Johan Thielemans

Leestijd 3 — 6 minuten

Sluiswachters

Een standpunt over de kunstencentra

In het Vlaamse theaterlandschap tekende zich in de afgelopen jaren een probleem af dat zich niet situeerde bij de theatermakers, maar bij de organisatoren. In de jaren tachtig hebben we mogen meemaken dat iedereen op dat niveau de mond vol had over profilering. Het heette dat het publiek recht had op standpunten en duidelijke keuzes. Gedaan met de verderfelijke theorie waarbij pluralisme, een brede interesse en een bezorgd zijn om de rijke verscheidenheid die cultuur heet, de eerste bekommernis was. Het ging erom om mee te schrijven aan de mars van de geschiedenis.

Om daarbij een rol te spelen, moest je beslissen wie de voortrekkers waren, en eens je dat wist, loonde het nog alleen maar de moeite je organisatorische energie aan de uitverkorenen te verspillen. Profilering leidde in de praktijk tot uitsluiting en verenging, en in de commentaren en rechtvaardigingen sloop vaak een dogmatische toon binnen. Het jonge Vlaanderen had in de jaren tachtig de bekeringsijver van het modernisme ontdekt, en al is deze opstelling overal elders als voorbijgestreefd gebrandmerkt, in Vlaanderen had men het licht uitgevonden.

De organisatoren, die sluiswachters bij heel smalle beekjes dreigen te worden, hebben ondertussen een heel groot ego opgebouwd. Zij praten over hun schouwburgen als over ‘hun huis’, en ze laten er slechts die kunstenaars toe die ze graag ontvangen. Deze houding wordt zowel in het Nieuwpoorttheater als in deSingel goedgepraat uit hoofde van ‘smaak’ of van ‘intuïtie’. Omdat de sluiswachters vaak uit een idealistische impuls en met weinig medewerking vanuit de overheid moeten werken, zijn hun ‘huizen’ (groot of klein) een stuk van henzelf geworden. Ze werken er zich te pletter en willen er ten minste arbeidsvreugde aan overhouden. Dat is natuurlijk allemaal gezond. Alleen moeten de sluiswachters niet alleen van ‘smaak’ getuigen, maar ook van alertheid, en op dat punt valt er veel aan te merken. Je mag toch de vraag stellen wat bijvoorbeeld de onbenullige leukerds van de Franse groep Grand Magasin in deSingel kwamen doen, als het in datzelfde, rijk begiftigd huis ondertussen onmogelijk bleek om Vlaanderen in te lichten over wat er al die tijd in Nederland aan het gebeuren was (we willen de pijnlijke geschiedenis rond de Blauwe Maandag Compagnie hier zelfs buiten beschouwing laten). Het kan toch niet dat Het Theaterfestival, wat hoort een recapitulatie van het beste te zijn, in Antwerpen de functie heeft van een festival van verlate premières. En het gaat toch goed mis als Antwerpen, en dus deSingel, er al die jaren niet in geslaagd is de theaterarbeid van onze emigrant Sam Bogaerts te tonen. Dan loopt het met de prioriteiten grondig fout.

Eigen smaak (wat niet altijd goede of juiste smaak is) was in vele gevallen een te smalle basis. Het gebrek aan alertheid is tijdens dit seizoen weer eens gebleken toen Thyestes van Dora van der Groen oorspronkelijk zo goed als nergens in Vlaanderen gekocht werd (Brugge en Turnhout waren de loffelijke uitzonderingen). Bij zulke beslissingen ga ik mij ongemakkelijk voelen.

Mijn vrees is dat in de toekomst de toestand er niet beter op wordt. De sluiswachters maken nu een kans om meer middelen en dus meer macht te krijgen van het ogenblik dat het langverwachte nieuwe decreet er aankomt. Daarin wordt een grote rol toebedeeld aan wat ‘kunstencentra’ heet. De bedoeling van de wetgever is lovenswaardig, want hij wil een structuur scheppen waarbij het geld dat nu langs de projectenpot vaak bij mensen komt die een logistieke basis missen, beter zou renderen. Maar de implicatie is (en dit staat niet in het decreet) dat de sluiswachters niet de fiere bewoners van hun exclusieve huizen zijn, maar dat ze zich in de eerste plaats opstellen als mensen die helpen (je durft het woordje dienen niet schrijven, want dat ligt in de cultuursector niet goed in de markt). Daarom is het nodig dat de sluiswachters scherp in het oog worden gehouden, want het publiek heeft recht op informatie, en het is een van de redenen waarom de belastingbetaler bereid is subsidie te laten uitbetalen. Gewetensonderzoek van de sluiswachters is dus absoluut noodzakelijk. Cultuur zonder brede, onvoorspelbare belangstelling is wancultuur. Cultuur onder vriendjes is de cultuur van de oogkleppen. Eigenzinnigheid verwachten en eisen we van de kunstenaars. Tot nader order zijn de sluiswachters geen kunstenaars.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

opinie
Leestijd 3 — 6 minuten

#84

15.12.2002

14.03.2003

Johan Thielemans

Johan Thielemans stond mee aan de wieg van Etcetera. Hij doceerde aan de tolkenschool Gent en is nu gastprofessor theatergeschiedenis aan het Conservatorium van Antwerpen. Hij schreef boeken over Hugo Claus en Gerard Mortier, creëerde twee operalibretto’s en maakte uitzendingen over Amerikaanse cultuur voor Radio 3. Hij was ook voorzitter van de Theatercommissie en van de Raad voor Kunsten.