© Michiel Devijver

Leestijd 3 — 6 minuten

Water, l’atterrée des eaux vives – Castélie Yalombo

Met fysieke en mentale lenigheid verpersoonlijkt Castélie Yalombo de talloze stemmen, talen en lichamen die als piketpaaltjes het speelveld van haar leven afbakenen. Ze graaft een beklemmende tunnel van frictie en verbolgenheid, maar voorlopig zonder uitgang.

Een tiental grove kokers van klei hangt aan fluoriserende gele draden van het plafond naar beneden, binnen handbereik als je eronder zou staan. Je ziet de vingerafdrukken van de handen  die ze hebben geboetseerd. Ze hebben iets weg van stalactieten, een indruk die versterkt wordt door het water dat er langs naar beneden drupt, opgevangen in een kom. Rondom die kom staat op de grond eenzelfde hoeveelheid kleikolommen in gelijkaardige aardetinten, de een iets steviger dan de ander.

Ondertussen groeit een vibrerend donker geluid ritmisch tot iets gevaarlijks, alsof iemand een schaar in bassnaren heeft gezet en de klanken daarna met een automatisch wapen aan flarden schiet. Castélie Yalombo komt tot leven en neemt de fragmentarische muzikale aanzetten allemaal over in een eclectisch bewegingspalet. Geknetter en geknisper wordt een asymmetrisch gebogen houding, haar heupen naar de ene kant op slot gezet terwijl een pulserende wervelkolom de andere kant op deint. Een onpersoonlijke drang moet ergens heen.

In een korte blauwe legging en een zwart shirt lijken de bewegingen die Yalombo maakt afwisselend wel en niet van haar: er zit een vastbesloten impuls in haar lichaam die ze wel en niet de baas is. Wanneer ze eerst bijvoorbeeld haar eigen handen met een ongelooflijke nieuwsgierigheid lijkt te volgen wordt diezelfde arm even later een zelfbewuste vingerwijzing. Met haar handen op haar rug lijkt ze zichzelf het ene moment resoluut vooruit te duwen, terwijl ze het volgende moment machteloos om zich heen kijkt. Een bijna identieke pose of handeling krijgt door subtiele aanpassingen beurtelings een tegenovergesteld karakter.

Die tweedracht in haar lichaam is spannend, maar blijft uiteindelijk wat aan de oppervlakte. Water, l’atterrée des eaux vives onderzoekt ‘de onderliggende frictie die huist in vooronderstellingen die we maken van vrouwenlichamen van kleur’ en zonder veel moeite herken je die frictie. Het Engels (of Nederlands) en Frans van de titel versterkt het gevoel van een veelvoud aan rivaliserende stemmen die Yalombo een figuurlijke klankkast geeft. Maar zo’n innerlijk conflict is geen nieuw beeld, waardoor ik het gevoel krijg dat ik eerder naar een persoonlijk relaas kijk, dan dat ik bijvoorbeeld mijn eigen vooronderstellingen in een ander perspectief zie.

Yalombo werkt die innerlijke wrijving wel degelijk zorgvuldig uit, zodat die lang blijft boeien. Niet alleen haar bewegingen zijn contrastrijk. Opmerkelijk is dat alle emoties die ze uitdrukt, verbergt en verwerkt, en alle gemoedstoestanden die ik in haar bewegingen denk te herkennen, los van elkaar lijken te bestaan. Een wijd opengesperde mond is een bijna geïsoleerde uitdrukking van een agressieve jager, terwijl haar gezicht als geheel radeloos en verdwaald staat.

Maar het kruispunt van oriëntaties en stromingen die door haar heen lopen, laat ook een gevoel van richtingloosheid achter. Alsof Yalombo rondjes blijft zwemmen. Als de schokkende muziek ophoudt wordt het lichter en zien we dat de kom is overgelopen en het water een rivierenlandschap op de zwarte vloer tekent. Yalombo maakt zich niet druk om de overvloed en giet juist nog meer water in de hangende schachten. Vervolgens neemt ze een douche, begint een groengeel sportshirt te wassen voordat ze zichzelf hevig schrobbend te lijf gaat, alsof ze iets van haar huid wil spoelen. Yalombo oogt steeds recalcitranter, alsof ze heeft besloten om niet langer de frictie te omarmen. Doorweekt met het natte vod staat ze uitdagend tegenover haar publiek, trapt potten omver, stapt in de aarden scherven. Maar uit die weerbarstigheid komt geen nieuwe overtuiging, geen andere koers, geen handreiking die ons meeneemt.

Uiteindelijk vult Yalombo de vele beelden die ze heeft neergezet aan met een monoloog van poëtische fragmenten. Pas melanger! Pas melanger! roept ze. Om de ballast die ze uitbeeldt nog dikker aan te zetten, trekt ze een soort ingenieus harnas aan dat een fijn, ritselend geluid maakt. Als een keramieken maliënkolder geeft het zowel bescherming als ballast. Maar de dans van dubbele betekenissen en contrasten blijft een beetje om zichzelf heen draaien. Op den duur zal het water de klei opnieuw vloeibaar, opnieuw boetseerbaar maken. Maar zover komen we nog niet.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Bas Blaasse

Bas Blaasse schrijft over beeldende kunst en podiumkunsten, studeerde filosofie en fotografie, en is kernredacteur bij HART Magazine.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!