Lullabye – Anneleen Keppens
Wie zorgt er voor wie zorgt?
Tom Rummens
© Sien Verstraeten
Met Vrijstaat Moresnet voert muziektheatergezelschap Broder een muzikaal schouwspel ten tonele over vrijstaat en drielandenpunt Moresnet vlak voor de eerste wereldoorlog in de zomer van 1914. In een neerwaartse spiraal worden de historische personages gereduceerd tot hun kleinburgerlijke klachten. Is dit een statement of een gemakkelijkheidsoplossing?
Hoe de tekst van deze voorstelling tot stand is gekomen, is op zijn minst gezegd intrigerend. Vijf schrijvers (Rashif El-Kaoui, Sien Volders, Charlotte Durnajkin, Niels Nijs en Lies Laenen) kregen elk een koffertje met het kostuum van één van de personages toegestuurd. Door in deze kledij af te reizen naar voormalige vrijstaat Moresnet om meer te weten te komen over dit potloodstreepje niemandsland, politiek gegeerd vanwege zijn zinkmijn, kropen ze letterlijk in de huid van hun karakter. Als ware het een vorm van ‘method writing’, hielden ze ter plekke een schrijfmarathon. Koen Boesman, de regisseur van deze voorstelling, heeft al hun teksten gebundeld en herwerkt tot een gloednieuwe toneeltekst die zal worden uitgebracht bij De Nieuwe Toneelbibliotheek. De personages in kwestie: Maria Rixen (Ylenia Mele), een voortvluchtige dienstmeid, Fanny Mosselmann (Noémie Schellens) een hooghartige zakenvrouw, Corneil Hubert Mostert (Yves De Pauw), de champetter, Karl Schrieuwer (Teun Smeets) een ideologische leraar Esperanto en Hubert Schmetz (Tom Van Landuyt), de burgemeester worden met toevoeging van Matti (Antje De Boeck) de uitbaatster van het hotel en componist Willy (Elisabeth De Loore) ten tonele gevoerd.
De voorstelling bestaat uit 3 hoofstukken, een entre’acte en een epiloog. Elk deel wordt ingeleid door een virtuoze De Loore die met muzikale precisie een spoken word monoloog afsteekt op het gewals van de muzikanten (Muzikgrupo El Kalimin) en ons zo verwelkomt in het café, een sober landschap van steigers en stellingen. Dit doet ze met zodanig veel schwung en rauw enthousiasme dat ze doet denken aan Emcee uit Cabaret. De reden voor hun aanwezigheid en zo ook van de muziek die ze spelen, is dat het feest is, of toch bijna. Het is juli 1914 en tot ieders grote verbazing zal de vrijstaat Moresnet weldra 100 jaar bestaan. De muziek glijdt moeiteloos af van chanson (‘quatre pays se carressent’) naar jazz en marsmuziek met klankkleuren en dynamieken die Paul Dessau’s partituur voor Bertolt Brecht’s Mutter Courage echoën. Deze muzikale referenties — zij het een tikkeltje asynchroon — zorgen voor een dreigende en vooroorlogse sfeer die de toeschouwer op het puntje van zijn stoel doet zitten. De momenten waarop muzikanten en acteurs samen in vernuftige composities uitbarsten, geven een welkome vaart aan het stuk, maar boeten helaas in aan de verstaanbaarheid van de tekst.
Het is niet alleen de muziek die Brechtiaans overkomt, maar ook de manier waarop de acteurs spelen: ze spreken het publiek grotendeels rechtstreeks aan en doorbreken zo voortdurend de vierde muur. Ook de rauwe manier waarop de hese stem van Antje De Boeck tijdens een lied soms zachtjes, soms melodieus langs de notenbalken schuurt, doet denken aan de klanken van het politieke theater van weleer. Tijdens de voorstelling wordt een zorgvuldig vormgegeven partituur van het nationale volkslied van Moresnet in Esperanto doorgegeven dat later in het stuk wordt gezongen. Alleen wordt er verder niets mee gedaan. Het publiek vragen om mee te zingen had hier een leuke Brechtiaanse touch geweest. Toch voel je je als publiek zelden vervreemd. In tegendeel, het stuk voelt eerder bekend aan. Hoewel er af en toe een herhaling in het Frans of Duits werd tussengeschoven, herken je als publiek al snel die vertrouwde Vlaamse manier van spelen zoals we dat in het beste geval gewoon zijn van Lili en Marleen. Het eindeloze gekibbel tussen de champetter en de burgemeester of Mevrouw Mosselman die uit de hoogte doet tegen beide mannen, brengt heel wat gelach teweeg, maar holt de voorstelling tegelijkertijd uit. Waar Brecht meesterlijk balanceerde op het slappe koord tussen Lering en entertainen, hellen spel en tekst hier vaak af naar die van een deurenkomedie in de steigers. De verschillende hoofdstukken lijken haast spiralen waarin elk personage steeds dieper wegzakt in zijn eigen kleinburgerlijk geblaat. Waar zijn de plantrekkers en de rebellen die ons in de programmatekst werden beloofd en op wie Moresnet vanzelfsprekend zulk een bijzondere aantrekkingskracht zou hebben gehad?
“Waar Brecht meesterlijk balanceerde op het slappe koord tussen Lering en entertainen, hellen spel en tekst hier vaak af naar die van een deurenkomedie in de steigers.”
Uiteindelijk zijn het de vrouwelijke personages die een gevoelige snaar raken. Marian Rixen gespeeld door Ylenia Mele en haar heldere vibratieloze stem klieft doorheen de koorstukken en biedt een mooie tegenkleur aan het klassieke operageweld van Noemie Schellens die Mosselman vertolkt. Ook Mele’s kwetsbare monologen over hoe ze ongewenst zwanger werd van de dienstheer en hoe ze haar kind niet zal zien opgroeien omdat ze weer zal vertrekken uit Moresnet laten een wrange smaak na. Matti (Antje De Boeck) krijgt op het einde van de voorstelling een prachtige monoloog waarin ze vertelt dat ze het heeft gehad met Moresnet. Het is tijd om te vertrekken, want ‘alle plekken op de kaart doen zeer’ wanneer je overal herinneringen hebt: zoals bijvoorbeeld ‘de kus die je niet kreeg op de rand van de stoep’.

© Jonas Geuntjes
Er is één scenografisch element dat de zaken spannend houdt: zinken kisten die naderen. In het begin is het er maar een, maar tegen het einde van de voorstelling zijn het er zes – evenveel als er personages zijn. Ze worden binnengereden op de rails die de scène doorkruisen. Een van de weinige vervreemdende momenten die je als toeschouwer ervaart, is wanneer de leraar Esperanto een van de kisten opendoet en hij er zelf in blijkt te liggen. De eerste wereld oorlog staat voor de deur en Moresnet zal zijn honderdjarig bestaan nooit vieren. De rest houdt zijn hart vast voor wat ze in hun kist zullen aantreffen, maar uiteindelijk blijken hun kisten leeg. Hiermee komt dan ook meteen een einde aan de potentiële diepgang die het stuk had kunnen hebben — of misschien was het juist de intentie van de maker om enkel de leegte te representeren en niet de eindeloze zee aan mogelijkheden die achter het gapende gat schuilt.
Eveneens vervreemdend was de verantwoording voor deze hallucinante scène. Plotseling begint het de toeschouwer te dagen. De optelsom van een aantal ogenschijnlijke random momenten: een van de stellingen die aan het begin van de voorstelling met een luide knal in zijn (vloer)anker zakt, het vuurwerk dat onverwacht een paar meters hoog uit de koffiepot van Matti schiet en het blauwe braaksel van Schrieuwer doen je met terugwerkende kracht beseffen dat het hier wel eens om een collectieve waanvoorstelling zou kunnen gaan. Mogelijks vanwege de koffie die iedereen vreemd vond smaken, maar toch van dronk? Men zou zich vragen kunnen stellen bij het copy-pasten van deze Brechtiaanse theatertechnieken, want die zijn context-afhankelijk en hebben niet meer hetzelfde effect als vroeger. Om opnieuw te vervreemden, moeten dat soort ingrepen vertaald worden naar de dag van vandaag. Op die manier kan het opgevoerde verleden ons iets vertellen over onze werkelijkheid. Daar is heel wat vindingrijkheid nodig en een paar politieke voelsprieten.

© Jonas Geuntjes
‘Als Moresnet niet had bestaan dan hadden ze het moeten uitvinden’, zo sluit de burgemeester af. En in inderdaad, ik kan me inbeelden dat deze vrijstaat waar een heleboel mogelijk lijkt te zijn voor heel wat mensen — zo ook kunstenaars — tot de verbeelding spreekt. Want ‘een land zonder bezwaren, voor zij die nergens horen’ klinkt velen als muziek in de oren en bezit een subversieve dimensie waar we hopelijk allen van dromen. Toch zijn de personages die we in Moresnet aantreffen even leeg als de zinken kisten. Behalve wat dagdagelijkse beslommeringen komen we erg weinig te weten over de personages, zeker gezien er vijf schrijvers aan de pas zijn gekomen. Wat is hun verhaal? Waar komen ze vandaan? Wat hoopten ze in Moresnet te vinden? Is dit een allegorie over onze huidige realiteit? Zijn we vergeten waar we vandaan komen? Zijn we met z’n allen uitgehold en uitgespeeld? Zijn wij allen te diep verzonken in onze kleinzerige besognes, blind voor de politieke veldslag die op de loer ligt? Het is jammer dat dit de eindconclusie is en niet het vertrekpunt van de voorstelling. Juist vandaag de dag hebben we meer dan ooit nood aan de verbeeldingskracht om onze oogkleppen af te gooien en aan de leegte voorbij te gaan.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.