Rondo Praw Kobiet © Przemysław Stefaniak

Leestijd 10 — 13 minuten

Tussen pandemie en protest

De opkomst van performatief activisme in het door aartsconservatieven geregeerde Polen

Szymon Adamczak pendelt als kunstenaar tussen Nederland en zijn thuisland Polen. Tijdens de corona-uitbraak zag hij hoe een diverse mix van Poolse burgers – kunstenaars, activisten, sociaal werkers, jongeren en gezinnen – vastberadener dan ooit de straat opgingen om te protesteren. De politieke druk van de antidemocratische extreemrechtse ideologie is groter dan ooit, maar dat geldt ook voor de vastberadenheid van het volk dat schreeuwt: get the fuck out!

Eind februari 2020. Ik ben in Warschau voor een langverwacht rondetafelgesprek over hiv-activisme en intersectionele solidariteit in een lokale context. In tegenstelling tot hoe sommige andere westerse landen op hiv reageerden, wogen sociale bewegingen en de getroffen gemeenschappen amper op het Poolse antwoord. Mijn vergadering vindt plaats in de Biennale Warszawa, een interdisciplinaire publieke instelling die reflectie over de samenleving en onderwijs in de publieke ruimte aanmoedigt. Het is typisch voor Polen, een land waar de partij Recht en Rechtvaardigheid de plak zwaait, dat sommige culturele instellingen dé plek worden waar heikele kwesties die politici gemakshalve vergeten of zelfs bewust negeren, de nodige aandacht krijgen – zoals hiv, arbeidsrechten, klimaatproblemen en gelijke kansen.

De hiv-epidemie in Polen ging in de lange jaren 1990 gepaard met een soort abjecte paniekzaaierij in de media. De meest weerzinwekkende figuur was wellicht die van de drugsverslaafde die ‘normale mensen’ in het openbaar bedreigt met een besmette naald. Op basis van zulke beelden sloot de wereld haar deuren voor de ‘ziekteverspreiders’: mensen die bijgevolg in alle anonimiteit stierven, of compleet aan het systeem waren overgeleverd. De hiv-fobie kwam politiek gezien goed uit, want de meerderheid zag zichzelf in de media voorgesteld alsof het virus niet op hen van toepassing was. Het probleem werd verplaatst naar een groep die überhaupt al gemarginaliseerd was, niet voor zichzelf mocht spreken en sowieso politieke slagkracht miste.

Het loont om even stil te staan bij het feit dat systemische homofobie een erfenis is uit de communistische periode, toen je je carrière vaarwel kon zeggen zodra je nog maar verdacht werd van homoseksualiteit. De angst voor hiv was ook een van de redenen waarom de beruchte ‘Hyacint’-actie  (1985-1987) op poten werd gezet: een grootschalige, geheime surveillancecampagne door de politie met als doel een nationale databank op te stellen van homo’s, als een van de ‘risicogroepen’ voor hiv. Het gevolg was dat mensen hun geaardheid nog dieper gingen wegstoppen. Dit juk beginnen we nu pas op grotere schaal van ons af te werpen, doordat de jongere generaties in het postcommunistische Polen vrijheden hebben die ondenkbaar waren voor hun leeftijdsgenoten in de voorbije decennia. Het is geen toeval dat de strijd voor gelijkheid en persoonlijke vrijheid, zelfs voor de vanzelfsprekende voortplantingsrechten of de vrijheid voor vrouwen om baas te zijn over hun eigen lichaam1, in een stroomversnelling is geraakt sinds de coronapandemie. Die kwesties bleven vanaf de jaren 1990 onderhuids in de samenleving borrelen, en toen de populistische regering haar greep versterkte, ging de lont in het kruitvat.

Nationale quarantaine

Terwijl ik terug richting Amsterdam vlieg, twee dagen na het rondetafelgesprek en met een geïmproviseerd masker over mijn neus en mond, prijs ik me gelukkig dat ik nog net voor de aangekondigde grenssluitingen kan ontsnappen. Het valt te verwachten dat de chaos en onzekerheid van de eerste dagen van de pandemie anders zullen aanvoelen in Nederland dan in Polen. Terwijl de Poolse premier Morawiecki de eerste lockdown een ‘nationale quarantaine’ noemt, kondigt zijn Nederlandse evenknie Mark Rutte de ‘anderhalvemetersamenleving’ af. De populistische Poolse overheid slaagt er niet in om tests vlot beschikbaar te maken en legt strikte regels op rond de toegang tot de publieke ruimte. Ze sluit haar burgers thuis op, onder het mom de al wankele gezondheidszorg te beschermen. Onder de Poolse bevolking is de solidariteit wél groot: kunstenaars gaan aan de slag met 3D-printers om de broodnodige onderdelen voor beademingstoestellen te produceren, en een Facebook-groep met de naam Visible Hand verzamelt duizenden leden die klaarstaan om hun naasten te helpen.

Mijn opluchting in het vliegtuig heeft ook te maken met de onzekerheid die een job in de culturele/artistieke sector onvermijdelijk met zich meebrengt. Als zelfstandige in Nederland kan ik rekenen op steun van de gemeente en mijn inkomen aanvullen door bij te klussen als schoonmaker. Mijn collega’s in Polen kunnen daarentegen zelden terugvallen op een ziekteverzekering, slechts een enkeling heeft een freelancestatuut dat vergelijkbaar is met dat in Nederland, en bijbaantjes zijn niet alleen zwaar onderbetaald, maar ook enorm schaars. Er kwamen wel steunmaatregelen van het ministerie van Cultuur, maar die waren ontoereikend. Interessant genoeg heeft de pandemie zo eindelijk het debat over sociale zekerheid en verloning in de Poolse artistieke sector op gang gebracht. Publieke instellingen organiseren debatten over de ‘gig economy’ en overproductie, sommige theaterzalen en musea besluiten hun programmatie te annuleren en de fondsen te herverdelen, vooral via microcommissies en streamingevents.

Bordkartonnen activisme

De sfeer van de eerste coronaperiode laat zich misschien nog het beste illustreren door het ‘bordkartonnen activisme’ van Paweł Żukowski. De voorbije jaren maakte deze kunstenaar uit Warschau er een erezaak van om de wantoestanden en absurditeiten in het beleid van Recht en Rechtvaardigheid aan de kaak te stellen. Zijn stem is onvoorwaardelijk queer. ‘Ik blijf maar liegen over mezelf”, ‘We hebben nog nooit zo in angst geleefd als nu’, ‘Hoe langer het duurt, hoe meer ik met mijn kittens speel’. Zijn stem klinkt soms koortsachtig: ze geeft uiting aan verlangens en gevoelens zoals die zich aandienen. De kartonnen borden die in de eerste dagen van corona zijn eenmansprotest waren verspreiden zich langzaam over de hele stad: ze duiken op op de balkons van vrienden, in de vitrines van kunstinstellingen en op Instagram-feeds, waar ze een heuse hype worden. Soms brengen ze een boodschap van hoop: we redden ons wel. Soms bevatten ze een populaire eis: wij willen tests. Żukowski’s DIY-format blijkt bijzonder effectief om een gemeenschappelijk bewustzijn te creëren en is enorm toegankelijk, want heel wat mensen gaan ermee aan de slag. Grappig genoeg verklaarde de kunstenaar in een interview snibbig dat hij ‘een veertigjarige nicht zonder enige sociale autoriteit’ is. Ik denk dat zijn plotse succes te danken is aan de oprechtheid van zijn aanpak, zijn lef en zijn materiaalkeuze: met fragiel karton, misschien een knipoog naar de arte povera, haakt hij netjes in op de eindeloze stroom van beelden op sociale media en op het momentum, en zegt hij wat er gezegd moet worden.

“In een steeds meer gepolariseerde samenleving staat de rode bliksemschicht voor de kracht, verandering en overwinning die in het verschiet liggen.”

Begin 2020 stelde de overheid als antwoord op de pandemie een reeks wetten en economische pakketten voor. Tegelijkertijd introduceerden politici draconische boetes voor het overtreden van de quarantaineregels (5.000 tot 30.000 zloty’s, wat overeenkomt met 1.200 tot 6.500 euro) en verhoogden ze plots de gevangenisstraffen voor het besmetten van anderen met hiv. Door zo verkrampt en met de harde hand op een pandemie te reageren, verraadt de staat haar kwetsbaarheid en haar houding: ze verkiest kracht en macht boven het leven. Ze toont zich geen autoriteit, maar autoritair. In dezelfde periode keurt het parlement de nieuwe antiabortuswet goed. Women’s Strike reageert meteen met protesten: deelnemers blokkeren de straten met fietsen en auto’s, en de iconische bliksemschicht van Ola Jasionowska duikt zowat overal op – zelfs in de digitale klaslokalen, waar studenten en leerlingen zich beginnen af te zetten tegen de traditionele waarden waarvan hun onderwijs doordrongen is.2 In een steeds meer gepolariseerde samenleving, waarbij de staatstelevisie dienstdoet als het propagandakanaal van de partij, flitst dus plots een rode bliksemschicht voorbij die onmiddellijk herkenbaar is, die een gedeelde woede symboliseert, en die staat voor de kracht, verandering en overwinning die in het verschiet liggen.

Creatieve ongehoorzaamheid

De nakende presidentsverkiezingen doen de spanning verder oplopen – ze waren oorspronkelijk gepland voor 10 mei 2020, maar werden uitgesteld naar 28 juni van dat jaar. Op 6 mei organiseert een groep kunstenaars een protestactie. Tijdens een bijeenkomst reconstrueren ze de beroemde ‘Brief’-actie van Tadeusz Kantor uit 1967,3 maar dan gericht aan de leden van het parlement in de plaats van aan een galerij. De boodschap? Blaas de verkiezingen af. De kunstenaars leveren een speelse en toch rake commentaar op de pogingen van de heersende partij om de verkiezingen door te drukken, ondanks de pandemie. Hun ‘Leef niet, sterf’ geeft een bijzondere twist aan een Poolse uitdrukking die doorgaans wordt vertaald als: het leven zou niet beter kunnen zijn.4 De kunstenaars ondertekenen hun brief met ‘uw soeverein’, een term die rechtse politici te pas en te onpas in de mond nemen om aan te tonen dat zij de wil van het volk vertegenwoordigen en daarvoor van dat volk het mandaat kregen.

Tien dagen na de actie onthullen de deelnemers dat twee van hen een boete van 10.000 zloty’s hebben gekregen van de bijzondere Poolse gezondheidsinstantie Sanepid. De boetes werden overhandigd door gemaskerde politieagenten. De protestactie gebeurde nochtans volgens de regels, met respect voor de afstandsregels, met mondmaskers en de nodige toelatingen. Al snel wordt een crowdfundingactie op poten gezet om de boetes te betalen, maar uiteindelijk blijkt die overbodig: na een tussenkomst van Adam Bodnar, een gevierd ombudsman en voorvechter van sociale rechtvaardigheid, worden de sancties nietig verklaard. Bodnar beriep zich onder meer op het grondwettelijke recht om bijeenkomsten te organiseren, en op de taak van de overheid om de bevolking alternatieve manieren aan te reiken om zich te uiten nu de coronamaatregelen elke vorm van samenscholing verbieden.

De vindingrijkheid van die actie, haar timing en de manier waarop ze onthaald werd, deden sterk denken aan Agoraphilia. In dat belangrijke boek onderzoekt Piotr Piotrowski de verhouding tussen kunst, democratie en de publieke ruimte in het postcommunistische Europa. In zijn inleiding geeft de kunsthistoricus een nogal afwijkende invulling van het titelwoord: ‘Agoraphilia is de drang om de publieke ruimte te betreden, de wil om deel te nemen aan die ruimte, om te wegen op het openbare leven, om de sociale ruimte vorm te geven en erin actief te zijn.’ Een soortgelijke drive spreekt uit de ‘Brief’-actie, maar ook uit de voorbeelden van creatieve ongehoorzaamheid die ik hieronder bespreek, en die ook plaatsvonden in de publieke ruimte in Polen.

Burgerarrest

Fast forward naar de nasleep van de presidentsverkiezingen. De overwinning kwam op naam van Andrzej Duda, de man die zich tijdens zijn campagne liet onvallen dat LGBT voor een bepaalde ideologie staat, en niet voor personen. Met deze en andere beruchte uitspraken mag het niet verbazen dat de ontmenselijking van queers en de structurele homofobie onder Duda een triest hoogtepunt bereiken. Dankzij de onvermoeibare activist Bart Staszewski heeft intussen heel de wereld weet van de haatdragende ‘LGBT-vrije zones’ in Polen. Er zou zelfs een nieuwe exodus plaatsvinden sinds Duda’s herverkiezing: een ‘menswaardigheidsmigratie’ van niet-heteronormatieve Polen die hun geluk beproeven in de westerse landen van de EU.

Eind juli 2020, bezoek nummer twee. De coronastorm is een beetje gaan liggen, waardoor ik een korte vakantie in Polen kan plannen. Het duurt een paar dagen voor mijn lichaam ontspant. Ben ik te veel aan het internaliseren, of beweeg ik me als queer in Polen overdreven zelfbewust in de ruimte? Ik ben veel verleerd door in het buitenland te wonen, besef ik. De laatste dagen van mijn trip breng ik door in Warschau, waar ik heel even gedesoriënteerd raak door de ongeziene hoeveelheid regenboogvlaggen. De locals tonen hun solidariteit door de vrolijk gekleurde stoffen uit hun ramen te laten wapperen. Het is een krachtig gebaar, een doorn in het oog van de conservatieven. Het geeft kracht en kleur aan gevels die je anders bezwaarlijk mooi zou kunnen noemen, maar het kan er ook voor zorgen dat je huisbaas, buren of zelfs volslagen vreemden je appartement binnendringen, je bedreigen en eisen dat je je vlag verwijdert.

“De laatste dagen van mijn trip breng ik door in Warschau, waar ik heel even gedesoriënteerd raak door de ongeziene hoeveelheid regenboogvlaggen.”

Het is nu ruim een jaar geleden dat de deelnemers aan de Mars voor Gelijkheid in Białystok brutaal aangevallen werden. Na deze ‘Poolse Stonewall’ stond er een queer collectief op, ‘Stop Bzdurom’ (‘stop de bullshit’), dat synoniem wordt met situationistische evenementen en acties. De leden trekken er bijvoorbeeld ’s nachts op uit om regenboogvlaggen te draperen over standbeelden en monumenten, en ze houden een homofobe vrachtwagen tegen die via speakers de hele stad overspoelt met haatboodschappen. Maandenlang grijpen de inwoners van Warschau het concept ‘burgerarrest’ aan om deze truck keer op keer tegen te houden, net als een antiabortusvariant die door de straten rijdt terwijl hij het geschreeuw van ongeboren kinderen (!) door de luidsprekers jaagt.

Op 7 augustus staat de politie op het punt Margot te arresteren. Dat non-binaire lid van het collectief houdt zich schuil in de kantoren van de Campagne Tegen Homofobie (KPH). Spontaan protest door de LGBTQ+-gemeenschap en sympathisanten wordt door de politie de kop in gedrukt met een agressie die ronduit choquerend is. Wanneer ik een minnaar laat weten dat ik weer geland ben in Nederland, antwoordt hij dat hij net is vrijgelaten door de politie, die hem zwaar heeft aangepakt. Margot hangt – als boven het hoofd, krijgt af te rekenen met vreselijke misgendering en heeft amper toegang tot advocaten. Een nationaal debat over genderneutrale voornaamwoorden staat op het punt los te barsten.

De publieke ruimte als symbolisch strijdtoneel

Bezoek nummer drie, oktober en november 2020. Ik blijf een maand in Polen om archieven te doorspitten en een discursief programma op poten te zetten rond de hiv-epidemie. Mijn motivatie is groot, ondanks de beperkingen die het coronavirus met zich meebrengt. De tweede golf van het virus lijkt onvermijdelijk, net als het protest tegen de abortuswet nadat de regering de regels nog maar eens verstrengde.5 Op de avond van de stemming kijk ik in het STUDIO theater in het stalinistische Paleis van Cultuur en Wetenschap naar de avant-première van de Poolse versie van Weg met Eddy Bellegueule, geregisseerd door Anna Smolar. Het werk van Eduoard Louis hoefde niet verplaatst te worden naar een Poolse context: het volstond om het verhaal van de oude en de nieuwe naam te vertellen. Tijdens de applausronde verschijnen de acteurs met bliksemschichten op het podium. Terwijl ze buigen en weer rechtkomen, buigen en weer rechtkomen, wordt duidelijk dat de belangrijkste performance eigenlijk op straat plaatsvindt. Dat is waar we allemaal samenkomen. En toch herinnert die afsluiter ons eraan dat het theater een brug kan slaan met en tussen de publieke ruimte, zodat beide kanten er sterker uit komen.

“Tijdens de pandemie is de publieke ruimte uitgegroeid tot een symbolisch slagveld waar activisten de antiabortuswetten bestrijden met grote pancartes vol slogans.”

Ook al brokkelde de Poolse façade af tijdens de voorbije, lange maanden van pandemie en protest, toch is de kern van de patriarchale, autoritaire cultuur nog intact en blijft de economie ze voeden. Recente protesten stelden die culturele ‘gatekeepers’ op de proef: deelnemers slingerden de politie, de kerk, de staat en het (schijn)rechtssysteem een ‘get the fuck out!’ in het gezicht. De voorbije periode was er een van urgent performatief activisme, aangewakkerd door een vorm van politieke druk waarop het antwoord niet kon uitblijven. Sommige van de acties verlegden de imaginaire grenzen van wat zoal ter discussie kan staan. Mensen drongen kerken en kathedralen binnen, activisten gaven rotondes nieuwe namen, daagden op voor de deur van hooggeplaatste politici en organiseerden performances recht onder hun neus – terwijl ik dit schrijf is het huis van Jarosław Kaczyński, de voorzitter van Recht en Rechtvaardigheid, geblurd op Google Street View. De energie van de demonstranten is overgeslagen op de digitale wereld, die barst van de beelden en video’s van trans ouders, en waar activistische platformen als paddenstoelen uit de grond schieten.

© google street view

Tijdens de pandemie is de publieke ruimte uitgegroeid tot een symbolisch slagveld waar activisten de antiabortuswetten bestrijden met grote pancartes vol slogans. De bliksemschichten die her en der de muren, bushaltes en vuilbakken sieren, gaan op termijn vervagen, maar dan zullen ze gewoon opnieuw opduiken. Het lijdt geen twijfel dat de nieuwe generatie queer activisten en de protesten tegen de strenge abortuswetgeving het publieke debat in Polen hebben beïnvloed en met argusogen werden gevolgd door de hele wereld. Ik ga ervan uit dat wat er in de straten gebeurde, doorwerkt in de huizen, slaapkamers, openbare en besloten chatrooms. Hopelijk neemt de cultuursector een voorbeeldfunctie op wat betreft verantwoording en het slimme gebruik van middelen, en laat de sector zich inspireren door activisten, gemeenschapsleiders en zorgverleners. Kunstenaars willen floreren en hun gemeenschappen inspireren, en ze zullen dit ook blijven doen, zelfs – of misschien vooral – wanneer er een gevoel van burgerplicht uit hun werk spreekt. En precies daarvan was ik getuige toen ik voor de vierde keer naar Polen trok sinds de pandemie uitbrak.

1In 1993 werd de abortuswet in Polen verder verstrengd, ondanks massale protesten en acties van de vrouwenbeweging2Heel wat studenten werden door hun leerkrachten en schoolhoofden gestraft voor het tonen van de bliksemschicht tijdens virtuele lessen.3Voor meer informatie, zie: https://culture.pl/en/work/the-letter-tadeusz-kantor4“Żyć nie umierać”.5Het Grondwettelijk Hof, waarin voornamelijk rechters zetelen die zijn aangesteld door de heersende partij Recht en Rechtvaardigheid, oordeelde dat de wet die het mogelijk maakte om misvormde foetussen te aborteren, ongrondwettelijk was. Daarmee werd het (al enorm beperkte) aantal legale abortussen in Polen nog verder verkleind.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 10 — 13 minuten

#164

01.06.2021

31.08.2021

Szymon Adamczak

Szymon Adamczak is een Poolse theatermaker, dramaturg en onderzoeker die in Amsterdam werkt. Hij studeerde af aan DAS Theatre en is momenteel hoofd van het departement literatuur aan het STUDIO theater in Warschau. Hij is ook verbonden aan de Biennale Warszawa, dat zijn onderzoeksplatform Polskie EIDS ondersteunt. Szymon verdeelt zijn activiteiten en praktijken tussen Polen en Nederland.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!