Willy Thomas

Leestijd 3 — 6 minuten

15 april 1989: Koltès sterft twee keer

Beste Bernard-Marie Koltès, Op zaterdag 15 april 1989 spelen we de laatste van De Nacht juist voor het Woud. De plaats heet ‘De Zandloper’ en bevindt zich in Wemmel. De dag voordien neem ik de lijnen door, nog steeds duiken er nieuwe betekenislagen op. De vorige voorstellingen zijn, ondanks de ‘lage’ opkomst, één keer 6 en één keer 10 toeschouwers, zeer goed verlopen. Ik heb er zin in. De laatste… vind ik het jammer of is het genoeg geweest ? Om verscheidene redenen hou ik me bij het tweede.

Tekst murmelend rijd ik naar Wemmel, zonder adres. Ik zal het wel vinden. Als ex-Merchtemnaar begeef ik me op bekend terrein, een thuismatch. Het is prachtig weer. Aan een oudere dame vraag ik de weg, misschien niet zo een goed idee. Niets blijkt minder waar. ‘100 m verder, op de linkerkant!’ ‘Da’s nuuf, he!’ vertelt ze me er graag bij. En inderdaad, wat verder pocht een enorm reclamebord voor een bakstenen cultuurfermette. Landelijk, dat wel, en groot ook. Dat blijkt wanneer ik eenmaal de poort binnen wat moeilijk mijn weg vind en me tenslotte in de cafetaria moet bevragen. Geen mens in het nochtans sjieke ticketterie-onthaal-kleine-expo-ruimte… Met stijgende verbazing en dito ‘hoe-is-het-mogelijk-kronkels’ beland ik in de zaal en loop over een prachtige houten vloer. De opbouw lijkt al klaar, maar het was te mooi om waar te zijn. Onze technische ploeg zit met de handen in het haar. De technische accomodatie blijkt beneden alle peil. Ik wil het even niet horen en trek koppig goedgemutst naar de kleedkamer waar de luxe me opnieuw toelacht. Ik vraag me nog net af wie van ons beiden hier teveel is, maar dan begint het ritueel, onherroepelijk en voor de laatste keer. Toch wel jammer, misschien? Onmiddellijk trek ik mijn kleren uit en mijn kostuum aan. Dan, sigaretten rokend, de hele voorstelling in snel tempo er door. Dat helpt. Mijn medespeler (G. Dermul) valt binnen. We hebben het samen over alles wat ik hierboven reeds meldde. Dan laat hij me. Om vijf voor half negen staan we klaar. ‘Is er wat publiek?’ Er blijkt technisch nog één en ander onopgelost. De voorstelling begint dan maar een kwartier later. Tijdens het eerste kwartier spelen wij, wegens weggezakte spot, in het donker en krijgen de toeschouwers een hardnekkig licht in de ogen. Ik besteed er weinig aandacht aan? Guy en ik werken door… Op het zijtoneel staat iemand van de Wemmelse ploeg ons aan te staren. Het is irritant. Op een bepaald moment gaat hij weg. Zijn voetstappen klinken tot in de zaal. We horen gepraat achter de scène… Iemand stapt achter door het toneelbeeld… Als de voorstelling afgelopen is zie ik een tiental mensen een beetje onwennig applaudisseren. Een man klautert snel de scène op en overhandigt ons een boeket. Het is afgelopen.

We lopen er wat onwennig bij, verslagen. We zeggen niet veel, kleden ons om. Wat later verneem ik dat de ticketterie helemaal niet is opengegaan. De weinige toeschouwers zijn dan maar op eigen houtje de zaal binnengestapt. Echter, na de voorstelling stond er iemand bij de uitgang die daar de mensen een ticket liet betalen. Ik hou het niet voor mogelijk en ik schaam me.

Ik denk aan jouw tekst en het schrijnende contrast met wat we hier die avond hebben meegemaakt. Misschien moet ik je eens schrijven. Maar ik weet nu dat mijn brief in een bus terecht komt die niet meer wordt gelicht. Hoewel ik je nooit gekend heb, heb ik toch vele uren met jouw letters gewerkt en nu lijk je een bekende, maar dan één met vele geheimen. In ieder geval wou ik nog kwijt dat ik je mening deel wat betreft ‘het plezier van het schrijven’ en het deed me deugd wanneer je de interviewer met een steelse blik erop wees hoe Picilli en de anderen zich dikwijls als kinderen gedroegen. ‘Ce n’est qu’un jeu!’

P.S. Eens stelde ik me voor dat het personage, uit De Nacht juist voor het Woud, op zijn eentje de woestijn in zou stappen om daar, op het einde van zijn krachten nog één keer ‘HULP’ te roepen om ten slotte in het zand te bijten.

“En het was, wanneer ik eraan denk, alsof ik hen zocht, alsof ik wilde dat ze me op mijn bakkes zouden kloppen en dat ze me mijn geld zouden afpakken.”

artikel
Leestijd 3 — 6 minuten

#26

15.06.1989

14.09.1989

Willy Thomas

Willy Thomas startte als speler bij HTP van Jan Decorte (1981) en richtte in 1984 Dito'Dito op, samen met Guy Dermul en Mieke Verdin. Sinds juni 2016 is hij artistiek leider van ARSENAAL/LAZARUS.

artikel