Iphigenia – De Roovers
Geef mij maar het verzet van Klytamnestra
Mia Vaerman
Toen ik zei dat ik niet kon bestaan,
gunde voetlicht mij amper uw blikken.
En ik dronk mijn glas leeg. Het kijken
werd een schenken, zoals ik daar drinkend
zat en rond mij alles klinkklaar, zo overduidelijk
werd: zie hen met hun hoeden en schoenen.
Nog goed dat ik mijn pak smetteloos
houden kon. (‘Wat is dat voor een boom?
Een olm. Waarom is hij zo donker? Het is
al avond, dan worden alle dingen donker.’)
En nipte ik van haar lippen, het slikken
dorstte mij uit als een sneeuwvlok, een vlek
werd het op haar schouder. Dwarreltijd
van spreken. Mijn tong te hebben ingeslikt,
een wak ontwijkend in het oppervlak, voet
voor voet. Zo leerde ik voor u te buigen.
Het schijnt, mijnheer, madame,
dat uw zwart ertoe doet.
Met dank aan Tsjechov voor De meeuw.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.