Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Shira Marek
Music Hole van Steven Michel laat ons baden in een spookachtige sfeer, terwijl we toekijken hoe vier mensen een soort trip doormaken. Het acteerwerk overtuigt en op elk moment is iets interessants of vernuftigs te zien. Maar wat dit alles betekent, blijft enigszins wazig.
‘Open the door! Open! DING DONG! Open. The. Door!’ Het moet ergens halverwege Music Hole zijn. Nathan Ooms heeft een deur en deurbel gekrijt op een groot zwart paneel in het midden van de scène en staat er ontiegelijk hard naar te schreeuwen, samen met medeperformers Inga Huld Hakonardottir, Erwan Ha Kyoon Larcher en Marina Sangra.
Er spreekt een verlangen uit dat ik op dat moment deel, want toegankelijk is deze performance van Steven Michel/GRIP niet. Kort voor de deurscène frustreert dat zelfs een beetje. Niet dat Music Hole een droge bedoening of oninteressant is. Integendeel, deze performance is geregeld komisch en al vanaf het begin slagen de maker en performers erin een mysterieuze, spookachtige sfeer te scheppen.
Dat gebeurt met eenvoudige, maar daarom niet minder overtuigende truken: bewegende spots die lichtvlekken en schaduwen voortbrengen (vernuftig ontworpen door Max Adams); een geweldige soundtrack (Raphaëlle Latini) met industriële geluiden, distortion, klakkende tongen en onverstaanbaar gemurmel, die vervloeit met wat de performers stamelen. Ooms rolt geregeld zijn ogen naar achteren en wringt zich in onmogelijke houdingen, Hakonardottir wandelt robotisch rond en speelt met haar schaduw op de muur. Soms maken de performers contact met elkaar, maar vaker lijken ze hun persoonlijke trip door te maken, hortend, hijgend en grimassend.
Dat Michel zich liet inspireren door spiritistische praktijken is duidelijk. Interessanter is dat hij het spookachtige ook zoekt in het concept hauntologie. De Frans-Algerijnse filosoof Jacques Derrida lanceerde het woord hantologie in zijn Spectres de Marx (1993). Het is een samentrekking van hanter (rondspoken, achtervolgen) en ontologie (zijnsleer). In Derrida’s boek komt het woord welgeteld drie keer voor, maar dankzij filosofen en kunstcritici als Mark Fisher groeide hauntology in de jaren 2000 uit tot een heuse stroming.
“Music Hole doet je afvragen wat de oorsprong is van onze woorden en gebaren. En hoe die vervormen, vervormd worden door ons én ons transformeren, onze denkbeelden beïnvloeden.”
Hauntologie laat zich kaderen als een wetenschap van geesten, van wat rondwaart in onze samenleving. Dat kunnen vervlogen idealen of ideeën zijn, fantasieën of (traumatische) herinneringen. Die spoken (spectres) zijn er volgens Derrida tegelijk wel en niet, ze behoren niet toe aan onze tijd, maar hebben er wel invloed op. Door die paradoxale zijnswijze lossen de spoken het onderscheid tussen verleden, heden en toekomst op. Ons lineaire tijdsbesef gaat met andere woorden op de schop, en de spoken bestoken ons met het besef dat er een ander verleden had kunnen zijn, net als een andere toekomst.
Music Hole-maker Michel beschrijft zulke spoken als ‘sporen die door de tijd heen sijpelen, het heden binnendringen, en zo indrukken van déjà vu opwekken’. Hij laat zijn publiek die sporen traceren aan de hand van de herhaalde gebaren en woorden van de vier performers. Het doet je afvragen wat de oorsprong is van onze woorden en gebaren. En hoe die vervormen, vervormd worden door ons én ons transformeren, onze denkbeelden beïnvloeden. Zeker wanneer Ooms het zwarte paneel als schoolbord gebruikt en zijn medeperformers en publiek op een verbluffende les trakteert – het woord magistraal was zelden zo toepasselijk. ‘NO. 1’ schrijft hij, en hij roept: ‘Number one!’ ‘No one, no one’, roept Sangra terug.
De les mondt uit in een soort seance, waarin de vier performers stuiptrekken en lijken te worstelen met de opgeroepen ideeën. Hakonardottir laat zich telkens met een luide schreeuw op de grond kletteren, Ooms lijkt geplaagd te worden door herinneringen – 164.000 herinneringen om precies te zijn – en herhaalt steeds: ‘Don’t remember the day that we went into the park.’
Waarom zou hij zich die dag in het park niet willen herinneren? Is er iets traumatisch gebeurd? Of was het juist een goede herinnering, die pijnlijk duidelijk maakt wat nu niet meer is? Hoe dan ook, de compulsieve herhaling is een van de twee richtingen van hauntologie, schrijft Fisher in zijn artikel ‘What is hauntology?’ De andere richting wijst naar de toekomst. Het gaat dan bijvoorbeeld om anticipaties waardoor we ons huidige gedrag al aanpassen. Al worden we sinds de 21ste eeuw volgens Fisher vooral achtervolgd door ‘lost futures that the twentieth century taught us to anticipate’. Niet alleen is er het besef dat de betere toekomsten waarvan we ooit droomden niet zullen komen, we missen onze vroegere capaciteit om een compleet nieuwe, andere toekomst te verbeelden, stelt Fisher. Een albumtitel van The Caretaker vat dat gevoel volgens hem perfect: Sadly, the future is no longer what it was.
Dat geeft ons een sleutel (pun intended) om de deurscène te begrijpen: een wanhopige schreeuw om die mogelijkheid, die toekomstverbeelding terug te krijgen. Ooms wist de deur na die scène uit met een natte spons. In de plaats zien we een grote zwarte cirkel, vanwaaruit druppels naar beneden biggelen. De vier verdwijnen achter het paneel en keren terug in bruine hoody’s, gehuld in de nevel van een rookmachine. Misschien zijn zij nu de spoken geworden, en houden ze ons de mogelijkheid voor om buiten de tijd te stappen, en ons wel een andere toekomst in te beelden.
Wat daarop volgt is dan ook vrolijker, speelser; de performers wandelen rond en spelen met (echte) trommelstokken op een denkbeeldige trommel. Ooms houdt een groene zaklamp onder het verwrongen gezicht van Larcher en beschijnt er vervolgens Hakonardottir mee, die grimassend in het schijnsel van een rode spot ligt. Music Hole eindigt met een gloeilamp die op een soort antenne op een op afstand bestuurbare auto bevestigd is. Het ding rijdt langzaam naar voren, het peertje komisch zwiepend. Het is een van de vele beelden uit deze performance die fascineren. Maar bij mij blijven er wel wat losse eindjes achter. Ik wacht nog steeds tot ook hier een lampje gaat branden.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.