‘Triptiek van het weerzien’. NTG

(redactie Etcetera)

Leestijd 2 — 5 minuten

Triptiek van het weerzien

NTG, Gent

Aan het NTG komt de verdienste toe een permanente aandacht te besteden aan nieuwe theaterteksten en het publiek ervan te laten kennisnemen. Van de Duitse auteur Botho Strauss bracht NTG twee seizoenen geleden reeds De Reisgids (1986); vandaag grijpt het naar het tien jaar oudere werk Trilogie des Widersehens (1976).

De Nederlandse regisseur Mette Bouhuys werd aangetrokken om in de ruimte van NTG aan deze produktie gestalte te geven. Deze Triptiek van het weerzien is een zeer verzorgde voorstelling geworden waarin een uitgebreide NTG-cast globaal genomen op hoog niveau acteert. Het gaat hier bovendien werkelijk om ensemble-werk gezien niet minder dan zeventien personages op bijna constante wijze op de scène aanwezig zijn. De machine van wederzijdse verhoudingen die hier door Mette Bouhuys in gang wordt gezet, loopt gesmeerd. Misschien wel té gesmeerd. De belangrijkste kritiek die er op deze produktie te leveren valt, heeft inderdaad alles te maken met de doelbewust nagestreefde theatrale vlotheid, waarin een groot deel van de intenties van de auteur verloren gaan.

Botho Strauss’ Trilogie is opgebouwd uit fragmenten, flarden van gesprekken en confrontaties binnen een gezelschap van mensen, bijeengebracht op de vooropening van een tentoonstelling. De enige narratieve lijn die door het hele stuk loopt is erg dun: de dreiging van het verbieden van de tentoonstelling en de poging om aan dit verbod te ontsnappen. Deze lijn wordt door Strauss bijna als een ‘voorwendsel’ gehanteerd, om deze mensen bij elkaar te brengen.

De dialogen, monologen of confrontaties van meerdere personages worden in de tekst telkens gescheiden door een “fade out/fade in”.

Juxtapositie en fragmentering zijn de twee hoofdbestanddelen van Strauss’ dramaturgische structuur; in de dramaturgische opvatting die aan de NTG-voorstelling ten grondslag ligt, werd daarentegen alles gedaan om precies déze accenten weg te werken. Mette Bouhuys heeft alle scènes aan elkaar geschakeld en zelfs elementen van plaats verwisseld (lange monologen laat zij door replieken van andere personages onderbreken) om aan het gebeuren een ‘logisch’ verloop te geven.

Tegenover Strauss’ fragmentering staat hier een constante stroom van gebeurtenissen; tegenover zijn juxtapositie werd hier gezocht naar zoveel mogelijk causale verbanden. De zeer mooie beginmonoloog van Suzanne b.v.gaat in feite integraal verloren, omdat op dat moment alle andere personages via diverse handelingen worden geïntroduceerd: je moet zoveel kijken dat je niet meer kan luisteren. Aan de drang naar causaliteit, logica en chronologie van gebeurtenissen beantwoordt een streven naar een zo groot mogelijk theatraal-realisme in het spel van de acteurs. De teksten die Strauss neerschreef en zijn personages in de mond legt, zijn echter verre van realistisch, ze staan ver van een alledaagse conversatie. De zeer bewuste afstand die de auteur t.a.v. zijn personages inbouwt, wordt hier bedolven onder een laag van waarschijnlijkheid of theatrale herkenbaarheid. De tekst en zijn gevoeligheden, de moeilijkheden die deze ongewone taal voor het spel met zich meebrengt, dit alles werd ondergeschikt gemaakt aan een vlot afleesbare visualisering, waarbij de toeschouwer geen enkel obstakel meer op z’n weg vindt.

Strauss’ tekst vraagt een inspanning van de toeschouwer; in deze voorstelling wordt geopteerd voor de ontspanning van de kijker. Op zich is daar niks tegen, maar deze optie doet geen recht aan de essentie van Strauss’ bijdrage tot de hedendaagse toneelschrijfkunst.

Triptiek van het weerzien

auteur: Botho Strauss;

regie: Mette Bouhuys;

bewerking: Mette Bouhuys en Frans Redant;

decor: Marc Cnops;

met o.a. Magda Cnudde, Eddy Verreycken, Mieke De Groote, Chris Thys, Peter Marichael, Herman Gillis, Raf Reymen, Carl Ridders…

Krijg je graag ons magazine in jouw brievenbus?
Abonneer je dan hier.

recensie
Leestijd 2 — 5 minuten

#25

15.03.1989

14.06.1989

(redactie Etcetera)