© Kurt Van der Elst

Leestijd 6 — 9 minuten

Venus In Libra – Jaouad Alloul/Toneelhuis

Van feest naar bad trip

Boven de zij-ingang van het Toneelhuis hangt een neon-licht in de vorm van een vulva en de sierlijke woorden “The Last Mermaid”. “De oude wereld is aan zijn laatste adem,” klinkt er iets later door de theaterzaal van het Toneelhuis, “de nieuwe komt eraan.” Jaouad Alloul en haar Creaturen van de Nacht tonen in Venus In Libra een feestclub vol plezier en mogelijkheden, waar de echte, koude wereld steeds om de hoek loert en elke high ook zijn comedown kent.

Na tijdje bij -4 graden in een rij te wachten voor de “pre-show”, wordt de zij-ingang van de schouwburg geopend. De toeschouwers stappen de fictieve club The Last Mermaid binnen. De klassieke schouwburg is in roze, paars en rood verlicht. Van de vestiaire tot de traphallen is alles gehuld in een clubsfeer. In de foyer staan de “Creaturen van de Nacht” klaar, een groep feestelijke performers, die eerst als statische muzes doorheen de ruimte en bij de ramen staan. Bij het binnenkomen krijg je als toeschouwer een rode stempel op je hand met het logo van “The Last Mermaid”: een vulva. Je kan gaan en staan waar je wilt. Wanneer het publiek wat aarzelt en op een hoopje blijft staan, doen een paar spelers teken dat toeschouwers verder mogen stappen en zich in de versierde hangstoelen mogen zetten. Door een dreunende soundscape, het trance-opwekkende spel van de muzikanten en de lichten, wordt de sfeer al snel dat van een spannend feestje dat nog op gang moet komen.

Die spanning wordt een half uur lang aangehouden. Sommige Creaturen bewegen zich door het publiek en durven al eens iemand aan te spreken, volledig in personage. Anderen houden zich vooral bezig met elkaar of met zichzelf. Er verschijnen smartphones om foto’s of video’s te nemen, zowel bij de spelers als het publiek. De energie wordt langzaam iets intenser. Uiteindelijk wordt op een bepaald moment het publiek naar de theaterzaal geleid. In de zaal dansen de performers nog even door terwijl de muzikanten verder voor een feestsfeer zorgen. Hanne Torfs is de dj van de avond: DJ Vulva. Met extravagante gezichtsmake-up en een wit kostuum, dat iets wegheeft van disco, zorgt ze ervoor dat de muzikale energie hoog en intens blijft. 

Venus In Libra, en daarmee ook het einde van het feest waar het publiek echt deel van kan zijn, wordt feestelijk ingezet door Coco, gespeeld door Jaouad Alloul. In club The Last Mermaid is zij moeder-overste en “la dernière sirène de l’amour”. Met een zangnummer dat zweeft tussen drag en Cabaret (met “Willkommen, bienvenue, welcome” als obligatoire verwijzing) zet Coco hiermee de toon voor de stijl van de eerste helft van Venus In Libra. De queer stijl van de voorstelling baseert zich namelijk op een mengeling van enerzijds jaren ’30 cabaret performances en jazz en anderzijds moderne queer club culture.´ Via Coco als leidende drag queen en de performers in Rocky Horror Picture Show-achtige cluboutfits, vloeien deze twee stijlen naadloos in elkaar over.

Alloul toont de donkere kant van de queer feestcultuur en wat de pracht en praal allemaal verbergt aan angst en verdriet.

De Creaturen lijken het ultieme bevrijdende feest te beleven. Ze stellen zichzelf in korte stukken tekst voor, soms als monoloog, soms als dialogen naar een onbekende gesprekpartner. Stuk voor stuk zoeken ze, als jonge, vitale feestbeesten, via sensualiteit en seksualiteit naar een plaats die hen accepteert voor wie ze zijn: queer misfits. Via verschillende elementen, zoals de zachtroze plooien op de jurk van Coco en een lied door DJ Vulva over het plezier van de clitoris, verbeeldt Venus In Libra queer-zijn met een vaginale en een vrouwelijke focus. Het behandelt deze twee op geen enkel moment als synoniemen, wat een bijzondere prestatie is. Het vaginale wordt visueel, expliciet en seksueel getoond. Het vrouwelijke toont zich sensueler, maar daardoor ook stereotieper, als de zoektocht naar connectie tussen spelers. Er blijven bepaalde boodschappen, zeker die over seksualiteit en consent, op de oppervlakte, waardoor er weinig verdieping is in beide focussen.

Na een jazz intermezzo, slaat de toon langzaam, maar onherroepelijk over. In een zachte dansscène, toont Alloul de donkere kant van de queer feestcultuur en wat de pracht en praal allemaal verbergt aan angst en verdriet. Je zou denken dat deze serieuze kant (te) snel vergeten wordt wanneer er een Franstalig lied ingezet wordt “j’adore sucer des bittes” (ik zuig graag pikken), maar Venus In Libra brengt je van het droevige naar de copingstrategie die meestal ingezet wordt om met dat verdriet om te gaan: complete overdaad. Met een dreunende beat gaat het feest vol plezier, seks en drugs om naar een ware bad trip waar de Creaturen niet uitraken. Achter hen op een verhoog blijft Coco staan, als onverbiddelijke moeder die haar kinderen niet kan – of niet wil – redden van de gevaren van het feest waar ze inzitten.

De korte verhalen waarmee de Creaturen zichzelf hadden voorgesteld krijgen hun deprimerende vervolg. Eén van de Creaturen spreekt een voicemailbericht in naar zijn moeder waar hij met bange stem vraagt of ze niet toch nog eens een koffie met hem wil drinken, na een jaar elkaar niet meer gezien te hebben. Iemand overweegt betaald te worden voor een pijpbeurt. De hopeloosheid zit hem ook in kleinere gebaren, zoals een performer die haar tranen wil wegvegen, maar enkel een hoop glitter van haar wangen veegt. Ze strompelt naar achteren terwijl ze probeert de glitter weg te krijgen. In de deprimerende chaos op een intense beat implodeert het feest beetje bij beetje.

Venus In Libra lijkt eerst te rooskleurig en feestelijk te worden. Het feest als ultiem verlossingsmiddel voor de queer gemeenschap. De voorstelling zet je daarmee echter op het verkeerde been, waardoor het tweede deel des te harder aankomt wanneer de gevolgen neerslaan in een chaos van dans, stroboscopische effecten en muziek. Niemand komt er hier gelukkig en bevrijd uit, maar leeg en met evenveel of nog meer verlangens dan ervoor. Het einde kondigt zich aan met een pas-de-deux tussen Alloul en danser Hendrik Lebon, een dans waarna Alloul alleen achterblijft om uiteindelijk haar zwanenzang te zingen voor de lichten doven.

In de klassieke schouwburg wordt The Last Mermaid een performance-spel, de pracht en praal van de oude zaal wordt kitsch, maar verder exploreert Venus In Libra niet het contrast tussen theaterzaal en queer club, net zoals andere thema’s een verdere verdieping missen. De dubbelheid van de ruimte van de queer club is hetgeen dat het sterkst naar voren komt. Clubs en bars zijn voor veel queer personen een centrum van gemeenschap en van verzet. Jaouad Alloul en haar Creaturen tonen het als een plaats van vrijheid, maar ook van exces. Deze grens wordt in de gehele voorstelling niet altijd even precies behouden of volledig verdiept, maar zelfs op de momenten waar het feest mogelijks te banaal is of de chaos te oorverdovend, danst Venus In Libra steeds van vreugde naar verdriet naar trance en terug.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 6 — 9 minuten

#170

15.12.2022

14.03.2023

Noah Lena Vercauteren

Noah Lena Vercauteren behaalde een diploma Vergelijkende Moderne Letterkunde en Theaterwetenschappen aan de Universiteit Gent, waar hen momenteel doctoreert. Daarnaast is die dichter, librettist en poëzieredacteur bij Kluger Hans en lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!