Zomertrilogie © Jan Versweyveld

Leestijd 6 — 9 minuten

Zomertrilogie – Ivo Van  Hove/Toneelgroep Amsterdam

Het genre van de komedie wordt door de kritiek dikwijls ondergewaardeerd, omdat het minder verheven zou zijn. Klassieke komedies staan nu eenmaal dichter bij de alledaagse werkelijkheid, omdat de lach vooral gegenereerd wordt door situaties waarin het publiek zich kan herkennen. De toeschouwers lachen omdat ze zich in zekere mate betrapt voelen, doordat ze zien hoe potsierlijk bepaald gedrag kan zijn.

De klassieke tragedies etaleren ook menselijke gedragingen, maar ze leggen dikwijls de nadruk op één aspect. Zo krijgen we in de Griekse tragedie de gevolgen van de hybris, de overmoed te zien. Tragedies vergroten de menselijke conditie veeleer uit, terwijl komedies die elementen condenseren zonder er een specifiek soortelijk gewicht aan te geven. Cicero karakteriseerde komedies al als ‘een nabootsing van het leven, een spiegel van menselijk gedrag en een beeld van de waarheid.’ Als dat al grappig is, dan heeft het grappige de kenmerken van een blik in een vervormende spiegel op de kermis.

De latere komedies van het Italiaanse theater monument Carlo Goldoni (1707-1793) beantwoorden zeker aan die omschrijving. Jammer dat hij nog te veel geassocieerd wordt met de commedia dell’arte. Goldoni gaf het genre van het volkse, geïmproviseerde typetheater, dat het moest hebben van personages met een herkenbaar uiterlijk en karakter, een ander karakter. Hij ging mettertijd zedenschetsen schrijven. Hij profileerde de personages beter en liet hun karakters evolueren op de scène. De acteurs mochten meer nuances spelen. Goldoni moest dat voorzichtig doen, om het publiek en de critici van zijn tijd niet voor het hoofd te stoten. Dat betekende dat hij niet alleen het scenario uitschreef, zoals in de klassieke commedia waarin op basis van dat scenario geïmproviseerd werd, maar ook de rollen voor de personages. Goldoni deed niet alleen letterlijk de maskers vallen, maar ook figuurlijk: in zijn stukken nam hij meer en meer de Venetiaanse burgerij op de korrel, lichtvoetig en ironisch, maar misschien daardoor net des te scherper.

Goldoni’s Trilogie van het Zomerverblijf is zo’n stuk. In feite is het een samenvoeging van drie stukken, die ons een beeld geven van de vakantierituelen van de burgerij in de achttiende eeuw: alles dreef op schone schijn, waarachter financiële beslommeringen schuilgingen. De grote Italiaanse regisseur Giorgio Strehler voegde in de jaren vijftig van vorige eeuw de drie stukken samen en verbijsterde het publiek met de avondvullende productie in zijn Piccolo Teatro in Milaan. Achter de lach zit de verschrikking, want dit stuk laat de existentiële eenzaamheid van de personages zien. Die wordt des te pregnanter omdat het helemaal draait rond wat een toppunt van vrolijkheid zou moeten zijn: de voorbereidingen van een groep mensen uit de betere klasse van Livorno om naar het buitenverblijf in Montenero te vertrekken. We maken kennis met de jonge, ravissante Giacinta, dochter van Filippo, een gepensioneerde rentenier. Giacinta krijgt de aandacht van twee aanbidders. Ze lijkt Leonardo te verkiezen, omdat die wellicht een trouwe echtgenoot zal zijn, al voelt ze niet veel passie voor hem. En, bijkomend probleem, Leonardo is ziekelijk jaloers. Daartegenover staat natuurlijk de tweede aanbidder, Guglielmo: hij is intrigerend, hij maakt haar duidelijk het hof en prikkelt Giacinta’s verbeelding veel meer. Tegenover Giacinta, die graag haar willetje wil doordrijven, staat Fulgenzio: hij is de behoudsgezinde figuur die het huwelijk beschouwt als het fundament voor een goede relatie. Iedereen trekt naar Montenero, een vakantieplek die de vrijheid symboliseert.

In Montenero blijkt het niet helemaal te verlopen zoals verwacht. Zelfs het kaartspel waar iedereen zo naar uitkijkt biedt geen soelaas, want de spanningen ontploffen. Giacinta volgt haar passie voor Guglielmo, maar voelt zich daardoor ook door hem gevangen. Waar we in het eerste deel nog een monoloog over de vrijheid van de vrouw hoorden, gaat het nu over haar plichten. Maar Giacinta ontkomt: ze grijpt de kans aan om vervroegd met Leonardo naar Livorno terug te keren. Zo neemt ze ook voorgoed afstand van Guglielmo. Tegenover de nuchterheid van Giacinta plaatst Goldoni hier de levensgenieter en profiteur Ferdinando, die avances maakt bij de bejaarde rijke weduwe Sabina, natuurlijk alleen maar omwille van de erfenis. Maar Sabina is zo verblind, dat ze de ware reden van Ferdinando’s toenaderingspogingen voor zichzelf ontkent.

In het derde deel zien we het failliet van het leven in de schone schijn, waarbij er zoveel mogelijk grote sier gemaakt wordt: de schuldeisers kloppen voortdurend aan bij Leonardo. Fulgenzio wordt plots een huwelijksbemiddelaar: hij helpt Leonardo om Giacinta’s vader ervan te overtuigen dat het huwelijk tussen Leonardo en Giacinta maar beter kan voltrokken worden. Een sprookje is het niet. ‘Ik wil mijn plicht doen’, zegt Giacinta. In tijden van financiële nood grijpt men terug naar traditionele waarden. Maar toch trekt Goldoni geen eenzijdige conclusie, als we naar sommige nevenpersonages kijken: Rosina heeft bijvoorbeeld een passionele relatie met Tognino, die een artsenopleiding volgt, maar verder door niemand ernstig wordt genomen en zichzelf in die rol bevestigt, alleen om op die manier ook een vrijplaats voor zichzelf in dit toch behoorlijk achterdochtige, afgunstige en enggeestige gezelschap te vrijwaren. En Ferdinando blijkt alleen niet de uitvreter te zijn die we in hem zagen: wanneer Sabina hem een passionele brief schrijft, valt hij echt voor haar.

Ivo Van Hove heeft van Zomertrilogie, zoals zijn versie bij Toneelgroep Amsterdam heet, een snijdende komedie gemaakt, omdat ze nauw aansluit bij het hedendaagse tijdsbeeld. We zien mensen die op krediet leven, in de hoop om zo gelukkig te worden. De socioloog Zygmunt Bauman heeft dat mooi gekarakteriseerd: ons maatschappelijk systeem van consumptie dwingt ons op korte termijn te functioneren. Menselijke relaties worden daar heel oppervlakkig door. We denken dat we genot uit tijdelijke, kortstondige bevrediging kunnen halen. En we richten ons sterk op het materiële. Van Hoves Zomertrilogie is niet zomaar een cadeautje om zijn ensemble zich eens goed te laten uitleven en Karina Smulders als Giacinta en Marieke Heebink als Filippo’s ongehuwde zus glansrollen te laten neerzetten. Deze productie wordt vooral interessant omdat Van Hove de eigenheid van de komedie soms uitvergroot en dan weer ‘depouilleert’. De uitvergroting zien we bijvoorbeeld wanneer de personages hysterische buien krijgen en als grote kinderen te keer gaan. Of wanneer de deuren intens gebruikt worden, een mooie hommage aan de deurenkomedie. De deuren zijn zowat het enige attribuut op de scène, naast enkele stoelen. Daarmee ontmantelt Van Hove de komedie. Het decor wordt door zijn vaste scenograaf echt als decorum getoond: de wanden zweven lichtjes boven de grond en bieden alleen maar via een gleuf een ontsnappingsmogelijkheid voor de verstikkende werkelijkheid op scène. Van Hove biedt minder kansen om te ontkomen dan Goldoni: vooral in het derde deel laat hij de acteurs zich regelmatig tot het publiek richten. En hij schuift op het einde letterlijk Fulgenzio naar voren: de man die wél over financiële middelen beschikt, maar zijn gevoelens verbergt. Als de financiën maar in orde zijn. Hij blijft helemaal op het einde als laatste over op de lege scène en steekt zijn duim op. Van Hove laat zien dat vooral het kapitaal beter wordt van een crisis zoals wij die momenteel meemaken. En dat niemand daar gelukkiger van wordt. Snijdend, sociaal relevant theater, jawel.

Zomertrilogie is in april nog op verschillende plaatsen in Nederland te zien. www.toneelgroepamsterdam.nl

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#121

01.04.2010

—

31.08.2010

Paul Demets

Paul Demets (1966) is dichter, vertaler en publicist. Hij werkt aan een biografie van Paul Snoek, schrijft over podiumkunsten en literatuur voor Ons Erfdeel en bespreekt poëzie voor De Morgen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!