Dirk Lauwaert

in memoriam Dirk Lauwaert

Dirk Lauwaert kende ik als leraar, als vriend en als schrijver. Eerst als leraar, toen ik als negentienjarige naar het tweede jaar rits mocht overgaan. Het werd meteen de grootste beloning.

Zoals hij bezweet het lokaal binnenstoof, in een ouderwets driedelig pak (grijs, groen, donkerblauw), dat was iets. Hij kon wat op James Stewart lijken. Dan streek hij met zijn hand door het haar, bracht zichzelf tot rust, lanceerde het onderwerp van de dag, en de vertoning kon beginnen. Hij zat snel diep in de les, diep in het onderwerp. En hoe goed hij zijn woorden ook had voorbereid, het leek of hij opnieuw moest denken wat hij had gedacht, of hij voor het eerst beleefde wat hij al zo goed wist. Met alle felheid en twijfel van dien. Het zou een omschrijving van engagement kunnen zijn.

Sommigen ervoeren zijn lessen als hindernis op de rechte weg naar hun toekomst – Dirk was een meester in het nemen van zijpaden. Voor anderen braken ze de wereld open van het beeld, de emotie, de gedachte, het woord (in die volgorde) – uiteindelijk kwam je toch op dat ene tere punt van inzicht terecht. Hoewel ze herkenning brachten, schiepen ze veelal verwarring. Vrolijk ben ik uit een les van Dirk nooit buitengekomen. Wel met een gonzend hoofd vol prikkelende ideeën en af en toe een sombere levensopdracht.

Dirk leerde zijn studenten, ook die van Sint-Lukas, kijken naar de wereld zoals die bestond in beelden. Hij sprak ons over een affiche van Jaws en het belang van King Kong, over set-foto’s en bioscooparchitectuur, over de dandy en de snob (het cruciale verschil tussen beide!), over het aura van Benjamin en La société du spectacle van Guy Debord, over Balzac en Stendhal, over Komrij en Kousbroek, over Douglas Sirk, Howard Hawks en Roberto Rossellini. En nog over zo ontzaglijk veel meer.

Van acteurs (Depardieu, John Wayne, Eastwood) en actrices (Romy Schneider, Ingrid Bergman, Audrey Hepburn) kon hij hartstochtelijk veel houden. Evengoed wantrouwde hij hen. Acteurs willen ‘in het licht staan’, en wie ben je dan als mens, als je dat noodzakelijk vindt? (Dirk stond niet graag in het licht, er zijn amper goede portretten van hem. Jammer, hij was een zeer knappe en fotogenieke man.)

Ook achter de camera mocht de zelfkritiek niet ontbreken. ‘Beseffen jullie wel wat jullie later gaan doen dan?’ vuurde hij eens op ons af, wij, toekomstige film- en televisieregisseurs. Mij is die bozige vraag altijd bijgebleven.

Dirk Lauwaert leverde in de loop der jaren aan verscheidene tijdschriften ontelbare bijdragen over film, fotografie, beeldende kunst, literatuur, over kwesties die raakten aan de cultuurkritiek, de filosofie, de moraal, de tekenleer… Eerst schreef hij korte stukken over film voor Spectator, waarin zijn latere stijl in embryonale vorm al helemaal aanwezig was. Nadien werkte hij voor Film&Televisie, Knack, Skrien, Andere Sinema, De Vlaamse Gids, Kunst&Cultuur, Versus… In Etcetera schreef hij onder andere over theaterfotografie.

Voor televisie werkte hij ook, zoals voor het cultuurmagazine Het gerucht van Annie Declerck. (Ik mocht met hem op stage mee naar Parijs, naar de grote expo van Boucher in het Grand Palais. Wat voelde ik mij naast hem gelukkig!) Op de radio was zijn zachte, doortastende stem één met wat hij aan ons vertelde.

Het is niet blijven duren. Hij behoorde tot de generatie kunstenaars en intellectuelen die, na de Grote Vernieuwingsoperaties van de nationale zender in de late jaren negentig, met zachte dwang naar de uitgang werd geleid.

Met De Witte Raaf ontwikkelde Dirk Lauwaert een bijzondere relatie. Hij heeft wel eens gezegd dat het daar voor hem, na jarenlang schrijven nochtans, ‘echt is begonnen’. Hij maakte er, soms op vraag, soms op eigen initiatief, een schier oneindige reeks intense en rijke stukken, waarbij alles wat in hem leefde aan bod kon komen: de intellectueel, kunstonderwijs, cultuurkritiek, de media, het gênante, stadsfotografie, filmkostuums, Roland Barthes… Hij schetste verscheidene werkportretten van kunstenaars als Richter, Hopper, Louise Bourgeois, Tuymans, Braeckman… Altijd in een onnavolgbare denk- en schrijftrant, met een virtuositeit die iets had van het razendsnelle gekras van een schaatser die op ijs tot stilstand komt. Dirk ontwikkelde gedachten als volgde hij met nauwgezette vingers de baan van meerdere zenuwen tegelijk, tot waar hij ze onafwendbaar met elkaar kon verknopen. Op die hypergevoelige punten ontstonden zijn maximes – zijn werk wemelt ervan –, tijdelijke stellingen die prachtig verbeelde inzichten aan het licht brachten. Zoals: ‘Liefde is de akker van cynische trouweloosheid, vriendschap de permanente beoefening van ongebonden trouw.’ Een uitspraak om lang op te kauwen.

Om dat onophoudelijke formuleren, dat in stijl pogen te vangen van een levende veelheid aan gedachten, daar was het Dirk om te doen. Met een klauw dan wel met een vlindernet. Alles bij elkaar laat hij een schatkamer aan teksten na, waarin zich meerdere boeken verborgen houden. Het voelt wat bitter dat er tot op vandaag maar een handvol titels van hem is verschenen, dan nog telkens bij een andere uitgever. Het zegt iets over de eenzame hoogte waarop hij actief was en over het boekbedrijf in deze contreien (dit najaar verschijnt bij Lannoo nog De geknipte stof, zijn belangrijkste teksten over mode, kledij en filmkostuums).

Hoewel Dirk Lauwaert zich tot geen enkele school bekende, waren de semiotiek en de psychoanalyse (Freud en Lacan) voor hem van wezenlijk belang. Ze liggen beide als bepalende grondvormen verzonken in het diepe meer dat zijn oeuvre is. Zelf verwoordde hij zijn uitgangspunten zo: extreme passie en extreme rationaliteit.

Misschien was hij het hier niet helemaal mee eens, maar, zoals hij een leven lang de vrouw heeft bezongen, haar verschijning, haar geheimen, haar beloften, haar ongearticuleerde begrijpen en de warmte van haar woorden en haar schoot, dat is waarschijnlijk de mooiste zingende draad doorheen zijn oeuvre.

De stukken van Dirk Lauwaert stemmen, zoals gezegd, zelden vrolijk. De plaats van zijn geboorte (Königshofen, Beieren) en de datum (19 januari 1944) hebben daarmee te maken – verklaren ook lang niet alles; het leven is meer dan wat je vader op zijn kerfstok had. Toch is hier al die tijd een volbloed vitalist aan het woord geweest. Een sensualist ook (hij hield volkomen terecht van Italië en van de Italiaanse keuken). Niet aflaten. Nooit opgeven. Iedere tekst een krachtmeting, soms ook – vaak eigenlijk – een overwinning.

In de laatste jaren van zijn leven schreef Dirk Lauwaert vijf autobiografische teksten die tot zijn meest indringende werk behoren. Over de Vader, het Huis, Vriendschap, de Garderobe (ook belangrijk!) en een tekst met als titel ‘De niet meer Gezonde Man’. Over het leven met de tumor die hem zou dooddoen.

Voor de volledigheid som ik de boeken op die bij leven van hem verschenen. Affect/Afstand (Klapstuk, 1987), Artikels (De gelaarsde kat, 1996), Dromen van een expeditie – Geschriften over film 1971–2001 (Vantilt, 2006), Lichtpapier – Teksten over fotografie (FotoMuseum Antwerpen/ Nederlands Fotomuseum, 2007), Onrust (het balanseer, 2011). Als je ze antiquarisch tegenkomt: koop ze. Ze veranderen je leven.

De artikels die Dirk Lauwaert voor Etcetera schreef zijn consulteerbaar op theater.ua.ac.be/etc.

Onrust van Dirk Lauwaert werd door Erwin Jans besproken in Etcetera 128 (maart 2012).