Johan Thielemans

Leestijd 3 — 6 minuten

In Memoriam: Sir Laurence Olivier

In Engeland houdt men van zijn acteurs, en deze oude traditie is zo sterk dat deze meer aandacht krijgen dan regisseurs. Laurence Olivier was de meest bewonderde toneelspeler van zijn generatie, ook al waren zijn onmiddellijke concurrenten Sir John Gielgud (de stem !) en Sir Ralph Richardson (de présence !).

Olivier is begonnen als een man met een gewoon talent. Voor W.O. II waagde hij zijn kans in Hollywood en in die eerste filmrollen zien we hem als een zwak acteur. Maar de man barstte van ambitie, en die ambitie dreef hem tot hard werken. Langzamerhand kwam er een uniek theaterman aan de oppervlakte. Zijn eerste grote successen boekte hij in Shakespearestukken. Hij zette zich scherp af tegen de te rhetorische manier van spreken van zijn oudere collega’s. Hij ging op zoek naar een authenticiteit, en die vond hij vooral in de metalen klank van zijn stem, in de volledige beheersing van de Engelse klanken en in het hanteren van een sterk muzikaal ritme. Deze vernieuwing kan de hedendaagse theaterliefhebber nog horen en zien in de film Henry V. Wat blijkt echter ? Zijn manier van zeggen is vandaag meer dan achterhaald. Wij horen vooral de muziek, de virtuositeit van de spreektechniek. Olivier sprak de tekst als muziek, ook al moest de betekenis daarvoor verloren gaan. Olivier, in de monologen uit Henry V en Hamlet was vooral op zichzelf verliefd. Zijn acteerprestaties die vaak fascinerende kanten hebben, worden ondergraven door dat narcistische koesteren van zichzelf: we zien in de eerste plaats L. Olivier.

Hij was zich daar sterk van bewust en speelde deze troef ook uit. Hij behoort tot het soort acteurs dat voor elke rol een ander lichaam, een andere stem wil voortoveren. Met het publiek wordt dan een ingewikkeld en boeiend spel gespeeld, gebaseerd op de verrassing : de acteur verdwijnt in de repetitiekamer en met spanning wacht het publiek af welke transformatie zich daar zal afgespeeld hebben. Othello (ook op film vastgelegd) is daarvan het sterkste staaltje : zijn gestalte, de manier van lopen, de kleur van zijn stem waren onherkenbaar, en Olivier had alle uiterlijke kenmerken van een zwarte Afrikaan aangenomen : de transformatie als triomf, schitterend, verbluffend, maar als interpretatie van de Othello-stof volledig oppervlakkig. Op het einde van zijn leven, heeft Sir Olivier zich de status van een ‘star’ laten welgevallen. Hij speelde in allerlei bedenkelijke sentimentele films en had zo goed als alle artistieke ambities de rug toegekeerd. De oude man amuseerde zich te pletter.

Nochtans was zijn carrière gekenmerkt door een diep respect voor het theater en toneelspelen. Hij heeft gevochten voor een National Theatre, een plek waar de niet commerciële, maar vitale teksten uit de toneeltraditie vanzelf een optimale uitvoering zouden krijgen. De beste acteurs en de beste teksten en geen financiële druk, dat was zijn ideaal. Die droom heeft hij kunnen waarmaken. De periode gedurende dewelke Olivier leider was van het National Theatre, behoort tot de grote momenten uit het theaterleven na W.O. II. Olivier inviteerde het Berliner Ensemble, hij stimuleerde nieuwe regisseurs, gaf stukken van jonge auteurs een kans. Hij zorgde voor Tsjechow- opvoeringen, die als exemplarisch worden beschouwd. Alles voldeed aan strenge, artistieke eisen. Na hem verkommerde het National Theatre een beetje onder het leiderschap van Peter Hall (zopas opgestapt bij die instelling).

Misschien tekent dit nog het best zijn diep geloof in het theater: al was hij een ster die door Hitchcock was geregisseerd in Rebecca, al had hij samen met het wonderkind Peter Brook een evenement van Titus Andronicus gemaakt, toch ging hij de generatie van de angry young men verdedigen toen hij de titelrol accepteerde in John Osbornes The Entertainer. De grote acteur speelde daarin een mislukt theaterman, belachelijk, pijnlijk, zielig, als een Thomas Bernhard avant-la-lettre.

Of Olivier nu variété speelde, of achter de vrouwen aanzat, hij deed het met dezelfde overgave waarmee hij gestalte gaf aan de edele prins Hamlet. Olivier, het soort acteur dat van theater een feest maakt. En voor één enkele keer is dit cliché juist gebruikt. Hij was ‘een lange carrière’ geworden en nu hij naar de Eeuwige Scène is vertrokken, zal ik hem missen.

in memoriam
Leestijd 3 — 6 minuten

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.

in memoriam