© Fred Debrock

Leestijd 8 — 11 minuten

The Forest School – Thomas Janssens

De misvatting die normaliteit heet

Neurodivergentie bij volwassenen is vandaag een veelbesproken thema. Voor The Forest School brengt Thomas Janssens – die zelf pas op z’n 34ste het label ASS kreeg – een bonte bende spelers met autisme samen . Evelien Bosmans kruipt in de huid van kinderpsychiater Grunya Sukhareva, die een eeuw geleden een onconventionele ‘forest school’ voor elf even onconventionele kinderen oprichtte. Theater blijkt voor het gezelschap een middel om hun worstelingen te overwinnen. Tegelijkertijd is het project ook veel meer dan dat.

Het label ASS – de afkorting voor een autismespectrumstoornis – kennen we vooral zoals het in de jaren 1940 van de vorige eeuw door psychiaters Leo Kanner en Hans Asperger werd gedefinieerd. Volgens de DSM-5, de bijbel van de hedendaagse psychiatrie zeg maar, zijn de kenmerken: een onvermogen tot sociaal contact, moeilijkheden m.b.t. communicatie, eenzijdige interesses en emotionele oppervlakkigheid. Kanner en Asperger waren niet de eersten om ‘autisme’ in de mond te nemen, maar diepten de term wel uit. Voor het eerst begrepen ze ASS als een wetenschappelijk-theoretisch en op zichzelf staande aandoening met een eigen oorzaak en dito behandeling. In hun zoektocht naar een eenduidige definitie spitsten de psychiaters hun onderzoek steeds verder op jongens toe, en waren ze grotendeels blind voor het spectrum dat de autismespectrumstoornis vandaag is.

Dat valt Grunya Yefimovna Sukhareva alvast niet te verwijten. Deze joods-Oekraïense vrouw richtte twee decennia eerder – in 1926 – in de bossen rond Moskou de zogenaamde “forest school” op. In deze school bracht ze elf kinderen onder – vijf meisjes, zes jongens – die kenmerken van autisme vertoonden, al werd hun gedrag toen vooral als ‘afwijkend’ bestempeld. Vrij en onbegrensd liet Sukhareva haar elftal spelen. Wel hield ze hen voortdurend in de gaten en pende ze al haar bedenkingen nauwgezet in notitieboekjes neer. Door haar weigering om dit ‘afwijkend’ gedrag af te keuren, zou Sukhareva helaas in de goelag verdwijnen.

Regisseur Thomas Janssens stuitte in 2024 voor het eerst op Sukhareva’s naam en was onmiddellijk gefascineerd. De geschiedenis liet hem met twee vragen achter. Wat als Sukhareva nooit het zwijgen was opgelegd? En hoe zou een hedendaagse forest school eruit kunnen zien? (Het medium van het) theater blijkt op beide vragen het antwoord.

© Fred Debrock

© Fred Debrock

© Fred Debrock

© Fred Debrock

Voor Janssens bracht theater als kind, lang voor hij op z’n 34e met autisme werd gediagnostiseerd, soelaas. Anders dan bij de scouts of in de muziekles – zo vertelt hij via het personage van Oscar Van Rompay – was het podium een plek van voorgeschreven scripts, waarin het steeds duidelijk was welke rol hij moest spelen. Overtuigd door zijn eigen ervaringen over wat theater voor neurodivergente mensen kan betekenen, startte hij dit project met zeven volwassenen met autisme.

Wanneer Van Rompay – initieel de solitaire verteller op scène – Grunya Sukhareva introduceert, worden we een eeuw terug in de tijd terug gekatapulteerd. Eén voor één worden de spelers door Grunya (Evelien Bosmans) aan het publiek voorgesteld, als waren het de kinderen uit de forest school. Vooral via kostuums is de sprong in de tijd duidelijk. De namen van de spelers zijn ver-Russisch-t, hun leeftijden ongeveer door drie gedeeld, hun quirky karaktertrekken gefictionaliseerd. Zo is er Irina (Britta Tegenbosch), amper negen jaar oud maar dagelijks heeft ze wel 17.000 moetjes in haar hoofd. Of Lukasz (Lukas Smets), wiens veilige kamer een grenspost is voor de hachelijke en dus afstotelijke wereld buiten. En Anna (Ann Omloop), die liever met haar stille handen dan met luide woorden praat.

“Voor Janssens bracht theater als kind, lang voor hij op z’n 34e met autisme werd gediagnostiseerd, soelaas. Het was een plek van voorgeschreven scripts.”

Twee verhaallijnen en tijdlijnen beginnen zich door elkaar te vervlechten. Initieel volgen we de ‘kinderen’ op school. De forest school start initieel vooral als de school van Sukhareva, maar wordt meer en meer de theatergroep zelf. Beetje bij beetje laten de spelers delen van zichzelf aan het publiek zien – via een tekening van de binnenkant van hun hoofd bijvoorbeeld, of een zelfgeschreven lied.

Hoewel de spelers steeds meer met hun rol lijken samen te vallen, worden we als toeschouwer tegelijkertijd steeds meer met de neus op de fictie geduwd. Het spel wordt immers plotsklaps onderbroken door Van Rompay, die zich – in lijn met Janssens’ rol – opwerpt als regisseur. De spelers spelen nu niet meer de kinderen maar zichzelf, Van Rompay is Janssens, we zijn terug anno 2025 en we krijgen een gefictionaliseerde inkijk in hoe Janssens zijn gezelschap met de fictie liet kennismaken. Van Rompay laat zijn spelers de rechtszitting naspelen waar de ongehoorzame Sukhareva omwille van haar onderzoeken werd terechtgesteld. Veel feitelijke details omtrent het verloop van deze zitting zijn niet bekend: door het invullen van de historische hiaten leren de spelers de draagwijdte van fictie kennen. Ook doorheen deze gefictionaliseerde versie van het repetitieproces schemert hun spelplezier door.

Met Grunya’s veroordeling eindigt het tafereel op een trieste noot. Vanuit diezelfde tristesse kruipt Van Rompay terug in zijn rol van verteller. De teneur van de voorstelling verandert. The Forest School lijkt zo een klassieke opbouw te volgen, waarbij na de introductie van de personages en de opbouw van een plot zich nu een conflict, als dramaturgisch brugmoment, aandient. We keren een tweede keer terug in de tijd. Flashback naar oktober 2025. Het spoor naar Sukhareva liep, zo wordt ons verteld, dood en ook Van Rompays – Janssens’? – eigen leven lijkt geheel te ontsporen. We horen hoe hij na een lange werkdag verlangde in zijn zetel te kunnen neerploffen… maar zijn sleutel niet meer in het slot van zijn huis bleek te passen. In woede barstte hij uit; de deur, de brievenbus, tot zelfs het huisnummer moesten er daarbij aan geloven. Je vraagt je af: wat is hier in godsnaam gebeurd?

Daarop: flashback-in-de-flashback, naar juni 2024. Twee jaar na de diagnose van ASS heeft hij het hele traject met de psycholoog doorlopen. Gedurende twee jaar werkte hij aan de relatie met en voor zichzelf. Maar, zo lijkt het, hij vergat onderweg zijn relaties met anderen. Zijn vrouw voelt zich nog altijd even ongehoord en ongezien. Hun relatie stevent geleidelijk aan op een scheiding af. Een ouderschapsregeling – met clausules voor the worst case, maar “zo ver zal het wel niet komen, hé?” – wordt opgesteld, getekend.

Zo ver komt het wel. De echtscheiding wordt een vechtscheiding en Janssens raakt geleidelijk aan zijn kinderen kwijt. De historie brengt ons terug in december 2025 – de maand waarin Van Rompay de ouderschapsregeling juridisch betwist. Hij verzet zich voornamelijk tegen de aanname van de tegenpartij dat hij door zijn ASS voor de kinderen geen stabiele thuissituatie kan creëren. Om zich voor te bereiden, schakelt Van Rompay opnieuw zijn zeskoppig gezelschap in. Door Grunya’s historie zijn ze met de setting van het rechtssysteem al bekend. Deze keer is het gerepeteerde proces echter geen reconstructie van het verleden, maar is het constructief, verbeeldt het een mogelijk toekomstig verloop. Het is een helder beeld voor de kracht van fictie – als speelveld voor de realiteit, een veilige baken van waaruit de wereld – voor mensen als deze maar ook vele anderen met hen – te betreden valt.

In de laatste scène stappen alle spelers dan ook werkelijk uit hun rol. Dankzij de fictie, die even hun masker was, durven ze nu écht zichzelf te tonen. Fictie loutert – dat is een feit. De acteurs vertellen ons hun echte naam, echte leeftijd, geven ons inzicht in hun echte karakter. Ze beschrijven hoe het leven hen getekend heeft en hoe ze die tekeningen als tattoos op hun lijf meedragen.

“Zonder hun struggle te ontkennen, is de boodschap duidelijk: geef mensen met autisme de ruimte en ze zullen die met schoonheid bezetten.”

The Forest School wil ons aansporen om anders te kijken. Naar wat we als een ‘stoornis’ bestempelen, bijvoorbeeld. Want ‘anders’ betekent nog niet ‘gestoord’. Het is een pleidooi voor het uitwissen van de bestaande definities, en het omarmen van verschil. Eigenhandig ontkracht het gezelschap zo enkele van de meest hardnekkige misvattingen. Dat mensen met autisme niet tot vriendschappen in staat zouden zijn bijvoorbeeld. Als je ze op podium zo naast elkaar ziet staan is dat misschien nog wel de grootste fabel. Daarvoor is alleen één iets nodig: dat anderen hen niet als ab-normaal beschouwen. Zonder hun struggle te ontkennen, is de boodschap duidelijk: geef mensen met autisme de ruimte en ze zullen die met schoonheid bezetten.

Een dergelijk pleidooi tegen de misvatting die normaliteit heet kan ik veel beter smaken dan veel ander hedendaags discours omtrent neurodivergentie. The Forest School is voor mij dan ook het sterkst op de momenten dat het niet louter gaat over de moeilijkheden van de spelers of wat het betekent om een label opgespeld te krijgen. De alomtegenwoordigheid van labels heeft, in mijn ogen, vandaag een soort slippery slope doen ontstaan. Voor sommigen biedt het eindelijk een verklaring en de opening tot begrip… Voor anderen wordt het eerder een continu excuus en een bewijs voor het onbegrip.

Ik ben er niet geheel aan uit waar ik Van Rompays vertelling over de vechtscheiding op het spectrum van deze slope moet situeren. Door dit narratief wordt The Forest School, naast een betoog voor de louterende kracht van fictie, uiteindelijk vooral een aanklacht tegen het onbegrip van de ex-vrouw. Hierbij is het spelen van theater niet meer hulpmiddel – voor de realiteit – of doel-op-zichzelf – het spelplezier -, maar een middel pur sang, met instrumentele waarde. Bovendien krijgt de tegenpartij hier op scène, anders dan het hoofdpersonage in de rechtszaal, geen ruimte tot weerwoord. Eigenlijk is en blijft de vrouw – zoals ze zelf aangeeft – dus ongehoord. Daarnaast probeert The Forest School wel een beeld te geven van wat autisme op volwassen leeftijd betekent, door de volwassen spelers als kinderen te introduceren laat het op dat vlak toch wat potentie liggen.

Het stuk doet alleszins wel hopen dat Sukhareva’s traditie anno 2026 een nieuw leven beschoren is. En vooral: dat theater écht meer ruimte kan geven aan neurodivergentie spelers en makers, ook in voorstellingen die daar niet over gaan.


De speellijst van de voorstelling vind je hier.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 8 — 11 minuten

#181

15.12.2025

14.04.2026

Tilde De Vylder

Tilde De Vylder is architecte en filosofe. Ze is ook mede-oprichter van atelier tilafolie en safe(r) space collectief LEDA.collective.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!