Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Annemie Augustijns
Mondtags Salome zou je kunnen omschrijven als een ‘theateropera’. De voorstelling begint meteen in de dialoog. Geen ouverture of andere gebruikelijke muzikale inleiding. De Duitse componist Richard Strauss – niet te verwarren met de Oostenrijkse operette en An der schönen blauen Donau componist Johann Strauss jr. – zette in 1905 Oscar Wilde’s éénakter Salomé uit 1893 op muziek. Wat opvalt aan Mondtags versie, is hoe zijn scenografie en spelregie bijdragen aan het gevoel dat zowel in het libretto als in de muziek een aangenaam soort ‘zelfbewustzijn’ zit over het feit dat het hier een muziekdrama betreft.
Salome vertelt verhaal van de dochter van Herodias – Salomé dus – die verlangt naar de profeet Johannes De Doper (Jochanaän in het stuk). De Doper zit gevangen in het paleis van koning Herodes, de nieuwe man van Herodias. Herodes echter, verlangt naar Salome. Herodias wordt door De Doper beschimpt omdat ze zondig zou zijn, door haar nieuwe huwelijk met de broer van haar man, een nieuwe partner waardoor zij wel koningin zou kunnen worden. Edele figuren dus, maar wel geleid door vleselijke en machtslusten.
De voorstelling opent met een dialoog tussen een bewaker en iemand van de hofhouding, over hoe mooi de maan wel niet is, en over hoe mooi Salomé wel niet is. De bewaker heeft er alles voor over. Centraal op de scène torent een soort brutalistisch Sovjet kasteel waarin de gigantische hoofden van de leider en zijn vrouw, uitgehouwen zijn. De vale bruin-grijze kleur van dit gebouw loopt door in de kostuums van de zangers-spelers, die – typisch voor Mondtag – ook nog wit geschminkte gezichten hebben. Geen kleur in deze wereld. Wanneer het toneel aan het draaien gaat, worden aan de flanken van dit paleis ook twee mozaïeken zichtbaar, één met een Egyptisch ogende godin en één van een duivel met een baby in de klauwen. Qua esthetiek doen deze denken aan de symbolistische periode waarin Salome als figuur regelmatig voorkwam. Inhoudelijk kan je ze lezen als een verwijzing naar de vader van Herodes, die uit angst voor komst van de messias alle kinderen in Bethlehem liet doden, en aan die andere Salome, die Jezus in Egypte ontmoette. De ‘achterkant’ van het paleis, het interieur dus, doet dan weer meer denken aan de periode van Wilde en Strauss, terwijl de uniformen van de wachters van het paleis dan weer doen denken aan retro sci-fi zoals Dune. Tijden lopen door elkaar, wat wonderwel resoneert met de eclectische muziek, en tegelijk het verhaal iets ongedwongen universeel geeft, in plaats het van krampachtig te willen actualiseren.
“Salome is hier geen symbool voor een diepere waarheid of ongrijpbare schoonheid. Ze is een concrete persoon, die haar zinnen heeft gezet op een man en haar eigen lichaam in de strijd werpt.”

© Annemie Augustijns
Ook muzikaal blijft het vrij droog, het is pas wanneer Johannes De Doper, onzichtbaar en vanuit de diepte van zijn cel, zingt, dat de klank aanzwelt en de grootse, mythische kwaliteiten van het operagenre even komen piepen. Je zou dat kunnen interpreteren als dat het gaat over een gevaarlijke profeet die het medium inzet om zijn publiek te manipuleren, maar te midden van die bleke scenografie worden deze profeet en zijn boodschap zodanig gerelativeerd dat ze haast belachelijk worden. Uiteraard zingt een profeet ‘opera’, uiteraard zingt Salome, die wanneer ze opkomt het grijs doorbreekt met haar rode jurk en ros haar, haar absurde liefdesverklaring op basis van de stem die ze hoorde van De Doper in opera jargon, en uiteraard zal later Herodes, een pafferige, onbelangrijke autocraat dat ook doen. Dat maakt deze Salome nogal tongue-in-cheek en bij momenten ook echt grappig. Het is niet voor niets een Oscar Wilde-verhaal. Decadentisme, het onderuithalen van grote moraal, het te kijk zetten van ‘belangrijke figuren’, de aandacht voor het lichamelijke en lust: Mondtag laat het ook hier allemaal gebeuren in deze driehoeksverhouding tussen personages die enkel met hun eigen religieuze en seksuele verlangens of imago bezig zijn.
Echter, wanneer twee of meer narcisten met elkaar in de clinch raken, dan kan je er zeker van zijn dat er slachtoffers zullen vallen in hun omgeving. En dat laat Mondtag goed zien. Wanneer Salome en de in het blauw gehulde Johannes De Doper in hun dialoog elk opgaan in hun– verschillend – delirium, wordt één van de wachters neergeschoten. Wanneer Herodes en Salomé verstrengeld raken en Salomé instemt om ‘te dansen’ voor Herodes in ruil voor gelijk wat ze wil, gaat dit ten koste van Johannes De Doper, wiens hoofd op een zilveren schotel aan Salomé gepresenteerd wordt. Wanneer daarna Salomé in een lange ‘monoloog’ met het hoofd van De Doper, waarin ze opnieuw haar liefde en verlangen naar hem uitdrukt, deze opera afsluit, zien we op de achtergrond hoe de wachters worden neergeschoten en Herodes geëxecuteerd. De kenmerkende bodysuits die Mondtag ook al in eerder werk gebruikte – gebroken wit, met zwarte lijnen die lichaamsvormen weergeven – dragen bij aan het poppenkastgehalte van deze voorstelling. De wit geschminkte gezichten doen behalve aan de pop ook aan de clown doet denken. Die schijnbare banalisering van geweld, grijs en grauw in de achtergrond, tegenover de tamelijk narcistische hoofdfiguren op de voorgrond die helemaal opgaan in hun eigen waanvoorstellingen, is Mondtags sterkste inhoudelijke regiekeuze.

© Annemie Augustijns
Salome is hier geen symbool voor een diepere waarheid of ongrijpbare schoonheid. Ze is een concrete persoon, die haar zinnen heeft gezet op een man en haar eigen lichaam in de strijd werpt. Zoals te verwachten hebben we vandaag niet meer de moraal aan het einde van het stuk nodig, en hoeft Salomé niet te sterven voor haar daden, ze overwint. Je kan dit echter bezwaarlijk een feministisch statement noemen, eerder een soort narcistische illusie. Al wat ze wil, is gezien worden – Waarom heb je niet naar mij gekeken? is één van de meest absurde zinnen die ze tegen het afgehakte hoofd zingt — en of er nu een levend lijf onder de ogen hangt van haar lustobject, lijkt niet zo heel belangrijk. Het doet wat denken aan de aandachtseconomie van sociale media, die de innerlijke narcist van haar gebruikers voedt door de dubbele eis van veel te moeten ‘delen’ en veel bekeken te moeten worden. Wanneer die twee zich in elkaar vastklikken, versterken ze elkaar in een opwaartse spiraal. Wanneer deze dynamiek er niet is, stort het individu in en doet het steeds meer wanhopige pogingen in de zoektocht naar aandacht – zo zou je sommige handelingen van Herodias kunnen lezen, die vergeefs probeert de aandacht van haar man te krijgen en ook maar wat achter haar dochter aanloopt. Wilde’s decadente afwijzing van de kleinburgerlijke en christelijke moraal wordt zo ook een afwijzing van gelijk welke andere moraal: alleen het individu en de aandacht telt.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.