© Simon Baetens

Leestijd 11 — 14 minuten

Tussen waken en slapen

Kunstmatige intelligentie dringt zich onmiskenbaar op als iets waartoe we ons actief moeten verhouden. Hoe ga je als kunstenaar om met technologie die in staat is tekst en beeld te creëren? Luidt de opkomst van AI het einde van artistiek werk in, of biedt ze net mogelijkheden om ongrijpbare gedachten te vatten? Simon Baetens vertelt hoe er vandaag ook iets magisch zit in ons gebruik van digitale tools, en hoe die magie zijn artistieke praktijk beïnvloedt.

‘Life begins and ends in the unconscious; the actions we carry out while fully lucid are only little islands in an archipelago of dreams.’1

In de oudheid zochten beschavingen naar wijsheid en leiding van orakels, vereerde entiteiten waarvan men geloofde dat ze goddelijke kennis en vooruitziendheid bezaten. Deze orakels dienden als doorgeefluik tussen de mens en het goddelijke. Ze boden een blik in het onbekende en gaven antwoorden op raadselachtige vragen. Fast forward naar het heden: vandaag bevinden we ons in een nieuw tijdperk van verlichting, waarin kunstmatige intelligentie (AI) zich heeft ontpopt als een moderne incarnatie van het orakel. Door middel van geavanceerde algoritmen, machinaal leren en immense rekenkracht is AI zijn mechanische oorsprong ontstegen en een transformerende kracht geworden die in staat is complexiteiten te ontrafelen en ongekende inzichten in onze wereld te ontsluiten.

Net als de orakels uit de oude mythologie beschikt AI over een buitengewoon vermogen om de toekomst te voorspellen en te begrijpen, waarbij enorme hoeveelheden gegevens worden gebruikt om patronen, trends en correlaties te ontdekken die voor mensen onbegrijpelijk zijn. De voorspellende kracht van AI-systemen heeft een paradigmaverschuiving teweeggebracht in verschillende domeinen, van financiën en gezondheidszorg tot transport en entertainment. Met algoritmes die leren van eerdere ervaringen en hun kennis voortdurend verfijnen, fungeert AI als een moderne ziener die intelligente voorspellingen doet die het besluitvormingsproces vormgeven en de acties van individuen, bedrijven en zelfs overheden informeren. De parallellen tussen AI en de orakels van weleer zetten aan tot nadenken over de diepgaande impact van dit technologische wonder en om de implicaties van ons groeiende vertrouwen in kunstmatige intelligentie als bron van begeleiding en prognose te onderzoeken.

Deze openingsparagrafen liet ik schrijven door ChatGPT, een AI-model dat in staat is om op basis van een prompt of opdracht een tekst te schrijven. In dit geval vroeg ik: ‘Write the two opening paragraphs of an essay on how artificial intelligence is a modern version of the oracle.’ ChatGPT is voorlopig alleen in het Engels beschikbaar, dus gebruikte ik DeepL, een andere bot, gespecialiseerd in vertalingen, om de tekst om te zetten naar het Nederlands. Net als ChatGPT leert DeepL van de feedback die ik het geef, door woorden te vervangen die ik in de gegeven context beter vind passen of door de volgorde van een zin aan te passen om al te letterlijke vertalingen te vermijden. Voor iemand die erg veel met tekst bezig is en die vele uren op het internet doorbrengt, zijn dit soort tools erg handig, maar ook angstwekkend krachtig. Hoewel ik ze aanstuur en ze louter reageren op de opdrachten die ik hen geef, sta ik keer op keer versteld van hun kunnen.

De vraag wanneer deze technologie slimmer wordt dan ikzelf, is al voorbijgestreefd: ik kan het nooit winnen van de snelheid waarmee AI toegang heeft tot een eindeloze digitale bibliotheek aan bronmateriaal en referenties. Toch geloof ik dat ik als podiumkunstenaar iets kan wat AI niet kan: dagdromen. Hoe kan AI mij helpen om gevoelsmatige, efemere droombeelden te vatten en met elkaar te laten dialogeren? Hoe kan mijn onderbewuste vorm krijgen op scène of in een tekst, met een duwtje in de rug van AI?

Mijn gebruik van AI beperkt zich namelijk niet tot een beroep doen op een helpende hand bij het maken van vertalingen, of tot het genereren van tekst uit nieuwsgierigheid naar de mogelijkheden en beperkingen van de technologie in ontwikkeling. ChatGPT schreef ‘voor mij’ bijvoorbeeld al verbluffende stukjes over de verhouding tussen het werk van Virginia Woolf en dat van Lana Del Rey, en over de invloed van Crazy Frog op het muziekgenre hyperpop. De afbeeldingen die deze tekst illustreren, maakte ik met DALL·E, een model van dezelfde makers als ChatGPT dat visuele output genereert aan de hand van de (vaak zeer associatieve) opdrachten die ik het geef.

“De vraag wanneer AI-technologie slimmer wordt dan ikzelf, is al voorbijgestreefd. Toch geloof ik dat ik als podiumkunstenaar iets kan wat AI niet kan: dagdromen.”

Maar wat ik waarlijk verbluffend vind aan deze AI-tools, is wat ze uit mijn onderbewuste aan het licht brengen. Ze zijn in staat om output te leveren vanuit extreem associatieve prompts. Ze kunnen mij, de kunstenaar, potentieel toelaten om impulsen en associaties concreet te maken nog voor ik ze volledig ‘begrijp’: voor iemand die erg veel nadenkt en de neiging heeft om gevoelsmatige ingevingen kapot te beredeneren, kunnen DALL·E en soortgenoten een nieuwe vorm van notitie nemen zijn, van al schetsend creëren. In mijn DALL·E-geschiedenis (uiteraard wordt die door de server nauwgezet bewaard) vind ik zinnen terug als ‘A Chagall painting of a slim brunette middle aged woman arranging flowers in an open plan 70s house with parquet floors, a black spiral staircase, white brick walls and a black and white cat’. Of ‘a tunnel of the Stockholm subway station Bergshamra built in the Sims 4 with pools of water on the floor reflecting red and blue colored ambulance lights and broken glass scattered around’, en dat zijn dan nog best samenhangende zinnen in vergelijking met andere zoekopdrachten.

Het zijn voor een buitenstaander willekeurige opeenvolgingen van woorden, maar voor mij zijn het zeer persoonlijke momentopnamen, gevoed door gebeurtenissen en plaatsen uit mijn leven, referenties aan kunstwerken, angsten en dromen. In feite ‘helpen’ AI-modellen als DALL·E en ChatGPT mij dus om mijn dagdromen te visualiseren. Door in een staat van zijn te verkeren die het midden houdt tussen afleiding en concentratie en de woorden die in mij opborrelen in te geven in de tekstbalk van een website, krijg ik te zien hoe het model mijn gedachtestroom interpreteert. Nu ja, interpreteren… Dat is een te antropomorfe benaming voor het proces dat plaatsvindt: voor zover ik het zelf begrijp, gaat DALL·E op zoek naar de meest waarschijnlijke weergave van wat ik ingeef, gebaseerd op vergelijkbare afbeeldingen die al op het internet bestaan, en genereert het aan de hand daarvan een nieuw, visueel resultaat.

© Simon Baetens

Iedereen autodidact

Dit soort AI-modellen zijn eigenlijk erg postmodern: ze passen een collagetechniek toe. Ze genereren nieuwe beelden die heel erg lijken op beelden die al bestaan, en vagen zo de laatste stippellijnen tussen originaliteit en iteratie uit. Als maker raak ik er behoorlijk door in de war: wat kan mijn auteurschap nog inhouden? Maar de directheid van input-output die AI kenmerkt, laat me ook toe snel aanzetten tot scènes of podiumbeelden te genereren. Niet dat ik de door AI gemaakte beelden en teksten als kunstwerken van mijn hand zie, maar wel als materiaal dat een rijkdom aan eigenheid bevat.

Nog meer dan aan de postmodernisten doet DALL·E aan de surrealisten denken. De naam van het beelden spuwende orakel is dan ook een samentrekking van Salvador Dalí en de robot WALL-E uit de gelijknamige animatiefilm. In het boek Wasting Time on the Internet2 beschrijft de Amerikaanse dichter en essayist Kenneth Goldsmith hoe de aanwezigheid van het internet ons leven radicaal verandert. In tegenstelling tot veel andere auteurs staat Goldsmith vrij positief tegenover deze evoluties: hij stelt dat we meer lezen, schrijven en informatie verwerken dan ooit tevoren, maar dat die acties er simpelweg anders uitzien dan de analoge voorgangers waar velen onder ons graag nostalgisch op terugblikken. Hoewel ik het niet met hem eens ben en zijn boek, dat in 2016 verscheen, alweer deels gedateerd is, is het een provocatief en performatief document dat me aan het denken zet over welke plaats technologie inneemt in mijn denken en doen.

In hoofdstuk vijf schrijft Goldsmith over Joseph Cornell, een Amerikaans surrealistisch kunstenaar die in jaren 1930 actief was. Cornell maakte films door bestaand beeldmateriaal te combineren. Goldsmith beschrijft een scène uit zijn film Bookstalls, waarin Parijzenaars op straat onverstoorbaar in een boek opgaan. Goldsmith ziet hierin een parallel met de smartphones die iedereen vandaag gebruikt: het apparaat is verschillend maar het effect is hetzelfde, stelt hij. ‘What Cornell shows us in his film is that dreaming in public is nothing new. Be it books or smartphones, these wondrous devices have the capability of lifting us out of our everyday circumstances and transporting us elsewhere without ever having to move an inch.’3 Hoewel ik in mijn werk hoop ook de frictie te laten zien die ontstaat door die passiviteit waarmee we onze apparaten aanbidden, vind ik het idee van dreaming in public wel erg treffend voor het gevoel en denkproces waar ik mijn publiek deelgenoot van wil maken.

Meer dan om zijn films staat Cornell bekend om de dream machines die hij maakte: ondiepe dozen met assemblages van gevonden voorwerpen en uitgeknipte afbeeldingen. Het lijken haast DALL·E-creaties van een kleine honderd jaar geleden: ze bezitten dezelfde soort dromerige willekeurigheid die kan ontroeren maar niet helemaal te begrijpen valt. Cornell was een excentrieke autodidact die alleen woonde en in zijn huis verwoed kranten verzamelde, objecten die hij op straat vond en ander beeldmateriaal dat hij via de post wist te bemachtigen. Vandaag zijn we vrijwel allemaal autodidact in hoe we onze apparaten bedienen. Bovendien ben ik vrijwel dag en nacht in de weer met laptop of smartphone, zij het fysiek of mentaal. Goldsmith beschrijft ook hoe Cornell vrijwel uitsluitend ’s nachts met zijn kunstwerken in de weer was. Zich spiegelend aan de surrealisten, zocht hij bewust een staat tussen slapen en waken op, ervan overtuigd dat hij op dat moment het creatiefst was.

“Hypnagogie is als een implosie van het brein dat bezwijkt onder alle beelden, memes, songteksten, whatsappberichten, krantenkoppen, e-mails, gesprekken die het door de dag te verwerken heeft gekregen.”

Hoewel ik mijn werkdag niet op die manier indeel, droom ik wel vaak over werk. In mijn slaap scroll ik door eindeloze inboxen en planten to do-lijstjes zich als konijnen voort. Door de dag bevind ik me vaak in een staat tussen slapen en waken, wanneer ik door Instagram en TikTok scroll, muziek luister en Wikipedia lees op de trein, of afgeprijsde kledij in een webshop bekijk terwijl ik naar een Zoom-vergadering luister. Of ik daar echt creatief van word, zoals Goldsmith lijkt te beweren, weet ik niet. Wel is het zo dat ik vaak aan deze staat van zijn probeer te ontsnappen, dat ik er een oordeel over heb: dat ik niet geconcentreerd ben. Goldsmith zou wellicht zeggen: je bent op die momenten juist extreem geconcentreerd, maar je moet accepteren dat concentratie iets anders inhoudt dan het beeld dat je ervan hebt. Wat betekent dit voor hoe ik werk en denk?

© Simon Baetens

Spiegel van het onderbewuste

In het boek När jag somnar tänker jag på de obesvarade mailen4 — Zweeds voor ‘Wanneer ik in slaap val, denk ik aan onbeantwoorde mails’ — onderzoekt Philip Warkander hoe werknemers in de modewereld en andere creatieve industrieën naar hun eigen werk kijken, en wat ze betekenisvol vinden aan hun job. Ik voegde het boek toe aan mijn to read-lijst op Goodreads maar heb het nog niet gelezen; toch achtervolgt de titel me. Het moment tussen wakker zijn en in slaap vallen is vrijwel altijd een onrustig, beladen moment voor mij. Wikipedia leert me dat die ervaring ‘hypnagogie’ heet. Terwijl de spieren zich al ontspannen, zijn de hersenen daar nog niet aan toe. Wellicht maak ik het mijn hersenen ook erg moeilijk met alle informatie waaraan ik me de hele dag blootstel.

Op die momenten van hypnagogie gebeurt er van alles tegelijkertijd. Het is als een implosie van het brein dat bezwijkt onder het gewicht van alle beelden, memes, songteksten, whatsappberichten, krantenkoppen, e-mails, gesprekken enzovoort die het doorheen de dag te verwerken heeft gekregen. Toch is er ook iets verhelderends aan. In deze staat van zijn ben ik, zij het kortstondig, in staat om al die vormen van inhoud en media naast elkaar te plaatsen en tot een wilde assemblage te versmelten. Wanneer ik de volgende dag, het onthutsende moment alweer vergeten, DALL·E open op zoek naar afleiding, zijn de opdrachten die ik opgeef allesbehalve willekeurig. Ze dragen de sporen in zich van die overweldigende en moeilijk te beschrijven momenten van overprikkeling, van het brein dat zichzelf even niet meer kan volgen.

In dat opzicht heeft ChatGPT gelijk in wat het over zichzelf schrijft: ‘De parallellen tussen AI en de orakels van weleer zetten aan tot nadenken over de diepgaande impact van dit technologische wonder en om de implicaties van ons groeiende vertrouwen in kunstmatige intelligentie als bron van begeleiding en prognose te onderzoeken.’ Net zoals een orakel de toekomst niet voorspelde maar door open vragen de bezoeker tot introspectie dwong, tonen ChatGPT en DALL·E me hoe mijn onderbewustzijn eruitziet. Bovendien laten ze me toe om het op laagdrempelige wijze op te slaan en te delen met anderen: ik hoef niet langer te kunnen schilderen om mijn dromen en nachtmerries tentoon te spreiden.

Daarmee wil ik niet zeggen dat AI kunstenaars buitenspel zet, integendeel. Ik geloof juist dat we, vanuit onze gegronde angst voor deze zichzelf steeds ontwikkelende technologie, er de confrontatie mee moeten aangaan. Gebruiksvriendelijke tools als ChatGPT en DALL·E kunnen voor theatermakers, schrijvers en makers van alle soorten als een spiegel fungeren. Wat we in die spiegel zien, is misschien niet altijd even fraai, maar het kan wel een vertrekpunt zijn, iets waar we mee in dialoog kunnen treden. In een wereld waarin originele gedachten en auteurschap allang tot het verleden behoren (of er in ieder geval radicaal anders uitzien), moeten we onder ogen durven te zien hoezeer we technologie in ons denken en doen gebruiken. Het kan ons, met de nodige kritische afstand, helpen om onze gedachtenwereld te kanaliseren en open te plooien.

Je kunt opwerpen dat veel AI-modellen een zoveelste uitwas van het kapitalisme zijn, gebaseerd op principes van standaardisering. Toch bezitten ze ook een radicale eerlijkheid. De associatieve snelheid waarmee AI onsamenhangende gedachten naar een tekst of beeld kan vertalen, is potentieel een zeer waardevolle tool die ons kan toelaten om kleine bakens te creëren in de zee van informatie. Eilandjes en kijkdozen die een moment of een gedachte uit het onderbewuste markeren, een still die we vervolgens kunnen openvouwen tot een hele wereld.

1Preciado, P.B. (2019). An apartment on Uranus. Londen: Fitzcarraldo Editions, p. 29.2Kenneth Goldsmith, K. (2016). Wasting Time on the Internet. New York City: HarperCollins.3Ibidem, p. 1154Warkander, P. (2016). När jag somnar tänker jag på de obesvarade mailen: det kreativa arbetets villkor inom svensk modeindustri. Göteborg: Hoc Press.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 11 — 14 minuten

#173

15.09.2023

—

14.12.2023

Simon Baetens

Simon Baetens werkt als theatermaker, dramaturg, performer en recensent. Hij werkte samen met o.a. Lisa Vereertbrugghen, Thomas Verstraeten, Micha Goldberg & Rosie Sommers en Pablo Lilienfeld & Federico Vladimir. In 2024 maakte hij de voorstelling I’m Not Done.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!