© Gorges Ocloo

Leestijd 9 — 12 minuten

‘Waarom vergeten we zo vaak dat kunst een onderdeel is van welzijn?’

In gesprek met theatermaker Gorges Ocloo over artistieke neurodiversiteit

Onze kunstensector is afgestemd op wie weerbaar is. We verwachten dat podiumkunstenaars alle rollen kunnen spelen zonder bagage, sterk genoeg zijn om hun pijn te sublimeren in aangrijpende kunst en zich bovendien te conformeren aan een jachtig productieritme. Wat zich echt binnenskamers afspeelt, blijft taboe. Waarom is het voor de theaterwereld zo moeilijk om een waarlijk zachte — veilige, zorgzame — omgeving te creëren voor wie niet volgens de norm functioneert? En wat is de impact van artistieke neurodiversiteit op iemands creativiteit en poëtica? Dries Douibi en Charlotte De Somviele gingen erover in gesprek met theatermaker Gorges Ocloo.

Een noot vooraf: deze tekst was niet bedoeld als solo-interview. Graag hadden we getuigenissen van verschillende kunstenaars samengebracht in een meerstemmig portret over de impact van psychische kwetsbaarheid op hun werk. Het idee groeide vanuit een persoonlijke bezorgdheid. De voorbije jaren werden we niet alleen in onze eigen omgeving geconfronteerd met geliefden die crashten. We zagen ook een goede vriend, een getalenteerd podiumkunstenaar, wegkwijnen tot van zijn artistieke persoonlijkheid niets meer overbleef. De coronacrisis en de lockdowns zorgden voor paranoia en een opstapeling van psychotische aanvallen. Optreden lukte niet meer, de angst om te reizen werd te groot, de vrijheid van de studio werkte verlammend.

Het gesprek dat we voerden in het kader van dit nummer was mooi maar pijnlijk. Moeizaam ook. We hoorden iemand die bezig was afscheid te nemen van zijn rol als kunstenaar, omdat hij de druk om ‘honderd procent aanwezig en zichtbaar te zijn’ niet meer aankon. ‘Ik heb de ziel uit mijn lijf gezongen, zoveel van mezelf blootgelegd, dag in, dag uit gewerkt voor het succes en het applaus. Toen alles stilviel, werd duidelijk hoe ongezond dat was,’ zo vertelde hij. Of hoe een persoonlijke gevoeligheid een kanarie in de koolmijn werd voor een toxisch systeem.

Na lang wikken en wegen besloten we het interview niet te publiceren: het voelde te kwetsbaar. Het helingsproces van onze vriend was nog pril, zijn woorden zoekend, zijn buffer klein. Het laatste wat we wilden, was hem vastzetten in uitspraken die op termijn zijn genezing, laat staan zijn hopelijke terugkeer naar de kunsten, zouden tegenwerken. Ook een andere kunstenaar besloot het interview last minute af te zeggen, omdat de vragen te dichtbij kwamen en ze het verleden niet opnieuw wilde laten spoken. Natuurlijk begrepen we dat. Tegelijk maakte het de vraag des te urgenter: hoe kunnen we op een veilige manier over maar ook vanuit kwetsbaarheid spreken?

Geen woord voor depressie

Het is iets waar ook theatermaker, acteur en muzikant Gorges Ocloo (33) mee worstelt. Zijn grenzeloze ambitie, verbeelding en drive maken dat hij wel eens ‘the hardest working man in Flemish showbusiness’ wordt genoemd. Maar de emotionele energie die hem dat kost, weet hij goed te verstoppen. Op zijn tiende werd Ocloo, die toen nog in Ghana woonde, gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis. Ook na zijn verhuis naar Genk, kort daarna, werd hij lange tijd opgevolgd door een psychiater. Door de jaren heen heeft Ocloo een systeem gevonden om met zijn ziekte te leven en een succesvolle carrière uit te bouwen. Zijn proces naar zelfaanvaarding heeft hem gebracht tot het moment waarop hij nu — eerlijk en krachtig — durft te spreken. Toch was dat lange tijd niet zo.

‘Als kind begreep ik mezelf niet’, zo herinnert Ocloo zich. ‘Vaak stond ik al om vier uur ‘s ochtends op om de planten water te geven of te gaan wandelen. Mijn hoofd deed de hele tijd (razendsnel) tik-tak-tik-tak, maar ik wist niet waarom. Mensen verklaarden mij gek en daarmee was de kous af. In de documentaire Sunny side of Ghana zit een mooie scène waarin Sunny Bergman aan een voorbijganger in Accra vraagt wat het woord voor depressie is in het Ga. Hij weet het niet en moet zelfs vrienden bellen om het uit te zoeken. In veel Afrikaanse culturen is er geen taal om mentale problemen te duiden, daarom verdwijnen ze onder de radar.’

Toen Ocloo in België naar de middelbare school ging, werd het stigma steeds groter. Een ervaring die zijn leven zal tekenen. ‘Als enige zwarte jongen in de klas, die bovendien zwaar stotterde en dyslexie had, werd ik veel gepest. In het straattheater Yawar vond ik een uitlaatklep, maar structuur was moeilijk door mijn vele ups en downs. Daar was weinig begrip voor. Op een dag was de groep vertrokken zonder mij. Toen begreep ik: als ik ooit iets in de kunsten wil gaan doen, zal ik me radicaal moeten aanpassen. Sindsdien ben ik vanuit een chronische paniekreactie overal op tijd.’

Normaliseren. Aanpassen. Verschuilen. Herprogrammeren. Het zijn woorden die vaak terugkomen in ons gesprek. Om mee te draaien in het systeem, moest Ocloo zichzelf opnieuw uitvinden. ‘Ik ben altijd een geïsoleerde, eenzame mens geweest. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik besef dat dit eigenlijk komt door mijn stoornis. Ik ben altijd bang dat mensen me niet gaan begrijpen, daarom sluit ik me snel af. Een andere reden is dat kleine dingen ervoor kunnen zorgen dat ik snel mood swings heb, dat is heftig voor mijn omgeving.’

Die triggers kunnen variëren van een woord tot onrechtvaardige situaties, waar Ocloo door zijn hoogsensitiviteit erg gevoelig voor is. ‘Vorige week zag ik op de metro nog een dakloze man. Hij kwam van het ziekenhuis in Jette en zat te bibberen in zijn vuile kleren. Daar kan ik heel snel heel depressief van worden en dat gevoel laat me dan dagen niet meer los. Het is moeilijk om dan nog aanwezig te zijn in een creatieproces of tijdens een vergadering. Ik doe alsof, maar eigenlijk ben ik er niet.’

Gorges Ocloo © Kurt Van de Elst

De podiumkunsten zijn heel collaboratief. Als regisseur moet je constant onderhandelen met acteurs, technici, zakelijk leiders, speelplekken… Hoe ga je daarmee om als er zoveel door je hoofd spookt dat je niet kan delen?

Ocloo: ‘Maskers opzetten. De hele tijd maskers opzetten. Als je niet goed in het systeem past, dan stop je of je creëert een alternatieve wereld. Meer opties zijn er niet. Zelf werk ik bijvoorbeeld 24/7, maar tijdens mijn studie aan het Ritcs
heb ik ervaren tot hoeveel conflict dat kan leiden. Het moest altijd dieper, meer, beter, sneller, langer. (doet zichzelf na als student, opgewonden) “Die acteurs zijn niet moe, ze spelen moe! We moeten doorgaan, daarvoor zijn we toch hier?” (stilte) Na een tijdje blijf je alleen over. Het is slechts dankzij de steun van Pol Dehert dat ik het toen niet heb opgegeven. Ondertussen heb ik als regisseur geleerd dat een werkdag loopt van tien tot vijf. (herhaalt als een mantra) Van tien tot vijf. Tijdens die periode moet ik ervoor zorgen dat ik honderd procent paraat sta en de machine kan laten draaien. En buiten die uren moet ik mijn team rust gunnen, ook al gaan de repetities in mijn hoofd gewoon door. Dat is best eenzaam…’

Is theater dan een bevrijding voor jou? Of eerder een omgeving waarbinnen je hebt leren overleven?

Ocloo: ‘Allebei. Het is emanciperend omdat ik van mijn ziektebeeld een mensbeeld heb kunnen maken dat meer universeel gedragen is. Na mijn afstuderen in 2013 kreeg ik van veel theaterhuizen de vraag om een stuk te maken over mezelf. Maar ik heb geen flauw idee wie ik ben. Elk personage dat ik creëer, van The Butcher tot Moby Dick, geef ik een manisch-depressieve gelaagdheid mee, een radicale dubbelheid.

Nooit zie je de waarheid. De mens is nu eenmaal een complex wezen, sommigen kunnen dat gewoon beter maskeren dan anderen. Tegelijk blijft meedraaien in deze sector een permanente uitputtingsslag voor mij. Nog altijd als ik naar De Maan, LOD of Toneelhuis ga (de drie plekken waar Ocloo als huiskunstenaar of artistiek leider aan verbonden is, red.), moet ik mezelf moed inspreken. (praat tegen zichzelf) “Gorges, we gaan dat goed doen, het gaat lukken, rustig blijven.”’

Waarvoor ben je precies bang?

Ocloo: ‘Om te switchen in een professionele context. Dat ik onderuit ga of iets kapot maak of mezelf niet meer in de hand heb. Elke keer hoop ik: laat het niet vandaag gebeuren. Laat me zorgen dat ik de juiste woorden gebruik als er belangrijke mensen komen. Soms schrijf ik ze op als back-up of oefen ik in de trein. Er heersen zoveel ongeschreven regels en codes in de kunstwereld die mensen met psychische problemen moeten aanleren. Ze moeten op zo’n manier werken dat het constant pijn doet, maar de sector is zich daar amper van bewust. Soms denk je: ik stop ermee want ik wil me niet de hele tijd verschuilen of in tienduizend bochten wringen. Waarom vergeten we zo vaak dat kunst een onderdeel is van welzijn?’

Zou je het graag anders willen?

Ocloo: ‘Ja, ik zou heel graag gewoon mezelf kunnen zijn. Van tien tot vijf.’

© Gorges Ocloo

We hadden het daarnet al over je voorliefde voor gespleten personages. Heeft je bipolariteit nog een andere impact op je creativiteit?

Ocloo: ‘Ik heb altijd enorm veel zin om voluit te gaan in mijn esthetische keuzes, maar ik zet er de rem op omdat ik bang ben dat mensen het niet gaan begrijpen. Respect voor codes heb ik sowieso niet echt, in mijn universum gooi ik graag vormen door elkaar: Indische verhalen meng ik met Chinese metaforen en bijbelse citaten. Maar daar zou ik nog veel excessiever en donkerder in willen gaan, mijn verbeelding staat nu nog maar voor dertig procent open.

‘Ik heb ook het verlangen om nog veel radicaler te zijn in mijn zoektocht naar complexiteit. Voor The Butcher heb ik veel research gedaan naar Dries Van Langenhove. Zo’n figuur is niet voor één gat te vangen: hoe hij de katholieke erfenis misbruikt om anderen te discrimineren is stuitend. Tegelijk vind ik het onrechtvaardig hoe iedereen hem basht, want zijn hypocrisie zit ook in ons. Dit soort complexiteit is echter moeilijk te verkopen. In de kunsten hebben ze graag dat je duidelijk stelling inneemt voor of tegen iets. Mijn werk zit niet zo in elkaar.’

Droom je ervan om jezelf daarin te ontketenen?

Ocloo: ‘Ja, als ik zestig ben en van niemand meer afhankelijk ben. Ik wil deze job blijven doen, dus je beperkt jezelf om iedereen tevreden te houden en je positie niet te verliezen. In The Butcher ben ik al wat verder gegaan omdat het om een satire ging, maar die voorstelling werd bekakt door enkele Vlaamse intellectuelen die er kop noch staart aan kregen. Ze willen niet weten wat ik echt zou willen maken. (lacht)

“Ondertussen heb ik als regisseur geleerd dat een werkdag loopt van tien tot vijf. Buiten die uren moet ik mijn team rust gunnen, ook al gaan de repetities in mijn hoofd gewoon door. Dat is best eenzaam…”

Is die remming ook een vorm van zelfbescherming? Jezelf helemaal loslaten kan misschien tot zelfdestructie leiden. Soms heb je grenzen nodig om jezelf niet in grenzeloosheid te verliezen.

Ocloo: ‘Ja, dat is goed samengevat. Dansscènes zijn voor mij bijvoorbeeld nog altijd gevaarlijk. Dan ben ik echt weg van de wereld en in staat om dingen te breken, of heel hard te beginnen wenen. Op scène doe ik dat dus liever niet.’

Vind je het gevaarlijk dat de grens tussen privé en professioneel in de kunsten sowieso dun is? Als je bij de groendienst werkt, kan je perfect acht uur in een dag doen. In de kunsten is dat niet bon ton.

Ocloo: ‘Ja, daarom neem ik bewust ook projecten aan als speler. Mijn werk is dan afgebakend tot de repetities en daarna ben ik vrij. Mensen zeggen me vaak dat ik te veel doe, maar dit houdt me net in evenwicht. Van alleen creëren word ik gek.’

Doe je nog op andere manieren aan zelfzorg?

Ocloo: ‘Ik weet het niet… Die vraag ontwijk ik meestal. (lacht) Ik wandel heel veel, soms op het destructieve af. Als je fysiek volledig op bent, komt je geest ook tot rust. En ik praat veel tegen mezelf. Op advies van mijn psychiater ben ik als tiener ook muziek beginnen te maken over hoe ik me voel. Ondertussen heb ik zesduizend nummers, van klassiek tot metal en jazz. Zeker toen ik aan het Ritcs zat en afkickte van de medicijnen, was dat een redding. Ook nu nog maak ik veel composities. En ik doe aan voodoo, een traditie die ik van thuis uit heb meegekregen. Dan zet ik een streepje muziek op en kan ik naakt in een hoekje de ziel uit mijn lijf huilen. Alles wat ik overdag moet onderdrukken, drijf ik zo uit.’

Ons werkveld is erg genormeerd. Hoe zou een ideale theateropleiding voor jou in retrospect eruit zien? Of een ideale context om werk te maken?

Ocloo: ‘Phoe, ik heb mezelf zo genormaliseerd dat het moeilijk is om daarop te antwoorden. (denkt na) Alles vertrekt eigenlijk vanuit de brede samenleving. Er moet gewoon meer openheid komen om mensen te aanvaarden die anders zijn. Het enige wat kwetsbare mensen willen, is praten. In een veilige omgeving. Wat houdt ons tegen om in een repetitie te zeggen: hé, ik voel mij kut vandaag, oké als we morgen voortdoen? Daarnaast móéten we meer rust inbouwen. In mijn State of the Union (2020) heb ik indertijd een pleidooi gehouden voor een verplicht kunstverlof, naar analogie met het bouwverlof. Een sabbat waarin we niet productief zijn maar reflecteren over wat anders kan. De theaters sluiten wel in de zomer, maar als maker werk je gewoon door zodat je present kunt zijn bij de start van het nieuwe seizoen. Door die stress wordt zoveel onderdrukt. Sorry, ik word wat emotioneel…’

In ons gesprek hebben we het vaak gehad over de eenzaamheid waar mensen met mentale problemen mee worstelen. Taal kan die ook overbruggen. We zijn erg onder de indruk van hoe je je strijd onder woorden kunt brengen. Hoe heb je dat geleerd?

Ocloo: ‘Pas laat. In mijn tweede jaar aan het Ritcs dacht ik: fuck it, dit ben ik gewoon, ik ben een bipolaire, stotterende, dyslectische theatermaker. Eigenlijk zou dat hetzelfde moeten zijn als ‘ik ben wit of zwart, homo of hetero, cis of queer’, maar dat is het helaas nog niet. Sindsdien probeer ik het taboe op mijn eigen voorwaarden te doorbreken, zonder dat het voor mijn werk komt te staan. Als dat niet in de kunsten kan, waar dan wel?’

 

Deze tekst bevat slechts een spoor van de mooie, eerlijke gesprekken die we hebben gevoerd. We willen Gorges en onze vriend bedanken voor hun bereidwilligheid en moed om met ons te spreken.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

gesprek
Leestijd 9 — 12 minuten

#168

15.05.2022

14.09.2022

Charlotte De Somviele, Dries Douibi

Charlotte De Somviele schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is kernredactielid van Etcetera.

Dries Douibi is artistiek directeur van Kunstenfestivaldesarts en werkt(e) als dramaturg voor onder andere Silke Huysmans en Hannes Dereere, Louis Vanhaverbeke, Jaha Koo, Milo Rau en Kate McIntosh.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!