Dirk Braeckman, S.O.-H.O.-96 (1996). Courtesy: Zeno X Gallery, Antwerpen, Thomas Fischer Gallery, Berlijn, en Grimm Gallery, NY.

Leestijd 4 — 7 minuten

Wat gebeurt er?

Het is niet zo gemakkelijk te zeggen wat er aan de hand is. Doen we nu min of meer hetzelfde als we altijd deden, en passen we ons enkel aan de veranderde omstandigheden aan? Zoeken we tijdelijk beschutting, schuilen terwijl we een probleem oplossen, een obstakel uit de weg ruimen, even onze adem inhouden, en wachten tot alles weer normaal wordt? En betekent “normaal” dan: “zoals vroeger”? Of is er iets voorgoed veranderd? Is er onherstelbare schade? En als we antwoorden vinden op deze vragen, wat kunnen we dan met die inzichten aanvangen? Wijzer worden, weten wat te doen, hoe verder te leven?

Het leven wordt nu gesandwicht tussen twee zeer verschillende maar even beklemmende, oppressieve vormen van aanwezigheid. Aan de ene kant is de eigen leefruimte en leefomgeving klein en beklemmend geworden. De lockdown impliceert, op de een of andere manier, opgesloten zijn. De eigen plek, de kleinste sociale kring, de buurt, zijn veel meer aanwezig en reëel geworden. De reikwijdte van het leven is nu kleiner. Dit is wat er is, daar moet je het mee doen. Geen avonturen. Een kleiner, eenvoudiger leven heeft ongetwijfeld bepaalde voordelen: veel van het heen en weer gehaast en de gewone sociale drukte lijken plotseling overbodig, en de directe omgeving blijkt toch meer te bieden dan we vermoedden. Het leven gaat langzamer, stiller, de dagen worden langer, er is meer tijd. En een van de comfortabele effecten van de nieuwe media is dat het leven toch niet helemaal afgesloten is, en dat we gemakkelijk in contact kunnen blijven met vrienden en familie.

Aan de andere kant is er de Grote Wijde Wereld, die als een tsunami van voortdurende interactieve communicatie van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat in ons leven inbreekt, ons in beslag neemt, en onmiddellijke reacties eist. Veel mensen zijn nu het grootste deel van hun dag aan het ‘communiceren’ op de een of andere virtuele manier, en vernemen langs dezelfde weg wat er gebeurt in de wereld. En toch blijft er, aan het einde van een hectische en welgevulde dag van online-contact en interactie, een soort moeilijk te doorgronden gevoel van ‘ervaringsarmoede’ over. Wat is het precies wat niet gebeurt, wat ontbreekt?

Het gaat wellicht niet om de klassieke existentiële “eenzaamheid”, maar om een nieuw soort “alleenigheid”: de ervaring dat er niemand in de buurt is, dat buiten niets gebeurt, dat er niets aan de hand is, dat niets de moeite waard is om voor naar buiten te gaan. Het scherm loopt over, maar de wereld die we uit het raam zien, de straten en de pleinen, lijken leeg. Er lopen wel mensen rond, maar die lijken zich te bewegen in een stadszicht van Giorgio De Chirico.

 “Geroezemoes draagt het onbekende in zich. En het is dit geroezemoes, deze aanwezigheid van andere levens, die we missen.”

In Notizen zur Melodie der Dinge schrijft Rilke over het “brede koor” (“der breite Chor”) en “de krachtige melodie van de achtergrond” (“die mächtige Melodie des Hintergrundes”).1 We beseffen inderdaad dat niet alleen de confrontatie of het directe contact mensen verbindt, maar in de eerste plaats (of: zeker ook) het landschap, of de ‘achtergrond’: een gedeeld achterland. Iedereen is natuurlijk steeds zeer betrokken bij zijn of haar partner, kinderen, familie en goede vrienden. Maar er is blijkbaar ook de diepte behoefte aan contact van een andere soort, aan een onbedoelde wrijving met de werkelijkheid, die maakt dat er naast onze kleine, intieme levens niet alleen een ‘buiten’ is, maar dat die levens ook ingebed zijn in die vaak nauwelijks waarneembare textuur die de Wereld maakt  – net zoals een gesprek in een café dat niet alleen tegen, maar ook met het omringende geroezemoes plaatsvindt. Dit geroezemoes is de achtergrond die ons nomadisch leven open maakt; het is het achterland, dat noch dichtbij noch veraf is, en bestaat uit de aanwezigheid, de bewegingen en het leven van anderen waarvoor wij dan weer de achtergrond vormen, van levens die we niet kennen en waar we niets mee te maken hebben, maar die de wereld vullen met tumult en geluid, met lawaai dat we horen zonder ernaar te luisteren. Dit geroezemoes draagt het onbekende in zich. En het is dit geroezemoes, deze aanwezigheid van andere levens, die we missen. Die aanwezigheid, die wel nog mee komt met dingen, zoals met een boek of een traditionele brief, die dingen in de wereld zijn en echt bestaan, en de ‘werkelijkheid’ maken die verdwijnt op het scherm. Zonder de aandacht en zorg die ze vragen, zonder de materialiteit en weerstand van de dingen, wordt betekenis onstoffelijk, inwisselbaar en onwerelds. Het effect van de virtuele ruimte van het scherm creëert, in de woorden van Musil, niet alleen een “uitbreiding zonder centrum” (“Ausbreitung ohne Mittelpunkt”)2, maar ook een wereld zonder contrasten, waarin alles en iedereen altijd en in gelijke mate beschikbaar is, dwingend en nadrukkelijk aanwezig, maar identiek en vervangbaar. Een wereld waarin onderscheidingen en contouren oppervlakkig en onbeduidend worden.

De mogelijkheid dat deze alomtegenwoordigheid en bemiddeling van het sociale en culturele leven door de nieuwe media en, daarmee samenhangend, de verdamping van de materiële publieke ruimte die bemiddelt tussen de besloten, intieme levenssferen aan de ene kant en de lokroep van de Wereld in de verte, niet slechts tijdelijk zijn, is verontrustend. Nog beangstigender dan het vooruitzicht dat deze toestand misschien zal blijven duren, is  het gevoel dat de flexibiliteit die vandaag gevraagd wordt neerkomt op een gedachteloze aanpassing, en dat dit is hoe het vanaf nu zal zijn. Wat als die verlaten en leeggelopen gangen en zalen van universiteiten, theaters en bibliotheken slechts de voorbode zijn van een “nieuw normaal”, waarin mensen misschien af en toe hun comfortabele binnen-levens verlaten en ‘naar buiten gaan’ om iemand te zien of een wandeling te maken, maar waarin dit randverschijnselen blijven in een verder ijle en schrale wereld? Werkelijk beangstigend is de gedachte dat deze leegte gewoon is wat er is, en het antwoord is op de vraag: ‘Wat is er aan de hand?’

 

Deze tekst verscheen oorspronkelijk in TEXTE ZUR KUNST.

1R. M. Rilke, “Notizen zur Melodie der Dinge,” in Sämtliche Werke, Werkausgabe 10 (Frankfurt am Main: Insel Verlag, 1975), pp. xx, xxvi.2Robert Musil, Der Mann ohne Eigenschaften (Hamburg: Rowohlt, 1978), I, p. 5.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 4 — 7 minuten

#162

01.12.2020

14.03.2021

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!