© Leontien Allemeersch

Evelyne Coussens

Leestijd 3 — 6 minuten

The History of Korean Western Theatre – Jaha Koo / CAMPO

Jaha Koo realiseert wat hij onderzoekt. In The History of Korean Western Theatre vertelt hij hoe de gedwongen verwestering van het Koreaanse theater een oude traditie vernietigde, en hoe die cultuurpolitiek een jonge generatie ontwortelde. Tegelijkertijd is zijn voorstelling zelf de emanatie van dat culturele kolonisatieproces: een bevreemdende maar fascinerende mengvorm van oud en nieuw, van academisch en magisch, van oost en west, van politiek en persoonlijk.

The History of Korean Western Theatre is het sluitstuk van een trilogie die startte met Lolling and Rolling (2015) en werd verdergezet met Cuckoo (2017). In beide voorgaande delen deed Koo wat hij ook nu weer op een zorgvuldige manier waarmaakt: een collectieve en voor ons vrij onbekende geschiedenis – die van Zuid-Korea – invoelbaar maken door ze de intimiteit van individuele levens, in casu dat van hemzelf, binnen te trekken. De autobiografie van Koo is even ‘verknipt’ als die van Zuid-Korea, en Koo bespeelt zijn media volgens zijn eigen verbrokkelde persoonlijkheid: op een manier die generaties overstijgt en de brug slaat tussen oost en west.

Geshakespeariaanst theater

In Cuckoo verbeeldde een gezellig babbelende rijstkoker de hoge druk waarmee de Zuid-Koreanen worstelen sinds de economische crisis van 1997, en de manier waarop een rampzalige economische politiek jonge mensen tussen de kaken dreigt te vermalen: geïsoleerd door werkdruk en sociale schaamte stappen van hen uit het leven – zo ook een vriend van Koo. In The History of Korean Western Theatre gaat het over een even rampzalige cultuurpolitiek, meer bepaald over het Koreaanse theater, dat volgens de officiële geschiedschrijving pas een dikke 100 jaar geleden ontstond. Het is een geschiedschrijving (of zeg maar: geschiedvervalsing) die zoals vaak enkel rekening houdt met de overwinnaars: onder invloed van de Japanse bezetters en hun Britse voorbeelden werden de traditionele Koreaanse dansen, ceremonieën en rituelen vervangen door een geshakespeariaanst, realistisch theater op het proscenium.

Net zoals in Cuckoo is ook in The History of Korean Western Theatre de verhouding tussen het politieke en het persoonlijke verhaal niet vrijblijvend. Met de culturele uitwissingspolitiek gebeurt namelijk op maatschappelijk niveau, wat ook in het leven van Koo zelf voorvalt, wanneer zijn vader hem dwingt om in een toneelvereniging te gaan en zo zijn ‘vulgaire’ plattelandsaccent kwijt te raken. Later, op de theaterschool, ontdekt hij dat het Koreaanse theater volledig geschoeid is op de westerse canon. Kunst en cultuur worden zo ontmaskerd als machtige instrumenten tot onteigening en onderdrukking van het ‘zelf’, op elke schaal. Maar in Koo’s herinnering zitten gelukkig, via de figuur van zijn grootmoeder, nog heel andere vormen van ‘theater’ verzonken.

Professionele rijstkoker

Cuckoo is er ook deze keer weer bij: de rijstkoker beschouwt zichzelf sinds 2017 als een professional en meet zich een parmantig stemmetje aan. Ook Koo zelf is aanwezig op de bühne, als onderzoeker slash vragensteller maar ook, noodzakelijkerwijze, als de verpersoonlijking van zijn eigen geschiedenis. De wat schuwe, onopvallende man met de witte sneakers is immers de belichaming van zijn onderzoeksobject: hij construeert zijn verhaal binnen een hedendaagse flitsende collage aan video- en geluidsmateriaal, maar zet deze esthetiek tegelijkertijd af tegen de fysieke, rituele handeling waarmee hij zijn voorstelling begint: het vouwen van een origami-kikker.

The History of Korean Western Theatre heeft in de helderheid van zijn propositie onmiskenbaar een educatief kantje – het onderzoek naar de culturele geschiedsvervalsing en de gevolgen daarvan gebeurt vaak in expliciete bewoordingen of vraagstellingen als  “Hoe een toekomst bouwen als het verleden is overschreven?” Toch is dit geen documentair theater; Koo slaagt er immers in het grotere verhaal van deze culturele uitwissing zo naadloos in te bedden in zijn eigen herinneringen en autobiografie, dat het geen college wordt, maar de queeste van een tragische held. We leven mee met zijn intense melancholie en zijn gevoel van verlies, want het verlangen grip te willen krijgen op het verleden kennen we allemaal.

Gemoderniseerde magie

Op de feitelijke uiteenzettingen breekt bovendien geregeld de magie in, met een absurd effect. De zo zorgzaam gevouwen kikker blijkt plots te kunnen bewegen, spreken en zingen. De kikker spreekt als de toekomstige generatie die door de geschiedschrijving is ‘gevouwen’ en ‘geplooid’ in een wenselijk, westers verhaal. De conversatie tussen Koo en de toekomst krijgt zijn pendant in het gesprek van Koo met het verleden, wanneer zijn oma hem vanop oude cassettebandjes toespreekt. Deze grootmoeder leed aan de ziekte van Alzheimer – een beetje zoals het hele Zuid-Koreaanse theater. Tussen kikker en cassette, tussen toekomst en verleden, tussen willen vergeten en willen weten bevindt zich Koo, met één been in het hedendaagse westen, met het andere in de oosterse traditie van zijn voorouders.

In het video- en geluidsmateriaal vloeien al die assen samen, en daarmee vormt de videomuur misschien wel de krachtigste acteur van de voorstelling. De zorgvuldig gemixte compilatie van oude familiefoto’s, 3D-animaties, televisiebeelden, archiefopnamen, natuur- en stadsbeelden, … is niet alleen visueel en esthetisch overweldigend, maar ze is vooral de ultieme verbeelding van Koo’s onderzoek – een soort prothese van zijn geest, zeg maar. Neem nu de 3D-geanimeerde Bibisae, de kwade kwelgeest die de herinneringen van zijn oma wil opeten: dit is de digitalisering van de figuur die we op oude archiefbeelden met masker en kostuum zagen ronddansen in een oud ritueel.

Gemoderniseerde magie, absurde ernst, ontroerende wetenschap – op al deze tegenstellingen berust The History of Korean Western Theatre. Het is die paradoxale theatertaal die van Jaha Koo een volstrekt unieke kunstenaar maakt.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

#161

15.09.2020

14.12.2020

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.