Leestijd 5 — 8 minuten

The Winter’s Tale – Lisaboa en Kuiperskaai

De classificeerders van het oeuvre van William Shakespeare rekenen The Winter’s Tale tot de zogenaamde problem plays. Over wat deze stukken – waaronder ook o.a. Measure for Measure en Timon of Athens gerekend worden – problematisch zou maken, zijn theaterhistorici minder eensgezind. Dat dit drama zowel elementen uit de tragedie als uit de komedie – duidelijke, canonieke genres – zou bevatten, overtuigt niet. De shakespeareaanse notie van genre is zeer weinig normatief, anders dan bij de tragédie van Racine. Men ging trouwens pas over problem plays spreken in de 19de eeuw, toen genres een veel belangrijker categorie waren geworden, en ook omdat de idee veld had gewonnen dat in een toneelstuk een moreel probleem als zodanig centraal kon staan – een burgerlijk probleem met name – dat de zekerheden van een door vooruitgang gekenmerkte samenleving op de helling zette. Men ging Shakespeare met Henrik Ibsen vergelijken – de held van het eigentijdse drama – en stelde vast dat bepaalde, vooral late stukken van Shakespeare minder rond de grilligheid van het (nood)lot of het gewicht van de macht draaiden, maar rond persoonlijke abstracte problemen: afgunst, melancholie, hebzucht, misantropie, drift. Bovendien ontbrak er vaak een verklaarbare ontwikkeling bij centrale personages, wat problematisch was voor de pleitbezorgers van een psychologisch realisme zoals Ibsen dat beoefende.

Wat heeft deze beschouwing over de 19de eeuwse theatergeschiedschrijving met The Winter’s Tale van Kuiperskaai, in een regie van Lisaboa Houbrechts, te maken? Alles en niets. In Shakespeare’s stuk komt een allegorisch personage voor – Time , the Chorus – dat bij aanvang van het vierde bedrijf een tijdssprong in de vertelling moet overbruggen. Dat verhaal was begonnen met de jaloerse koning Leontes van Sicilië, die zijn vrouw Hermione verdenkt van overspel met zijn ‘vriend’, koning Polyxenes van Bohemen. Hermione brengt een kind ter wereld, wordt opgesloten en sterft. Het kind, Perdita, wordt te vondeling gelegd in Bohemen en groeit daar op in een herdersgezin. Dan is er die tijdssprong: Perdita wordt verliefd op prins Florizel – en hij op haar – zeer tegen de zin van zijn vader, koning Polyxenes. De geliefden reizen, dankzij een ingewikkeld arrangement van de trouwe Siciliaanse hofdame Paulina, naar Sicilië, waar de hele voorgeschiedenis ontrafeld wordt, in een sfeer waar schuldbesef (bij Leontes) en milde vreugde de boventoon voeren. En koningin Hermione blijkt slechts schijndood te zijn, ze ontwaakt op het heuglijke moment. Zo’n allegorisch personage als Time, the Chorus komt vaker voor bij Shakespeare, het meest opvallend in Henry V, als een figuur die, lang voor Bertolt Brecht het over Verfremdung had, de theatrale illusie verklaart én doorprikt. Het collectief Kuiperskaai pikt dit dramaturgisch gereedschap op en gaat een stap verder: een allegorische ‘Shakespeare’, na 400 jaar ontwaakt uit de dood – net als Hermione – vult alle hiaten en onwaarschijnlijkheden in dit verhaal in, en als woorden tekort schieten, zet hij zich achter een drumstel en legt hij de scène een hevig ritme op – de tijd als speed. Victor Lauwers kan, met enige goede wil, zelfs doorgaan als een Shakespeare-lookalike, maar zijn erg didactische toon gaat na enige tijd wel wat irriteren. Hij maakt ook expliciet duidelijk waarover het in de voorstelling over zou moeten gaan: over mislukking en tekort, in de liefde, in de algemene mensenkennis, in de zelfkennis, en dat alles in relatie tot de machtsverhoudingen aan een koninklijk hof (en daarbuiten). En over de mislukking, in het geval van deze Winter’s Tale, om een geloofwaardig, samenhangend verhaal te vertellen. Op die manier maakt Lisaboa Houbrechts en haar collectief er opnieuw een problem play van, maar de stijl die ze als regisseur en spelers hanteren bevat weinig tot geen aanwijzingen naar waar het probleem dan wel zou zitten: is het de verlamming van de iconische toneelauteur die anticipeert op de verwachtingen die de 19de eeuwse romantiek en daarna het dramatisch realisme hem post mortem zouden opleggen? Is de idee van ‘mislukking’ een excuus geworden, in een ‘post-postmodern’ artistiek discours, dat een gemakzuchtige anything goes-slogan rechtvaardigt of juist bekritiseert?

Op de scène krijg je alleszins een hevig spektakel te zien, dat weinig heel laat van een stuk dat sowieso al onsamenhangend werd genoemd. De dansante duetten tussen koningin Hermione (Romy Louise Lauwers) en Polyxenes (Seppe Decubber) in het eerste bedrijf tasten, niet altijd op even geraffineerde wijze, de grenzen van de erotische verbeelding af. Om het even welk dansduet, hoe gestileerd ook, is natuurlijk een soort paringsdans, en als het spel dan nog draait rond de blik van de koningin op het met goudverf versierde geslachtsdeel van de bevriende koning, is (minstens) achterdocht bij koning Leontes (Uwamungu Cornelis, wiens huidskleur niet toevallig naar een klassieke Othello verwijst) meer dan begrijpelijk.Deze speelse, zij het niet onschuldige pas-de-deux ontaardt echter in een bloedige groteske, met de dood van de jonge prins Mamillius, de zoon van Hermione en Leontes die verslaafd is aan moedermelk (Maxime Rouquart, die met een trashy gitaar de hele voorstelling opzweept), en met de geboorte van Perdita in gevangenschap. Dan is de erotische spanning niet meer mooi, niet meer om aan te zien eigenlijk. ‘Shakespeare’ maakt er een einde aan en het gezelschap verhuist naar Bohemen, waar vervolgens een ander soort lelijkheid regeert. Het verhaal is tot enkele simpele anekdotes herleid – de gewetensvolle dienaar Camillo (Sam Bogaerts, zeer clownesk) laat, tegen het bevel van Leontes, de baby Perdita in leven, de herder en zijn zoon (Lobke Leirens en Romy Louise Lauwers) vinden haar, de verteller overbrugt de tijd en de amoureuze verwikkelingen krijgen opnieuw vorm in een wild, wansmakelijk feest. In dat gargantuesk spektakel staat één figuur de hele tijd rechtop. Perdita (Marjan De Schutter) is geen kwetsbaar meisje, maar een forse vrouw. De trage evolutie van haar blik, van kinderlijke angst en onschuld, over prille, naïeve verliefdheid, tot een bijna volwassen besef overgeleverd te zijn aan het (weliswaar gunstige) lot, is bijzonder mooi. En ze zingt prachtig, even licht als die blik. Zij blijft onaangeraakt overeind in de modderpoel van driften en schijnheiligheden, ook als het laatste deel, de terugkeer naar Sicilië afgehaspeld wordt. ‘Shakespeare’ is, als verteller, de wanhoop nabij, de koningshuizen verzoenen zich halsoverkop, het huwelijk is, behalve voor de geliefden, een feest van bitterheid. Die bitterheid uit zich in de onverschilligheid van de figuren – Leontes in de eerste plaats – bij dat feestgedruis: dat is eigenlijk een bekende, klassiek-hedendaagse interpretatie  van een happy ending bij Shakespeare.

Enkele jaren geleden maakte Jan Decorte ook een bewerking van The Winter’s Tale, nog radicaler dan de smerige lichamelijkheid waarmee Kuiperskaai Shakespeare te lijf gaat. Decortes Wintervögelchen was, conform de stijl die we van hem gewend zijn de laatste 20 jaar, esthetisch strak en lichtvoetig dansant. Het problem play was gereduceerd tot een melancholische spanning tussen de grijsaard – de verteller, de ‘zinger’ – en een stel slimme spelers die niets veinzen, niets overdrijven, maar vrolijk of droevig de ‘scène van het leven’ bespelen, in dit geval een scherp uitgelichte houten doos. Een nihilistische moraliteit, eigenlijk. Houbrechts en Kuiperskaai willen veel meer een statement over Shakespeare als erfgoed maken, inclusief enkele citaten uit de ‘grote’ tragedies. Over een onbeholpen toneelschrijver die 400 jaar na datum zijn dramaturgische problemen wil oplossen en vaststelt dat het drama zijn eigen decadente leven is gaan leiden, dat postmodernisten ermee aan de haal zijn gegaan: onschuld en smeerlapperij in één beeld, groezelige gitaar-en-drum en engelachtig gezang in één geluid, onnozele humor en pseudo-wijsgerige poëzie in één zegging. De retoriek klinkt schoolmeesterachtig, het frontaal naakt ziet er goedkoop brutaal uit. Dat hoeft geen kritiek te zijn, zolang je er een volgehouden vormidee – en uiteraard een dramaturgisch inzicht – achter blijft vermoeden. En daar slagen ze lang in, bij het collectief Kuiperskaai. Maar je blijft je wel afvragen of het punt over de deconstructie – en de wanhopige reconstructie – van Shakespeare als klassiek toneelschrijver (en als postmodernist avant la lettre) wel zo interessant is, en niet meer dan een ernstige aanleiding om vervolgens elke ernst te doden. Nogmaals, dat is volstrekt legitiem. Men wil blijkbaar iets toevoegen aan de canon van de Shakespeare-opvoeringen, maar daar is dit statement net niet relevant genoeg voor. Te postmodern, te schatplichtig aan een andere, meer recente canon, waartoe de Needcompany behoort – die ooit de overdonderende actualiteit van Shakespeare aantoonden, o.a. in een historische Julius Caesar (1990). Kuiperskaai, dat zijn letterlijk – Victor en Romy Louise zijn de kinderen van Jan Lauwers en Grace Ellen Barkey – en figuurlijk de erfgenamen van die canon, waarvoor ze voorlopig nog een ongezond respect hebben, hoe brutaal ze ook tekeer gaan. Dan is zo’n raamvertelling waarin de geëerde schrijver, die nooit zijn belerende toon kwijtraakt en als gekwelde romanticus ten onder gaat, niet de beste manier om die erfenis af te schudden. The Winter’s Tale is een energieke, intelligente en fantasierijk geregisseerde oefening in theatrale présence, maar tegelijk oogt het ouderwets in zijn postmoderne oppervlakkigheid. Opnieuw een problem play dus.

Gezien in Monty Antwerpen op 14 april 2016 (première)

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 5 — 8 minuten

#144

15.03.2016

14.06.2016

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans is doctor in de rechtsgeleerdheid. Hij is als docent en onderzoeker verbonden aan het RITCS, het Koninklijk Conservatorium Brussel en aan de VUB. Hij verricht onderzoek op het gebied van de performancestudies, waarbij hij vooral geïnteresseerd is in de relatie tussen dramaturgische structuren en politieke en rechtstheorie. Daarnaast werkt hij ook als dramaturg, toneelauteur en publicist.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!