© Les Films Pelléas

Leestijd 7 — 10 minuten

Transformatieve verbeeldingen #1: toxische patronen doorbreken

Reclaim public space!

Op de publieke ruimte worden heel wat idealen geprojecteerd, alsof ze inherent democratisch, inclusief en toegankelijk zou zijn. Niets is echter minder waar. Wie mag op straat in alle vrijheid zijn identiteit performen en wie wordt onzichtbaar gemaakt, gecensureerd, uitgesloten? Performer Sorour Darabi en activiste Baobab van de Teranga claimen elk met een krachtig statement de publieke ruimte terug.

Drie tools voor transformatieve rechtvaardigheid in de podiumkunsten

Podiumkunsten en podiumkunstenaars, doordat jullie allebei acteurs zijn in het stuk dat we ‘Systemisch Geweld’ noemen, hebben jullie vele andere gemeenschappen onrecht aangedaan. Sinds de wereldwijde protesten in nasleep van de moord op George Floyd beweert iedereen dat de podiumkunsten zichzelf moeten dekoloniseren en dat ze zich moeten verantwoorden voor het feit dat ‘Black Lives Matter’. Maar precies het feit dat diezelfde podiumkunsten nauw verweven zijn met bepaalde administratieve, financiële en politieke processen, bemoeilijkt deze dekolonisatiewens.

De productie van cultuur zwengelt de systemische manieren aan waarop men beleid over de publieke ruimte en steden organiseert. Dat geldt ook voor de productie van de openbare orde door het politiewezen. Omdat dit allemaal verankerd ligt in precies dezelfde netwerken, patronen en instituten, vertonen al deze elementen ook precies dezelfde tegenstellingen en toxische patronen.

Dat verband vertaalt zich in een aantal maatregelen die doelbewust selecteren wie toegang krijgt tot de structuur van culturele middelen. Culturele middelen zijn in feite niet heilig, we vinden ze overal om ons heen, maar volgens de regels van het spel krijgen sommige symbolische toegevoegde waarde. Dat gebeurt aan de hand van expliciete en/of impliciete vormen van repressie die de waarde van die culturele middelen tegelijk beschermen en valoriseren. Deze combinatie van repressie en valorisering doet zich concreet voor in onze lichamen, in onze straten, en ze interfereert met het werk dat de podiumkunsten kunnen doen.

Waar staan de podiumkunsten in deze oorlog om de publieke ruimte?

Zijn we vergeten wat we verliezen, elke keer als een kunstenaar zijn praktijk in de publieke ruimte verlaat om zich binnen de comfortabele muren van culturele instituten te nestelen? Zitten we zo diep in de matrix dat we niet meer in staat zijn om publieke ruimtes als heterogene podia te beschouwen met heterogene publieken, geluiden, ritmes en regels? Of zijn we enkel vergeten dat kunstvormen die op straat ontstonden meestal ontwikkeld werden in kansarme buurten die men de kop heeft ingedrukt door extreme politieacties, agressieve stadsplanning en de komst van normatieve culturele ruimtes?

De wereldwijde agenda is eenvoudig: defund the police. De politie is een instituut dat sterk gesubsidieerd wordt door overheidsmiddelen. Deze budgetten voorkomen echter geen misdaden of gevallen van huiselijk geweld, noch worden ze aangewend om slachtoffers en daders te herintegreren. Wij, abolitionisten, eisen dat die middelen toegewezen worden aan andere maatschappelijke sectoren: huisvesting, onderwijs, volksgezondheid, cultuur. Dit zijn allemaal domeinen waar openbare investeringen en inspanningen preventief besteed kunnen worden om te vermijden dat er gigantische verschillen ontstaan tussen gebroken wezens die hun eigen toxische narratieven herhalen en versterken.

Moment with Self, 2021 Peintre Mounou @PeintreMounou

  1. Erken de schade: wie blijft er de politie bellen?

Huiselijk geweld, mentale gezondheidsproblemen en kwetsbare mensen in broze situaties vormen de meest voorkomende redenen waarom de politie gevraagd wordt tussen te komen. De politie als instituut is een instrument van sociale repressie, en agenten hebben geen enkele vorm van psychosociale vorming of competenties. Integendeel, meestal zullen interventies in deze vrij eenvoudige (maar soms extreem gewelddadige en traumatische) situaties de spanningen tussen mensen veeleer doen escaleren en/of iemand schade toebrengen.

Zelfs wanneer ze door niemand worden opgeroepen op microniveau, is het mogelijk dat de politie zelf sociale, economische en raciale visies oplegt in functie van ‘de stad van de toekomst’. In de Brusselse Noordwijk bijvoorbeeld wierp de uitbraak van Covid-19 een nieuw licht op het aanslepende debat over de toekomst van de WTC-torens en het Maximilaanpark.

Tegen de achtergrond van een prachtige mise-en-scène namen agenten in Robocop-outfit en oproeruitrusting het Maximiliaanpark in en gooiden ze alle mensen op de vlucht eruit. Dramaturgisch gesproken incarneerden die agenten op een ruimtelijke manier het monopolie van legitiem geweld.

Podiumkunstenaars, waarom zien we jullie niet allemaal optreden in deze gecontesteerde straten?

“Zijn we vergeten wat we verliezen, elke keer als een kunstenaar zijn praktijk in de publieke ruimte verlaat om zich binnen de comfortabele muren van culturele instituten te nestelen?”

Het voorbije jaar heeft het politiekorps de straten in beslag genomen, liet het de sirenes loeien elke nacht na het luiden van de avondklok, deelde het boetes uit alsof ze tekens van affectie waren, bracht het schade toe en traumatiseerde het burgers louter door hun aanwezigheid en zelfs vaak door hun afwezigheid. De publieke ruimte is een gecontesteerde ruimte. Elke keer als een actor verbannen wordt, zal een andere actor zijn eigen legitimiteit versterken door een nieuwe dosis geweld los te laten op de stedelijke ruimte en zo het narratief te herschrijven.

Vanwege de maatregelen voor de volksgezondheid wordt elke beweging nu stilgelegd, getemd en weggedrukt naar de marge en de onzichtbaarheid. Podiumkunstenaars, mogen jullie deze tekst lezen als een oproep tot protest. Er zullen echter geen allianties ontstaan tot jullie je eigen antagonismen en structureel geweld erkennen.

  1. Begrijp, analyseer, en deconstrueer toxische patronen

G4S is een privébedrijf dat door veel culturele actoren wordt ingeschakeld. Ter informatie, G4S voorziet Israëlische gevangenissen en checkpoints van uitrusting, is betrokken bij honderden burgerdoden, en heeft overal ter wereld door de Mensenrechten bevooroordeelde detentiecentra

Herinner je je nog dat je de politie belde en/of je eigen bewakingsdienst betaalde om je voorstelling veilig te laten verlopen? Herinner je je dat je kansarme mensen essentialiseerde die in de tweede of derde lijn van je productie meewerkten? Je weet wel, die mensen die zorgen voor dringende en late leveringen, diegenen op wie je rekent om toegang te krijgen tot onschatbare middelen vlak voor je voorstelling?

“Podiumkunstenaars, mogen jullie deze tekst lezen als een oproep tot protest. Er zullen echter geen allianties ontstaan tot jullie je eigen antagonismen en structureel geweld erkennen.”

Herinner je je de onevenwichtige pogingen die je hebt ondernomen met je team om de kloof te overbruggen tussen de taal van de podiumkunsten en de eindeloze noodgevallen van het sociaal werk? Oh, en was de paradox je ooit al opgevallen tussen je wens om inclusief te werken en je zorg om veiligheid die tot een vorm van publieksselectie leidt?

Onderweg naar een meer verantwoorde en verantwoordelijke gemeenschap van belangen, moet duidelijk zijn dat er niet zoiets bestaat als een reproduceerbaar model van zelf-zuivering. Net als in de behandeling van een zware metaalvergiftiging, moet kolonialisme genezen worden via een proces van chelatie. Doel is om toxische cellen en patronen aan te vallen en onschadelijk te maken met een transformatief lichaam dat in staat is om toxiciteit van levenskracht1 te onderscheiden, zodat het giftige elementen uit het lichaam kan afvoeren.

 Dat is ambachtelijk en sterk intentioneel werk, waarvan een nederige houding aan de basis ligt. Men kan echter ook een succesvol podiumkunstenaar zijn en tegelijk systemisch geweld versterken in veel andere aspecten van het werk. Om verder te gaan op dit radicale pad, moeten we eerst radicaal onze eigen toxische patronen aanpakken.

  1. Krump als een model voor de toekomst van de podiumkunsten

Wild fame, presentation image

Op 13 december 20202 vond een cultureel evenement plaats in een Kuregems kraakpand. In deze Brusselse buurt zijn meerdere stedelijke vernieuwingsprojecten op til, en de lokale gemeenschappen krijgen te maken met een hyperaanwezige politiemacht die instaat voor de veiligheid van al die projecten. De bedoeling van dat event was om met een multidisciplinair gebaar een andere kijk te bieden op de mainstreamdebatten over politiegeweld. Wild FAM3 was uitgenodigd voor een krump-optreden en om woede een plaats te geven aan onze collectieve tafel. De kunstenaars waren vooral People of Colours en womxn on stage, maar ze slaagden erin de stereotiepe woede om te vormen tot een collectieve kreet tegen de wandaden van het systeem waarin we allemaal leven. Het optreden van Wild FAM onderstreepte de collectieve toekomst die zich kan ontspinnen op basis van ons vermogen of onvermogen om institutionele vormen van geweld te accepteren of te transformeren.

De hype, de kreet, de lichamen kwamen tot een climax. Het publiek was intens, solennel, betrokken. Iedereen begreep waar het om ging, zelfs diegenen die nog nooit hun privileges in vraag hadden gesteld, en ook zij die nog nooit een stuk van Steve Tesich of Frantz Fanon hadden gelezen. Krump verbindt ons met een verhaal van strijd, met een collectief geheugen dat alles een gevecht is, la bagarre. Een jihad tegen onszelf in een herhaalde, ongeslagen en eeuwige strijd die we allemaal moeten voeren, of we dat nu via de kunsten of een ander medium doen.

Historisch gezien werden krump-bewegingen en crews opgericht ten tijde van de massale protesten tegen alle vormen van overheidsbrutaliteit in Los Angeles in 1992. Krump vertelt dus een universeel verhaal, ent zich op de subversieve aspecten van clownerie en beoogt een verschuiving van de stigma’s en het geweld van de onderdrukker naar iets wat qua esthetiek architecturaal, ritmisch en proportioneel is in verhouding tot het georkestreerde institutionele geweld.

Filmregisseur David LaChapelle zag de link tussen krump-performances en rituelen. Krump is diep verankerd in rituele processen, van de make-up tot de bewegingen en intensiteit. In zijn meesterwerk Rize onderstreept LaChapelle de verbanden tussen voorouderlijke vormen van performativiteit en de waarachtige, impliciete en ongekende vertaling ervan in krump. Zo is de make-up, die gebruikt wordt om de lichamen van de performers te subverteren, een opvallende link. Wat krump en andere straatdansen ‘battles’ noemen, heeft daarnaast roots in West-Afrikaans worstelen zoals het Senegalese Laamb Ji.

“Net als in de behandeling van een zware metaalvergiftiging, moet kolonialisme genezen worden via een proces van chelatie.”

Deze dekoloniale connecties, die krump een nieuwe positie willen geven in het bredere landschap van universele performancekunst, werden eerder al gemaakt door choreografe Bintou Dembélé. Zij bracht honderd verschillende kunstenaars samen, onder wie operazangers en krump-artiesten, en nodigde hen uit om hun vocabulaires te herschrijven en samen te brengen. Het resultaat was meer dan een meesterwerk: een hertaling van een Franse koloniale tekst, Les Indes Galantes, met echte krump en echte opera, opgevoerd in een tempel van de culturele segregatie: de nationale opera van Parijs.

Naast de mogelijkheden die het biedt om met én door het lichaam het innerlijke geweld in de mens aan te pakken, is krump eigenlijk een performatieve praktijk die op straat geboren is en z’n eigen structuur, taal en bestuur heeft ontwikkeld. Krumpfamilies houden een erg strakke organisatiestructuur aan, die nauw aansluit bij de morele en praktische gedragscode van het Japanse bushido. Die strengheid creëert een helder kader voor elke interactie, optredens incluis. Krump mag soms sterk gebaseerd lijken op improvisatie, het is de organisatie van de groep die elke krumper in staat stelt om de kern, de marge en de grenzen van de individuele en collectieve performance te definiëren.

Als er een conflict uitbreekt, is de sanctie onvermijdelijk: mensen worden ofwel gedegradeerd of weggestuurd van de familie, wat een vorm van vernedering is. Centraal staat het belang om krump te beschermen tegen de instituten. Niet ‘eender wie die Rize heeft gezien’ mag Krump aanleren in een mainstreamdansschool. Er zijn in feite maar twee mensen in België die de toelating hebben van de gemeenschap om les te geven: Hendrickx en SosaLeBelge.

Transformatieve toekomstbeelden

Podiumkunstenaars, jullie zijn meer dan betrokken bij de wereldwijde oproep om de politiesubsidies in te trekken. Een eerste stap is het leed erkennen dat we veroorzaken doordat onze machtspositie ons een schadelijk koloniaal, kapitalistisch en seksistisch systeem doet creëren. Maar het moeilijkste deel van het werk dat gedaan moet worden, is wellicht het dieper graven in onszelf, individueel en collectief, om te identificeren welke media, kleuren, vormen en wortels die toxische patronen ook in onze artistieke voorstellen vormgeven. We zullen verandering moeten creëren, wijzigingen moeten aanbrengen, niet alleen volgens een mimetische logica maar ook, in bredere zin, door een solide basis te ontwikkelen van intenties en waarden die radicale en collectieve zelfzorg nastreven.

We spreken over intenties omdat op dit moment zoveel individuen en gemeenschappen schade lijden dat een radicale transformatie alleen kan ontstaan door herstel, wederopbouw en genezing.

1De auteur verwijst hier naar het Engelse begrip ‘livity’, waarmee Rastafaris naar energie of levenskracht verwijzen.213/12 verwijst naar de letters A.C.A.B, all cops are bastards.3In Krump is een ‘Fam’ een familie, een crew, een organisatie van krumpers die samen optreden en alles met elkaar delen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 7 — 10 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Baobab van de Teranga

Baobab van de Teranga is een abolitionist. Ze verzet zich tegen slavernij en alle vormen van onderdrukking, waaronder de politie. Baobab laveert tussen Caraïbische en Afrikaanse trajecten. Haar praktijken liggen op het kruispunt van ruimtelijke en restauratieve rechtvaardigheid, urban studies, radicaal Zwart Feminisme en gemeenschapsvormende processen.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!