(A)

Leestijd 8 — 11 minuten

Van de mens naar de machine (en terug)

Dramaturgie voorbij de grenzen van het theater

In februari ging IN VOID, het nieuwe installatieparcours van Kris Verdonck/A Two Dogs Company in première. Hoewel dat gebeurde in een theatergebouw, valt IN VOID moeilijk onder te brengen onder de noemer ‘theater’, ‘dans’, of ‘performance’. Installaties associëren we met beeldende kunst; en toch heeft deze productie een dramaturgie en een dramaturg. Verdoncks dramaturg Kristof van Baarle beschrijft zijn rol en stelt die in vraag.

Wat kan een dramaturgie van objecten betekenen?

In het werk van Kris Verdonck zijn objecten en machines even performatief als menselijke dansers en acteurs. Zijn meest recente project, IN VOID, gaat een stap verder en laat de mens (op de toeschouwer na) uit deze gelijkstelling verdwijnen. Objecten, machines en projecties bevolken het theater in een reflectie over het einde van de mens. Een kritische blik op de verhouding tussen mens en technologie is een constante in het oeuvre van Verdonck. IN VOID is niet zijn eerste project zonder menselijke performers. Installaties en installatieparcours zoals DANCER#1-3 en ACTOR#1 verkennen de performativiteit van objecten en de mogelijkheid van een theater zonder levende acteurs. IN VOID verschilt echter van deze vorige projecten, waarin het vooral ging over de manier waarop technologie en machines de mens sociaal, economisch en politiek controleren en overbodig maken ook in het theater. De menselijke drang naar groei, vooruitgang, kennis en de uitvindingen en technologieën die deze drang met zich meebrengt worden dit keer benaderd vanuit het perspectief van zelfdestructie, het daadwerkelijke einde van de mens en zijn verdwijnen van de aardkorst.

IN VOID is kenmerkend voor het oeuvre van Kris Verdonck in zijn verkenning van de grijze zone tussen beeldende kunst en theater en van de ruimte en tijd van het museum tegenover die van het theater. Permanent performende objecten en machines staan in verschillende ruimtes opgesteld, met als enige menselijke aanwezigheid de toeschouwer. Gedacht vanuit het theater in zijn klassieke vorm, met zijn bepaalde duur en ruimte, met zijn levende acteurs en de opstelling van een publiekstribune tegenover de scène, rekt IN VOID deze principes uit misschien wel tot het punt waarop de performance ophoudt theater te zijn. Gedacht vanuit het museum zijn deze installaties te zeer doordrenkt van een theatraliteit en performativiteit die nauw in relatie staan tot het medium theater om nog onder de noemer museumte vallen. Met de term theatrale installatiekunnen we proberen voorbij de disciplines te geraken en tegelijkertijd het verschil ertussen uit te spelen om zo na te denken over performativiteit, leven, mens en ding. In het werk dat neigt naar beeldende kunst is er een andere restantuit het theater betrokken: de dramaturg. Sinds enkele jaren ben ik dat. Een dramaturg wordt meestal geassocieerd met podiumkunsten. Hoewel de dramaturgische praktijk in Europa sinds de jaren 1980 erg geëvolueerd is, wordt ze nog steeds geassocieerd met tekst: analyse, vertaling, schrijven en selecteren. Tekst vormt in het werk van Kris Verdonck vaak het vertrekpunt, maar het is zeker niet altijd het uitgangspunt, waardoor ook de dramaturgie andere vormen aanneemt. In een project dat balanceert op de naad tussen theater en beeldende kunst lijkt de rol van de dramaturg en de dramaturgie op het spel te staan. Nochtans is bij Kris Verdonckeen dramaturgie voor objecten of voor mensen, voor installaties of voor een voorstelling grotendeels hetzelfde. In deze tekst wil ik de verschillen en gelijkenissen trachten te benoemen.

Dramaturgie als ordenend principe

Laten we beginnen bij het begin, namelijk het vormen van een dramaturgische motivatie en achtergrond. Het voeden van deze dramaturgische bodem is het voorbereidende werk: het verzamelen van informatie en deze verwerken en bespreken tot er een solide dramaturgisch principeontstaat. Danser Marc Iglesias, die regelmatig performt in het werk van Verdonck, vergelijkt het bepalen van deze dramaturgische kern met de manier waarop in jazz een toonaard wordt vastgelegd, die muzikanten vervolgens kunnen variëren en moduleren. Naar deze toonaard of naar dit principe kan steeds worden teruggegrepen. Het wordt gevormd door de regisseur of choreograaf, al dan niet in samenwerking met een dramaturg, en vormt de kern, de essentievan de voorstelling of installatie. Een dramaturgie die vertrekt vanuit zulk een kernprincipe laat toe om wat de uitwerking betreft objecten en mensen gelijk te stellen of dit dan resulteert in een theater- of dansvoorstelling, een installatie, een projectie of architectuur, is minder van belang. Dit wil niet zeggen dat er een willekeurige keuze gemaakt wordt voor deze of gene discipline, het leidt eerder tot een betekenisvolle interdisciplinaire spanning. Het denkproces over IN VOID vertrok van het theater, dat als plek van live aanwezigheid een podium biedt aan deze installaties, en dat het mogelijk maakt om behalve de eigen présence van de objecten ook de menselijke afwezigheid te thematiseren.

Verschillende toestellen en applicaties in onze dagelijkse leefwereld hebben al spookachtige, levendeeigenschappen. Robots en machines nemen niet enkel onze plaats in op de arbeidsmarkt, ze verankeren zich steeds dieper in onze persoonlijke en gedeelde sfeer. Ze houden onze stappen, calorieën en slaapritme bij. We outsourcen onze agendas, muziek, bestanden en herinneringen en als de spraaktechnologie zich nog verder ontwikkelt, zullen we daar met de toestellen ongetwijfeld boeiende gesprekken over kunnen voeren. Google, Facebook en Amazon (om de bekendste te noemen) weten en herinneren meer over ons dan we verwachten en misschien zelf weten over onszelf. Smart toestellen, van telefoons tot horloges en binnenkort ook kleding houden onze coördinaten bij en zijn onze intiemste objecten, maar zijn ze ook te vertrouwen? We weten niet hoe ze werken en wat ze precies kunnen en toch zijn ze alomtegenwoordig en non-stop actief. De algoritmes achter deze toestellen en software big data, zeg maar zijn opaak en maken selecties en beslissingen die een logica volgen ontdaan van elke menselijkheid. Deze technologische objecten krijgen een beladenheid die doet denken aan de bezielde objecten in animistische culturen, voodoo of dichter bij huis: het fetisjkarakter van koopwaar zoals Marx dat omschreef in Das Kapital. Ook in de militaire sfeer vinden we de spoken terug in de gedaante van drones die vernieling en dood zaaien bij heldere hemel. Al deze spoken zijn gecreëerd door mensen, maar een mogelijke doorgedreven automatisering zou hen op een bepaald punt autonoom kunnen maken en tegen hun maker laten keren. In de machines en objecten die hij maakt ziet de mens zichzelf weerspiegeld. In IN VOID nemen deze spiegelingen de gestalte aan van theatrale installaties die veel weg hebben van wat Bertolt Brecht spoken uit de toekomstnoemde: de kiemen van wat later catastrofale gevolgen zal hebben en waarvan zich nu al duidelijke sporen aftekenen. De objectfilosoof Graham Harman zei eens dat in het antropoceen het geologische tijdperk waarin de mens de grootste invloedsfactor op deze planeet is de mens zowel ingrediënt als toeschouwer is van alles wat we op aarde meemaken. Hij aanschouwt de sporen van zijn soorten hoe deze in machines en objecten aanwezig zijn. De soms latente, soms openlijke agressie van Kris Verdoncks installaties wijst op een einde dat gewelddadig, apocalyptisch en destructief zal zijn. Het ensemble aan theatrale installaties vertelt geen verhaal van een poëtisch en geleidelijk verval, maar vormt een getuigenis van ruwe, agressieve verwoesting. DANCER#2 is een naakte V6-motor die aanslaat tot hij aan zijn maximum energie komt, waarbij een hels lawaai samengaat met uitstoot en vonken. MOUSE toont ingezoomd en in slow motion hoe een muis aan haar einde komt in een val. BOGUS is een enorme kinetische sculptuur die bestaat uit drie inflatables uit paillettestof die dreigend in een perpetuum mobile groeien en krimpen. Deze performativiteit van objecten in relatie tot een potentieel einde van de mens vormt het dramaturgisch principe voor de installaties in IN VOID.

Het dramaturgisch principe heeft bovenop de inhoudelijke houvast die het biedt ook zijn eigen agency (handelingspotentieel). In zijn boek Moving Together omschrijft Rudi Laermans dramaturgie als het governing principle, te vertalen als ordenend principe. Dit ordenende principe of managende gebod is etymologisch terug te voeren tot het Griekse woord archē. Filosoof Giorgio Agamben wijst erop dat archē zowel begin, oorsprong, principe als orde kan betekenen. De oorsprong blijft zowel etymologisch als praktisch doorklinken in de uitwerking. Agamben maakt zijn analyse van het begin in een onderzoek naar het bevel als performatieve machtsvorm. Het bevel is de oorsprong van een actie en blijft doorheen de actie de handeling ordenen. Zoals in het heelal de gevolgen van die grote oorsprong, de big bang, nog steeds in elk atoom doorwerkt als ordenend principe, zo blijft het bevel actief ook nadat het uitgesproken is. Het is dus belangrijk het dramaturgisch principe als een beginte beschouwen. Eens het principe bepaald is begint het te werken als een motor, als een eigen big bang met consequenties die zich tijdens de uitwerking in het verdere creatieproces openbaren. Het komt erop aan het principe te begrijpen en te ontdekken welke regie, welke beweging, welke vorm, kortom welke artistieke uitwerking het dramaturgisch principe vraagt. Een dramaturgie als ordenend principe is echter geen verlammend, deterministisch systeem, maar wel een manier van werken waarbij achteraf elke stap logisch lijkt te zijn, al voelde dat tijdens het nemen van die stap helemaal niet zo aan.

Repeteren met objecten

Naast de keuze om in het theater met machines en objecten te werken en de reflectie op de rol die deze innemen in onze omgeving en hoe ze de onzeuit de omgeving kunnen laten verdwijnen, schuilt er ook betekenis in het creatieproces en de dramaturgie van deze theatrale installaties. Repetities, een tijds- en handelingsverloop om aan te schaven, mee te denken en naar te kijken, worden in het geval van installaties vervangen door een proces van technische ontwikkeling. Tenzij je een technische achtergrond hebt word je hierbij als dramaturg soms met een onmacht geconfronteerd. Tekst, performance, verloop en structuur worden aangevuld door materiaalkeuzes, programmeercodes, chips, lassen, mechanica en dergelijke meer. De klassieke humanistischekennis die historisch en tekstueel gegrond is, stuit op zijn eindigheid. Het is van belang om de blik op dit technische proces zelf te richten. Twee elementen lijken aan de orde: het proces en het gesprek hierover. In de creatie van installaties ex nihilo, waarbij technologieën en technieken op nieuwe manieren toegepast worden, is trial and error de manier van werken, veeleer dan het verfijnen of correct uitvoeren van een bestaande toepassing. Vaak kan je pas zien of iets functioneert of communiceert wanneer het er effectief is. Kleine aanpassingen vragen tijd en hebben vaak grote consequenties. Inhoud en techniek zijn nauw verweven en lopen als in een ring van Möbius in elkaar over. Bepaalde technische onmogelijkheden of eigenschappen van materialen hebben een rechtstreekse impact op de inhoud van het eindresultaat. Dat maakt deze processen an sich inhoudelijk relevant, zeker wanneer de installaties iets communiceren over technologie.

In een repetitieproces met mensen vormt de conversatie tussen regisseur, dramaturg, acteurs en dansers een productief en cruciaal element. Met een object of machine is dit gesprek minder evident. Er is een echte taalbarrière tussen mensen en dingen. Het gesprek over dit technisch creatieproces wordt in dit geval gevoerd met een team aan technici, kostuummakers, programmeurs, de regisseur en eventueel de dramaturg. Het technische team doet dienst als woordvoerder van de objecten en technologieën. Wat is er mogelijk? Hoe gaathet met de robots? En niet te vergeten: er is ook het financiële plaatje van technieken en materialen. Het belang van wat Marianne Van Kerkhoven (de vroegere dramaturge van Kris Verdonck) de permanente dramaturgienoemde, het delen en vormen van de dramaturgie met elke persoon die betrokken is in het creatieproces, is daarom groot. Wanneer je met objecten werkt, benadrukt dit het belang van de communicatie met de andere mensen. Ook de regisseur (in het geval van installaties of machines is de term makermeer op zijn plaats) en de dramaturg gaan het gesprek aan met de machine, zij het op een andere manier. In het werken met technologieën komt het er ook in de artistieke praktijk op aan om het bevelvan de machines en objecten te achterhalen en dit te volgen. Als je niet kan praten met machines val je nog sterker terug op observatie en projectie van je eigen aanvoelen op de installaties. Het is een oefening om opnieuw te luisteren naar wat de objecten willen en dus je eigen ego even terzijde te zetten. Je hebt geen monopolie op beslissingen en acties het object, de machine of de software zal mee bepalen hoe het eindresultaat eruit ziet. Dit is overigens haast altijd het geval, het is de kwestie je er bewust van te zijn en om te gaan met de agency van objecten. Het bovenvermelde dramaturgische principe van performatieve objecten is zo ook actief in het creatieproces, dat de performativiteit van dingen opzoekt en erkent.

Een dramaturg wordt regelmatig als bruggenbouwer beschreven: tussen theorie en praktijk, tussen makers en performers, tussen voorstelling en publiek, tussen tekst en context of tussen verleden en heden. In het werken met objecten komt daar een nieuwe verbinding bij. Van de machine naar de mens en terug.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 8 — 11 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

Kristof van Baarle

Kristof van Baarle schreef recent een doctoraat aan de Universiteit Gent over het posthumanisme in de podiumkunsten. Momenteel is hij verbonden aan de Universiteit Antwerpen en werkzaam als dramaturg voor Kris Verdonck 
(A Two Dogs Company).

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!