Julien Bruneau

Leestijd 11 — 14 minuten

Zoeken naar zin en betekenis

Wat kan het orakel ons leren over de praktijk van de toeschouwer?

Sinds enkele jaren ontwikkelt Julien Bruneau artistieke praktijken geïnspi­reerd door het orakel. Deze term slaat zowel op de persoon die bemid­delt tussen god en mens, als op de raadselachtige boodschap die de goden via dit medium overbrengen. Bruneaus onderzoek kadert binnen een bredere interesse in het intellec­tuele project van filosofen als Bruno Latour en Isabelle Stengers, die door de moderniteit onderdrukte vormen  van kennisproductie en zingeving terug onder de aandacht willen brengen. Op dit ogenblik kristalliseert het zich in de fascinerende één ­op ­één performance Say. Etcetera vroeg zich af of zijn werk ons iets kan bijbrengen over de rol en praktijk van de toeschouwer.

We zijn voortdurend bezig met interpreteren. De hele dag door, ons hele leven lang proberen we te doorgronden wat ons overkomt. We lezen onze directe omgeving om te weten of het veilig is om de straat over te steken. We lezen de lichaamstaal en het gedrag van andere mensen om erachter te komen of ze een bedreiging voor ons vormen of niet. Om ervoor te zorgen dat we niet te veel eten of geen kou vatten, lezen we onze eigen lichamelijke gewaarwordingen. We graven in onze levensgeschiedenissen op zoek naar antwoorden op de vraag of we wel de goede keuzes hebben gemaakt. We raadplegen de krant om ons een mening te vormen over de politiek. In de wolken herkennen we figuren en verhalen. Afhankelijk van ons beroep lezen we protonenstromen, subsidieaanvragen, waterleidingen, beursnoteringen, trends, bomen,…

Op elk ogenblik van de dag, ondergedompeld als we zijn in een enorme hoeveelheid indrukken, gewaarwordingen en gedachten, filteren en sorteren we onze ervaringen om er zinvolle tekenen uit te kunnen afleiden die aansluiten bij onze huidige omstandigheden. Dit helpt ons om conclusies te trekken, voorzichtige voorspellingen te doen of onze beslissingen een richting te geven. Deze fundamentele, niet aflatende en grotendeels onbewuste activiteit delen we met (wellicht) alle dieren. Ook zij zijn voortdurend in de weer met het lezen van hun innerlijke toestand en omgeving. Hun overlevingskansen hangen immers af van de nauwkeurigheid van hun dagdagelijkse interpretaties. Ze moeten de potentiële gevaren juist kunnen inschatten, aan voedsel zien te geraken, een schuilplaats kunnen vinden, paren,…

Ook als toeschouwer van een kunstwerk beoefen je de kunst van het interpreteren, de praktijk van het toekennen van zin en betekenis aan wat je ervaart. Dat is zeker zo in het geval van de hedendaagse podiumkunsten. De voorliefde voor meerduidigheid en de zin voor experiment hebben de vraag naar toeschouwerschap tot het kloppend hart gemaakt van de hele onderneming. Als het eigenlijke kunstwerk zich ‘in the eye of the beholder’ bevindt, dan is het van het grootste belang dat je als kunstenaar de manieren verkent waarop de toeschouwer zijn of haar ervaring vormgeeft, zich betrokken voelt en zin en betekenis geeft aan je werk. Volgens mij is elk kunstwerk niet alleen een voorstel rond wat kunst kan zijn, maar evengoed een voorstel rond de rol en activiteit van de toeschouwer. Hoe word je in een voorstelling uitgenodigd om te kijken, te voelen en te denken?

Orakels

Orakels kunnen ons heel wat leren over betekenisgeving. Ze slaan steeds bruggen tussen schijnbaar anekdotische, vormelijke composities van pakweg een reeks neergegooide schelpen of koffiedik in een kop, en belangrijke kwesties waarrond mensen raad willen inwinnen. De verbindingen die orakels tot stand brengen, kunnen een rijkdom aan betekenissen genereren. Ook de artistieke ervaring kan aanleiding geven tot zo’n betekenisweelde door (soms heel eenvoudige) objecten of acties in verband te brengen met hooggestemde waarden, intense emoties of doorwrochte bespiegelingen, die zowel op persoonlijk vlak als breed cultureel van belang kunnen zijn.

Mensen nemen hun toevlucht tot orakels wanneer de conventionele manieren van redeneren ontoereikend of ongeschikt worden geacht om een bepaalde situatie uit te klaren. Oraculaire praktijken bestaan al sinds mensenheugenis. Doorheen de tijden en in alle windstreken stelden de meest diverse gemeenschappen er hun vertrouwen in. Ook vandaag nog zijn ze springlevend, zelfs in de moderne samenlevingen waarin ze officieel worden afgekeurd. Je vindt ze in de meest uiteenlopende verschijningsvormen. Zo kan men de vorm van een geitenlever aan een onderzoek onderwerpen, het patroon van de lijnen in een handpalm, de barsten die verschijnen in een door vuur opgewarmd schild van een schildpad, of de stand van de planeten op de dag van je geboorte. Heel wat orakels bouwen voort op een breed repertoire van symbolen of sibillijnse formules. Tarotkaarten verwijzen bijvoorbeeld naar een reeks archetypische figuren en hun rijke iconografieën. De I-Ching associeert wijsheden uit oude teksten met de kop-en-muntpatronen die toevallig ontstaan door verschillende munten op te werpen. (Tegenwoordig vind je trouwens tal van gelijkaardig werkende orakels terug op gespecialiseerde websites, die door algoritmes worden aangestuurd.) Orakels kunnen tenslotte ook de vorm aannemen van visioenen of berichten die men ontvangt in bijzondere bewustzijnstoestanden zoals trance of bezetenheid, een sjamanistische trip of een droom.

Contingentie, toeval of een gewijzigde bewustzijnstoestand: in al deze gevallen worden de gebruikelijke manieren van redeneren doorbroken. Wanneer je tracht te begrijpen hoe je kan omgaan met een bepaalde situatie, dan richt je je aandacht normaal gezien op die situatie. Orakels doen je er daarentegen van wegkijken. Ze leiden je blik naar een aantal tekens, die net omdat ze totaal vreemd staan tegenover je persoonlijke bekommernissen, werkzaam kunnen zijn. Oraculaire praktijken onderbreken elk lineair, logisch denken door een obstakel op te werpen, een heterogeen derde element, dat onze diepgewortelde zin voor onderlinge verbondenheid triggert. Ze brengen een cesuur aan die ons streven om verbanden te ontdekken uitdaagt en intensiveert. Wanneer je je tot een orakel richt, stel je je vragen en bezorgdheden bloot aan een soort prisma, dat deze kwesties opbreekt en in een gewijzigde vorm naar je terugkaatst. Doordat je wordt weggevoerd en omgeleid, kan je loskomen van je persoonlijke bekommernissen en er vervolgens vanuit een verwijderd oogpunt een nieuwe blik op werpen.

Orakels gaan eigenlijk minder over het voorspellen van de toekomst dan over het openbaren van de onvermoede potentialiteit die zich schuilhoudt in het heden. Ze kunnen vaststaande opinies aan het wankelen brengen en algemeen aanvaarde kennis op de helling zetten. Soms provoceren ze nieuwe associaties van gevoelens en betekenissen en ontrafelen ze een spectrum van tot hiertoe onvoorziene mogelijkheden. Van daaruit kan een intuïtieve kennis ontstaan rond hoe men de toekomst tegemoet kan treden.

Say

‘Say’ is de Engelse vertaling van het Latijnse orare, waarvan de term orakel is afgeleid. Say is ook de titel van een één-op-één-performance die ik momenteel ontwikkel samen met mijn trouwe medewerkers Maya Dalinsky, Anouk Llaurens, Laure Myers en Sonia Si Ahmed en met de steun van Bains Connective en ZSenne art lab. Deze performance is een artistieke verkenning van de principes van het orakel en de voedingsbodem voor mijn gedachten rond dit onderwerp. We kopiëren of adapteren geen bestaande oraculaire vormen, maar experimenteren met zelfgemaakte alternatieven, gebruik makend van hedendaagse artistieke strategieën.

In Say worden toeschouwers op voorhand via e-mail uitgenodigd om na te denken over een aantal persoonlijke bekommernissen die ze graag behandeld zouden willen zien. Tijdens de één-op-één ontmoeting genereert de performer vervolgens antwoorden. Daarvoor doet hij een beroep op methodes die gebaseerd zijn op toeval, het lezen van tekens en het lichamelijk kanaliseren van beelden.

Het gaat telkens om drie verschillende bekommernissen: één ervan heeft te maken heeft met kunst, een andere met het eigen leven, en een derde met de wereld. Elke toeschouwer krijgt aan het begin van de performance wat tijd om deze neer te schrijven, maar ze blijven van begin tot eind privé. De performer krijgt nooit te horen om welke bekommernissen het precies gaat. Paradoxaal genoeg gaat hij dus blind te werk: hij geeft een antwoord zonder te weten waarop hij antwoordt.

Er tekenen zich zo twee duidelijk van elkaar gescheiden trajecten af, die op de duur meer en meer beginnen te echoën in de geest van de toeschouwer. Door zich open te stellen voor de veelbetekenende toevalligheden en onoplosbare spanningen die hij onderweg tegenkomt, kan deze inzicht verwerven. Het orakel vindt vooral plaats in zijn ervaring. Zoals doorgaans het geval is bij oraculaire praktijken, is de geconsulteerde (hier gaat het om een performer, maar normaal gezien om een medium of ziener) niet een soort adviseur die zich kan beroepen op een specifieke kennis. Hij is louter de bediener van een machine, die allerhande gedachten en gevoelens produceert en te midden van een wirwar van interacties betekenis laat opduiken.

Betekenis en nonsens

Het antwoord dat de toeschouwer ontvangt is gebaseerd op een tekening die uit een reeks van zes wordt gekozen met behulp van een paar dobbelstenen. Het lezen van deze tekening gebeurt op een bijzonder belichaamde manier. De performer bestudeert haar even en tekent haar dan na, met de ogen dicht en met een heel sensitieve fysieke betrokkenheid. Al doende vertelt hij in een droomachtige toestand over de stroom van gedachten en beelden die aan zijn geestesoog voorbijtrekt. De originele tekening laat geen eenduidig beeld zien, maar eerder een relationeel veld, een aarzelend kluwen van sporen, texturen en woorden. Terwijl de performer die tekening tegelijkertijd reproduceert én interpreteert, blijkt dat wat aanvankelijk een louter formele compositie leek, zich te ontvouwen tot een extravagante en toch opmerkelijk coherente vertelling. Een rijk landschap van beelden en begrippen opent zich, dat hier en daar begint te resoneren met de vragen van de toeschouwer.

Dit proces laat de arbeid zien van het zoeken naar zin en betekenis. De moeite die het kost, de twijfels en mislukkingen die het veroorzaakt. Soms toont het hoe alles zich plots kan openbaren in een flits. Van het ene moment op het andere vallen de puzzelstukken dan in elkaar. De betekenis die komt bovendrijven is een zeldzaam goed, maar rijk en fris omdat ze zich een weg heeft gebaand door de chaos. Op hun beurt bieden deze momenten van verdichting en samenhang een perspectief vanwaaruit we de woekerende puinhoop van onbestemde resonanties kunnen aanvaarden. Dit proces bezit het ritme van een hartslag: zin en onzin verschijnen als opeenvolgende fasen van een doorlopende cyclische beweging. Soms kan een nonsensicale fase even belangrijk en inzichtelijk zijn als haar tegendeel.

De belangstelling voor het ritme van de trilling zelf, voor het onophoudelijke ineen haken van betekenis en nonsens, is misschien wat Say tot een artistiek project maakt. Orakels die gebruikt worden voor therapeutische doeleinden of als tools voor zelfontwikkeling, zouden eerder focussen op hoe de zwerftocht doorheen het doolhof kan worden aangewend voor persoonlijk gewin. (Een spirituele orakelpraktijk daarentegen concentreert zich op het moment van openheid, waarin degene die het orakel consulteert zich overgeeft aan datgene wat elk begrip overstijgt.)

Toeschouwerschap

Wanneer je in een performance een format binnenloodst dat er vreemd aan is, kan dat dankzij de nodige fricties en contrastwerkingen een ander licht werpen op de performancekunst. Een aantal van haar kenmerken die we als vanzelfsprekend beschouwen, krijgen plots opnieuw aandacht. Dit gebeurt ook wanneer je orakels ‘importeert’: zij maken ons op een frappante manier bewust van onze gewoontes als toeschouwer.

Waarom wonen we eigenlijk performances bij? Hoe werkt een voorstelling op ons in? Wat vangen we achteraf aan met de opgedane ervaringen? Het traject van een toeschouwer van Say start – net als dat van iemand die een orakel raadpleegt – nog voor de performance zelf. Het begint thuis, met de zoektocht naar de vragen en bezorgdheden die hij wil voorleggen. Ook na de performance loopt dit traject idealiter verder, aangezien hij de tijd moet vinden om te verwerken wat hij ontvangen heeft. Zo kan zijn ervaring verder resoneren in zijn dagelijkse leven. Het hele parcours wordt gefilterd en vormgegeven door de eigen interesses en vragen van de toeschouwer, die de initiële triggers zijn van het proces.

Normaal gezien legt het impliciete contract dat met het publiek van een performance wordt afgesloten, de nadruk op het moment van de performance zelf (en niet op wat ervoor of erna gebeurt). Op de wereld die de kunstenaar ontvouwt, en op het gemeenschappelijke karakter van de communicatie die ontstaat tussen podium en publiek. Een performance als Say vraagt ook aandacht voor het feit dat een toeschouwer (eender welke toeschouwer) die een performance (eender welke performance) bijwoont, altijd het gewicht van zijn eigen geschiedenis en bekommernissen met zich meebrengt. In hoeverre beïnvloeden deze de interpretatie van het stuk? Zijn aanwezigheid in de zaal maakt hoe dan ook deel uit van een groter proces, dat het ogenblik bevat waarop hij kiest om deze of gene voorstelling bij te wonen, en ook de momenten nadien, wanneer het werk nog na-echoot in het weefsel van zijn leven.

Dankzij de Franse filosoof Jacques Rancière is er al veel gezegd over de geëmancipeerde conditie van de toeschouwer. Het besef dat die een aangeboren intellectuele capaciteit bezit om te kijken en te ‘lezen’, spreekt de wijdverspreide opvatting tegen dat toeschouwers passieve ontvangers zouden zijn, die erop wachten om gegidst en empowered te worden door de acties van de performers. Volgens Rancière staan toeschouwers en performers op een gelijk niveau: beiden zijn actieve interpreters. Een voorstelling behoort de spelers niet meer toe dan het publiek. Zij is ook geen transparant vehikel dat zich unilateraal verplaatst van het podium naar de tribune, en daardoor een of andere veronderstelde gemeenschappelijkheid tot stand brengt. Een performance is veeleer zo’n ‘derde element’, dat vreemd staat tegenover degenen die kijken, zowel als degenen die worden bekeken. Telkens opnieuw moet ze worden vastgegrepen en verwerkt door mensen met specifieke, singuliere achtergronden en interesses.

Oraculaire prakijken wijzen ons op de accuraatheid van deze visie. Net als de toeschouwer van een performance kan degene die een orakel raadpleegt, beschouwd worden als een soort dichter, die aan de slag gaat met zijn door het orakel opgebroken en teruggekaatste bekommernissen. Een doorgaans onopgemerkt gevolg van Rancières benadering is dat als de toeschouwers geëmancipeerd zijn, dat evengoed geldt voor de performers. Zij worden op hun beurt vrijgesteld van de dodelijk zware en vervlakkende plicht om te communiceren, te geven of te helpen. We kunnen ons vervolgens een contract inbeelden tussen toeschouwers en performers waarbij elke partij de ondoorgrondelijkheid van de andere erkent en waardeert; een contract waarbij we niet op zoek zijn naar transparantie, begrip of zelfs communicatie; een contract waarbij zowel performance als toeschouwerschap worden gezien als praktijken, die weliswaar van elkaar afhankelijk zijn maar toch gescheiden blijven; een contract waarbij elke partij haar eigen rol speelt, zich lavend aan de specifieke rijkdom van haar (tijdelijke) functie.

Het is misschien niet slecht om hier de rituele dimensie van het orakel aan te halen. Rituelen brengen mensen niet bijeen om hen met elkaar te laten communiceren of zich tot elkaar te doen richten. Rituelen zetten groepen mensen ertoe aan om een liminale ruimte te openen (van het Latijnse limen: drempel, doorgang), een tussenruimte waar niemand nog is wie hij daarvoor was, noch wie hij daarna zal zijn. Ze genereren momenten van onbepaaldheid, die een ‘verjonging’ kunnen teweegbrengen. Deze momenten trekken aan iedereen voorbij en behoren niemand toe.

Bezorgdheden

Vandaar wordt van kunst meer en meer verwacht dat ze zich bekommert om de wereld, om socio-politieke gebeurtenissen en het urbane leven. Deze evolutie kadert in een bredere ontwikkeling, waarin aan enkele burgers gevraagd wordt om creatief mee te dromen van een fundamenteel andere toekomst dan degene die de huidige stand van zaken in het vooruitzicht stelt.

Een kunstproject dat werkt met oraculaire praktijken om de manieren in vraag te stellen waarop we ons bestaan in de wereld trachten zin te geven, maakt ongetwijfeld deel uit van die tendens. Het doet dat vrij letterlijk door toeschouwers uit te nodigen om na te denken over hun eigen bezorgdheden. Maar daardoor adresseert het ook het belang dat we stellen in het bezorgd zijn zelf. Door te erkennen dat het belangrijk is om geraakt te worden door de wereld en invloed uit te oefenen op diezelfde wereld, nodigen oraculaire praktijken ons uit om op een bepaalde manier na te denken over de kwesties die we persoonlijk ter harte nemen – een manier die, paradoxaal genoeg, onpersoonlijk is. Met ‘onpersoonlijk’ bedoelen we niet koud, afstandelijk of systematisch. Het woord slaat eerder op de levendige, rijke kwaliteit van datgene wat zich aandient wanneer we weerstaan aan de drang om ons te identificeren met wat ons aangrijpt; wanneer we weigeren om de gedachten en gevoelens die in ons opkomen te bezitten. ‘Onpersoonlijk’ is datgene wat opwelt uit de erkenning dat veel van wat in mij en doorheen mij gebeurt, niet aan mij toebehoort.

Maar wat betekent het eigenlijk om de aandacht te willen richten op bekommernissen en tegelijkertijd de persoonlijke invalshoek te vermijden? Ontkracht dat de hele zaak niet? Is het allemaal niet veel te onduidelijk, te indirect, te contemplatief?

Dat is zeker het geval als we de premisse aanvaarden dat de enige geldige figuur die de richting van onze levens bepaalt of zou moeten bepalen, het zichzelf sturende, autonome individu is; als we denken dat veranderingen alleen ontstaan door stevig vast te houden aan onze opinies, onze wil te doen gelden, kennis te vergaren, dingen te doen en te maken. Moeten we dit verhaal, dat zo centraal staat in onze hedendaagse samenlevingen, nog wel accepteren? Het zou zeer nuttig kunnen zijn om het overboord te kieperen en alternatieve benaderingen uit te proberen. Na eeuwen van egocentrische navelstaarderij, zien we immers dat de ophemeling van het individu steeds gepaard gaat met sociaal isolement en maatschappelijke vervreemding. Natuurlijk biedt het orakel op zich geen oplossing. Toch kunnen we het op een creatieve manier gebruiken als instrument voor een noodzakelijke kritiek. Oraculaire praktijken kunnen ons methodes aanreiken om concreet, zij het bescheiden, te experimenteren met fundamenteel andere benaderingen.

In het verleden namen mensen hun toevlucht tot het orakel om de goden te laten deelnemen aan belangrijke debatten. Zulke goden hebben wij niet meer. Ze zijn dood, afwezig, of op zijn minst ver weg en stil. Het zij zo. Op zich doet het er niet toe hoe we deze stemmen precies identificeren en benoemen. Wél belangrijk is de vraag of we ons gastvrij opstellen tegenover zulke stemmen of niet; stemmen die komen wanneer we de pretentie laten varen dat we diegene zijn die we denken te zijn, als individu, als mens en als wereldburger; stemmen die zich openbaren wanneer we de controle over onze omgeving durven opgeven; stemmen die we pas horen wanneer we kunnen luisteren naar onze innerlijke veelvuldigheid, verbondenheid, poreusheid en ondoorgrondelijkheid; stemmen die ons veranderen, ons tot iets of iemand anders maken; stemmen die ons op andere manieren doen kijken, voelen en denken – manieren waar we niet toe in staat zouden zijn als we ze niet zouden oproepen met onze eigen vreemde praktijken.

(A) De lever van Piacenza, Etruskisch bronzen model om voorspellingen te doen aan de hand van een geofferde schapenlever. Door Lokilech eigen werk, CC BY-SA 3.0

(B) Koffie lezing. Door Temuri rajavi eigen werk, publiek domein

(C) Orakelbeen uit de tijd van Koning Wu Ding (late Shang dynastie). Door BabelStone, CC BY-SA 3.0

(D) Say © Julien Bruneau

(E) Say, met toeschouwer Lilia Mestre die persoonlijke bezorgdheden neerschrijft (still van video-opname) © Julien Bruneau

(F) Say, met performer Anouk Llaurens © Julien Bruneau

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 11 — 14 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

Julien Bruneau

Julien Bruneau is danser, choreograaf en beeldend kunstenaar. Hij woont en werkt in Brussel. Gebruik makend van bewegingen, tekeningen en taal onderzoekt hij de dynamische wisselwerking tussen innerlijkheid en collectiviteit.