Visies voor het veld: Wouter Hillaert
We moeten meer wakker liggen van Lanaken en Izegem
Wouter Hillaert
© Antoine Grenez
In Tantra for Beginners neemt Rosie Sommers het publiek mee in haar ‘innerlijke healing journey’. De voorstelling is een hybride tussen een tantra workshop en een performance over workshops. Deelnemen is niet verplicht, maar de graad van participatie is erg bepalend voor de ervaring van de toeschouwer. Hoe werkt deze morsige mengvorm, en wat zegt ze over hoe we met onze persoonlijke struggles omgaan?
In een kleine, fel verlichte zaal in de nok van de Vooruit heet Rosie Sommers het publiek welkom bij de workshop Tantra for Beginners. Ze wordt bijgestaan door Nathan Ooms en Castélie Yalombo Lilonge, wier lichamen, net als dat van Sommers, enkel bedekt zijn met een zwarte strap die de kabels van hun headset microfoon vasthoudt. De workshop staat in het teken van een journey, vertelt ‘Rosie’ ons in het Engels. ‘I commit to dig deeper in my fear of trust’, proclameert Sommers terwijl ze met een beate glimlach de zaal rondkijkt.
Eerst wordt het publiek uitgenodigd om rond het sobere speelvlak te gaan zitten. Er zijn kussens en verhoogde banken en drie grote turnballen waarop Veronika Bezdenejnykh de gezichten van de performers schilderde. De bal met het gelaat van Ooms hangt in de lucht, de twee anderen liggen op de grond, tussen het publiek. In een hoek van de zaal bungelt een groot doek waar een gestileerde tekening op staat van een – op Sommers gelijkend – naakt mens op haar knieën. De performers zijn naakt en heten alle drie ‘Rosie’. Ze informeren het publiek dat zij eveneens een kledingstuk / hun kleren mogen uitdoen.
Al snel wordt het publiek gewenkt om zich naar het speelvlak te begeven. De performers benadrukken echter dat je ook mag blijven zitten en observeren. Het gros van het publiek staat op en betreedt de witte vloer, ik blijf zitten. Participatorische voorstellingen recenseren dwingen je om het ‘ik’ nadrukkelijker in de recensie te nemen – ook wanneer je, net als ik, niet ingaat op de vraag om ‘mee te doen’. In haar boek The gestures of participatory art, stelt theaterwetenschapper Sruti Bala zich de vraag hoe de relatie tussen ‘onderzoeker’ en ‘het onderzochte’ moet worden vormgegeven wanneer ‘[…] the researcher is required to participate in an event, obliged to step outside any assumed possible safe outsider position and relate a performance or a certain practice to her own horizon of experience?’1. Een recensent is weliswaar geen onderzoeker in de strikte zin van het woord, maar het is wel zo dat ik me graag nestel in de safe outsider position.
“In welke mate is actieve participatie een keuze wanneer het stuk minder interessant is voor de observerende toeschouwer dan voor de actief deelnemende toeschouwer?”
Dat ik blijf zitten – uit ongemak en podiumvrees – zorgt ervoor dat ik het eerste deel van de voorstelling worstel met mijn voyeuristische blik. Ik ben plots toeschouwer van een bende publieksleden die in wisselende mate van gretigheid ingaan op de aangeboden oefeningen van Sommers en co. Mag ik kijken naar hun intieme journey?
De performers slash workshopbegeleiders leren het publiek een drietal oefeningen aan, waarvan de praktisering uitmondt in een geestdriftige massachoreografie. Er wordt schichtig geademd en dreunend gesprongen en uiteindelijk ook luidkeels geschreeuwd – the primal scream, noemen de performers het. En ik kijk toe, weet niet wat te doen met mijn blik. De workshop gaat over intimiteit, over jezelf als een ui pellen en de kern eruit schreeuwen – maar dan onder schelle spots en de priemende blik van observers. Bestaat de oefening eruit zo ongedwongen mogelijk te schreeuwen – of is de uitdaging net om voluit te schreeuwen, rood aan te lopen, speeksel te verliezen in een fictieve workshop over het innerlijke terwijl je door tientallen wordt bekeken?
Na de primal scream, vertelt Sommers over een fantasie die ze al lang heeft. Ze droomt ervan te worden aangeraakt door de blikken van wie haar door een peephole bekijkt. Het publiek is weer gaan zitten, maar wordt aangespoord om de lichamen van de performers te ‘strelen met hun blikken’. Die ‘kom dan!’-attitude brengt me in de sfeer van feministische performances uit de 20ste eeuw – Abramovic die met Rhythm 0 geweld op haar lichaam uitnodigt, Yoko Ono die in Cut Piece het publiek wenkt om haar kleren te knippen.
De spanning van het kijken/bekeken worden was in het eerste deel nog spannend – omdat het onuitgesproken was en overlaten aan het toeval van wie ging deelnemen en wie ging blijven kijken. Maar na een paar minuten waarin Ooms, Sommers en Yalombo Lilonge poseren en kronkelen voor het publiek is de spanning ervan af en blijft er van de ‘fantasie’ weinig anders over dan een ingestudeerde choreografie.
Vervolgens mogen de toeschouwers hun ogen sluiten, een appelblauwzeegroen ooglapje aandoen of ‘observeren’. Yalombo Lilonge neemt het publiek, Ooms en Sommers op sleeptouw in een – steeds opzwependere – meditatie. In een tekst in staccato verbindt ze de woorden yourself met your cells en your selves.
In deze scène wordt duidelijk dat er weinig soms ‘vlees’ is aan de scènes als je geen deelnemer maar observer bent. De choreografie is rudimentair, de tekst bestaat uit herhalende variaties op het thema van ‘your selves/your cells/yourself’ en ook met het decor gebeurt niets spannends. Het is misschien oneerlijk dat ik er scherp over ben – gezien ik niet deelneem aan de meditatie – maar in welke mate is actieve participatie een keuze wanneer het stuk minder interessant is voor de observerende toeschouwer dan voor de actief deelnemende toeschouwer?
De workshop-setting en het krampachtig enthousiasme van Sommers geven de sfeer een neoliberale touch. ‘Het moet vrolijk, het moet voort’ – die vibe. Ik dacht oorspronkelijk dat het stuk sluiks kritiek ging leveren op de vermarkting van existentiële vraagstukken als ‘hoe intiem te zijn’. Tantra is bovendien niet in Europa ontstaan, maar in Azië. Zoals Dominique De Groen het in haar essay NEE tegen de commercialisering van het occulte stelt:
‘Het neoliberale subject wordt geacht in alles hyperrationeel te zijn, ieder aspect van zijn leven te kwantificeren en te onderwerpen aan technologie, ieder uur optimaal te benutten […] Grote bedrijven en mediaconcerns gebruiken het verlangen naar het spirituele als een manier om te cashen, herverpakken bestaande occulte praktijken en verkopen ze aan ons terug, al dan niet overgoten met een sausje van neokoloniale uitbuiting en/of culturele toe-eigening.’2
Maar dit is schijnbaar niet wat Sommers met Tantra for Beginners wil bevragen. De personages hebben geen persoonlijkheid, de bewegingen zijn vitaal maar eentonig, de tekst verbaast niet, vertelt weinig, duidt meestal gewoon aan. De voorstelling is vermakelijk, de performers energiek – maar het discours blijft aan de oppervlakte.
Het is niet helemaal duidelijk wat de voorstelling wilt vertellen. Onderhuids gonzen boeiende vraagstukken, zoals de spanning die bestaat tussen de hedendaagse focus op een ‘innerlijke healing journey’ en de gelijktijdige tendens van zelfpresentatie; de veruiterlijking van een innerlijke zoektocht, dus. Of de ‘neokoloniale uitbuiting en/of culturele toe-eigening’ van niet-Westerse spirituele praktijken, zoals tantra.
In het laatste deel noemt Sommers allerlei mogelijkheden kritieken op die er zouden kunnen bestaan op het stuk. Is ze dan een maniakale workshopleider of een maker die meer wilde vertellen dan ze met het stuk deed? Misschien voelde de deelnemende toeschouwer zich naderhand wel ‘bevrijd’ – misschien was die bevrijding, wat de tantra-praktijk beoogt, de bedoeling. Ik zal het nooit weten: de leesbaarheid van deze voorstelling wordt bepaald door de hoogst persoonlijke beleving van elke individuele toeschouwer. Zelf heb ik geen primal scream gebruld en voelde ik me niet bevrijd van mijn honger naar meer. Voor een volgende keer beloof ik echter to dig deeper in my fear of participative performances. En misschien kijk ik vooral uit naar Tantra for advanced.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.