Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
‘We zijn hier niet om ons te amuseren, maar waarvoor dan wel?’ of ‘Is het produceren van afval niet het beste bewijs van ons bestaan?’ Het zijn slechts twee van de vele prangende kwesties die Franciska Lambrechts opwerpt in haar recente audiovisuele essay ideaaahhl. Een belangrijke noot: het werk kwam tot stand in opdracht van de kunstcel van ‘Vlaams Bouwmeester’. Lambrechts werd eind 2006 uitgenodigd door Piet Coessens, de toenmalige artistiek directeur van de divisie, om binnen het lopende programma rond de inhaalbeweging op het gebied van scholenbouw een nieuw werk te realiseren.
Het is dan ook weinig of niet verwonderlijk dat het uitgangspunt van ideaaahhl het denken en het ‘zijn’ is – kortom, de existensie zelf. Het werk opent met een opsomming van maatschappelijke, levensbeschouwelijke en politieke termen: natie, seksuele geaardheid, identificatie, opleiding, geografische ligging, demografie, cultuur en natuur als voorbeelden. Het zijn begrippen die lijken te refereren aan de vakken die je op de basis- en middelbare school verplicht krijgt voorgeschoteld. Een vraag als ‘Kan zoiets lokaals als de Nederlandse taal wel gebruikt worden voor internationale netwerken?’ – eveneens letterlijk gesteld in ideaaahhl – borduurt voort op die thematiek. Maar ze gaat ook verder dan dat: Lambrechts stelt er eveneens haar opdrachtgever, haar eigen identiteit (van Nederlandstalige Brusselaar) én haar eigen – grotendeels in het Nederlands gerealiseerde – werk mee in vraag. Terwijl de net aangehaalde en andere citaten in beeld verschijnen, verliest actrice Annet Kouwenhoven zich in die overbekende frase van Descartes: ‘Ik denk, dus ik ben.’ (In de film gaat het als ‘ik ben, dus ik ben… ik denk, ik denk, dus ik denk…, ik ben, denk ik, ben ik,…’ enzovoort, tot in het beeld ‘soms denk ik dat ik gek ben’ verschijnt.) De Franse filosoof en wiskundige Réne Descartes is echter niet opgenomen in de openingscredits van ideaaahhl. Wel geeft Lambrechts aan ‘stukjes tekst van A. Schopenhauer, S. Kierkegaard, F. Nietzsche (en van mij)’ opgenomen te hebben. Quotes van hen komen in het essay veelvuldig terug in de vorm van tussentitels en teksten over het beeld, alsook in passages die Kouwenhoven declameert. Een prettig detail is dat Lambrechts steeds netjes aangeeft wie ze citeert – tenzij het over haar eigen woorden of ‘denkoefeningen’ gaat.
Hoewel het film- en videowerk van beeldend kunstenares Franciska Lambrechts (°1967) verschillende richtingen uitgaat, vertoont het steeds een sterke interesse in taalstructuren, ‘pure’ beelden en menselijke relaties. Ook de notie van utopie – een concept dat het eigen falen in zich draagt – vormt een weerkerend element. Zo werkte ze bijvoorbeeld eerder rond sociale en psychologische relatiepatronen binnen families (de video-installatie Dialogues, 1996-2001). Ook ideaaahhl ligt in de lijn van Lambrechts’ aandachtspunten: gedraaid op 16mm-film en digitale video, is het een ‘filosofische reflectie over identiteit, (zelf)kennis en de (on)mogelijkheid van het (artistieke) handelen’.
Het werk is volledig gedraaid in de beslotenheid van Lambrechts’ appartement. Beelden binnenskamers – met tientallen details, zoals stomende koffie, slordig gerangschikte flesjes olie en sauzen of een te kort verlengsnoer – wisselt ze af met buitenshots, gedraaid vanuit de ramen (zowel de straatkant, de zijgevel als de tuinkant komen aan bod). Enerzijds fungeert de camera louter illustratief: shots van passerende auto’s of wuivende bomen scheppen ruimte en bieden de kijker de nodige mogelijkheid tot contemplatie om het tekstmateriaal te laten inwerken. Anderzijds speelt de camera voor voyeur: zo registreert Lambrechts onbestemde handelingen van mensen op straat of filmt ze – geniepig, haast als een spion – de schotelantennes op het dak van de buren. De grote kracht van het werk ligt evenwel in de interactie tussen beeld en tekst: meerdere malen bouwt Lambrechts spanningsbogen op tussen wat gezegd en wat getoond wordt. Experimenten met voeding (de gekookte en ongekookte gierstkorrels, gaan ze schimmelen, respectievelijk kiemen?), beelden van en vragen over ‘lagere’ levensvormen (‘Hebben oesters doodsangst (net voor ze opgegeten worden, IS) of is dat een complexe gedachte?’) of eenvoudige tekeningen die Lambrechts onder het oog van haar camera uitvoert: ze voegen meer en meer denklagen en interpretatieniveaus aan het werk toe. ideaaahhl is haast opgebouwd volgens een stream of consciousness-stramien, waarin duale (of in deze context eerder dialectische?) begrippen (wil-kennis, natuur-cultuur, noord-zuid, leven-dood, enzovoort), de vraag ‘wat heb ik eigenlijk nodig?’ of beelden van hersenen – rauw en ‘levend’, gekookt, gebakken en in plakjes gesneden – weerkerende elementen zijn en voor houvast zorgen.
Lambrechts schenkt bijzonder veel aandacht aan de soundtrack. Klokkengelui, een huilende baby, gestommel op de trap, gesnurk of lieflijk fluitende vogeltjes fungeren als onzichtbare personages (exemplarisch daarvoor is de creditvermelding van de bovenburen als acteurs). Ook zij dragen bij aan de afwisselend claustrofobische, speelse en dromerige werking van ideaaahhl, en meer: ze onderstrepen het feit dat deze ‘besloten ruimte’ voortdurend onder invloed staat van de buitenwereld, dat Lambrechts’ privéleven afhankelijk is van interferenties van buitenaf. Opvallend aan de geluidsband is tevens de rol van de stem, een element dat opnieuw tot meervoudige interpretaties van de ‘werkelijkheid’ leidt. Zo spreken Kouwenhoven (en later ook Lambrechts) wanneer ze in beeld komen helemaal niet synchroon. Als kijker ben je in eerste instantie geïrriteerd: het doet immers een slechte montage vermoeden. Maar – zo geven de makers zelf aan – het is een opzettelijke ingreep: hun stemmen werden gedubd opdat informatie weggelaten (of toegevoegd) zou kunnen worden. Lambrechts illustreert dat opzet helder in het werk wanneer Kouwenhoven begint te praten in de ‘vreemde’ taal van Naseer Sheikh en plots ondertiteld wordt. Wat wordt hier precies gezegd? Zijn woorden wel betrouwbaar? Kunnen we onze zintuigen wel vertrouwen? Hoe ervaren we de werkelijkheid vanuit ons eigen interpretatie- en referentiekader?
Het wonderlijke aan ideaaahhl is dat dit video-essay nergens zwaar op de hand wordt, integendeel. Lambrechts stimuleert en prikkelt, provoceert, duidt en stelt in vraag om vervolgens de zaken (opnieuw) te ver- en weerleggen. Ze incorporeert bovendien humor en speelsheid in haar film. Dat verleent ideaaahhl precies die prettig aanvoelende, noodzakelijke naïviteit die oproept tot het openen van de geest.
Ive Stevenheydens
ideaaahhl (16mm-film/video, 44’, 2008) van Franciska Lambrechts, met Annet Kouwenhoven en Naseer Sheikh en tekstfragmenten van onder meer Arthur Schopenhauer, Søren Kierkegaard en Friedrich Nietzsche. Distributie: argos (www.argosarts.org)
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.