(c) Tina Herbots

Leestijd 4 — 7 minuten

Ten Oorlog I – Camping Sunset

Kleurrijk canvas op zoek naar witruimte

Camping Sunset speelt Ten Oorlog I als was het een schilderij: een compositie van contrasterende kleurvlakken die elkaar met geweld uit het frame trachten te duwen. Dat levert een opwindend kijkstuk op, waarbinnen zo af en toe het verlangen opduikt naar meer nuance.

Eigenlijk is Shakespeare doodsimpel, toch? De gelen nemen de macht over van de rozen, waarop de gelen op hun beurt worden uitgedaagd door de grijzen en vervolgens gedood door de blauwen. Klaar! Door de uitdrukkelijke kleurcodes in de kostuums maakt het jonge collectief Camping Sunset het schier onontwarbare kluwen aan volgelingen, verraders, overlopers en loyalen uit Shakespeares koningscyclus The Wars of the Roses niet alleen inzichtelijk, er schuilt ook betekenis in in die ruwe schematisering. Want eigenlijk maakt het niet uit wie York, Gloucester of Northumberland nu helemaal zijn of aan welke kant ze staan – het wereldbeeld dat na twee uur Ten Oorlog overblijft is dat van een door machtswellust verscheurde (mannen)maatschappij, waarin oprechte trouw en bekommernis voor het algemeen belang ver te zoeken zijn. Macht corrumpeert, vernietigt koningen én machteloze onderdanen – dat is de universele les van de Bard. Aan die les heeft Camping Sunset weinig toe te voegen, en dat probeert het ook niet. 

Drama met de grote D

Het is Camping Sunset, dat drie jaar geleden op het toneel verscheen, ook zelden te doen om de inhoudelijke ‘relevantie’ van een tekst. Zij maken een tekst relevant door die door hun lichamen heen te trekken en in een absoluut hier-en-nu te gooien – onaf, nauwelijks gepolijst, onderhevig aan de omstandigheden van het moment en de locatie die ze bespelen. In die zin is het interessant om te kijken naar de keuzes die deze beroemde Shakespearebewerking van Tom Lanoye (denk: Blauwe Maandag Compagnie) voorafgingen. Na de verveelde levensmoeheid van Gorki’s Zomergasten en de wat landerige kapitalistische tragiek uit Todd Solondz’ Happiness lijkt Camping Sunset met Shakespeare/Lanoye toch een andere uitdaging aan te gaan. Hier geen kleine kneuterige tragiek, dit is drama met de grote D, toneel van het grote gebaar: compleet met bloed en vechten en moord en veldslagen en al. Die materie leent zich uitstekend voor de ongetemde energie die Camping Sunset al eerder bewees te bezitten, maar ze legt voor het eerst ook de beperkingen van die troef bloot – het onvermogen om te midden van al het kleurrijke dramageweld af en toe een witruimte te laten.

Camping Sunset speelt het eerste deel van de trilogie (Richaar Deuzième en Hendrik Vier) in een oude scheepsloods in de haven van Gent, en bewijst –  zoals het dat ook deed in de oude wasserij waar Happiness zich afspeelde – uitstekend de mogelijkheden zijn locatie te doorgronden. Het publiek zit op de kop en kijkt ver de diepte in van de industriële architectuur. Midden in de loods staat een ijzeren trap en daaronder zit een groot gat dat via de kelders naar de zijkant van de loods leidt – uit dat gat, de onderbuik van het rijk waar gekonkel en verraad heersen, zullen telkens de nieuwe koningen verrijzen met nieuwe beloftes van zuiverheid, ondanks het bloed aan hun handen. Richaar Deuzième zet de toon: nauwelijks is hij op zijn plateauschoenen statig uit het gat opgerezen, terwijl het lijk van zijn rivaal Gloucester nog warm is, of hij beschuldigt zijn hofhouding van de moord. “O god, de eerste scène en er ligt al een lijk!” roept hij gespeeld wuft richting het publiek. Het bewijst meteen ook hoe Camping Sunset in zijn eigen tekstbewerking alle vrijheid heeft genomen. We horen Lanoyes metrische verzen, maar evengoed stukjes Willy Courteaux, Sophokles of eigen teksten en meta-theatraal commentaar. Zoals wanneer hertogin Gloucester schamper de ondervertegenwoordiging van de vrouwenrollen fileert: “Eén vrouw, één scène, schandalig eigenlijk.” Camping Sunset heeft wel degelijk een ‘update’ gemaakt van Lanoyes tekst, intussen meer dan twintig jaar oud.

Opwindend kijkstuk

Het accent ligt onmiskenbaar op de handeling, op de actie, en dus op Camping Sunsets grootste troef: het fysieke en energieke spel. Het zou het collectief oneer doen om de spelers afzonderlijk bij naam te noemen (zelfs de technicus speelt en danst mee) en het zou bovendien zinloos zijn, want je zou ze quasi-allemaal moeten noemen: wat een verzameling aan talent dendert hier over het plateau. Ze hebben elk voor zich hun rol gestalte gegeven, en dat mag gerust letterlijk worden genomen, want elk personage heeft een uitgesproken fysieke invulling, een eigen manier van lopen en spreken die het onderscheidt van de andere. De enige rode draad door al deze personages is – en daar start misschien mijn bedenking – dat de invulling onveranderlijk expressief is, naar buiten gekeerd, op een fijne manier grotesk zonder stereotiep te zijn – maar er zit dus geen enkel introvert, ‘klein’ personage tussen. De locatie verleidt natuurlijk tot ‘groot’ spelen, de humoristische tekst van Lanoye en de allround-absurditeit van dit domme mannengeweld vragen om ridiculisering – maar toch. In de handelingsstroom van vechten, konkelen en moorden is er weinig ruimte voor kwetsbaarheid of menselijke nuance. De kampen/kleuren glijden aan een razend tempo in elkaar over, waardoor het overkoepelende spelregister wat eentonig dreigt te worden. 

Twee tegenvoorbeelden, waarbij er plots niet meer wordt gelachen, maar je je maag voelt toetrekken van mededogen: de ijdele en nu zo vernederde Richaar Deuzième met een pruillip als een gestraft kind, en later, hoogtepunt van de voorstelling (en ook in Lanoyes tekst huiveringwekkend): de manier waarop de zoon van Hendrik Vier enkel het respect van zijn vader weet te winnen door hem te doden. Deze afschuwelijke verwevenheid van liefde en moord, de psychologische thriller die de sterfscène van Hendrik Vier is, dàt is een soort drama dat misschien meer ruimte mag krijgen, meer stilte, te midden van de rollercoaster Ten Oorlog. Zodat er tussen de felle, expliciete kleuren wat meer schakering zichtbaar kan worden. 

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#164

01.06.2021

02.09.2021

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!