© Karolina Maruszak

Leestijd 6 — 9 minuten

Vreemd Ding (6+) – Evgenia Brendes, HNTjong & Martha!tentatief

Rare wereld, bekend patroon

Hoe je verhouden tot een universum dat je niet vertrouwd is? Vreemd Ding, de eerste eigen kindervoorstelling van actrice Evgenia Brendes, toont een proces van assimilatie tot contestatie. Een dochter probeert allerlei stille verzetsstrategieën uit tegen de dwingende structuren van haar moeder. Moeder van haar kant kwebbelt maar door. Drie keer raden wie het pleit wint. Of hoe een voorstelling over patronen doorbreken zelf nogal schematisch kan uitvallen.

Eenduidig is alvast niet het decor van Sacha Zwiers. We kijken binnen in een sociaal appartementje herleid tot zijn moderne essentie: een bank voor een tv. Alleen staan er zoveel vazen met witte en roze bloemen rond dat het iets van een mortuarium krijgt. Zelfs de vloer is van een vlekkerig soort bloemetjesbehang. En van het plafond hangen dan weer pluizige paarse kattenstaarten in een esthetisch patroon, als in een feestpaleis. Onmogelijk om al deze ingrepen te vangen onder één noemer, tenzij kitsch op zich. Vreemd Ding wil bewust dik doen. Je ziet het ook aan de moederfiguur (Roel Swanenberg) die rechtop op de bank zit te ronken in een zijden pyjama onder een roze pruik: ostentatief, diep knorrend, met de nodige grimassen. Hier wordt geslapen tussen aanhalingstekens. 

Rond die diepe onverstoorbaarheid trippelt een rusteloze dochter. Evgenia Brendes komt met de deur in huis vallen als een trage tijdbom van verveling. Ook zij gaat gekleed onder een roze pruik, met vier vlechten. Ze doet denken aan Pippi Langkous, maar in haar doen en laten is ze precies het tegenbeeld van het vrijgevochten kind. Dit meisje hangt rond. Ze pulkt wat aan de dingen. Ze oefent zich in de minimale speelkansen van een omgeving waarin alles vaststaat. Maar zelfs haar slapende moeder blijkt een onaantastbare rots, met haar klauw op de afstandsbediening. Uiteindelijk moet dochterlief het doen met een onnozele blauwe froezel die ze aantreft onder de bank, een vergeten stukje versiering. Doorheen de voorstelling zal dat blauwe kleinood telkens weer opduiken, maar dan groter en groter. Het is de spons van haar groeiende vrijheid, verbeelding en handelingsvermogen. Als een vogeltje voedt Brendes’ personage de froezel om vleugels te krijgen, om uit te wieken. 

“Vreemd Ding toont de miniatuurversie van verzet: het kleinste beetje wat je van jezelf kan maken in een wereld die je al te zeer beknelt.”

Zo toont Vreemd Ding de miniatuurversie van verzet: het kleinste beetje wat je van jezelf kan maken in een wereld die je al te zeer beknelt. Het is het verhaal van elk opgroeiend kind dat moet dealen met rare volwassen regels. Maar hier speelt nog een extra dimensie, die Brendes in haar uitleg rond de voorstelling zelf aanhaalt: haar eigen jeugdervaring om als twaalfjarige in België in een nieuwe cultuur te belanden na een verhuis uit Kazachstan. Dat dreigen we wel eens te vergeten. Na haar afstuderen aan het Antwerpse Conservatorium bouwde Brendes een succesvolle spelcarrière uit bij onder meer De Tijd en hetpaleis, en ook in Nederland bij ITA en Het Nationale Theater. De Acteursgilde lauwerde haar in 2019 zelfs voor haar rol in de solo Dounia B van Martha!tentatief, het Antwerpse gezelschap dat nu ook optreedt als coproducent. 

Op geen enkele manier wordt dat achterliggende migratieverhaal in Vreemd Ding tot een anekdote gemaakt. Brendes lijkt nog tot de generatie te behoren die haar specifieke ‘vreemdheid’ liever voor zich houdt – of dat zo aangeleerd is – dan ze te profileren of prominent uit te spelen. Elk anderszijn is ook hier uitgestreken en veralgemeend tot een ervaring die voor iedereen kan gelden.  

Neem de keuze van de speektaal in de voorstelling: een vrolijk onbegrijpelijk kunsttaaltje dat nog het meest aan Japans doet denken, net als de hele gestileerde sfeer op scène. Vooral de moeder munt er honderduit in uit, eens ze – zoals elke ochtend – door de koekoeksklok is wakker geschrikt. Voluit bespeelt Swanenberg het register van de ‘vanzelfsprekendheid’: net als zijn jabberspeak verkoopt hij ook zijn gedecideerde afwijkingen als de meest normale omgangsvormen. Bloemen worden met veel vingerwijzingen herschikt tot precies dezelfde constellatie als voorheen. Van de beeldbuis mag geen minuut gemist worden, wee wie ervoor gaat staan! En de dochter? Die is vooral in dienst. Zij smeert de boterhammen, hangt braaf mee de was op, roert zelfs het dagelijkse kopje thee door het kopje rond te draaien terwijl ma gewoon het zakje laat hangen. Ze heeft geen verhaal. Het beperkt zich tot haar mond openen en niets kunnen zeggen. Hoelang blijft deze structurele ontkenning duren? 

Vreemd Ding, waarvoor Brendes is bijgestaan door eindregisseur Jef Van gestel, botst op meerdere dramaturgische uitdagingen. Zoals elke voorstelling over vaste patronen moet strakke herhaling subtiel worden afgewisseld met visuele variatie. Terugkerende structuren worden nu eenmaal saai en uitputtend zonder tussengeschoven verbeelding. Dat lukt hier best aardig. Brendes zorgt als actrice voor simpele poëzie door van de waslijn een animatie te maken met loeiende koeien of een surreëel konijnenpak aan te trekken. Tegelijk zie je een waaier passeren aan strategieën van rebellie tegen de onaantastbare regels van een hogere autoriteit: van jezelf onzichtbaar maken door op te gaan in het decor tot stiekem één vijs verdraaien in de machine. Meer en meer schuift ze op naar openlijke obstructie en zelfs pure baldadigheid. Samen levert dat een visueel portret op van een meisje dat zich oefent in ruimte maken voor zichzelf, zoals ook nieuwkomers dat moeten doen. 

“Vreemd Ding is het tegendeel van hoe het zichzelf aankondigt. Het voelt al te bekend.”

Maar net die ruimte voor haar verbeelding blijkt nog de grootste uitdaging binnen de gemaakte stijlkeuzes. Door te kiezen voor universele abstractie, in de vorm van absurde kitsch, is de moeder zo’n aanwezige karikatuur geworden dat je ze eigenlijk enkel kan ‘uitzetten’ om ook recht te geven aan enige poëzie. Dat gebeurt een paar keren nogal prompt: Swanenberg verzinkt meermaals in een rare freeze om Brendes alle aandacht te gunnen. Zulke momenten voelen niet alleen als een snelle regieoplossing, het lijken ook symptomen van een dieper probleem. Zoals Vreemd Ding zijn heel eigen stijlgevoel haalt uit zijn contrast van uitgesproken kleuren en invloeden (klinkt het niet, dan botst het), zo bouwt het ook inhoudelijk op elementaire contrastwerking. Dikke grootheden staan strak tegenover elkaar, netjes verdeeld over beide personages: gezag tegenover volgzaamheid, kletsen tegenover zwijgen, vaste structuren tegenover nieuwsgierige exploratie. Dit jeugdtheater werkt op nul en één, aan en uit. 

De apotheose wordt dan ook een simpele flipflop: dochter ontploft, de hele strakke organisatie gaat in duigen, verbeelding neemt het over en dochter en moeder wisselen gewoon van rol. Theater mag uiteraard graag die functie hebben: een wensdroom losgezongen van de realiteit, een gestileerde utopie, een gulle afrekening met alle patroondenken, een zoete romantisering van rariteit. Alleen voelt het hier ook allemaal nogal schematisch, als de perfect verkoopbare voorstelling voor 6+. De aankleding ervan is eigen en uniek. Brendes en Swanenbergs perfect geritmeerde spel maakt de keuze voor dikdoenerij ook ten volle waar. De kinderen in de zaal leken zelfs een fijne tijd te hebben. Maar voor oprechte grappigheid of emotionele geraaktheid, voor extra inzicht in de complexe machtsdynamiek tussen vertrouwdheid en vreemdheid, is er meer nodig dan het basisschema waarop al zoveel kindertheater drijft: de underdog haalt het ineens van de upperdog, dankzij de emancipatorische bevrijding van gekke fantasie. 

Ja, het ziet er allemaal bizar uit, met al die kitscherige kleuren. En ze praten zo raar! Maar Vreemd Ding is het tegendeel van hoe het zichzelf aankondigt. Het voelt al te bekend. Misschien niet door zijn verbeelde situatie. Ook niet omdat het nauwelijks te rijmen valt met de kunst van de anekdotiek en de verhalende nuance die het werk van Martha!tentatief doorgaans kenmerkt. Wel door zijn flipflop-aanpak en zijn schematische dramaturgie. Een beetje meer bevreemding in het jeugdtheater zou net erg welkom zijn. Ooit kwam dat net van nieuwkomers in het genre. Is die tijd voorbij?  

‘Vreemd Ding’ reist als school- en vrije voorstelling door Vlaanderen tot 23 februari.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#178

15.12.2024

28.02.2025

Wouter Hillaert

Wouter Hillaert is freelance cultuurjournalist. Hij schrijft over theater voor De Standaard, coördineert recensiewebsite Pzazz en doceert het vak ‘Artist in Society’ aan het Conservatorium Antwerpen. Van 2003 tot 2019 was hij kernredacteur van cultuurtijdschrift rekto:verso. Bij Etcetera maakt hij deel uit van de Grote Redactie. 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!