‘It’s a Rhetorical Question’ van Mpumelelo Paul Grootboom © Ruphin Coudyser

Leestijd 8 — 11 minuten

Sprakeloosheid en onmacht

Over Spoken World 2011: Powers of Speech

Eind vorig jaar wijdde het Kaaitheater zijn derde Spoken World festival aan het gesproken woord zelf. Onder de noemer Powers of Speech waren er uiteenlopende optredens te zien: van performers als Kate McIntosh en Barbara Matijevic over Brusselse jongeren en politici als Pascal Smet en Gwendolyn Rutten tot de ‘Black Power’ van Amiri Baraka en Saul Williams.

Al enkele jaren vormen terugkerende thema-festivals als Burning lce en Spoken World een vaste waarde in de programmering van het Kaaitheater. In zijn omschrijving van dat laatste festival vat het kunstencentrum de curatoriële krachtlijnen kernachtig samen: ‘In Spoken World nodigt het Kaaitheater kunstenaars en auteurs uit die zich in fictie en non-fictie “uitspreken” over de actuele staat van de wereld/ Na eerdere edities rond het historische belang van het omwentelingsjaar 1989 (2009) en de rol en betekenis van mobiliteit en identiteit in een geglobaliseerde wereld (2010) kon de meest recente Spoken World van eind 2011 getypeerd worden als een “meta-editie De aandacht kwam dit keer immers te liggen op het gesproken woord zelf, meer bepaald op de vormelijke en inhoudelijke kracht van de politieke toespraak. Onder de noemer Powers of Speech exploreerden kunstenaars uit verschillende windstreken de deelverzameling van politiek en linguïstiek. Ik pikte een aantal voorstellingen uit het programma en trachtte de vinger te leggen op wat zij vertelden over de rol die speeches vandaag de dag spelen als politiek instrument. In hoeverre kunnen woorden nog daden zijn die de wereld mee vormgeven?

Wanneer het volledige festival wordt over-schouwd, springt de vormelijke eenheid ervan in het oog. In het gros van de voorstellingen stond één performer stil op een kale scène en richtte die het woord frontaal tot het publiek. Deze gestripte theatrale situatie verhoogde de aandacht voor de grote diversiteit aan toespraken en aanverwanten (waaronder het pleidooi, de lezing, de poëzieperformance, het statement, de stand-up), de onderwerpen die daarin aan bod kwamen en de specifieke wijzen waarop de spelers-sprekers zich uitdrukten.

Alle “echte’ speeches bezitten een graad van theatraliteiten fictie. Zo worden toppolitici vaak bijgestaan door stem- en performance-coaches. Speechschrijvers halen in hun plaats een resem retorische kunstgrepen uit de kast om een boodschap met een maximale overtuigingskracht over te brengen. In Spoken World werden de artificiële facetten van dit publieke spreken naar een theatrale setting verplaatst en daar, onthecht, aan een kritisch onderzoek onderworpen. Het programma bestond dus uit theatervoorstellingen en niet uit een reeks speeches. Dat gold zelfs voor Geen kerk in het wild, het statement waarin schrijver en letterkundige Geert Buelens de kunstensector en het kunstpubliek-die hij adresseerde als ‘beminde gelovigen’ – een harde spiegel voorhield in tijden van angst en besparingen. Hoewel zijn tekst een concreet issue tackelde dat de aanwezige toehoorders overduidelijk aanging, was het naast een toespraak ook een voorstelling van een toespraak. De actrice Elsie de Brauw was immers uitgenodigd om het statement te vertolken op de openingsavond van het festival en volgde daarbij nauwgezet een aantal regieaanwijzingen. Haar gezucht en de korte verwarde pauze ergens halverwege de tekst kwamen er op vraag van Buelens en illustreerden de wanhoop van de kunstminnende heren waarop de schrijver in zijn speech zinspeelde.

Speech of power

In de meeste producties was de afstand tussen toespraak en voorstelling nog prominenter doordat gespeeld werd met de deiktische elementen in een speech. De linguïstische term deixis verwijst naar het fenomeen waarbij de precieze betekenis van bepaalde woorden of zinnen pas helder is wanneer de ontvanger kennis bezit over de specifieke context van een uitspraak. Als iemand bijvoorbeeld zegt: ‘Zij hebben hem daar naartoe gebracht’, dan blijft de invulling van de woorden ‘zij’, ‘hem’ en ‘daar’ schimmig voor een onwetende toehoorder. Een aantal categorieën van dit taalverschijnsel, zoals persoons-, ruimte- en tijdsdeixis, kan je dikwijls samen terugvinden bij de aanvang van een speech, wanneer het publiek rechtstreeks wordt aangesproken met een formule als: ‘Beste vrienden, ik heet jullie welkom op dit bijzondere moment op deze bijzondere plek…’ Deixis verankert de speech in een particuliere context.

Meestal viel de spreeksituatie van de toespraak niet samen met die van de voorstelling. Sommige speeches waren gelokaliseerd in andere tijden en werelddelen. Rhetorical van Mpumelelo Paul Grootboom bijvoorbeeld speelde zich af in het Zuid-Afrika van Thabo Mbeki. Door de afstand tot het onderwerp en de afstand in ruimte en tijd had deze productie een geheel ander effect op mij dan het statement van Buelens-de Brauw waarbij ik, werkend in de podiumkunstensector, direct betrokken partij was. Een nog grotere onthechting ervoer ik bij Although we fell short van Tim Etchells en Speech! van Barbara Matijevic en Giuseppe Chico. Deze voorstellingen waren opgetrokken uit meerdere toespraken of fragmenten daarvan en schakelden voortdurend tussen verschillende fictieve spreeksituaties. Vaak werd je als toeschouwer in het ongewisse gelaten over wie er precies aan het woord was, tot wie de spreker zich richtte en waar en wanneer de speech plaatsvond. Deze vormelijke ingreep zette aan tot talrijke speculaties en een vergelijkend onderzoek van de verschillende gebruikte discoursen.

Voor het gebrek aan persoonlijke betrokkenheid kwam dus iets anders in de plaats: kritische distantie en een verwarring die nu eens erg vruchtbaar was maar soms ook gewoon verwarrend.

Essentieel voor de overtuigingskracht van een toespraak zijn de performance van de spreker en het goede gebruik van het retorische instrumentarium. Plato koesterde argwaan ten aanzien van de retorica, die volgens hem vaker misleidend werkte dan dat ze de waarheid aan het licht bracht. Sporen daarvan kunnen we vandaag nog terugvinden in het pejoratief geladen woord ‘retoriek’. Met een vergelijkbaar wantrouwen las de Britse theatermaker Tim Etchells zich door een berg politieke toespraken van divers allooi, die ergens tussen 1950 en vandaag waren uitgesproken op partijcongressen, antikapitalistische bijeenkomsten, verkiezingscampagnes, enzovoort. Via dit materiaal trachtte hij toegang te krijgen tot de werkingen van de ‘speech of power’. Hij selecteerde een aantal fragmenten, vervormde, verknipte en combineerde die vervolgens tot een nieuwe speech, of misschien beter: een ‘speechmonster’. Op een indrukwekkende manier manoeuvreerde de performanceartieste Kate McIntosh, die de tekst op scène bracht, zich doorheen de meest uiteenlopende spreeksituaties en discoursen. De subtiele nuanceverschillen in haar stemtimbre, gelaatsuitdrukking en lichaamshouding benadrukten het belang van de vertolking: in de speech krijgt woord vlees.

Although we fell shorts tippelde een grillig pad uit. Iets wat je eerst aan de linkerkant van het politieke spectrum dacht te situeren bleek soms in het bestek van enkele zinnen over te hellen naar rechts. De overtuigingskracht van een politieke toespraak, haar vermogen om een groep toehoorders te beïnvloeden en te doen opgaan in een tijdelijk ‘wij’, werd voortdurend ondermijnd. Niet alleen doordat dat ‘wij’ telkens op andere groepen sloeg met andere achtergronden, gezindheden en belangen, maar ook omdat er een loopje werd genomen met enkele basisregels van de retorica. Volgens Aristoteles heeft de redenaar drie belangrijke middelen van overtuiging ter beschikking. ‘Ethos’ is het beroep dat de spreker doet op zijn eigen morele autoriteit of expertise om geloofwaardig te worden bevonden door zijn gehoor; ‘pathos’ omvat de middelen waarmee hij zijn publiek emotioneel kan raken, zoals onder meer de metafoor en de overdrijving; Togos’ tenslotte betreft de kunst van het logische redeneren. In de volgende bijzondere passage worden ze alle drie verwaarloosd of ontkracht:

Friends, we’ve come to the end of a longjourney and it is probably natural that tonight we feel some disappointment, but tomorrow we have to put all this behind us and work with each other and against each other to get our country moving in circles. We fought and fought and fought, we fought until there was no strength left in our bodies and no money left in our banks, until there were no car parts or packaging, and no resources, we fought as hard as we could. And although wefell short, the failure is y ours, not mine.

Aan het woord is een machthebber die de verantwoordelijkheid voor iets wat fout liep afwentelt op zijn onderdanen. Het aanvankelijke ‘wij’ wordt aan het eind namelijk ontmaskerd en opgedeeld in ‘ik’ en ‘jullie’. Dit fragment zou kunnen worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar de financiële crisis en het doorschuiven van de rekening ervan. In zijn tekstmonster maakte Etchells de misleidende, manipulatieve vermogens van de politieke toespraak transparant.

Powerlessness of power

Bij Matijevic en Chico bezat de speech geen overtuigingskracht meer, die diende immers te worden gedeconstrueerd. De performance-kunstenaars richtten hun pijlen net op de ‘powerlessness of speech’, de hedendaagse inflatie van het publieke spreken, inclusief die van de toespraak. Anders dan bij Etchells ontsproten de teksten voor Speech! van a tot z aan de verbeelding van de makers. Matijevic verwelkomde ons, of liever het fictieve spook-publiek tot wie zij zich richtte, in het Parliament House Resort (‘the most beloved oasis of the survivors of the twentieth century’), een club waar mensen tegen betaling konden leren speechen. Dit welkomstwoord fungeerde als een raamvertelling die een tiental korte oefentoespraken samenhield, waarbinnen op de koop toe nog eens aan andere speeches werd gerefereerd. De al te ingewikkelde La vache qui rit-structuur van de voorstelling deed soms duizelen, maar het basisidee stemde wel tot nadenken. Hoe moesten we deze absurde democratisering van de toespraak interpreteren? Als een wedergeboorte van de goede oude schoolse retorica die jongeren indertijd tot kritische en mondige burgers moest opleiden, maar dan in een nieuwe, geprivatiseerde vorm? Of als de verwording van de speech tot een vrijblijvende hobby, perfect aangepast aan de hedendaagse tsunami van getwitterde boodschapjes en meninkjes? Dat de klanten als ‘survivors of the twentieth century’ werden gekenschetst, scheen voor die eerste lezing te pleiten; maar de omschrijving van de club als een ‘oasis’ bevestigde tegelijk de tweede interpretatie. De informatiestroom nivelleert vandaag elk publiek spreken. Relevant of niet, er steekt nauwelijks iets boven het maaiveld uit.

De vraag rond de actuele waarde van de politieke toespraak impliceert ook de vraag naar de waarde van de hedendaagse politieke discoursen. In hoeverre spelen zij op een betekenisvolle manier in op de wereld zoals zij is? Speech! gaf wat dat betreft niet al te veel hoop. Met de degeneratie van het parlement tot het weinig respectabele Parliament House Resort, een hobbyclub voor speechers-in-spe, leken Matijevic en Chico te wijzen op de vertrouwenscrisis waarmee de traditionele politieke machten, hun instellingen en vertegenwoordigers vandaag krijgen af te rekenen. Op het wereldtoneel lopen intussen veel naakte keizers rond. Terwijl het protest op straat aanzwelt, slaagt de politieke klasse er niet in om wervende, visionaire antwoorden te formuleren op de grote ecologische en sociaaleconomische vraagstukken van onze tijd, met handen en voeten gebonden als ze is aan het pensee unique van het neoliberalisme. Als gevolg daarvan zijn vele politici het middel van de ‘ethos’ kwijtgespeeld: hun publieke geloofwaardigheid is tot op een dieptepunt gezakt.

De sprakeloosheid die gepaard gaat met de ‘powerlessness of power’ (de laatste variatie op het festivalthema, beloofd) kwam tot uiting in de toespraken die de romancier en stand-upcomedian Joost Vandecasteele schreef voor twee Vlaamse politici. Federaal parlementslid Gwendolyn Rutten en Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, Pascal Smet, brachten deze teksten in de grote zaal van het Kaaitheater. Snel werd duidelijk dat zij de handpopjes waren van Vandecasteele. Als ghostwriter with an attitude had hij hen van hun eigen taal beroofd en vervolgens zijn woorden in de mond gelegd. Dat was de verstomming maal twee. Ook de toespraken zelf illustreerden de sprakeloosheid van politici, net door opvallend openhartig te zijn. Zo had de liberale Rutten, of Vandecasteele doorheen Rutten, ongezouten kritiek op de deregule-ringsgolf van de jaren tachtig, de belangenverstrengeling van universiteiten en bedrijven, de reductie van de Europese Unie tot een economische gemeenschap, toonde ze begrip voor de Occupy-beweging en pleitte ze voor een federale kieskring en samenvallende verkiezingen: ‘We zijn bang geworden, voor grootse woorden, grootse ideeën, grootse uitspraken.’

Black power of speech

Viel er in Spoken World 2011 dan alleen maar kommer en kwel te rapen? Kon er bij de beschouwing van de hedendaagse politieke speech niets anders worden opgetekend dan misleiding, nivellering, sprakeloosheid en onmacht? Vooraf bladerend door de programmabrochure las I have a dream, de slotavond van het festival, als een welgekomen happy end. Hoe sympathiek het opzet echter ook was om een diverse groep Brusselse jongeren tussen 15 en 25 jaar oud een podium te geven om het over hun dromen te hebben, maar weinig van hun teksten konden echt beklijven. Dé positieve noot van Spoken World 2011 was Black power of speech, een hartverwarmende avond met twee levende legendes uit de wereld van het Afro-Amerikaanse spoken word. Toen hij nog luisterde naar de naam Le Roi Jones, maakte Amiri Baraka deel uit van de beruchte Beat Poets. Saul Williams, die sinds hij kon lezen opkeek naar Baraka, is vandaag een succesvolle dichter-performer en hiphopartiest. Beiden brachten die avond in het Kaaitheater lange politieke gedichten met een stuwend ritme en een prachtige beeldspraak. De dichtbundels en YouTube-filmpjes die ik nadien opzocht, waren flauwe echo’s van een overweldigende live-ervaring. Beide dichters belichaamden hun woorden ten volle. In Sha-Clack-Clack bijvoorbeeld schakelde Williams van praten over op zingend spreken, ontvlamde ergens halverwege de tekst in woede, riep ‘sha-clack-clack!’, waarmee hij het geluid van de zweepslagen van slavendrijvers nabootste, een gewelddaad die hij datzelfde moment met zijn hele lichaam krachtig uitbeeldde. Niks geen kritische distantie hier, alleen maar emotionele overgave. De poëzieperformances van Baraka en Williams riepen een gevoel van strijdlust op, zelfs al was hun strijd – die voor de emancipatie van Afro-Amerikanen – de mijne niet. Geen sprakeloosheid en onmacht hier, maar volop de ‘powers of speech’: ‘Sha-clack-clack!’

www.kaaitheater.be

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

essay
Leestijd 8 — 11 minuten

#128

01.03.2012

31.05.2012

Sébastien Hendrickx

Sébastien Hendrickx is lid van de kleine redactie van Etcetera, schrijft over podiumkunsten en beeldende kunst, doceert in het KASK en en werkt als dramaturg en podiumkunstenaar.

 

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!