(c) Michiel Devijver

Leestijd 9 — 12 minuten

The Second Woman – Nat Randall, Anna Breckon & Natali Broods

De terugkeer van hetzelfde, maar niet helemaal

Soms worden theatervoorstellingen als evenementen in de markt gezet. Daar hoeft niets mis mee te zijn, en in het geval van The Second Woman is dat zeker terecht. Eén actrice, Natali Broods, speelt 24 uur lang één scène, met een honderdtal mannelijke tegenspelers die ze op het podium van Viernulvier voor het eerst ontmoet. Dit is een verslag van en een reflectie over de eerste 8 uur van deze krachttoer, over de afloop kan ik helaas niets mededelen, maar het VRT-nieuws meldde dat alles met een daverend applaus besloten werd. The Second Woman heeft gelukkig veel meer te bieden dan respect voor het uithoudingsvermogen van Natali Broods. Zij verdraagt de hele tijd de mannelijke blikken, ze stort niet in onder die vreemde mengeling van tederheid en agressie, integendeel. Die eerste acht uur waren alleszins spannend genoeg, ze stond om middernacht sterker dan bij aanvang. Dat was toch mijn indruk, en ik bleef langer kijken dan ik gepland had.

De Australische theatermakers Nat Randall en Anna Breckon bedachten in 2016 The Second Woman. Sindsdien reizen ze met hun concept de wereld rond, telkens met een lokale actrice en lokale (hoofdzakelijk) niet-professionele mannen. The Second Woman is de naam van het onbestaande toneelstuk waarvoor ster Myrtle Gordon, vertolkt door Gena Rowlands, in John Cassavetes’ film Opening Night (1977) repeteert. Zij verliest zichzelf in het repetitieproces, nadat ze een fanatieke fan voor haar ogen ziet verongelukken. Al haar trauma’s komen aan de oppervlakte, ze zoekt naar vluchtwegen. Bij de première sleept ze zich, stomdronken, door het stuk, tot woede van regisseur en schrijfster, maar het publiek is wild enthousiast. Het fictieve drama zou gaan over gefrustreerde liefde. In hun toneelversie van Opening Night (2023) nam De Hoe dit zeer letterlijk. Het ontleedde genadeloos de erotische spanningen tussen de spelers, gekoppeld aan de zogenaamde vrijheid die toneelspelen zou mogelijk maken. Niet dus, wel dwang en routine.

Het zal wel geen toeval zijn dat Natali Broods, die de meest ‘romantische’ rol speelde in Opening Night, nu deze uitdaging aangaat, als een verlengstuk van de roes van een lange tournee met De Hoe. Randall en Breckon schreven één scène, die gesprekken uit Cassavetes’ script parafraseert, vooral uit de dialogen van Virginia en Martin, de hoofdfiguren in The Second Woman. Virginia, met de rode jurk en het blonde kapsel van Gena Rowlands (tegelijk een hint naar Marilyn Monroe), zit in een kamer. Is dit een afwerkkamer in een hotel, of een soort antichambre in haar eigen huis? Er is geen versiering, behalve ‘The Second Woman’ in neon letters. Ze staat voor het raam, een man (of een queer persoon) komt binnen, met een zakje afhaaleten, hij gaat naast haar staan (soms kust hij haar), zij vraagt hoe het gaat, hij verontschuldigt zich voor de “vorige keer”, hij of zij vraagt of ze iets drinken. Hij schenkt (goedkope) whisky uit, ze toasten. Hij vraagt wat er is, zij wil hem iets zeggen: “Jij verdient mij niet.” Ze schenkt zichzelf opnieuw in. Hij wuift haar opmerking weg, ze eten noedels.

Zij beweert dat hij haar niet meer aantrekkelijk vindt, hij ontkent. Zij beweert dat hij haar nooit intelligent vond, hij ontkent, ferm. Zij zegt dat ze enkel maar “goed genoeg” wilde zijn. Hij bewierookt haar, zij wil dat hij zijn lofzang afsluit met “ik hou van jou”, maar hij begrijpt haar verkeerd: “Dat is waar, jij houdt van mij.” Zij smijt haar noedels in zijn gezicht of zijn schoot. Ze staat op en zet ‘Taste of Love’ van Aura (1977) op, een funky nummer uit de omgeving van Prince. Ze danst een beetje, hij staat op, gaat achter haar staan, danst mee, zij streelt zijn achterhoofd. Ze dansen samen, steeds wilder, ze laat zich hangen in zijn armen, hij weert haar af, ze zet de muziek af. Zij neemt een portefeuille, haalt er 20 euro uit, “ik zou willen dat je nu weggaat”, hij neemt het geld aan (of niet), hij zegt nog dat hij (niet) van haar houdt, of iets gelijkaardigs. Einde, wat slome pianojazz, en het begint opnieuw. Meer verhaal is er niet, maar er zijn genoeg losse eindjes om uren over na te denken.

“Het zal wel geen toeval zijn dat Natali Broods, die de meest ‘romantische’ rol speelde in Opening Night, nu deze uitdaging aangaat, als een verlengstuk van de roes van een lange tournee met De Hoe.”

Die gedachten kunnen over de plot gaan. Welke voorgeschiedenis hebben deze mensen? De mannen hebben een relatieve vrijheid om hun openingszin aan te vullen. Zo is er één, met een AA Gent-sjaal, die een heel voetbalverhaal doet, met veel pinten achteraf. Hij blijft ongeremd doorgaan, in pure Eddy Wally-stijl. Sommigen houden het bij een kort “Ik was kwaad. Sorry”. Over de nageschiedenis kan je nog veel meer speculeren. Maar vooral dat geld blijft intrigerend. Virginia koopt hen af, maar waarvoor? Is dit een vorm van omgekeerde prostitutie, waar de vrouw de mannen betaalt om zich in een ongemakkelijke situatie te laten vernederen? Er zijn mannen die beledigd zijn, anderen nemen het geld gretig aan. De vage setting geeft ruimte voor zeer uiteenlopende hypotheses. Is dit een ongemakkelijk einde van een langdurige relatie, die nu als een nachtkaars uitdooft? Is dit een overbodige epiloog bij een onenightstand? Is dit een wraakoefening, en zo ja, wie wreekt zich op wie? Is dit een sociaal experiment waarin Virginia aan de lopende band haar rolletje speelt?

Dat laatste is het zeker, maar dan als performance, niet enkel als rollenspel. Want een scène die honderd keer herhaald wordt, die trekt radicaal door wat Richard Schechner ‘twiceness’ noemt: elke handeling die mensen stellen moet (minstens) twee keer uitgevoerd worden om sociaal begrepen te kunnen worden. Ons sociaal repertoire bestaat uit performances, uit ingeoefende routines (of rituelen), waarop alle denkbare variaties mogelijk zijn. Tegelijk mag dit mechanisme niet helemaal bloot komen te liggen, want dan worden de ‘spelers’ als onoprecht gediskwalificeerd, dan komt de iteratie als zand in de sociale machinerie terecht. Virginie/Broods gaat verder in de herhaling, zij staart met dezelfde blik uit het raam, zij slaat elke keer op hetzelfde moment haar voet om, ze beweegt haar heupen altijd even onnadrukkelijk en toch verleidelijk. Ze heeft een soort performatief pantser aangetrokken, waarmee ze elke letterlijke en figuurlijke aanval kan afweren, maar dat haar ook dwingt haar persona consequent vol te houden. Als figuur drukt ze een onmiskenbare, iconische en zelfs clichématige genderidentiteit uit, ze lijkt er helemaal mee samen te vallen. Tot ze haar portemonnee neemt, dan is ze enkel nog homo economicus – voor een kort moment.

“Welke voorgeschiedenis hebben deze mensen? De mannen hebben een relatieve vrijheid om hun openingszin aan te vullen. Zo is er één, met een AA Gent-sjaal, die een heel voetbalverhaal doet, met veel pinten achteraf. Hij blijft ongeremd doorgaan, in pure Eddy Wally-stijl.”

Het publiek gaat zich steeds meer met haar identificeren, misschien ook omdat het anticipeert op de vermoeidheid die voortschrijdt, en die haar verdediging zou kunnen doen verslappen. Het publiek wil haar beschermen. Dat merk je ook aan de reacties. De minste onhandigheid of onbeleefdheid, in tekst of gebaar – wanneer bijvoorbeeld een man het potje noedels alleen voor zichzelf klaarzet – zorgt voor openlijke reacties, van gemompel, tot gelach, tot luidop zuchten. Men wil dat de man weggaat met “ik hou van u” of “ik heb altijd van u gehouden”: dan is de opluchting hoorbaar. We zijn romantische zielen, zeker in het donker van de schouwburg. Na acht uur zag ik amper barsten in Broods’ harnas, maar die zijn er ongetwijfeld gekomen. Ik zag de man – als gender – vooral mislukken, niet enkel omdat ze, zonder repeteren, staan tegenover de uiterst standvastige én wendbare actrice die Natali Broods is, maar ook omdat hij door Virginia telkens weer geconfronteerd wordt met een onvermijdelijke, meestal fatale onhandigheid. De ene vergissing te veel. Dan kunnen ze nog zo aantrekkelijk meedansen – van tapdans tot moonwalk –, dat kan niets meer goed maken. Al kan ik mij ook voorstellen dat ze hen in de pauze allemaal feliciteert voor hun deelname aan dit sociale proefproject. Zij speelt hetzelfde riedeltje, en de mannen spelen mee, met graagte. Zou kunnen, maar over voor en na weten we dus niets.

“Het TV-nieuws heeft het evenement opgepikt, niet als kritisch cultureel moment, maar als extreme sportprestatie. Blijkbaar kan theater enkel nog op die manier tot de mainstream doordringen. Over de inhoud gaat het niet, hoogstens over het cliché van de ‘break-up-scene’, alsof het een eindeloze song van Taylor Swift is.”

Wanneer bekende personen als tegenspeler opduiken, krijg je een heel andere perceptie. Zeker als dit Peter Van den Eede is, die (wellicht naar waarheid) opmerkt dat hij met geen enkele andere actrice vaker de scène deelde. Dan zit je bijna in de meta-theatrale logica van De Hoe, die techniek en intuïtie zichtbaar uit elkaar rukt, als dooier en eiwit. Zij speelt op dat moment niet echt anders, misschien wel iets scherper, omdat hij dat ook uitlokt. Het afscheid is, anders dan bij zowat alle anderen, zeer voorlopig, en de zaal applaudisseert aarzelend – hoewel dat tegen de regels is. We kijken graag naar sterren, en ook Frederik Sioen – muzikant, geen acteur – kan op een grotere welwillendheid rekenen dan de meeste anonieme mannen. Tenzij hun ‘fouten’ pijnlijk zijn: zich een zin niet meer herinneren, het omgekeerde zeggen dan wat de tekst voorschrijft. Zoals “jij houdt van mij, en ik hou van u”, dat zij moet ontmaskeren als een leugen, of als een spoiler. Op die momenten zoemt er empathie door de zaal, voor de gelegenheidsspeler die in zijn kwetsbaarheid erkend wordt. Zij is even een feeks: een verschrikkelijk cliché dat sneller opkomt dan we gehoopt hadden. Die reflex geeft wel aan hoe snel we kunnen terugvallen op een overgeleverd stereotype, hoe geëmancipeerd we ons ook achten. We voelen ons ook veilig bij eenduidig sentiment, maar het biljet van 20 euro verstoort telkens dat comfort, het is een provocatie van een gendertypische rolverdeling die we rationeel verwerpelijk achten, maar waar we gemakshalve naar teruggrijpen. Onbedoeld, ongewild.

Het TV-nieuws heeft het evenement opgepikt, niet als kritisch cultureel moment, maar als extreme sportprestatie. Blijkbaar kan theater enkel nog op die manier tot de mainstream doordringen. Over de inhoud gaat het niet, hoogstens over het cliché van de ‘break-up-scene’, alsof het een eindeloze song van Taylor Swift is. Je stuurt een journalist helemaal naar Noorwegen om een halve royal te horen veroordelen, maar 24 uur grensverleggend theater in Gent, theater dat je kijkervaring grondig ondervraagt, dat is niet relevant genoeg. Voor de omroep is dit een culturele voetnoot, dan moet je niet verder ingaan op de inhoud, blijkbaar. Enkele voxpops volstaan. Maar die voetnoot heeft wel stereotiep gedrag (en waarneming) aan het licht gebracht, en dat is behoorlijk ontregelend. Ook al heb ik zelf maar één derde van de ervaring meebeleefd.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#182

15.04.2026

14.09.2026

Klaas Tindemans

Klaas Tindemans (1959) is Doctor in de Rechten. Hij werkt als docent en onderzoeker aan het RITCS. Hij is actief als dramaturg en regisseerde twee toneelstukken: Bulger (2006) en Sleutelveld (2009). In 2022 verscheen The Dramatic Society. Essays on Contemporary Performance and Political Theory, bij Routledge.

recensie

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!