DISSIDENT, Lara Staal / NTGent © Michiel Devijver

Leestijd 7 — 10 minuten

Uitzonderingen op de regel

Over normen en vrijheid, op het toneel en in de klas

De aan NTGent verbonden onderzoeker en theatermaker Lara Staal deed het afgelopen jaar mensen raar opkijken toen hen ter ore kwam dat ze de voorstelling DISSIDENT maakte met klasrebellen en schooluitvallers. Hier vertelt ze wat zij en haar mede(makers) voor ogen hadden en hoe de traditionele machtsbastionnen, zo overtuigd van hun eigen gelijk, het toch nog niet helemaal begrepen.

Al zeker vijf jaar loop ik rond met het idee een voorstelling te maken met ‘drop-outs’: jongeren die zijn vastgelopen op school en daardoor vaak ook in de samenleving hun plek niet kunnen vinden. Zogenaamde hangjongeren, zittenblijvers, ongehoorzamen (in Nederland ook wel ‘tuig van de richel’ genoemd, nota bene door onze eigen minister-president), jongeren die tegen de stroom in zwemmen, de regels op school aan hun laars lappen, autoriteit uitdagen en altijd een weerwoord hebben. Ik was en ben geïntrigeerd door het idee hen die ‘onwenselijk gedrag’ vertonen en weigeren zich aan het systeem aan te passen, juist wel een podium te geven, zodat ze een plek bemachtigen van waaruit ze terug kunnen spreken tegen een samenleving die hen wanhopig probeert in een bepaalde mal te duwen.

Dat wat ons niet uitkomt en naar de marges van de samenleving wordt verwezen, is datgene waar we het meest van kunnen leren. Daar wordt immers geduwd waar het pijn doet. In de gevangenissen, tentenkampen, slecht onderhouden sociale woningen, bejaardentehuizen, daklozenopvang, onder de bruggen en in de zogenaamde ‘speciale’ zorginstellingen kunnen we het meeste leren van wat de samenleving als ‘probleem’ of als ‘onwenselijk’ beschouwt. En in plaats van deze gemeenschappen als het probleem te beschouwen, zouden we hen als experts kunnen zien van datgene waar wij als samenleving tekort in schieten of wat we zelfs (bewust of onbewust) onderdrukken. Een van de inspiratiebronnen voor de voorstelling is dan ook het klassieke werk Discipline, toezicht en straf. De geboorte van de gevangenis uit 1975 van Michel Foucault, dat aantoont hoe macht overal, en op de meest subtiele wijzen, realiteiten vorm geeft. Het analyseert hoe instituten altijd proberen te disciplineren en normaliseren om zo de controle en grip te vergroten op een bepaalde gemeenschap, of het nu gaat om gevangenen, burgers of leerlingen.

Voor de voorstelling DISSIDENT wilde ik op zoek gaan naar middelbare scholieren die dit voortdurende systeem van normalisering, disciplinering en uitsluiting blootleggen door telkens de uitzondering te vormen, en die zo de (onuitgesproken) regels bevragen en uitdagen. Het project werd een samenwerking met documentaire- en filmmaker Pascal Poissonnier omdat het vastleggen van de waarachtigheid van de spelers ons binnen dit project cruciaal leek. Het moeilijke van werken met mensen zonder toneelervaring is uiteraard dat wat hen zo bijzonder maakt, hun authenticiteit, direct onder druk staat op het moment dat ze de scène betreden. De paradox in documentair theater of sociaal-artistiek werk is vaak dat het juist de waarachtigheid wil vangen, maar dat het theater deze, door de gekunsteldheid en het herhaalbaar moeten maken, onder druk zet. Dus waarom dan toch theater? Waarom niet een filmdocumentaire maken?

Samenscholen

DISSIDENT, Lara Staal / NTGent © Michiel Devijver

Mijn relatie met theater is ambivalent. Precies de kunstmatigheid ervan zit me vaak dwars. De verwachtingen die ermee gepaard gaan, dat we weten dat het niet echt is maar de acteurs het toch ‘zo goed mogelijk’ moeten doen. De veronderstelling dat we symbolen te zien krijgen, meerlagigheid, poëzie… Wat theater zo bijzonder maakt, namelijk het live karakter ervan, wordt onder druk gezet doordat het theater ‘herhaalbaar’ gemaakt moet worden. Acteurs oefenen zich suf om zo authentiek mogelijk over te komen, maar als een voorstelling meer dan tien keer gespeeld is, sluipt de routine er meestal toch wel ergens een beetje in. Zo wordt theater al snel een beetje het vreemde, archaïsche medium waar vele mensen bij voorbaat van vinden dat het ‘niets voor hen is’. Terwijl de noodzaak om live bij elkaar te komen, in een tijd waarin we omringd zijn door digitale media, waar we elkaars lijfelijke aanwezigheid niet langer nodig hebben voor het delen van verhalen of het verkrijgen van kennis, groter is dan ooit. Hoe kunnen we toch dat wat theater onderscheidt, namelijk het live karakter ervan, benadrukken en versterken? Hoe kunnen we het ‘samenscholen’ centraal stellen en iedere aanwezige duidelijk maken dat het ertoe doet dat zij er zijn?

Het theater als mogelijke plek voor kennisoverdracht is cruciaal. En dan denk ik niet aan het eenrichtingsverkeer zoals bij de saaie lessen uit onze schooltijd, maar een kennisoverdracht die zoekend is, die provoceert en ruimte geeft aan uitwisseling en positiebepaling. Een plek waar we vragen kunnen stellen, betekenis kunnen geven aan onszelf en de wereld om ons heen, en onszelf als politieke wezens opnieuw kunnen uitvinden. Dus ben ik me, samen met de spelers van DISSIDENT, opnieuw door de wonderlijke wereld die het theater is gaan worstelen. Zonder theaterervaring zochten we naar vormen die passen bij hun mondigheid, hun ongedisciplineerdheid, hun dagelijkse verzet en hun chaos, waarmee ze weigeren zich aan te passen aan structuren die van buitenaf worden opgelegd.

“Onderwijs is fundamenteel performatief: niets staat vast en alles is een product van bepaalde waarden, belangen en overtuigingen.”

Het lesgeven zelf bleek daarvoor het perfecte kader te bieden. De leerkracht is immers zowel zichzelf als een geboren toneelspeler. Leerlingen weten dat de leerkracht zaken heeft vastgelegd en zichzelf herhaalt, maar tegelijkertijd in het hier en nu improviseert. Als leraar poog je de realiteit naar je hand te zetten, zolang je les duurt. De kennis die jij wil dat de leerlingen als relevant ervaren, ensceneer je als urgent. Door de stof gelaagd, interactief, met humor en gevoel over te brengen, hoop je dat je boodschap aankomt. Dit is zowel de potentiële vrijheid van het onderwijs als iets dat een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Want wat moet er eigenlijk geleerd worden? Wat is relevante kennis voor een toekomstige wereld die we zelf nog niet kennen, en wie bepaalt dat? Onderwijs is fundamenteel performatief: niets staat vast en alles is een product van bepaalde waarden, belangen en overtuigingen. Lesgeven maakt gebruik van theatraliteit (beeld, intonatie, mise-en-scène, ritme) om bepaalde zaken te prioritiseren. Maar over wat we moeten leren en waarom, kunnen de meningen verschillen. Zoals Siham, Seppe, Isaac, Haroun en Eliaz laten zien in de voorstelling bestaat ‘neutraliteit’ niet. En dat betekent dat ons onderwijs er vandaag zo uitziet, maar morgen radicaal anders zou kunnen zijn.

Machtsverschillen

DISSIDENT, Lara Staal / NTGent © Michiel Devijver

Het omarmen van de performativiteit van lesgeven als vorm, wil niet zeggen dat DISSIDENT niet alsnog een gevecht is geweest tussen de wens in het hier en nu te willen zijn en de noodzaak dingen vast te leggen die het theater nu eenmaal afdwingt. Tussen het instituut, dat het theater net zo goed is, en de vrijheid die de spelers telkens weer opzoeken. Tussen de macht die met mijn positie als regisseur en (mede)maker samenhangt en het verlangen zo transparant en horizontaal mogelijk samen te werken (en de klassieke machtsverhoudingen tussen jongeren en volwassenen radicaal om te draaien). Maar het is een productief en transparant gevecht geworden, waarbij we als het goed is niet meer bezig hoeven te zijn met of iets ‘goed gespeeld wordt’ of ‘geloofwaardig’ is. Omdat de transparantie van de opzet het publiek serieus neemt. DISSIDENT maakt duidelijk dat er zowel sprake is van een vooraf gerepeteerde les als van improvisatie in het hier en nu – net zoals bij een les van een leerkracht het geval is.

Het theater is in essentie een plek waar gerepeteerd wordt; een plek waar we nieuwe realiteiten kunnen oefenen. En zo konden we via de voorstelling DISSIDENT onszelf trainen in het lesgeven. Het theater gaf ons de mogelijkheid voor een wraakoefening. Een plek van respons na al die jaren van repressief onderwijs, waar 85 procent van de tijd sprake is van eenrichtingsverkeer. Voor een keer zijn de spelers niet langer de jongeren die niet willen meedoen, die voortdurend via ‘speciale trajecten’ weer in het gareel moeten worden gebracht. Deze keer zijn zij het die het systeem bepalen, die de voorstelling als micro-universum hebben gecreëerd en de spelregels bepalen. Samen met Siham, Eliaz, Isaac, Seppe en Haroun gebruiken we de ruimte die het theater ons biedt om te antwoorden aan iedereen die leerkracht is, of was of wil worden, iedereen die leerling is of is geweest, iedereen die het onderwijs mee vorm geeft. Kortom: iedereen die geeft om de vraag wat voor burgers we in ons huidige onderwijssysteem eigenlijk willen voortbrengen.

“De performers in DISSIDENT spelen niet vanuit een behoefte een goede toneelspeler te zijn, ze spelen omdat ze iets te vertellen hebben.”

Sinds deze voorstelling ben ik me er nog bewuster van geworden hoe snel machtsverschillen onze relaties gaan bepalen. Hoe zeer we gewend zijn óver jongeren te spreken in plaats van mét hen. Hoe snel we geneigd zijn tot een paternalistisch lachje omdat we het naïef vinden wat ze zeggen, of nog niet zo ‘volwassen’. Hoe het theaterapparaat als eerste naar mij kijkt als er een beslissing genomen moet worden. Hoe lastig mensen het vinden dat de spelers er altijd bij zitten als ze gekomen zijn om feedback te geven. Hoe gastsprekers bij het nagesprek de neiging hebben eerst naar mij te kijken. Hoe graag NTGent-collega’s wilden dat we de spelers ‘zouden beschermen’ voor de feedback en op die manier toch vooral ‘spelers’ moesten laten zijn. Terwijl precies dit soort opvattingen volgens mij niet meer opgaan. De performers in DISSIDENT spelen niet vanuit een behoefte een goede toneelspeler te zijn, ze spelen omdat ze iets te vertellen hebben. En dat vertellen lijdt niet onder een eventuele kritiek of andere mening uit het publiek, het lijdt niet onder iemand die vindt dat DISSIDENT ‘nooit echt een voorstelling wil worden’ (kritiek uit De Standaard), want het scherpt zich juist aan de gedachten van anderen, het wil er de confrontatie mee aangaan.

Het grotere geheel

De cliché tegenstelling tussen proces en eindproduct gaat binnen DISSIDENT niet langer op. Het ontwikkelen van de voorstelling en het spreken over wat er allemaal schort aan ons huidige onderwijssysteem was even belangrijk als het oefenen van de vorm, het trainen in het lesgeven op toneel. De voorstelling zelf is even belangrijk als het nagesprek dat we na iedere voorstelling houden. De brief aan Vlaams onderwijsminister Ben Weyts (N-VA), die de spelers als interventie op de eerste schooldag aan hem overhandigden, is even belangrijk als de vaak emotionele een-op-eengesprekken na afloop in de bar. De artikelen vooraf aan de voorstelling en de extra uitnodigingen die we krijgen om op scholen en inrichtingen te spelen, maken allemaal evenzeer deel van een en hetzelfde project. Ieder onderdeel versterkt het grotere geheel. De les gaat na afloop nog door en was ook al vóór de les begonnen. Het valt me op hoe de theaterkritiek daar niet mee lijkt te kunnen omgaan – de weigering van (Vlaamse) recensenten om bij het nagesprek te zitten bijvoorbeeld. De behoefte de voorstelling als theatervoorstelling te bekritiseren omdat er te weinig sprake zou zijn van vorm. Maar lesgeven is toch net zo goed vorm? Intonatie, ritme, beeld en plek in de ruimte bepalen toch net zo goed de les?

“De les gaat na afloop nog door en was ook al vóór de les begonnen. Het valt me op hoe de theaterkritiek daar niet mee lijkt te kunnen omgaan.”

Het lesgeven als theatervoorstelling toont zo verschillende blinde vlekken aan. Het laat zien hoe het machtsvraagstuk zich op allerlei lagen afspeelt. En hoe we daar nooit mee klaar zijn en er altijd opnieuw geëvalueerd moet worden. Het leerde ons dat het verlangen naar machtsomkering zich niet alleen op het toneel kan afspelen, maar dat het hele maakproces centraal moet staan en zo het klassieke theaterapparaat confronteert met zijn vele subtiele vormen van hiërarchie.

Tot slot kan DISSIDENT zich niet alleen vertellen via het zogenaamde eindproduct, maar moeten de voorpublicaties en nagesprekken even serieus genomen worden. Niet alleen voor een stadstheater liggen daar nog uitdagingen, maar ook voor de manier waarop ons theaterveld een dergelijk project bekijkt en evalueert. Het lesgeven is potentieel overal aanwezig, mits we het als zodanig willen herkennen en serieus willen nemen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 7 — 10 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Lara Staal

Lara Staal werkt als curator, schrijver, onderzoeker en theatermaker.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!