© Ward Heirwegh

Christophe Meierhans, Antoon Vandevelde & Kristof van Baarle

Leestijd 9 — 12 minuten

Moet je geld naar de gevangenis?

Regisseur Meierhans en filosoof Vandevelde in gesprek over het geweld van geld

Een kleine maand voor de première van Trials of Money gaan de Zwitserse regisseur Christophe Meierhans en economisch filosoof Toon Vandevelde (KU Leuven) met elkaar in gesprek. Meierhans maakt politiek geëngageerd theater en is ervan overtuigd dat we de controle over geld in zijn dominante vorm compleet zijn kwijtgeraakt. Vandevelde vindt geld verdacht en zoekt naar een context waarin geld geen rol speelt. Het theater zou zo’n context kunnen zijn, maar in Trials
 of Money mag geld juist het podium inpalmen – of beter: in de beklaagdenbank plaatsnemen.

Toon Vandevelde en Christophe Meierhans hebben afgesproken in
 de bar van het Kaaitheater, waar de première van Trials of Money zal plaatsvinden én waar Meierhans artist in residence is. De twee hebben elkaar nooit eerder ontmoet en beginnen dus bij het begin. De nieuwsgierige filosoof gooit de eerste vraag op tafel: wat wás dat begin precies?

Christophe Meierhans Ik ga altijd aan de slag met wat wij als maatschappij moeten verdringen om te kunnen blijven functioneren, met wat gedepolitiseerd moet worden om aan politiek te kunnen doen. In mijn werk wil ik die dingen herpolitiseren, de basisbeginselen in vraag stellen. Voor het onderwerp ‘geld’ was dat niet anders. De bal ging aan het rollen toen mijn buurman me vertelde dat hij zich in een bepaald type cryptomunt aan het verdiepen was. Na ons gesprek besefte ik dat 
ik eigenlijk totaal geen idee heb hoe geld werkt, ook al gebruik ik het elke dag. Dezelfde buurman raadde me een tekst aan van Gérard Foucher. Die tekst bracht duidelijkheid, maar choqueerde me ook. Het was niet zozeer de inhoud die me uit het lood sloeg, maar mijn eigen houding: het feit dat ik me nog nooit vragen had gesteld bij de logica en de werkwijze achter iets dat in ons leven zo’n centrale rol speelt als geld. Ik kon me er natuurlijk wel vaag iets bij voorstellen, maar toen ik mezelf als test drie basisvragen voorschotelde en op alle drie het antwoord schuldig moest blijven, wist ik: hier weet ik te weinig over. En toen ik er mensen in mijn omgeving op aansprak, bleek dat zij even onwetend waren.

Toon Vandevelde Iedereen heeft wel ideeën over geld, maar als je doorvraagt, blijken die enorm aan de oppervlakte te blijven. De Oude Grieken gebruikten nomisma om het over geld te hebben. Die term, een afgeleide van het woord nomos, verwijst naar iets dat bestaat op basis van conventies. Nomos is het tegenovergestelde van physis, dat de natuurlijke, fysieke werkelijkheid aanduidt. Maar die tegenstelling vervaagt wanneer conventionele instellingen toch neigen tot een onveranderlijke natuurlijke realiteit te transformeren. Geld past helemaal binnen dit plaatje.

Parlement van dingen

C.M. Het uitgangspunt voor Trials of Money is een fictieve, science fictionachtige rechtbank, ‘een speciaal tribunaal voor half-menselijke personen’. We kunnen er niet langer omheen: we leven in een tijd waarin we bepaalde dingen niet zomaar meer ‘dingen’ kunnen noemen, omdat ze steeds meer zelf kunnen handelen – denk aan AI, het internet of gedecentraliseerde systemen. Maar wie draagt de verantwoordelijkheid als er geen centrale, identificeerbare persoon is die de leiding neemt?

De Franse socioloog en filo
soof Bruno Latour ijvert voor een parlement van dingen om dit 
soort niet-menselijke ‘personen’ te vertegenwoordigen. Een logisch (institutioneel) gevolg daarvan zou zijn dat er ook een rechtbank voor dingen ontstaat. Dáár gaat Trials of Money over: we beelden ons in wat zo’n rechtbank precies zou inhouden en wat het betekent om een door de mens gemaakt ding, een half-menselijk persoon te berechten.

T.V. Filosofen zouden zeggen
 dat er verschillende subjecten en objecten bestaan, met daartussen bemiddelaars. Individuele intenties zijn vaak ondergeschikt aan het algemene. Wat er in de lucht hangt, de onzichtbare bemiddelingen tussen individuen, de systemen die hun acties coördineren – al die elementen zijn belangrijker dan individuele personen.

Er bestaan officieuze rechtbanken die hun verdict al van bij het begin klaar hebben: de beklaagde is a priori ontegensprekelijk schuldig. Het beruchte Russell-tribunaal tijdens de oorlog in Vietnam levert daarvan het pijnlijke bewijs. Met geld zijn de zaken minder zwart-wit. Het basisinkomen is een mooi voorbeeld: als je geld geeft aan minderbedeelden, geef je hun bewegings- en handelingsvrijheid.

Aristoteles was de eerste denker die zich over geld boog – een gevaarlijke uitvinding volgens hem, omdat ze de deur openzet voor een eindeloze accumulatie. Een brood per 
dag volstaat om te eten, maar geld hebben we nooit genoeg. Hebzucht, of het verlangen naar eindeloze accumulatie, is voor Aristoteles het pure kwaad. Tegelijk besefte hij maar al te goed dat geld zijn nut heeft en dat een monetaire economie efficiënter is dan een economie gebaseerd 
op ruilhandel.

“We gebruiken geld over de hele wereld op dezelfde manier en we stellen die realiteit niet in vraag. Het is bizar dat zo’n radicaal monopolie onder de radar blijft.”

C.M. De personages die in het stuk als getuigen worden opgeroepen, heb ik gebaseerd op interviews die 
ik het voorbije jaar heb afgenomen van mensen met de meest uiteenlopende meningen en ideeën over geld: bankiers en economen, maar ook daklozen, psychologen, mensen die hun omgeving of cultuur zagen verdwijnen door toedoen van geld enz. Ik sprak onder meer met een jezuïet over het fetisjisme rond geld; het middel dat een doel op zich wordt … Daarom vind ik het belangrijk om een onderscheid te maken tussen geld voor en na 1971 – het
jaar waarin een einde kwam aan het systeem van Bretton Woods, en geld van zijn materiële basis is losgeraakt. Tegenwoordig zijn alle nationale munteenheden volgens exact hetzelfde systeem georganiseerd. We gebruiken geld over de hele wereld op dezelfde manier en we stellen die realiteit niet in vraag. Het is bizar dat zo’n radicaal monopolie onder de radar blijft, zeker als je bedenkt dat vooruitgang in onze wereld afgemeten wordt aan de mate van competitiviteit en de vrijemarkteconomie! In het stuk nodig ik het publiek daarom uit om de getuigen vragen te stellen en zowel de rollen van aanklager als jurylid op zich te nemen.

Het geweld van geld

T.V. Omdat er zoveel regels
 aan verbonden zijn, is geld nooit neutraal. Het is geïnstitutionaliseerd vertrouwen: het geld dat je ontvangt, vertegenwoordigt rijkdom.

Bovendien claim je er een stukje toekomstige rijkdom mee. De essentie zit in de verplichte terugbetaling: banken beslissen hoe, wanneer en hoeveel je moet terugbetalen. Lukt het je niet om hen terug te betalen, dan word je als economisch subject vernietigd. Om de schrijnende gevolgen van zo’n systeem te zien, hoeven we maar te kijken naar de massa boeren in het voorbije decennium – in Frankrijk, India, over de hele wereld – die hun lening niet konden afbetalen en geen andere uitweg zagen dan zelfmoord. Het evangelie heeft een oplossing klaar: om de zeven jaar alle schulden kwijtschelden en met een schone lei beginnen.

C.M. Banken hebben die mogelijkheid toch al, niet?

T.V. Dat is precies waarom de financiële regels rond de verplichte terugbetaling nooit neutraal zijn: de kredietverleners of -verstrekkers zijn altijd in het voordeel.

Het is onrechtvaardig. Het geweld van geld (meteen ook de titel van Vandeveldes recentste boek, red.) schuilt verder in het feit dat je alles met geld kunt uitdrukken. Denk aan het ‘Manngeld’ dat gebruikelijk was in de oude Germaanse stammen die de Duitse socioloog Georg Simmel bestudeerde: een soort smartengeld dat de familie van een moordenaar moest betalen aan de familie van zijn slachtoffer. Het systeem is schitterend omdat het geweld ontmoedigt, maar het drukt de waarde van het leven wél uit in geld.

‘Trials of Money’ © Seday

C.M. Levensverzekeringen doen niets anders…

T.V. Inderdaad, en hetzelfde geldt voor de terugbetaling van gezondheidskosten. Daarvoor wordt de waarde van een levensjaar berekend. Dat kan een nuttige oefening zijn, maar voor wie er middenin zit, is het gewoon pijnlijk. Wat we geld nog zouden kunnen aanwrijven, is dat de superrijken de democratie en alle menselijke waarden perverteren.

C.M. Er valt misschien nog een beschuldiging te uiten: namelijk dat geld hegemonisch is. Geld zoals we dat vandaag kennen, ontleent zijn waarde voornamelijk aan het feit
 dat de overheid er borg voor staat, desnoods met dwang en geweld. Een nationale munteenheid wordt verheven tot het wettige betaalmiddel voor een geografisch gebied, en je bent bij wet verplicht om dit te aanvaarden en om je belastingen in die munteenheid te betalen. Dat is de reden waarom valabele alternatieven uitblijven. Kijk maar naar de bitcoin: je kunt het amper nog een munteenheid noemen; het is iets om mee te speculeren geworden, uitgedrukt in dollars. Een van de getuigen in Trials of Money heeft het over een nieuwe munteenheid, de G1 (op zijn Frans uitgesproken: ‘june’), die een totaal ander vertrekpunt heeft11Laborde, S. (2018) Relative Theory
 of Money v.2.718. http://vit.free.fr/TRM/en_US/
: de gebruikers bepalen de legitimiteit ervan, uit vrije wil. Dat betekent
dat voor de G1 – in tegenstelling tot onze huidige nationale munten – het bestaan van alternatieven juist een vereiste is voor zijn voortbestaan. Met andere woorden: de G1 staat voor een biodiversiteit aan munteenheden die van menselijke selectie afhangen, terwijl ons huidige monetaire systeem zich als een monocultuur aan iedereen opdringt.

“We hoeven maar te kijken naar de massa boeren in het voorbije decennium die hun lening niet konden afbetalen en geen andere uitweg zagen dan zelfmoord.”

T.V. Voor mij is het grote voordeel van die alternatieve munteenheden dat ze mensen de kans geven om 
te ontsnappen aan de gebruikelijke standaarden. Een economie waarin je diensten met je buren deelt in ruil voor een lokale munteenheid zal niet alle problemen oplossen, maar ze kan wél helpen om mensen te engageren en hun weerbaarheid te vergroten.

Kunnen we buiten het systeem staan?

T.V. Is het niet belangrijk om een plek te hebben waar je geen geld gebruikt? Bepaalde delen van mijn leven wil ik ver weg houden van geld. Ik ben bijvoorbeeld een echte tuinier. In mijn tuin vind ik alles wat ik nodig heb. Dat is voor mij een context waarin geld geen plaats heeft.

C.M. Klopt dat wel? Het land dat
je bewerkt, heb je ooit gekocht. 
Een van de performers die aan de voorstelling meewerkt is een lid van een Ecuadoraanse Amazonestam. Het Amazonewoud wordt geteisterd door olielekken die niet alleen het land, maar ook de stammen bedreigen. Die stammen zijn tegen het gebruik van geld, maar in het onwaarschijnlijke geval dat ze een rechtszaak tegen de grote oliebedrijven zouden winnen, is een financiële schadevergoeding het enige waarop ze kunnen hopen: dat is de hegemonie van het systeem.

T.V. Een missionaris die bijna zijn hele leven met de Inuit had gewerkt, heeft me eens verteld hoe geld de hele Inuit-cultuur heeft verwoest. Zodra de Inuit een uitkering kregen van de Canadese staat, verloren ze hun zin om te gaan jagen, om 
te overleven. In amper twintig 
jaar tijd was de volledige cultuur verwoest van een volk dat altijd in de meest extreme omstandigheden had kunnen overleven. Hoewel de overheid goede bedoelingen had, slaagde ze er niet in om hier een alternatief voor te bedenken. Dit
 lijkt wellicht haaks te staan op wat 
ik eerder zei over het basisinkomen. Maar het feit dat geld een kwaadaardige én een goedaardige kant heeft, is juist wat het zo moeilijk maakt.

C.M. Net als bij om het even welke andere technologie, zijn we blind geworden voor die ambiguïteit. Ik hoop dat het theater hier een rol in kan spelen. Hoe ontgrendelen we onze gevoeligheid? Het is extreem moeilijk om door die laag te breken, maar ook om de focus op geld an sich te houden en niet af te dwalen naar bedrijven, de overheid, banken enz. Ik heb het gevoel dat ik dat gesprek met het publiek wel kan aangaan omdat ik een kunstenaar ben. Ik kan doen alsof geld een personage is, een persoon. Dat moedigt mensen aan om vrij met mij te praten, binnen die welomlijnde setting van het theater. Het feit dat je de theaterruimte binnenstapt, betekent dat je een bepaalde waarde toekent aan fictie, en dan heb je een voetje tussen de deur. Daar wil ik dan in alle ernst het maximum uit halen.

Fictie en geld

T.V. Hoe ging je tijdens je interviews eigenlijk om met jouw status als ‘de kunstenaar’? Ik veronderstel dat die positie tot een ander soort gesprekken leidt dan wanneer je een ‘gewone burger’ zou zijn?

Het idee leeft namelijk nog altijd dat kunstenaars onschuldig en interessant zijn, en dat het een voorrecht is om met hen te mogen praten. Daar zit cultureel kapitaal in.

C.M. In het begin werkt dat kunstenaarschap in je nadeel, want mensen hebben de neiging om je verzoek helemaal onderaan hun prioriteitenlijst te parkeren. Maar zodra ze je vraag overwegen, zodra je binnen bent, wordt die luchtigheid eerder een voordeel. Je kunt gerust naïef zijn en beslissen welke positie je inneemt. Ik kan pertinente vragen stellen, eigenzinnig zijn of verontwaardigd. Van Joris Luyendijk en zijn boek Dit kan niet waar zijn (2015)22Luyendijk, J. (2015). Dit kan niet waar zijn. Onder bankiers. Amsterdam, Atlas Contact. heb ik bijvoorbeeld geleerd dat ik me bij bankiers het best van de domme hou. Dat is dé manier om machtige mensen voorbij de banaliteiten te duwen die ze anderen doorgaans voorschotelen. Het is een strategie om hen te doen afstappen van hun normale manier van communiceren. Bij de Zwitserse Nationale Bank kreeg ik 3,5 uur met een vicevoorzitter die in zijn functie constant bezig is met communicatie; het is een slinkse en dubbelzinnige rol.

T.V. Natuurlijk is geld op zich ook ctie: dat geld ‘waarde’ heeft, is iets dat we onszelf wijsmaken. En tegelijkertijd is geld natuurlijk heel reëel.

C.M. In die zin is identiteit, of toch je juridisch persona – wat zich het makkelijkst met geld laat vergelijken – ook iets fictiefs. Geld en 
recht liggen dichter bij elkaar dan je zou denken. Voor mij heeft Trials of Money twee lagen: het stuk is enerzijds didactisch, want ik wil mensen inlichten over iets dat de meesten wellicht niet weten of liever negeren. Maar anderzijds gaat het ook over hun individuele verhouding tot geld; ik wil hen activeren en uitnodigen om die verhouding in vraag te stellen. Ik vind het belangrijk dat het proces in de voorstelling eerlijk verloopt, dat de uitkomst niet vooraf vastligt en dat iedereen meedenkt. Ik wil het verdict van het publiek horen, maar dan buiten het theater in plaats van in het kader van het fictieve stuk. Het eindigt daarom idealiter als de jury rechtstaat om over de schuldvraag te gaan debatteren. Dat moment versmelt met het moment waarop het publiek opstaat en het theater verlaat – ook zij gaan buiten delibereren.

T.V. Ik denk dat het een illusie
is dat we hebzucht de wereld uit kunnen helpen, maar we kunnen wel systemen installeren om hebzucht onder controle te houden of te verzwakken. Wie zichzelf eerder links op het politieke spectrum situeert, zou ten minste daarop moeten hopen.

 

Vertaling door Lies Xhonneux

gesprek
Leestijd 9 — 12 minuten

Christophe Meierhans, Antoon Vandevelde & Kristof van Baarle

Christophe Meierhans maakt
 als kunstenaar politieke en vaak participatieve werken. Nog tot 2021 is hij artist in residence bij het Brusselse Kaaitheater. Daarnaast is Meierhans verbonden aan het Nouveau Théâtre de Montreuil in Parijs. Antoon Vandevelde studeerde economie en wijsbegeerte en promoveerde met een doctoraat over Exchange and Recognition. Hij was als gewoon hoogleraar verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte
 en de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen aan de KU Leuven. Zijn meest recente boek Het geweld van geld is in 2017 bij Lannoo verschenen. Kristof van Baarle is verbonden aan de Universiteit Gent, waar hij zijn doctoraat schrijft over het posthumanisme in de podiumkunsten. Hij is ook werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck (A Two Dogs Company) en deel van de kleine redactie van Etcetera.

gesprek