© Laura Van Severen

Leestijd 7 — 10 minuten

Glitch Witch – Meg Stuart/Damaged Goods

Lichamen als raadsels, samenzijn als streven

Glitch Witch is een vintage Meg Stuart. Er is geen overkoepelend narratief: de voorstelling bestaat uit een opeenvolgende reeks tableaux vivants waarin soms veel, soms weinig gebeurt, en een enkele keer het geheel haast stilvalt in een paradoxaal moment van bewogen bewegingsloosheid. De drie performers – Omagbitse Omagbemi, Mieko Suzuki (ook verantwoordelijk voor de muziek) en Meg Stuart – wisselen doorgaans herkenbare met een beetje tot zeer bizarre bewegingen af.

In de openingsscène bijvoorbeeld wordt er geknield en weer rechtgestaan, achterover geleund, gezamenlijk geschuifeld en rondgedwaald, op handen en voeten gekropen, met het zwarte stof op de vloer gespeeld; tussendoor gaat een arm kort de lucht in of ligt een lijf kort met zichzelf in de knoop. De bewegingen lijken doelloos, maar resoneren onderling: ze raken met elkaar verstrikt in een nevelige dialoog zonder onderliggende melodie. Er ontstaat zo altijd weer opnieuw een sfeer, een letterlijk stemmige situatie.

De tonaliteiten in Glitch Witch veranderen per scene, deels in samenhang met de muziek (ook dat is een constante in Stuarts oeuvre: klanken zijn mede-performers). Rechts op het podium staat een fors uitgevallen dj-tafel, die tijdens de voorstelling meermaals wordt gebruikt. De elektronische soundscape is regelmatig luid, heftig, gruizig ook, met af en toe een retro-futuristische twist. En er is ook de aparte scenografie van Nadia Lauro, die de voorstelling voorziet van een basisteneur: zilverkleurige hele en halve, grote en kleine discoballen op een vloer die lijkt bedekt met steenkoolgruis.

Het podium heeft daarom iets van een surrealistisch maanlandschap, een indruk die de performers in de openingsscène bevestigen door het dragen van een groot uitgevallen bril met spiegelend glas. Tegelijk is er de suggestie van een post-apocalyptische woestenij, een onherbergzaam niemandsland zonder veel vaste ankerpunten, een omgeving waarin je wel moet verdwalen omdat er geen oriënterende kaart meer voorhanden is. De belichting versterkt vaak die duistere, bij momenten dreigende sfeer: veel gedimd licht, veel grijzige donkerte.

Slapstick

De dialectiek tussen conventionele en zonderlinge handelingen, familiaire en grillige gestes, gaat vele kanten op. Glitch Witch bespeelt meerdere registers: het groteske (bekken trekken bijvoorbeeld, maar ook overdreven springerige bewegingen), het frenetieke (blijven doorgaan op tweetakt-techno), het dromerige (als verdwaald over het podium lopen), het hilarische (drie vrouwen die kleren aan- en uittrekken en ondertussen als in een soap zitten te kletsen). De hilarische en groteske momenten duwen de voorstelling richting vaudeville of slapstick-film. Glitch Witch exploreert tijdens pakweg een kwart van de voorstelling de mogelijkheid om komisch te zijn zonder dat het gewoon banaal-grappig wordt.

In de langzamere delen stolt soms de wisseling tussen bekende en onbekende lijfelijkheid tot een bijna-niet-bewegen waarin de performers schijnbaar zomaar zitten te frommelen aan zichzelf of verdwaasd schoffelen. Het doet Beckettiaans aan, vooral door de doelloosheid, maar het wordt nooit absurd. Ik moet veeleer denken aan het surrealisme van een Margritte, zelfs een Delveaux: drie vrouwen wier zelfgefrunnik of met afwezige blik uitgevoerde slow dance zinspeelt op die nulgraad waarin een lichaam weifelt tussen verveling en de hoop op een verlossende gebeurtenis. Deze mood roept niet meteen betekenissen als melancholie of verdriet op, maar verwijst naar een haast volledige de-subjectivering, een willoos wegzinken in het eigen lichaam: gedachteloos, enigmatisch, grondeloos.

Daar is allemaal niets vreemds aan. Ieder treinstation of metrostel wordt bevolkt door in zichzelf verzonken lichamen, in neus en oor peuterende handen, of verstrooid scrollende ogen die, al turend naar een schermpje, geen zinvolle boodschappen maar lege informatie verorberen. Alles buitenkant, alles reden-loos: Glitch With staat middenin de maatschappelijke realiteit, bekeken door een choreografische lens die scherp stelt op de micrologische werkelijkheid die elk lichaam is.

Stamelende betekenissen in stotterende lichamen

Meestal – en ook dat is vintage Stuart – blijven de getoonde bewegingen goeddeels raadsels: afwisselend eenvoudig en complex ogende rebussen waar je geboeid naar kijkt in de hoop op een sleutelbeweging, een bepalende geste waarmee je het mysterie ontsluiert, eensklaps, als beloning voor je aandacht. De choreografische finesse zit in het hinten op een motiverende betekenis of ‘binnenkant’ van de geziene bewegingen, zodat je blijft kijken naar ‘de buitenkant’. Zoiets als: stamelende betekenissen in stotterende lichamen. Dat fysieke stotteren fascineert juist door de dialectiek tussen vertrouwdheid en ‘abnormalisering’ (het bekende vervreemden is overigens het basisprincipe van alle poëzie). Stuart maakt bevreemdende kunst die door de verankering in alledaagse gestes haast biologerend werkt.

Finaal ontgaat je echter in de meeste scenes de ultieme zin van het bewegingsmateriaal, maar dat geldt niet voor ieder deel of de voorstelling als geheel. Ook zonder narratief baldakijn, heldere conceptuele insteek of discursieve inspiratie, insisteert in Glitch Witch een toon, een herhaalde stembuiging in de verschillend gestemde tableaux vivants. Dat timbre wordt indirect aangeduid door de titel.

“Stuart maakt bevreemdende kunst die door de verankering in alledaagse gestes haast biologerend werkt.”

Zowat alle voorstellingen van Stuart bevatten fysieke glitches: haperende bewegingen, een uit de haakse lijfelijkheid, een lichaam dat onder stroom lijkt te staan. Of er ook drie witches op het podium performen, of – in de omgekeerde leesrichting – de performers zich heksachtig gedragen? De pointe ligt, zo denk ik, in de pejoratieve bijbetekenis van het woordje heks (waar Stuart in een interview over de voorstelling nadrukkelijk naar verwijst): een lelijke, kwaadaardig lijkende oude vrouw.

Deze kwalificatie gaat natuurlijk niet direct op de drie performers, die echter wel de veertig voorbij zijn: de voorstelling ontstond in het kader van het Encounter-programma van het Berlijnse Dance On Ensemble, dat werkt met oudere dansers. Zij vinden in het reguliere circuit in de regel nog moeilijk emplooi: oud = out, en een danser is oud wanneer die naar de veertig toegaat. Omagbemi, Suzuki en Stuart tonen zonder schaamte hun oudere lichamen, zonder hun fysieke leeftijd ook te etaleren: dit is een feministische voorstelling zonder sloganeske bijsluiter. 

Er is nog een andere lezing van de titel mogelijk. Glitch Witch ontstond uit improvisaties waarin de drie performers een gemeenschappelijke taal trachtten te ontwikkelen die recht zou doen hun onderlinge diversiteit. Dat lukte, eerder voorspelbaar, niet echt: persoonlijke verschillen verhinderen een wrijvingsloze collectieve synthese. Ook zij zorgen voor glitches – voor sociale haperingen en storingen, voor een onverwachte output ook.

Je kan, zoals Stuart vaak in gesprekken doet, deze verschillen depersonaliseren en verbinden met uiteenlopende krachten die je lichaam hebben gestempeld: afkomst, onbewuste hechtingen, kleine of grote trauma’s… Samen genomen werken ze als een beheksende toverspreuk. De uiteenlopende krachten doen je lichaam in de ban en kunnen het zelfs zodanig betoveren dat je in een trance komt waar je maar moeilijk uit raakt. Glitch Witch bevat meerdere zo’n momenten, zowel stille als luide: trance-lichamelijkheid is, net als een sputterende fysicaliteit, een waarmerk van Stuarts choreografische signatuur.

Why can’t we live together

Meerdere scenes tonen een bij elkaar (willen) komen en uit elkaar gaan, soms met gespeeld geweld: eerst samen dansen – ook unisono – en een moment later, zoals in het duet van Stuart en Omagbemi naar het einde toe, huppelend, vervolgens quasi-hysterisch alleen verder bewegen. De slotscène volgt eenzelfde logica. Te midden de licht weerkaatsende ballen draaien de drie performers met de handen in de lucht en vormen ze aansluitend een drieledige ketting die uitloopt op een trio-omhelzing – waarna het groepje weer uiteenvalt en Suzuki, Omagbemi en Stuart richting uitgang sjokken, in zichzelf gekeerd, als loslopende lichamen die op zoek lijken naar een soortgenoot.

“Hopend en tastend blijven ze streven naar solidariteit, ook al wijkt dat doel telkens bij elke nadering of slaat een bijna geslaagde poging eensklaps om in bitsigheid of weglopen”

De paar omarmingen in de voorstelling komen over als troostende momenten die het niet volledig lukken van saamhorigheid compenseren. Tegelijk is er altijd weer opnieuw de zweem van een reële verbondenheid door het zoeken daarnaar, zonder dat de gezochte eenstemmigheid wordt gevonden. Hopend en tastend blijven streven naar solidariteit, ook al wijkt dat doel telkens bij elke nadering of slaat een bijna geslaagde poging eensklaps om in bitsigheid of weglopen: Glitch Witch insinueert dat deze houding het antwoord levert op de vraag in de titel van de eertijdse hit van Timmy Thomas, ‘Why can’t we live together’. De song wordt helemaal aan het einde van de voorstelling gedraaid, wanneer er al applaus weerklinkt. Het is misschien geen toeval dat het publiek enkel de muziek, niet ook de tekst van deze popklassieker hoort.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#178

15.12.2024

—

28.02.2025

Rudi Laermans

Rudi Laermans is socioloog en auteur, en tevens werkzaam als vertaler en dramaturg. Hij was hoogleraar sociale theorie aan de KU Leuven en gastdocent theorie aan meerdere kunsthogescholen, een rol die hij blijft opnemen binnen P.A.R.T.S. in Brussel. Recent publiceerde hij de boekessays Gedeelde angsten (2021) en Democratie zonder politiek? (2024). Als vertaler werkte hij o.a. mee aan Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis (2023) van Oskar Negt & Alexander Kluge en Verlies (2025) van Andreas Reckwitz. Hij is al geruime tijd dramaturg bij Not Standing, het gezelschap van Alexander Vantournhout, en gaf ook dramaturgische input bij voorstellingen van o.m. Aïda Gabriëls.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!