© There There Company

Evelyne Coussens

Leestijd 4 — 7 minuten

Vaders Dragen (documentaire) – there there company

De korte documentaire Vaders Dragen, door circusartiesten Toon Van Gramberen en Hanna Mampuys  gedraaid tijdens de eerste lockdown, geeft een inkijk in het creatieproces van Carrying My Father, een circusvoorstelling die in maart 2020 in première moest gaan.

Het is een prettig, inzichtelijk maar ook wat frictieloos tijdsdocument geworden. Het echte drama van Vaders Dragen schuilt in het post-factum besef dat de geëngageerde performers die zo mooi in beeld worden gebracht intussen ook de tweede première aan hun neus zagen voorbijgaan.

Veel voorstellingen gaan over menselijke relaties, maar wanneer de performers ook in real life een meer dan professionele band met elkaar hebben, voegt dat een laag toe aan het kijken. Koppels die koppels performen, broers en zussen die ook in de fictie die rol opnemen, of zoals in Carrying My Father van het circusgezelschap there there: vier vader-zoonkoppels die samen op de bühne staan. Een echte ‘rol’ spelen de vaders en de zonen niet, zoals een van de vaders in de documentaire zegt, maar ze staan er uiteraard ook niet als ‘zichzelf’. Ze performen een ‘geregisseerde authenticiteit’, zoals cultuurfilosoof Maarten Doorman dat zou noemen.

Omgedraaide ‘vaderrol’

Dat het een circusgezelschap is dat een voorstelling maakt over vaders en zonen klopt dramaturgisch op verschillende niveaus. In een ruimer historisch kader is circus immers een ‘familiekunst’, een kunde en een kunst die in de traditionele circusgezelschappen werd overgedragen van vader of moeder op zoon of dochter. Het letterlijke dragen is daarnaast niet alleen een centraal onderdeel van de partneracrobatie, het is ook een handeling die zich (in de ideale wereld) als vanzelf afspeelt tussen vaders en zonen: vaders dragen hun kinderen, en later, zoals de dubbelheid van de titel aangeeft, worden ze op hun oude(re) dag door diezelfde kinderen gedragen.

In de productiefragmenten die Vaders Dragen vrijgeeft – tussen de interviews met vaders en zonen door – valt het op dat vooral de tweede invulling van de titel ruimte krijgt: we zien in hoofdzaak de zonen die de vaders dragen. Dat is niet alleen zo in het ‘resultaat’ van de scènes, maar ook in het repetitieproces, waar de ‘vaderrol’ evengoed wordt omgedraaid. Het zijn de jonge circusartiesten die hun vaders dienen te introduceren in de circuspraktijk, te coachen en vertrouwen te geven. Ze dragen hun vaders binnen in hun eigen wereld – wat een prachtig voorrecht is dat.

Te leven en geleefde tijd

Dat we vooral de zonen de vaders zien dragen doet vermoeden dat Carrying My Father wellicht niet alleen een beschouwing is over de relatie tussen vaders en zonen, maar ook over vergankelijkheid. Wanneer de acht performers verschijnen in een wit marcelleke en witte onderbroek, komt die dimensie sterk aan bod: in de naaktheid van de oudere en jonge lichamen tekent zich de lijn uit tussen de lijven met een langere en een kortere houdbaarheidsdatum. Dat contrast tussen te leven en geleefde tijd is niet alleen fysiek, maar evengoed mentaal. ‘Als ik zie wat hij nu kan, en ik niet meer kan…’, zegt vader Danny Juchtmans, ex-turner, over zijn zoon Jonas.

Met die twee ankerpunten – de dimensie van de wederzijdse zorg en die van vergankelijkheid – ligt in het slechtste geval de valkuil van het sentiment wagenwijd open. De lichamen van deze bloedverwanten zijn door hun ‘echtheid’ vanzelf al zo symbolisch geladen dat elke geste dubbelop dreigt te worden – vermoedelijk zijn Van Gramberen en Mampuys zich daarvan bewust. Van Gramberen trekt in ieder geval zelf het kijkkader verder open, door aan de relationele en existentiële thematiek ook een politieke lading toe te voegen: ‘Mannen zouden moeten zorgen, of zouden moeten mogen zorgen.’ De mannelijke zorgzaamheid – die maatschappelijk gezien nog steeds ongemak veroorzaakt of wordt gezien als ‘onmannelijk’– opent een verfrissend derde perspectief op de voorstelling.

Van overheidswege verboden fysicaliteit

Ik betrapte mezelf erop dat ik af en toe jaloers werd van deze documentaire. Wat een fijne mensen allemaal, wat een lieve vaders, wat een toegenegen zonen, wat een voorrecht om zo samen in een artistiek proces te stappen, op deze unieke manier tijd met elkaar door te brengen. Kostbare, schaarse tijd, zoals van Gramberen ook zelf aangeeft, in een leven dat voor de rest zo druk druk druk is dat er voor tijd met je vader doorgaans bitter weinig tijd overblijft.

Zoveel feelgood wekt bij mij echter ook spontaan een nieuwsgierigheid op naar de andere kant: waar zat of zit de frictie aan dit proces, waar zitten de obstakels, moeilijke momenten of twijfels? Waar zal bijvoorbeeld de angel in de voorstelling zitten, het punt waarop het begint te schuren, gevaarlijk wordt – los van de fysieke acrobatieën die de vaders en zonen uitvoeren? Het is enkel de voorstelling die antwoord kan geven op die vragen, maar daarvoor moet there there company natuurlijk de kans krijgen om in première te gaan.

Het laatste deel van de documentaire gaat over het vooruitkijken naar een nieuwe première, en daarbij speelt de tragische ironie van het lot: het feit dat het kijkerspubliek van de documentaire weet dat ook deze nieuwe première werd geannuleerd, terwijl de hoopvolle protagonisten dat zelf nog niet weten. Het is schrijnend hoe een van de vaders aangeeft tijdens de eerste lockdown de aanraking van zijn kompanen te missen, te verlangen naar de fysicaliteit die zich gedurende het werkproces van een jaar heeft kunnen opbouwen, terwijl nu diezelfde fysicaliteit van overheidswege wordt verboden.

Ik hoop van harte dat deze vader zijn ontroerende herontdekking van de aanraking gauw ten volle kan vieren, en dat there there company verlossing krijgt onder de vorm van een echte, publieke première.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

recensie