© Kurt Van der Elst

Leestijd 5 — 8 minuten

War of the Beasts and the Animals – Zuidpool

Hoe kan het onzegbare rijmen?

Tachtig minuten lang beklijvende poëzie op de scène brengen die urgent en actueel is: Zuidpool slaagt erin. Vijf actrices en een dj belichamen en verklanken drie lyrische gedichten van de Russische Maria Stepanova, waarin de taal evenveel op het spel probeert te zetten als het leven. Hoe verhoud je je als dichter tot een onzinnige oorlog die je eigen land uitlokte? En hoe breng je die (taal)strijd op de scène?

Een relaxed, generisch deuntje verwelkomt het publiek dat de zaal binnenloopt. Een verlichte tribune, een donker speelveld met vlakke vloer, achteraan een groot projectiescherm en links een mixtafel. De sfeer aarzelt tussen de anticipatie voor het begin van een (zittend) concert en een theatervoorstelling. Hier gaat iets gebeuren.

Ook elders gebeurt iets, en het komt verdomd dichtbij, het woord rommelt in ons hoofd en gaat ongeroutineerd over onze tongen: oorlog. Terwijl ik deze woorden typ, verschijnen er continu updates op nieuwssites: ‘Nieuwe wet legt media aan banden in Rusland’, ‘Thuis Oekraïense vluchtelingen opvangen?’, Bekijk: In Marioepol staan flats in brand na beschietingen, dronebeelden tonen schade in Borodjanka’.

De drie gedichten van Stepanova die vanavond worden vertolkt – ‘Spolia’, ‘War of the Beasts and the Animals’ en ‘The Body Returns’ – spreken een andere taal dan die van de krantenkoppen, maar ze zijn even urgent.

Poëzie in spijkerbroek

De muziek stopt, Kris Strybos loopt in het schemerdonker naar de mixtafel. Hij is een van de drijvende krachten achter de Belgische beatbox scene en MC bij de Antwerpse Sint Andries MC’s. Strybos introduceert een zachte beat, het zaallicht dooft en in zwarte letters wordt een titel op het scherm geprojecteerd: ‘Spolia’. Even later verschijnen vijf actrices op de scène (Evgenia Brendes, Sofie Decleir, Taeke Nicolaï, Scarlet Tummers en Anne-Laure Vandeputte). ‘Spolia’ is geschreven toen Rusland de Krim annexeerde en het conflict in de Donbas-regio uitbrak. De titel verwijst naar dan ook de spoils of war, de oorlogsbuit en de schade die strijd aanricht. In contrast tot die referentie naar oorlog, ademen de performers normaliteit uit. In hun jeans, t-shirts, hemden, laarsjes en sneakers zouden ze zo een koffiebar of een kantoor kunnen binnenwandelen. Maar we zitten in een theaterzaal: Strybos draait aan de dj-knoppen en de actrices hebben elk een microfoon vast. Nog voor ze spreken, hebben deze vrouwen een stem. Maar wat kan je überhaupt zeggen op dit moment?

Beats en brokstukken

De woorden van Stepanova komen eerst zacht, dan feller uit de monden van de actrices, de zwaarder wordende beats van Strybos zetten hun ritme kracht bij:

she simply isn’t able to speak for herself

and so she always uses rhyme in her poems

 

ersatz and out of date poetic forms

where is her I place it in the dish
why on earth does she speak in voices

De woorden van Stepanova lijken hier te alluderen op haar eigen fragmentarische, meerstemmige en intertekstuele stijl in versvorm, die de vertaalster en dichteres Sasha Dugdale omschrijft als ‘een nieuw modernisme’, ‘political, angry and lyrical’. De keuze om de gedichten uit vijf verschillende monden te laten komen strookt helemaal met de vormtaal van Stepanova.

Ook de sample-technieken die Strybos gebruikt, sluiten aan bij Stepanova’s stijl. Zo horen we dan weer een zware bas, Strybos die beatboxt, een volksdeuntje met veel blazers, luchtsirenes, of het geklik van een camera.

Visueel wordt er veel gedaan met weinig middelen. Op de kale scène verschuift de belichting continu van register: een blacklight levert een wat komische groepsfoto op waarin de actrices als een pastiche op popzangeressen poseren, een blauw licht zorgt voor een mysterieuze sfeer, filters geven de schaduwen van de actrices de kleuren van de regenboog – een verwijzing naar de felgekleurde kostuums van Pussy Riot?

De titel van het eerste gedicht verwijst bovendien ook naar de intertekstualiteit in Stepanova’s poëzie: ‘spolia’ is namelijk ook een architecturale term voor een eclectische bouwtechniek waarbij brokstukken van antieke materialen zoals marmeren zuilen in nieuwe constructies worden verwerkt. In een interview in de LA Review of Books (15 juni 2017) zegt Stepanova daarover: ‘This involuntary coexistence of old and new is a good description of what happens to language in “interesting times.”

Zeggenschap tussen volharding en vervreemding

Stepanova onderzoekt op een ambigue manier haar eigen cultuur, want zoals Dugdale schrijft in Modern Poetry in Translation (2017): ze toont ‘the complicity of culture in violence. Culture is simply the lubrication needed to insert a people into a new war: the erosion of real memory by mythmaking’. Door het glibberige statuut van ons geheugen en onze geschied(her)schrijving onder woorden te proberen brengen, doorprikt ze de hedendaagse mythes die figuren zoals Poetin – met geweld – in stand proberen houden. Voor Stepanova is het de taal zelf, als manipulatief instrument, die op het spel staat. Hoe kan (haar) taal nog zeggingskracht hebben, nog waarheid bevatten?

“Stepanova probeert de taal heruit te vinden zodat die opnieuw iets over een vaak onuitspreekbare realiteit kan zeggen: rijmend, haperend, vlammend. Dat is ook hoe de actrices op de scène staan. “

Met haar poëzie en haar volhardende aanwezigheid in Rusland – want ondanks haar bijzonder kritische houding woont ze nog steeds in Moskou – probeert Stepanova weerwerk te bieden aan, zoals zij dat noemt, ‘het Rusland van Poetin’. Uit haar poëzie klinkt dan ook zowel liefde (my land, I love your vast expanses! / your steppe & coachmen, costumed dances!) als vervreemding, woede, kritiek en verdriet (and how above our golden freedom / rises gloom dusk cumulus). De fragmentarische stijl weerspiegelt bovendien treffend de verscheurdheid van de schrijfster, de vraagtekens bij haar ‘I’, haar identiteit:

unclear what she needs
where ’s your I, where is it hidden?

why do strangers speak for you
or are you speaking
in the voices of scolds and cowards

get out of yourself

Een nieuw lichaam

Stepanova probeert de taal heruit te vinden zodat die opnieuw iets over een vaak onuitspreekbare realiteit kan zeggen: rijmend, haperend, vlammend. Dat is ook hoe de actrices op de scène staan. Ze laten de tekst spreken door uit verschillende registers te putten en tonen daarbij hun kunde als performers: zingend, fluisterend, declamerend, rappend en roepend brengen ze de woorden tot leven – in het leven. Ze maken gebruik van verschillende genres (van rap over sirenenzang, smartlap en lyrische voordracht tot slaapliedje en opera – ‘an oooooooold woman in a shooooooe’, galmt Decleir), en gooien ook hun lichaam in de strijd. Toegegeven, het is even wennen om de vijf actrices te zien bewegen op de muziek – aanvankelijk zelfs wat houterig, alsof ze er nog in moet komen, zoals de eerste dapperen op de dansvloer aan het begin van een feestje. Dit zijn natuurlijk geen slam poets of getrainde dansers die het gewend zijn om te performen op muziek. Zuidpool had er ook voor kunnen kiezen om spoken wordkunstenaars op het podium te brengen naast Strybos. Maar dat is net wat werkt: de kwetsbaarheid van de actrices die de muzikaliteit in Stepanova’s poëzie proberen te belichamen.

Inhoudelijk is het natuurlijk ook een juiste keuze om het gefragmenteerde, zoekende ‘I’ van Stepanova te laten vertolken door verschillende lichamen die samen een nieuw soort geheel vormen. Dat resoneert met een fragment uit het derde gedicht, ‘The Body Returns’:

Body parts parts of another ’s body, which has

 lain here since another age

Together they make a new body

A not-yet-existent person.

Het is mooi om die uiteenlopende lichamen op de scène te zien – twintigers, dertigers en een vijftiger. Hoe ze na een wat aarzelend meebewegen hun lichaam intunen op het ritme en de klanken van de poëzie en de muziek. Hoe ze met minimale middelen de tekst in een ander daglicht zetten: zinnen en woorden versplinteren door ze om beurten uit te spreken, woorden moed inblazen door ze samen in een cirkel staand uit te roepen, door ze wild dansend uit te brullen, door ze sissend uit te spuwen, door ze rustig voor zichzelf te laten spreken.

Net door actrices op de scène te zetten wordt de aandacht gevestigd op die zoektocht naar een manier om Stepanova’s woorden te belichamen. En dat is een prachtige zoektocht met kippenvelmomenten. Sterk is de scène waarin de vrouwen beurtelings de woorden fascist fattish fetish uitstoten tot het betekenisloze klanken worden op een loeiharde beat. Of het wilde, aanstekelijke dansen van Scarlet Tummers in beha en met zwangere buik – kwetsbaar en krachtig tegelijkertijd. Op dat moment beweegt ook het publiek mee – opnieuw die sfeer van een zittend concert, en dat na zo’n vijfenveertig minuten hardcore poëzie. Stepanova’s poëzie komt zinderend tot leven wanneer Anne-Laure Vandeputte in het einde van het titelgedicht de uiteengevallen zinnen en woorden scandeert – we no ger / man rage blood / no fish we. En er barst een terecht applaus los nadat Evgenia Brendes haast hypnotiserend aftelt naar de slotregels: een viering van vitaliteit, van het onzichtbare, en van het onzegbare.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Natalie Gielen

Natalie Gielen is redactiemedewerker van Etcetera. Daarnaast werkt ze freelance als auteur, redacteur, producent en outside eye in de kunsten.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!