken telkens we worstelen met de hypocrisie van onze eigen levensstijl. Ik ben zelf verre van perfect: ik neem de hele tijd het vliegtuig, rijd met een auto, eet vlees en draag Nikes. We zitten allemaal in een constant gevecht tussen wat we moeten doen en wie we zijn. Maar ik vertik het om uitsluitend hen-nepkleren te dragen en op een boerderij in een commune te gaan leven. En dus is de strijd eindeloos, wat we ook in het werk thematiseren.
Het is belangrijk om het inzicht te delen dat de vleesindustrie verantwoordelijk is voor achttien procent van de opwarming van de aarde en één steak het equivalent is van zestien vegetarische maaltijden. En als jij bij Seven Promises de belofte doet om gedurende één maand geen vlees te eten, dan eet je daar vervolgens misschien een beetje minder van. Of wie weet word je vegetariër. Of misschien maak je die belofte helemaal niet, maar denk je de volgende keer datje vlees eet: ‘Hmmm… Ik kreeg daarnet wat informatie die mij voorheen onbekend was…’ – en het doet iets met je. Iedere stap voorwaarts is er alvast geen terug.
Point taken, maar ik had de ervaring dat ik bij het vergelijken van al die mogelijkheden om aan liefdadigheid te doen of een groener leven te leiden langzaam maar zeker de grond onder mijn voeten voelde wegschuiven. Ik veranderde in een ‘zwak subject’, in een individu dat de contingentie van iedere mogelijke keuze beseft. Op het einde wist ik niet wat ik echt wilde doen of kiezen…
We weten wat we echt willen, want dat is het leven dat we leven, ja toch? We verkassen niet naar Congo om er irrigatiegreppels te gaan graven met het oog op schoner water. We zijn in België, ik maak mijn werk, jij geeft les. We doen iets dat volgens ons een positieve bijdrage levert aan de maatschappij. Hopelijk toch. Op het podium zet het werk tot twijfelen aan: doe je wel wat je echt wil doen? Of zijn er veranderingen die jij zelf kan doorvoeren, hoe klein ook? Ik beland opnieuw bij empowerment. Als het op verandering aankomt, geloof ik meer in het individu dan in de overheid. Ik geloof meer in een bottom-upbenadering, maar als de overheid de benzine op 30 euro per liter brengt, zullen we minder met de auto rijden. Punt, andere lijn. Dat zou natuurlijk in een volgend economisch debacle resulteren, maar het zou goed zijn voor het milieu… Ik denk niet dat we beseffen hoe goed we het hebben. En ik hoop met mijn werk gesprekken te inspireren over wat het betekent om in de huidige wereld te leven. Iedereen heeft zijn of haar mening over wat we wel of niet kunnen doen. Daarover praten lijkt me op z’n minst één duw contra de dreigende doemstemming.
Veel Europeanen zullen zeggen dat de combinatie van je geloof in een bottom-upbenadering met een uitgesproken scepsis tegenover een sterke overheid een erg Amerikaanse houding is in de omgang met bijvoorbeeld het ecologieprobleem.
Misschien, tot op zekere hoogte… Wat de klimaatsverandering aangaat, denk ik dat elke mogelijke uitweg een valabel antwoord vormt. De conservatieve voorstanders van het status quo of de specialist in energieveiligheid zijn trouwens niet tegen groene technologie. Het is allemaal een kwestie van de juiste stappen. Iedereen wil een verschuiving in de richting van een schonere planeet, maar hoe zal dat gebeuren? En hoe kunnen we daar realistisch in blijven? Elke stap die we kunnen zetten is alvast iets, daarom vragen we in Seven Promises om douches van twee minuten te nemen of enkel tweedehandskleren te kopen. Of we herinneren eraan datje met elke Google zoekopdracht duizenden computers activeert, wat behoorlijk wat energie vereist. We stellen vragen en we geven informatie over de kleine keuzes die je elke dag maakt. Mensen kunnen er van meenemen wat ze willen. Ik weet waartoe de stukken willen aanzetten, maar ik wil dat niet te sterk doordrukken want dan haakt het publiek misschien af. Het is een dunne lijn… En hoewel ik dat besef van urgentie voel, moet het werk ook voldoende onderhoudend zijn. Zoals het gezegde luidt: A spoonful of sugar makes the medicine go down. ’
Dat brengt ons bij een ander markant aspect van je werk: de kritische toe-eigening van formats en retorische strategieën afkomstig uit de wereld van de massacultuur of het populair amusement. Sommige van je stukken gaan daarin erg ver, zoals Tearjerker en Assassins.
Ik word nu eenmaal aangetrokken tot commerciële films, tv-series en populaire cultuur, precies omdat ze zo populair zijn. Tearjerker werd geïnspireerd door de manier waarop Hollywoodfilms onze gevoelens manipuleren met fictieve sentimentele verhalen. Het was een onderzoek naar sentimentaliteit: hoe kan je met een publiek op een direct-emotionele manier omgaan? Hoe kan je de toeschouwer zo snel mogelijk emotioneel raken, niet door een verhaal, maar door stukjes realiteit te gebruiken? Op het podium stond een reeks televisies die beelden van echt bestaande plekken toonden. Je zag Ground Zero, daklozen, een veestapel, … Paul (Lemp-RL), de muzikant, vertelde bij een video van zijn grootmoeder hoe ze hem
zijn eerste gitaar gaf toen hij acht jaar was. Ik had zelfs een telefoonconversatie met mijn vijf jaar oude dochter in bed, en wenste haar welterusten. Dat zijn universeel herkenbare dingen.
Assassins is een Broadwaymusical, geschreven door Stephen Sondheim. Ik ging ermee aan de slag vanuit de noodzaak om iets te doen nadat George Bush Jr. zijn tweede ambtstermijn had gewonnen. Ik wilde een protestgebaar maken, en dan is een musical over mensen die Amerikaanse presidenten vermoordden, of dat poogden te doen, nogal geschikt… Het was tevens een uitdaging om dat klassieke Amerikaanse musicalgenre toegankelijk te maken voor een meer hedendaags publiek. En dus demonteerde ik het stuk helemaal: de acteurs speelden elk meerdere karakters en zaten aan een tafel met enkel het script, een pianospeler, en achter hen een groot videoscherm. We lazen het script en zongen de songs, maar we beeldden ze niet uit zoals men in Amerika zou doen. Hoewel, we hadden één performer, een operazanger uit Antwerpen, die voluit ging à la Broadway, terwijl alle anderen hun hoofd tussen hun handen hielden – zo van ‘Oh my God!’ Het was een mooie mix, maar ik viel opnieuw tussen twee stoelen. Een theater in Engeland was geïnteresseerd maar ook erg in dubio. Hun musicalpubliek zou het niet goed vinden, aangezien we onze tekst niet vanbuiten kenden, en het hedendaagse publiek zou het evenmin goed vinden omdat we niet genoeg de draak met het musicalpubliek staken. Ik denk dat ik dit soort verwarring regelmatig schep.
In Investment of Expanding Energy is de link met de cultuurindustrie eerder indirect, maar ook deze voorstellingen houden vast aan de basisidee rond entertainment: het moet leuk zijn -hoewel leuk misschien niet het juiste woord is…
Entertaining is allicht de beste uitdrukking. Ik word veel makkelijker in een stuk gezogen wanneer ik aan de kant van de performers raak, de door hen opgeroepen realiteit geloof en met hen op een geestige manier contact heb. Ik heb het moeilijk met voorstellingen die een extreem serieuze werkelijkheid voorspiegelen en luid roepen ‘neem mij ernstig, dit is kunst!’ Ik hou ervan dat performers zich vanaf het podium bij het publiek aanmelden door het te entertainen. Het onthult meer over de menselijkheid van de performers dan over hun vakmanschap, en het laat de toeschouwer toe om dichter bij hen te komen. En vervolgens kan je die toeschouwer meenemen naar een wat donkerder plek en hem wat pushen. We lachen trouwens ook vaak in het echte leven wanneer we met iets tragisch worden geconfronteerd. Het is onze manier om met de vele verschrikkelijke dingen om te gaan die we dagelijks op televisie zien. We lachen met zaken waarmee we niet zouden mogen lachen. Het maakt ons niet minder ernstig of de dingen in kwestie minder waardevol – it’s just our way of dealing. En dat weerspiegelen in het theater maakt het publiek meer betrokken.
Als artiest de dominantie van de massacultuur erkennen door je sommige van haar formats kritisch toe te eigenen, gaat al snel voor postmodern door…
Ik tracht alleen maar na denken over de wereld waarin we leven. Ik manipuleer de massacultuur en ik laat zo het publiek toe om over zijn eigen werkelijkheid na te denken. Ik gebruik die tools in mijn voordeel – geloofd zij het internet waar we kunnen stelen als de raven! Sommigen zeggen dat mijn werk ironisch, zelfs cynisch is omdat het op een onderhoudende manier morele of politieke kwesties aankaart. Ikzelf denk dat het enkel verschillende visies toont over de weg die we bewandelen. Is het cynisch wanneer ik laat zien dat een deel van de samenleving miljoenen euro’s spendeert om dierenmishandeling te stoppen, en een ander deel miljoenen geeft om voedsel naar creperende mensen te sturen? Dat is niet cynisch, het is een feit. Maar we vragen vervolgens de toeschouwer wel welke mening hij daar zelf over heeft. Cynisme is heel gevaarlijk. Wanneer ik ruik dat mensen op het podium cynisch of zelfs maar ironisch zijn, haak ik als toeschouwer meteen af. In het echte leven kan ik er mee omgaan, in het theater nooit. Of voorlopig toch niet.
Voor mij kleuren die referenties aan de massacultuur ook het acteren. De tegelijk afstandelijke en vaak virtuoze manier van op scene staan herinnert mij aan Amerikaanse film en televisie. Ze verschilt ook sterk van de meer informele acteerstijl die nogal wat Vlaams theater kenmerkt. In jouw voorstellingen lijkt het artificiële of gemaakte van het acteren veel sterker te worden benadrukt.
Wel, het is geen ‘acting acting‘, (lacht) We tonen niet het acteren in het acteren, want er zijn gewoonlijk geen externe karakters. We hebben onze rollen die we creëren doorheen de constructie van de tekst binnen de context van de voorstelling. We improviseren nooit, maar ik heb graag dat het lijkt alsof het materiaal in real time ontstaat. We presenteren onszelf, we geven informatie door en we gidsen je door het geheel. Ik denk dat we het publiek bij de voorstelling trachten te betrekken als inspirerende spreker, eerder dan als karakter. Mensen iets leren over vuurwapens, hen op de toekomst voorbereiden, hen doen nadenken, hen beloftes laten ondertekenen, spreken over het huidige geopolitieke moeras, de geschiedenis van de energie presenteren: voor ons als performers zijn dat heel concrete opdrachten. Ik sta daar niet met een kreupel been en een ooglap… Met uitzondering van het deel in Investment waarin we een nog in de maak zijnd theaterstuk pogen te verkopen. Daarin omarmen we de clichés van het theater voluit. Wat interessant is, want het werkt evengoed: it just sucks you right in.
Over acteren gesproken: regisseer je de andere performers sterk, zoals bijvoorbeeld Jerry Killick dat doet, met wie je al meermaals hebt samengewerkt?
Ik breng de ideeën en structuur aan voor de projecten, maar recent werkten Jerry en ik samen voor de tekstgedeelten. Voor Investment bijvoorbeeld waren er eerst vertoningen met een danser en mijzelf, maar nadat Jerry ons vervoegde konden we het materiaal echt aandikken. We spitten het uit en improviseerden gedurig voor elkaar. We gaven elkaar voortdurend feedback, vonden zo de gags en schrapten in onze gezamenlijke zoektocht naar ‘de beste versie’ alle mogelijke blunders. Ik waardeer Jerry’s steun bij het tekstwerk heel erg. We presenteren het stuk in real time-stijl, maar het kostte ons talloze uren om dat te bereiken en de tekst soepel te laten lopen. Intussen werkte ik verder aan het globale plaatje: de danssecties, de video, de PowerPointpresentaties,… Daarbij gaf ik heel wat uit handen: bewegingen, timing, licht, cues,… Reken maar dat ik altijd in alles tussenkom, maar niet als een dictator. Ik wed op meerdere samenwerkingen tegelijkertijd, zodat mijn vingers het smerigst zijn. Ik kan je verzekeren dat niemand tijdens het voorbije jaar graag in mijn schoenen had gestaan. Expanding Energy was gezien de beschikbare tijd een beetje te veel van het goede en vergde het uiterste van mij. Vier verschillende stukken voor één dag maken was ambitieus, maar ik ben blij dat onze groep de zaak voor elkaar heeft gekregen. Natuurlijk moeten de anderen mij soms gewoon vertrouwen. (lacht) En sommige samenwerkingen lukken beter dan andere.
Een laatste vraag: zie je jezelf ooit voor televisie werken?
Daar kan ik mij iets bij voorstellen… Maar ik zou er nooit het theater voor opgeven. Ik heb een grote bewondering voor satirische politieke uitzendingen als The Daily Show of Politically Incorrect met Bill Maher. Zij kunnen dagelijks commentaar geven op wat er politiek in de wereld plaatsvindt, in real time. Met al de tijd die nodig is voor de ontwikkeling van een stuk, dossiers, ondersteuning, het repeteren,… heb ik in het theater soms het gevoel dat we ver achterop eindigen. Een van de volgende projecten die ik op de sporen probeer te krijgen, is een gestructureerde improvisatie waarbij we dans, video en tekst gebruiken om het nieuws van de dag te becommentariëren. Een soort hedendaags real time-journaal voor theater – iets vluchtigs dat enkel in het nu gebeurt en dat beslist een stuk kleinschaliger zal zijn dan Expanding Energy.
www.randomscream.be
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.