© Fred Debrock

Leestijd 6 — 9 minuten

Yellow. The Sorrows of Belgium II: Rex – Luk Perceval & NTGent

“Houzee, Heil Hitler!”

Net geen twee jaar na BLACK en exact één jaar nadat de laatste voorstelling in de Gentse schouwburg te zien was, komen Luk Perceval en NTGent op de proppen met een onorthodoxe tweede aflevering van The Sorrows of Belgium, hun drieluik met de Belgische tricolore als leidraad. BLACK, dat weten we nog, confronteerde de toeschouwers met de houding van ons koninkrijk tegenover Congo. YELLOW neemt een zo mogelijk nog neteliger onderwerp onder handen: de Belgische collaboratie tijdens WOII.

Het gaat deze keer niet over zuiver ‘theater’. De pandemie veroorzaakte een grote golf van digitale heruitvindingen en verplichte on- en offline kruisbestuivingen. Van thuiswerk tot thuisonderwijs: de virtuele wereld moest omarmd worden om actief te blijven. Cultuur is geen uitzondering op die regel en dat zorgde voor een urgente hybridisering. YELLOW is in die zin een van de meest gedurfde voorbeelden van de zoektocht die we in 2020 collectief zijn aangegaan.

Daniel Demoustier filmde en monteerde repetitieopnames tot een twee uur durende maar erg compacte online versie. Die moest ‘zo verschillend mogelijk’ zijn van de versie die binnenkort op de planken zal worden uitgevoerd. Het resultaat slaagt er op veel punten zeker in om zich te onderscheiden van herkenbaar theater. Maar vaak ook niet. En dat wringt. 

(Homo-)erotische radicalisering

Wanneer het digitale gordijn opent, komen we aan een massieve biljarttafel terecht waaraan verslagenheid heerst. Rond de tafel zitten de verliezers van de tweede wereldoorlog die jaren later nog altijd over hun nederlaag mijmeren. De openingsscène is in kleur, maar al snel wordt het beeld zwart-wit en zo zal het blijven, bijna tot het einde: YELLOW zou je kunnen zien als een lange flashback.

“De openingsscène is in kleur, maar al snel wordt het beeld zwart-wit en zo zal het blijven, bijna tot het einde: YELLOW zou je kunnen zien als een lange flashback.”

Zelfde tafel, jaren dertig. In de woonkamer van de familie Goemaere is er een felle discussie bezig over Hitlers campagne aan het Oostfront. Er wordt een Franstalig citaat uit een obscuur extreemrechts online pamflet luidop voorgelezen: we horen argumenten over politieke correctheid en cultuurmarxisme op een manier die we geregeld horen uit monde van ‘onafhankelijke’, ‘intellectuelen’. Dat brengt het verleden in dialoog met onze actualiteit.

Er heerst ten huize Goemaere een hardnekkig anticommunisme dat niet kan worden losgekoppeld van een katholieke achtergrond en een kolonialistische logica die de Russische steppe als te ontginnen grondstoffen zag en haar bewoners als een primitief obstakel. De afkeer voor het communisme en voor de Sovjets is groter dan de weerstand tegen het fascisme. Er heerst ook een expliciet antisemitisme dat akelig sterk lijkt op de openlijke islamofobie van nu. Het antibelgicisme is dan weer even oud als het land zelf, veroorzaakt door de discriminatie van Nederlandstalige Belgen die een kookpunt bereikte met de vernedering van Vlaamse soldaten door Franstalige officieren in WOI.

Het is in deze context dat een verleidelijk discours zijn entree doet: het zijn Otto Skorzeny en Léon Degrelle, de eerste een Oostenrijker, de tweede een Waal (of een Franstalige Germaan, zoals hij zichzelf zag), die de Vlaamse ontevredenheid weten te capteren. Skorzeny spreekt hen met sensualiteit aan, van dichtbij. Degrelle is de man van de grote woorden en het triomfantelijk discours. Het zijn charismatische sprekers die zielen weten te bekoren, maar de indruk die ze maken hangt niet alleen van hen af: hun prestaties worden uitvergroot door hun publiek, de belofte van een snelle overwinning wordt onkritisch onthaald. Zelfs een middelmatige leugenaar kan jou overtuigen, als je maar wil geloven.

Skorzeny en Degrelle zijn de voornaamste ronselaars. Ze voegen een (homo-)erotisch karakter toe aan dit proces van radicalisering, misschien omdat de fixatie met de lichamelijke perfectie volwaardig deel uitmaakt van het fascistisch project. Een voor een vallen ze voor dat wanbeeld van Arische superioriteit: Jef, een verlegen vinkenier, en zijn zus, Mie, militante bij de Dietsche Meisjesscharen. Hun vader Staf, lid van de Zwarte Brigade en zijn even overtuigde vrouw, Marije. In het verlengde van deze paringsdans tussen het nazisme en het gewone volk, correspondeert Mie met Aloysius, soldaat aan het Oostfront. Ook Jef vervoegt zich snel bij het Vlaams legioen. Het begin van Operatie Barbarossa is een feest. Een choreografie die op een orgie lijkt, bijna.

Laurens, priester en broer van Marije, belicht de soms ambigue en soms ronduit criminele rol die de katholieke kerk speelde in het conflict. Zeker in de verspreiding van het discours: vandaag zouden we hem een haatpriester noemen. Hubert, broer van Staf, en Channa, zijn joodse vriendin, bieden inkijk in een ander aspect van dit verhaal: de Jodenvervolging en hoe dit donkere hoofdstuk beleefd wordt in de Antwerpse zesde wijk. 

Ceci n’est pas un film

Hoewel YELLOW als ‘filmische versie’ van het stuk werd uitgebracht, wordt het medium film niet ten volle ingezet. Film is namelijk meer dan de mogelijkheid om close-ups te maken en van perspectief te veranderen. Het filmische uit zich ook via het acteer- en taalregister, montage, beeldtaal enzovoort. En op dat vlak neemt YELLOW amper afstand van het toneel. Er is geen ambitie om een documentaire hybride te maken zoals in Ariane Mnouchkines 1789 of zelfs Milo Raus The Last Days of the Ceaucescus. Er is ook geen intentie om de zaalomgeving te verlaten, zoals Matteo Simoni, Ruth Beeckmans en Bruno Vanden Broecke probeerden in TRIO. Daarnaast is er evenmin sprake van een gewaagde exploratie van mogelijkheden zoals bij de waanzinnige Canadians Guy Maddin (The Saddest Music in the World) of Matthew Rankin (The Twentieth Century). Evengoed wordt ook niet echt gekeken naar het Duitse expressionisme, zelfs al was dat een voor de hand liggende optie geweest, gezien de inhoud.

Als YELLOW als een film moet worden beoordeeld, zijn er zeker troeven: als Mie traag in de richting van de camera stapt of wanneer Channa en Hubert uit het niets het kader betreden, word je als kijker meegezogen in hun wereld. Soms is het erg waardevol om het gezicht te kunnen lezen van een moeder die de rug toekeert naar het publiek. Het is ook een klein mirakel dat er voldoende camerastandpunten werden gevonden om bijna uitsluitend op één locatie, aan één tafel, een twee uur durende voorstelling te maken. Maar er zijn ook slordigheden: soms is het beeld onscherp, soms is de klankband onzuiver. De soundtrack werkt goed wanneer er interactie is met de spelers (dat volkslied!), maar op andere momenten wordt het melig of is de muziek té aanwezig. Een theatraal acteerregister werkt op de planken, maar komt snel karikaturaal of melodramatisch over op scherm.

“Een theatraal acteerregister werkt op de planken, maar komt snel karikaturaal of melodramatisch over op scherm.”

Ceci n’est pas un film, maar dit is ook geen ‘captatie’ van een theatervoorstelling. En dat is op zich erg ambitieus, zeker in de huidige context. YELLOW slaagt erin om te ontsnappen aan de bekoring van de livestream of de TV-friendly registratie om iets nieuws te creëren en dat verdient lof.

Perceval zorgt ervoor dat er voldoende elementen zijn die in lijn blijven van de hele trilogie. De donkere houten tafel blijft een centrale rol spelen, vooral als podium. De tapdansschoenen zien we deze keer ook van dichtbij. De monumentale kaart van Congo en de hangende touwen van BLACK worden vervangen door vlaggen: witte vlaggen die ons uitnodigen om er zelf swastika’s en zwarte leeuwen van te maken. Witte vlaggen die ook een voorbode zijn van een imminente capitulatie. In BLACK valt er regen. In YELLOW valt er sneeuw, en je waant je in Stalingrad. 

De lichtopstelling verandert opvallend weinig en dat is even jammer voor een film als voor een toneelstuk. Dramaturgisch weet YELLOW wel veel verhaallijnen en perspectieven helder te combineren. 

Geschiedschrijving

Familie- en liefdesbrieven die opgetekend worden met een doorvoeld “Houzee, Heil Hitler!” geven een pijnlijk idee van hoe ver de ideologische overtuiging doordrong in het dagelijks leven en de intermenselijke relaties. Pijnlijk en herkenbaar. Pijnlijk en frustrerend, want hoe zeg je tegen een jongen dat “Houzee, Heil Hitler!” geen manier is om zijn moeder te begroeten. Hoe zeg je tegen een meisje dat “Houzee, Heil Hitler!” niet is wat je schrijft om je liefde te verklaren. Tenzij het te laat is, natuurlijk, want dan drukken mensen hun gevoelens op die manier uit: “Houzee, Heil Hitler!”

Vaak wordt er gezegd dat de geschiedenis geschreven wordt door de overwinnaars. Maar de Vlaamse context heeft ervoor gezorgd dat de geschiedenis (mee)geschreven werd (wordt) door de verliezers. Dat zou voor een deel de straatnamen verklaren, de strategische stiltes, de mythologisering van het slachtofferschap, de heroïsering van flaminganten met een dubieus verleden en de uitvergroting van de naoorlogse repressie. Het begrip, maar ook de nuance.

“Vaak wordt er gezegd dat de geschiedenis geschreven wordt door de overwinnaars. Maar de Vlaamse context heeft ervoor gezorgd dat de geschiedenis (mee)geschreven werd (wordt) door de verliezers.”

Collaborateurs waren geen meerderheid, maar de Vlaamse strijd blijkt vooral te belangrijk om af te schrijven. De Koude Oorlog biedt daar een dankbaar kader voor: was de strijd aan het Oostfront zo verkeerd als we nog decennia lang bleven vechten tegen de Sovjets? Daarbij komt dat we vandaag leven in een context waarin de politieke erfgenamen van de collaborerende bewegingen de populairste politieke kracht vormen. Dat zorgt er nu eenmaal voor dat dingen verzwegen worden of aan flarden worden gerelativeerd.

YELLOW is het verhaal van de oostfronters. Hun hoop, idealisme en teleurstelling, hun afschuw bij de eerste moord op een onschuldige ‘verdachte’, hun doodswens als die er was, hun families, hun ronselaars. Hun terugkeer, celstraf en terechtstelling. Het lot van de Belgische Joden neemt in verhouding een bijna anekdotische plaats in in deze vertelling. Terwijl juist dat perspectief het meest aangrijpende is in dit verhaal. En dat wordt bewezen door het einde, een erg treffend beeld dat de schaal van van het Joodse verlies zichtbaar maakt en naar adem doet happen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#163

15.03.2021

31.05.2021

Orlando Verde

Orlando Verde is programmator bij De Cinema.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!