© kurt van der elst

Leestijd 7 — 10 minuten

Waarover ik fantaseer als ik over de liefde fantaseer – Sarah Haeck & tg STAN

Je wilt niet verliefd zijn, je wilt blokfluit spelen!

Na Griekse tragedies en Middeleeuwse Marialegendes waagt Sara Haeck zich aan een moderne klassieker: de romcom. Samen met Chloë Onyinye, Goele Derick en Bart Hollanders repeteert ze wat liefde kan zijn voorbij de clichés van het genre. Maar net als de theatrale klap die Hollanders te verduren krijgt, voelt ook het slim opgezette Waarover ik fantaseer als ik over de liefde fantaseer wat als een slag in de lucht.

De lange titel van Sara Haecks nieuwe voorstelling roept eindeloos veel gevoelens en gedachten op. Wat voel ik en hoe doe ik voelen? Wat wil ik en hoe krijg ik dat? Wat geef ik en hoe doe ik dat? Het zijn maar een paar van de vele vragen die bij mij opkomen wanneer ik nadenk over het complexe vraagstuk dat deze titel opwerpt. En het zijn maar mijn vragen, want je kan er vanop aan dat de vragen én antwoorden zullen verschillen van toeschouwer tot toeschouwer. 

Dat valt meteen op bij de eerste scène. ‘Ik wil dat het mij overdondert. Ik wil de liefde in mij voelen schieten als een bliksemschicht… Ik wil geen gezamenlijke agenda’. Chloë Onyinye wilt, wilt, wilt. Haar (toekomstig) lief mag, moet torenhoge verwachtingen trotseren. Tot Goele Derick de regie overpakt en het ik-wil-discours omdraait: ‘Ik…Ik…Te lang heb ik me laten betoveren door het waanbeeld van de liefde.’ Ze plaatst harde kanttekeningen bij Onyinyes jonge, naïeve, vooral melige blik op die liefde.

Bart Hollanders legt in een volgende scène met Derick nog een andere versie op tafel. Ditmaal speelt vooral seks een prominente rol. Hij komt bij haar een voor ons onbestemde cadeaubon inwisselen die hij kreeg van zijn vader. Derick vraagt serieus of het een grap is. Wat voor cadeaubon is dit? Is zij een dame van plezier? Het plakkerige, slijmerige geluid van  Derick die haar droge onderarmen insmeert met crème aan het begin van de scène sterkt dat vermoeden. Vooral wil ze dat hij aangeeft wanneer zij iets als grappig moet interpreteren. 

De nogal tragikomische scène suggereert op subtiele wijze theaterspel. Dat was ook al zo voor de start van de voorstelling. Wanneer het publiek de zaal betreedt, zit Hollanders op een stoel met rond hem de drie dames. Gehuld in feestkledij smiespelt het viertal wat onder elkaar. Tegelijk doet Hollanders alsof hij steeds dezelfde roze ballon opblaast. Het acteren valt nog harder op wanneer Haeck zichtbaar ‘per ongeluk’ de ballonen die aan de stoel van Hollanders hingen oplaat. Het vormt het startpunt van de voorstelling. Het spel kan beginnen.

Die subtiele hints doen vermoeden dat we niet naar een afgewerkt stuk kijken. Eerder lijkt het een open repetitie. Misschien moeten we de vraag van Derick aan Hollanders dan ook niet interpreteren binnen het verhaal van de scène, maar binnen de speelwijze? Dat vermoeden wordt gesterkt door een decor waarin vooral twee kledingrekken een prominente rol opeisen. Ze dienen de vele kostuumwissels die zichtbaar maken dat personages komen en gaan.

“Het opvallend onopvallend doorbreken van de fictie biedt een boeiend kader om te reflecteren op de inspiratiebron van deze voorstelling: de romcom.”

Dit opvallend onopvallend doorbreken van de fictie, een typisch kenmerk van het theater van STAN onder wiens vleugels Haeck deze voorstelling maakte, biedt een boeiend kader om te reflecteren op de inspiratiebron van deze voorstelling: de romcom. Het maakt duidelijk dat je naar fictie, een weldoordachte constructie, kijkt. Dat vergeten we vaak wanneer we gezellig in de zetel kijken naar de serendipious meet-cute tussen twee lovebirds die na enkele grappig-treurige misverstanden eindelijk beseffen dat ze elkaars soulmates zijn – iets dat wij natuurlijk al lang wisten – en dat vieren met een obligatoire kus in de regen of een (trouw)feest. 

Want ondanks dat het zo gekende fictiegenre geen al te goede reputatie kent, blijft ze nog steeds ons beeld vormen van wat de liefde moet zijn. Dat voelde je ook in de beginmonoloog van Onyinye. Haar verlangens over de liefde zijn voorspelbaar en creëren onrealistische verwachtingen. Denk maar aan het vreselijke ‘Ik wil dat iemand in elke taal ter wereld “ik hou van je” leert’. Ik kan tijdens haar betoog niet anders dan denken aan Becky, de kritische vriendin van hoofdpersonage Annie Reed uit de romcom der romcoms Sleepless in Seattle (Nora Ephron, 1993), die gevat stelt:You don’t want to be in love… You want to be in love in a movie.’

Toch is Waarover ik fantaseer als ik over de liefde fantaseer alles behalve een typische romcom. Zo bestaat de voorstelling uit losstaande scènes die niet opbouwen tot een liefdesculminatie. Dat contrasteert met het vaste script en uiterst voorspelbare spanningsboog dat de romcom kenmerkt. Ook de getuigenissen over wat liefde dan wel kan zijn, wijken af van het monogame, heteronormatieve clichébeeld dat het genre opwerpt. Komen aan bod: open relaties, niet-doorsnee seksuele verlangens, combinaties van niet-typische tortelduifjes. 

Toch blijft de romcom verschillende keren bovendrijven. Want als een spook waant het nog rond in ons beeld over wat liefde kan, moet, wil zijn. Zo is er een hilarische scène tussen Hollanders en Derick. Hij wil haar de liefde verklaren nadat ze vindt dat hij het niet goed kan verwoorden. Hij roept de hulp in van Haeck. Romeo en Julia-gewijs sereneert hij Derick die uit haar raam hangt met woorden die Haeck hem influistert. Niet alleen verwijst deze scène naar het reeds eeuwenoude bestaan van het genre en toont het haar fictieve oorsprong, het illustreert ook vooral dat we veel gedrag dat we in romcoms zien als normaal, zelfs liefdevol, beschouwen maar in het echte leven als uiterst creepy zouden bestempelen.

Ook in andere scènes zetten Haeck en co dit recept in. Op de tonen van Always Alright van de Alabama Shakes zetten Onyinye en Hollanders zich aan een tafeltje voor een schijnbaar romantisch dinertje. Zullen ze elkaar voor de eerste keer kussen? Tot Haeck ostentatief de fles rode wijn, het bestek en het witte tafelkleed opruimt. De opgezette romcom verdwijnt van het toneel. Wat volgt, is een ongemakkelijke break-up scène die toch ook weer gevoed lijkt door clichés. Want Onyinye kan het niet ‘zoals het moet, zoals jij verdient.’ Ondanks een initieel begrijpende reactie, gaat Hollanders (weer) over haar schreef. 

De twee dwingen zichzelf regelmatig op aan de ander in het teken van de liefde. Zo volgt hij haar tot in de coulissen wat leidt tot een grappige maar tegelijk grensoverschrijdende situatie waarin niet alleen zij maar ook een kledingrek slachtoffer wordt van zijn opdringerige gedrag. Dat hij dat uit liefde voor haar doet, praat zijn knullige, en opnieuw zichtbaar gekunstelde, gedrag schijnbaar goed. Elk van deze scènes verweeft bovendien feit en fictie en speelt met de grens tussen beide. Het draait vooral de logica van de romcom om en deconstrueert die. Want steeds opnieuw word je je bewust van het feit dat je naar een goed opgezet liefdesspel kijkt.

Maar ondanks de slimme theaterconstructie die Haeck en co op het toneel toveren, blijf ik wat op mijn honger. Je voelt dat deze creatie probeert te treffen door haar weigering direct te verkondigen en te raken. Ze wil net ver weg blijven van de catharsis die een romcom oplegt. Dat neemt echter niet weg dat het geheel van de veelal losstaande scènes te vrijblijvend overkomt. Ook voelt de kritiek op de romcom niet ver genoeg doorgedreven en de voorstelling van vormen van liefde voorbij de clichés van die romcom wat mager. Ergens blijf ik achter met het gevoel dat de voorstelling een hedendaags romcom-antwoord vormt op de kritische vraag die ze stelde.

Toch maakt de einde-scène het een en ander goed. Gehuld in warm, rood licht ontdekken een kwetsbare Derick en Hollanders elkaars lichamen en lusten. Hier geen clichés, geen grensoverschrijdend gedrag, maar consent en respect. Wanneer hij haar op zijn schoot vraagt, voel je voor het eerst oprechte liefde en verlangens op scène. Een knullige blokfluit-scène luidt het einde in. Het contrast met de romcom die afloopt met een door ons nooit gezien happily ever after waar je je als kijker geen enkel vraag bij stelt, kan niet groter. Verwonderd vraag ik me af wat de liefde zal brengen voor deze twee tortelduifjes. Misschien vat die vraag nog het best wat liefde is en moet zijn?

Tot maart te zien.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 7 — 10 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!