Aida* © Phile Deprez

Leestijd 6 — 9 minuten

Aida* – NTGent

Rond Aida* is veel te doen geweest. Een meerderheid aan stemmen uit pers en publiek noemde de seizoensopener van NTGent een ‘groots, warm, overweldigend zangfeest’, een minderheid, maar opvallend rabiaat, zag een artistiek ondermaats wangedrocht, populistisch, demagogisch en totaal fake. Wellicht hebben beide kampen het verkeerd voor.

Om met de vereniging der enthousiasten te beginnen: Aida* is geen zangfeest, in zoverre daarmee enkel een sfeervol bijeenzijn van publiek en artiesten wordt bedoeld. Het is een zangvoorstelling. Het verschil zit hem in de artisticiteit van het opzet. De zo vaak geciteerde ‘teambuilding’ binnenshuis – het koor bestond uit NTGent-personeelsleden van nagenoeg elke geleding – was niet het eerste noch het voornaamste doel van de voorstelling. De kiem van Aida* lag in het verlangen van artistiek leider Wim Opbrouck om opera binnen te brengen in theater (remember het credo ‘midden de kunsten’), met behulp van dirigent Christoph Homberger met wie Opbrouck vroeger had samengewerkt. En ja: van het oorspronkelijke libretto van Antonio Ghislanzoni bleef geen spaander heel, het liefdes verhaaltje werd geschrapt, de recitatieven weggegooid, tot enkel een paar aria’s uit de oorspronkelijke opera van Verdi overbleven. Is het daarom dat zo velen Aida* niet als een volwaardige voorstelling (h)erkenden, vanuit de intussen toch wel verschoten idee dat theater een ‘verhaal’ nodig heeft? Waren nochtans wel duidelijk te onderscheiden: een proloog (met in crescendo: introductie van de acteurs door de klapdeurtjes, de introductie van het koor door de grote middendeur), een ontwikkeling naar een hoogtepunt (de samenzang met het publiek, hoogtepunt van het pact, de ‘eucharistie’), een afwikkeling (speech Ferdinand De Lesseps, inhuldiging theater) en een epiloog – de lege scène, de schouwburg even verlaten als voorheen. Een dramaturgie gestoeld op stenografische en muzikale elementen – muziektheaters als LOD of Transparant zouden er moeiteloos mee wegkomen. Maar goed: een voorstelling dus. Geen bonte avond.

Een goede voorstelling? Daarover valt te twisten. Aan het dramaturgische geraamte dat Frank Van Laecke had geschapen hing bijwijlen weinig vlees. Wie het ‘verhaaltje’ weert (en dus de dramatische spanning van opeenvolgende gebeurtenissen, de evolutie van karakters) komt snel uit bij één inhoudelijk gegeven dat niet anders kan dan in diverse gedaanten zichzelf herhalen. Zo voelde het ook een beetje aan bij deze Aida*. Insteek was de ontstaanscontext van de opera van Verdi: de inhuldiging van het Suezkanaal in 1871, de droom van de Franse ondernemer Ferdinand De Lesseps, die als globalist avant-la-lettre in het kanaal een kans zag om Oost en West in handel te verenigen. Die boodschap van optimisme, van hoop en geloof in de toekomst krijgt in Aida* gestalte in een mengeling van stand-up, variété, feestelijke processies en vooral in de inauguratiespeech van De Lesseps (Steven Van Watermeulen) die daarvoor de woorden van Tom McCarthy in de mond krijgt: ‘Zonder verbeelding geen toekomst’. De genres buitelen over elkaar heen maar doen allemaal hetzelfde: sfeer scheppen, een klimaat creëren.

Sfeer scheppen, jawel, en wat voor sfeer, spuwt de gedegouteerde minderheid: die van een vals eenheidsdenken, de holle retoriek van kunstenaars en publiek als verenigd lichaam, de opgefokte demagogie rond een nieuwe wereld – een populistische illusie, geschraagd door een zogenaamd ‘collectieve verbeelding’, in wezen de manipulatie van velen door enkelen. Deze critici hebben niet tussen de regels gelezen. Aida* is geen voorstelling die blaakt van triomfalisme – integendeel. Het is een voorstelling gemaakt met de moed der wanhoop. Onder alle bombarie en bombast, onder de vlaggen en stoeten en speeches schemert scherp het besef van het falen van de utopie – natuurlijk heeft het Suezkanaal geen globale harmonie gebracht, integendeel. Het bewustzijn van deze realiteit versus de initiële droom van De Lesseps resulteert in een weemoed die de hele voorstelling doordrenkt. Ze verschuilt zich in de uitgepuurde partituur van Jan Czajkowski, die van de rijke romantische orkestratie van Verdi enkel een Hammondorgel, wat synthezisers en een Fender Roads overhoudt. In het nasale, scherpe ‘papa-papa’ waarmee de acteurs de voorstelling vanuit de zijgangen inzetten – de ‘triomfantelijke’ openingsbazuinen gereduceerd tot belachelijke toeters. Later in de voorstelling wordt een aria weinig bevallig gekwèkkwèkt. De scène waarin het voltallige koor tegen de achterste toneelwand zit om als het ware de wereld te bezien: kleine mensjes in totale eenzaamheid, verloren tegen een zwarte muur. De scène: naakt, leeg, zwart. Wie beweert dat Aida* het publiek een utopische vooruitgangsidee voorspiegelt, heeft niet goed gekeken. Het triomfalisme ondergraaft zichzelf voortdurend. Maar inderdaad: bovenop die onderstroom van tristesse groeit zachtjes de solidariteit, het verlangen om door te gaan, om er samen iets van te maken. Is daar iets mis mee?

Het credo ‘Optimism is a moral duty’, dat naar aanloop van de première overal in de Gentse binnenstad werd neergekalkt, is een irrealis heden, geen imperatief. Het is de wens van een artistiek leider die er, tegen beter weten in, bewust voor kiest om vast te houden aan een droom. Een paar dagen nadat talloze vrijwilligers met engelengeduld het citaat van de liberale filosoof Karl Popper aan de straatstenen hadden toevertrouwd, moest het op bevel van de stad alweer verwijderd worden. Dat is de realiteit, en Opbrouck kent die. Een utopist is niet hetzelfde als een naïeveling.

Artistiek en volks, hoog en laag, uitbundig en zwaarmoedig, bombastisch en sober. Aida* is een vat aan antoniemen. Dat is de artistiek leider van NTGent ook. Want ondanks de prominente rol van ‘het huis’ draagt deze openingsproductie onmiskenbaar de stempel van Wim Opbrouck. Een opera wordt een zangvoorstelling, belcanto wordt kwèkkwèkkwèk, fanfare De Leiezonen uit Desselgem entert Giuseppe Verdi. Opbrouck is in staat om bruggen te slaan en in Aida* doet hij dat volop. Dat is geen marketingzet, het is ’s mans wezen. Theater en televisie, opera en rock-’n-roll – hij bemint ze allemaal even hard. Er is evenwel één constante in dit kluwen: kwaliteit.

Hoe divers de genrevermenging ook, nergens vervalt Aida* in amateurisme. Waar de ‘lage kunsten’ de voorstelling penetreren, zijn ze evengoed van hoog niveau. Je kunt het makkelijk of populistisch vinden om een fanfare op scène te zetten, maar De Leiezonen spelen wél retestrak. Het amateurkoor bereikte onder leiding van Homberger momenten van perfecte meerstemmigheid. Het ensemble, hoe bescheiden ook ingezet in Aida*, liet zich geen moment betrappen op slordig acteerwerk. Kwalitatieve toegankelijkheid: Aida* lijkt wel een visitekaartje voor het ‘merk’ Wim Opbrouck. Daarin schuilt het gevaar voor verkeerde verwachtingen, want Opbrouck zal minder NTGent ‘zijn’ dan zijn voorganger Johan Simons dat was. Er wordt dit seizoen niet ingezet op Opbrouck-de-regisseur, Opbrouck-de-speler of zelfs niet op Opbrouck-de-entertainer. Wél op de samenwerking tussen NTGent en kunstenaars uit verschillende disciplines, en niet in het minst uit de ‘hoge’ disciplines: Koen Augustijnen, Eric De Volder, Julie Van den Berghe. Wie dus hoopt dat het hele seizoen er zal uitzien als Aida*, zal wellicht nog lelijk op zijn neus kijken.

En tenslotte: natuurlijk is Opbrouck ook een slimme marketeer. Natuurlijk is Aida* een productie die de band met klanten en personeel moet verstevigen. De klant wordt door het collectieve zang-moment inclusief aan de voorstelling – ook u maakt deel uit van NTGent. Het personeel mag letterlijk binnenkomen langs de grote poort midden op scène -het huis bestaat enkel dankzij u. Een valse retoriek van fake samenhorigheid? In tijden dat iedereen zich zorgen maakt om het afbrokkelen van het maatschappelijk draagvlak voor de podiumkunsten, lijkt het eerder een gerechtigde poging tot het herstellen van deze ‘gemeenschapskunst’. Wat het personeel betreft is het voor een kraakverse leider die in de voetsporen moet treden van een (geliefde) voorganger gewoon een überslimme zet. Maar slim is niet het omgekeerde van integer. Aida* is een artistiek product én een slim statement. In die volgorde.

www.ntgent.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#123

01.12.2010

—

28.02.2011

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!