© Alessandro Sala

Charlotte De Somviele

Leestijd 3 — 6 minuten

Softcore – a Hardcore Encounter – Lisa Vereertbrugghen

In de ban van de beat

Softcore – a Hardcore Encounter houdt het midden tussen een poëtische dance lecture, een secure bewegingsstudie en een opzwepend tranceritueel, gewijd aan hardcore. Lisa Vereertbrugghen maakt de gabber in zichzelf (en in ons) wakker.

“Aan 200 beats per minuut denk je niet na. Er is geen ruimte voor zelfexpressie, noch om bezig te zijn met zelfrepresentatie.” Het is precies die vrijheid die zich aftekent wanneer je Lisa Vereertbrugghen enkele minuten aan het werk hebt gezien. Ze lijkt niet geconditioneerd door een blik van buitenaf of binnenin. Het enige wat haar stuurt is het genadeloze ritme van de muziek en daarbuiten bestaat er niets.

De laatste twee jaar dompelde de choreografe, die na omzwervingen in Amsterdam en Berlijn in Brussel landde, zich onder in de subcultuur van hardcoretechno. Denk: jaren negentig, gabbers met kale koppen, Thunderdome, jumpen op Nike Air Max, Cavello-trainingspakken met bomberjacks… Geen enkele van die clubcultuur-markers neemt Vereertbrugghen echter over in Softcore – a Hardcore Encounter. Blijven over: dans, loeiharde beats en bassen en een strak gabbervlechtje.

Plateaus van intensiteit

Wie ervan uitgaat dat je in deze gestripte set-up na vijf minuten op hardcore uitgekeken bent: think again. Het bewegingsmateriaal mag dan wel repetitief zijn, Vereertbrugghen heeft de vorm minutieus doorgrond en zich eigen gemaakt. De ernst en het engagement waarmee ze het genre voor ons openplooit, staat veraf van de vaak dweperige of ironische hipsterstijl waarmee heel wat alumni van de Amsterdamse School voor Nieuwe Dansontwikkeling (SNDO) populaire cultuur opvoeren in hun werk.

Fascinerend is de opbouw om in de flow te geraken, zo toont Vereertbrugghen in de openingsscène. Met gesloten ogen bereidt ze haar lichaam voor op de trance: lichtjes pingpongt ze met haar hoofd heen en weer, alsof ze de muziek mentaal hoort en zichzelf alert maakt om te kunnen reageren op elke impuls. De handen ‘hakken’ ingehouden door de lucht, een tik voor elke beat. De voeten ‘shuffelen’ ter plekke en ‘gliden’ daarna over de vloer (een beetje zoals lopen, maar dan zonder vooruit te bewegen). Wanneer de danseres – zo vertelt ze later in de voorstelling – “the pulsation in the spine” voelt en de ruwe bassen de lucht doen trillen, schiet ze in actie. Haar bewegingen worden trefzekerder en agressiever, de mentale coördinatie dieper, evenals de extase.

Eerder dan een climax te zoeken, werkt hardcore met “plateaus of intensity”, zo licht de choreografe toe. Soms zijn je voeten en handen out of sync en moet je even stoppen om je flow terug te vinden. Vaak verlies je je gevoel voor tijd. Frappant om te zien hoeveel hardcore weg heeft van folkloredans op speed.

Paradoxen

Gabbercore geloofwaardig belichamen als professionele danseres met een achtergrond in hedendaagse dans is één zaak. Er een gelaagde choreografie uit puren is een andere. Maar Vereertbrugghen doet het overtuigend, onder andere door de paradoxen uit te spelen die al in de dansvorm besloten liggen. Zo wisselt ze vakkundig tussen stilte en noise, tussen versnelling en vertraging en plaatst ze het hardcore dansregister tegenover haar softcore lichaam dat de bewegingen uitvoert. Na de opzwepende intro volgt een verstild moment waarbij Vereertbruggen tactiel scherpstelt op de transformativiteit van haar lijf: “my body is fluffy, buttery, mooshy, it’s gelatine…”

Het maakt dat je plots een andere blik ontwikkelt op die nerveuze dansstijl die hardcore heet. Het lijkt op het eerste zicht niet zo, maar als gabber-danser voer je geen vooraf bedacht nummertje op, maar ben je eigenlijk erg open en aandachtig voor de puls van de muziek (soundman Michael Langeder boort hier overigens een breed palet aan, van industriële hardcore tot spacy techno en minimalistische beats). En hoewel het een individuele dansstijl is waarbij je erg op jezelf gericht bent om de snelheid van de house te kunnen bijbenen, wordt duidelijk dat het het sociale precies zit in de gemeenschappelijkheid van die hypergefocuste verhouding tot de muziek.  

Verslavende drug

Vereertbrugghen laat niet alleen haar choreografie, maar ook haar woorden beïnvloeden door de hardcore/softcore-dynamiek. Ze herhaalt en herkauwt de reeks adjectieven over de zachte kern van haar lichaam tot ze een zintuiglijk slow motion effect krijgen, bijna zoals een mantra. Dat zal ze later in de voorstelling nog vaker doen, bijvoorbeeld wanneer ze stukken tekst, waarin ze van binnenuit vertelt hoe de dans ‘werkt’, begint te rappen op het ritme van de soundtrack. Mooi hoe taal en beweging rond dezelfde principes cirkelen in deze lecture dance.

Ook in de relatie tot het publiek laat Vereertbrugghen de eigenheid van hardcoredans zien, bijvoorbeeld door niet alleen frontaal te dansen, maar ook tussen de toeschouwers in. Jozef Wouters’ Decoratelier, een voormalige kartonfabriek in de Brusselse Heyvaertwijk waar iedereen dicht bij elkaar gepakt op de grond zit, dient zich aan als ideale locatie. Het is niet alleen spannend maar ook intiem om te zien hoe iemand zich zo radicaal overgeeft aan iets buiten zichzelf en dat steeds opnieuw, als was het een verslavende drug. Samen met honderd mensen kijk je naar een vrouw die volledig in zichzelf is gekeerd, en ook dat contrast heeft op zijn beurt iets bezwerend. Door de felle spots zie je niet langer Vereertbrugghens gezicht, maar enkel het zwarte negatief van haar lichaam, volledig in de ban van de beat. Nooit gedacht dat hakken zo meeslepend kon zijn.

recensie
Leestijd 3 — 6 minuten

Charlotte De Somviele

Charlotte De Somviele is als onderwijsassistente verbonden aan de vakgroep Visual Poetics (UAntwerpen). Ze schrijft freelance over dans en theater voor o.a. De Standaard en is lid van de kleine redactie van Etcetera. 

recensie