Rudolf Werthen / Jan Simoen

Leestijd 7 — 10 minuten

Rudolf Werthen

“Onze maatschappij heeft behoefte aan evenwicht; artistiek terrorisme en anarchisme schrikken mij af.”

Zangers moeten niet op hun buik gaan liggen omdat een regisseur dat wil en cultuurhuizen moeten meer gerund worden als privé-ondernemingen. Een gesprek met Rudolf Werthen, kunstenaar, manager en ontslagnemend muziekdirecteur van de Vlos.

Etcetera: Na drie seizoenen legt u uw taak als muziekdirecteur van de Vlaamse Opera neer. Waarom?

Werthen: De functie van muziekdirecteur is zeer tijdrovend. Naast het dirigeren zorgt ze voor heel wat administratieve en organisatorische beslommeringen. Mijn dirigentencarrière die ik verder wil uitbouwen, veronderstelt een grote mate van vrijheid. Die ontbeer je, als je gebonden bent aan een instelling als de Vlaamse Opera. Bij de stichting van de Vlaamse Opera heeft Gerard Mortier mij verzocht een orkest op te richten en op te leiden. Daarvoor was contractueel een tijdspanne van drie seizoenen voorzien. Ik heb deze termijn uitgediend. De afspraak met Marc Clémeur is dat ik hier blijf als dirigent, maar niet als muziekdirecteur; een combinatie van beide functies is voor mij niet langer haalbaar. Een hele reeks concerten met het orkest van de Vlaamse Opera is al gepland. Of ik hier nog operaprodukties zal dirigeren hangt af van de programmering en van mijn beschikbaarheid. Zes weken voor een opera-produktie uittrekken is niet gemakkelijk, als je er rekening mee houdt dat ik jaarlijks een honderdtal concerten in binnen – en buitenland verzorg.

Etcetera: Hebt u met Marc Clémeur op dezelfde manier kunnen samenwerken als met Gerard Mortier?

Werthen: Het is al erg positief dat Marc Clémeur mij de gelegenheid gegeven heeft, mijn werk met het orkest af te maken. Ik zou het normaal gevonden hebben dat een nieuwe intendant een nieuwe muziekdirecteur zou gekozen hebben. De eerste twee seizoenen van de Vlaamse opera waren nog grotendeels het werk van Mortier. Zijn muzikale medewerkers van het eerste uur, koorleider Peter Burian en ikzelf, zijn nu ook weg. Welke richting het nu met de Vlaamse Opera uitgaat, dat zal de toekomst uitwijzen.

Alle ambities die ik had, heb ik in die korte periode niet kunnen waarmaken. Ik had zelfs contact met grote platenfirma’s, maar het orkest was er op dat moment nog niet rijp voor. Nu het dat wel is, hoop ik dat er op dit vlak een en ander mogelijk blijft, maar dat hangt niet alleen van mij af. Ook de ‘sound’ die ik het orkest meegegeven heb, is belangrijk. Deze is het resultaat van een bepaalde opvoeding, waarbij ik vooral van mijn ervaring als violist gebruik heb kunnen maken. Ik heb hetzelfde klankideaal nagestreefd als met I Fiamminghi. De kwaliteit van het orkest van de Vlaamse Opera moest dat van het doorsnee operaorkest overtreffen. Ik hoop dat mijn opvolgers dat blijven waarmaken.

De tempi van Tsjaikovski

Etcetera: Kan zo’n ensemble samengehouden worden?

Werthen: De werkvoorwaarden die een opera kan bieden zijn vrij ongunstig. Eens de eerste euforie voorbij, zit de kans erin dat solisten zullen verhuizen naar andere ensembles. Daarbij speelt niet zozeer het geld een rol – voor orkestmusici gelden in België vaste barema’s – als wel de werkvoorwaarden. Aan de leden van een opera-orkest worden zware eisen gesteld. Ze zitten meestal in de ‘bak’; hun taak, het begeleiden van een zanger, is erg delicaat, toch treden ze weinig op de voorgrond. Er wordt lang gerepeteerd, er is veel avondwerk mee gemoeid. Eenzelfde opera wordt vaak gespeeld, wat tot een zekere monotonie aanleiding kan geven. Daarom is het noodzakelijk dat het orkest ter afwisseling symfonische concerten geeft. Het betekent een grotere uitdaging voor een publiek op te treden dan ter ondersteuning van een zanger te fungeren, die alle aandacht krijgt. De begeleiding van een opera is daarenboven muzikaal vaak minder boeiend dan het spelen van symfonisch werk.

Etcetera: Hoe hebt u de samenwerking met de regisseurs ervaren?

Werthen: Dit lijkt mij een vrij delicaat punt in de evolutie van de operapraktijk. Er is een grote discrepantie in de benadering van regie en muziek. Deze laatste moet zo authentiek mogelijk worden uitgevoerd. Diegene die dat niet doet, wordt met de vinger gewezen. Theatraal gaat men daarentegen zo ver mogelijk weg van die authenticiteit. Ik heb het erg moeilijk met een regie die het oorspronkelijk opzet van de librettist of componist niet respecteert.

Sommige regisseurs houden met de muziek absoluut geen rekening. Deze wordt gewoon ondergeschikt gemaakt aan een vooropgezet idee. Zij vormt niet meer dan een aanleiding.

Daar heb ik het als musicus heel moeilijk mee. Men mag ook niet alle regisseurs over dezelfde kam scheren. Met Adolf Dresen heb ik uitstekend samengewerkt. Zijn regie van Eugen en Onegin was zo geslaagd omdat er een synergie ontstond tussen de muzikale en de theatrale taal. Ik ben een tegenstander van coupures. Zij zijn voor mij enkel denkbaar als ze muzikaal verantwoord zijn. Traditionele coupures zijn vaak misplaatst, ze zijn te wijten aan het feit dat de weggelaten stukken niet correct uitgevoerd of niet begrepen werden. Voor Eugen en Onegin kon ik beschikken over een originele Russischepartituur met Tsjaikovski’s metronoomaanduidingen. Ik heb bestaande opnames beluisterd, geen enkele was conform aan die partituur. Voor de produktie in de Vlaamse Opera heb ik me gebaseerd op de door Tsjaikovski gewilde tempi. Voor Peter Burian was dat aanvankelijk een schok. Geen van de dirigenten met wie hij gewerkt had, had zulke tempi gekozen. Achteraf spraken de zangers hun tevredenheid uit over mijn benadering. Zij hadden voor de eerste maal het gevoel de exacte tempi te kunnen aanhouden die een natuurlijke frasering mogelijk maakten. Het bleek dus lonend te zijn rekening te houden met de bedoelingen van de componist voor de praktijk van de opvoering.

Sterren en egotrippers

Etcetera: In het gesproken toneel bestaan die scrupules om in de tekst in te grijpen helemaal niet.

Werthen: Het zijn dan ook twee verschillende werelden. In het gesproken toneel is vooral één element belangrijk: de taal. In de opera moet je rekening houden met twee elementen: de taal en de muziek. Beide hebben ze hun eigenheid, ze staan in een dialectische relatie tot elkaar. Aan dat evenwicht raken is heel delicaat. Zulke ingrepen worden een vorm van censuur. De regisseur gaat eigenmachtig verklaren dat een passage niet goed is of niet met zijn intenties overeenstemt. Hij berooft de toeschouwer van de mogelijkheid daarover zijn eigen mening te vormen. De vrijheid van het publiek wordt op die manier beperkt en dat vind ik gevaarlijk.

Etcetera: Met Guy Joosten waren er strubbelingen over een coupure in La Cenerentola?

Werthen: Ik heb hem gezegd dat ik daarmee niet kon instemmen. Ik vind de aria van Don Magnifico ‘Noi Don Magnifico…’niet alleen een erg leuke scène, maar wat de muziek betreft ook typsch Rossiniaans. Joosten zei dan weer dat het technisch niet haalbaar was en dat het niet in zijn concept paste. So what? Ik ben niet iemand die ruzie maakt, dus de regisseur heeft zijn zin gekregen.

Etcetera: Waren de zangers makkelijker om mee te werken?

Werthen: Ook zangers proberen om de meest uiteenlopende redenen de partituur naar hun hand te zetten. Goede zangers doen dat niet. Als dirigent moet je rekening houden met de technische mogelijkheden van de solist. Je wordt echter soms geconfronteerd met sterallures waarop je alleen met nuchterheid en humor kan reageren. Er zijn ongelooflijke egotrippers bij met wie je niet kan praten, voor wie alleen hun stem telt. Sommige zangers willen niet doen wat de regisseur van hen vraagt. Dat stoort vooral de regisseur.

Wat sommige regisseurs van een zanger verlangen, stoort mij ook. Het kan niet de bedoeling zijn dat een zanger plat op zijn buik moet gaan liggen waardoor hij geen adem krijgt. Dat men zich daar tegen verzet, begrijp ik maar al te goed. Zuiver technisch staat zingen het acteren soms in de weg. Voor een zanger bestaat er geen grotere luxe, dan vooraan op de bühne te gaan staan, zijn ene voet vooruit, de schouders naar achter om dan uit volle borst te zingen. Nu komt het zingen vaak op de tweede plaats. De muziek als een begeleidend verschijnsel bij een reeks beelden. Dat is een gevolg van onze beeldcultuur. Wat we in het theater zien is vaak pure televisie: zoveel mogelijk actie, rook- en lichteffecten. Een zekere vorm van soberheid lijkt hier aangewezen, er moet ruimte blijven voor de fantasie van de toeschouwer. Muziek en kunst impliceren emotie, maar mogen geen gevoel van afkeer genereren. Onze maatschappij heeft integendeel meer behoefte aan evenwicht. Het artistieke terrorisme en anarchisme schrikken me af.

Minder subsidies a.u.b.

Etcetera: U gaat er prat op I Fiamminghi als een KMO te runnen. Ziet u die mogelijkheid voor de opera?

Werthen: We zullen die richting moeten uitgaan, want we leven in een situatie die onhoudbaar is op lange termijn. Dat opera zo duur is, is historisch gegroeid. Sterren worden gesubsidieerd die vier- tot zevenhonderdduizend frank per avond verlangen. Wij laten toe dat de belastingbetaler daarvoor opdraait. Er is nu eenmaal een markt gecreëerd, waar vraag en aanbod de prijzen dicteren. Operadirecteurs zouden maximumgages moeten afspreken.

Niet alleen zangers maken opera zo duur. Het is de hele context waarin opera geproduceerd wordt, die daarvoor verantwoordelijk is. Het kan ook anders. Ik werk in dit verband een strategie uit. Ik denk zelfs aan projecten los van een instituut. Ik ga met I Fiamminghi zeker opera doen. De Vlaamse Opera en de Munt zitten vast in een bepaald stramien, waardoor zij niet buiten een zware subsidiëring kunnen. Met minder geld kan evenveel kwaliteit geleverd worden.

Maar ook operahuizen zouden de nodige inventiviteit aan de dag moeten leggen om hun eigen inkomsten te vergroten. Reisvoorstellingen zouden hiervoor erg geschikt zijn. Het getuigt van weinig vooruitziendheid als men zeven voorstellingen van een produktie geeft en die dan wegbrgt met het argument dat ze nergens anders kan gespeeld worden, omdat de decors te groot zijn of omdat men te veel technici nodig heeft om ze op te bouwen. Het project waaraan ik denk zal zich richten op festivals en zalen in binnen- en buitenland. In der produktie zal dus van bij het beginstadium een technische flexibiliteit moeten worden ingecalculeerd.

Alle cultuurondernemingen in Vlaanderen zouden als privé-ondernemingen moeten worden gerund. Ik ben voorstander van de privé-onderneming met efficiënte en flexibele structuren die zich aan de veranderende markt kunnen aanpassen. Iets dergelijks moet op artistiek vlak nagestreefd worden. Ik ga niet zover als prof. De Grauwe, maar ik ben voorstander van minder en veel selectiever uitgekeerde subsidies. Subsidiëring zou enkel mogen gebeuren op basis van kwaliteit en niet op basis van het verlies dat men maakt. Hoe meer verlies je maakt des te meer je toegestopt krijgt. Met I Fiamminghi werden wij in het verleden bijna afgestraft, omdat we het goed deden. Men vond dat wij die subsidies minder nodig hadden dan orkesten die slecht gerund werden en de verliezen opstapelden. Subsidies kunnen worden verdiend door hard te werken.

Alleen kunst telt…

Etcetera: U lijkt wel een geboren operadirecteur…

Werthen: Ik ben er inderdaad van overtuigd dat ik een goede operadirecteur zou kunnen zijn.

Als wij in Vlaanderen zouden afstappen van een soms ver doorgedreven vorm van cultuur -protectionisme dan zouden wij door het buitenland au sérieux worden genomen. Het is niet omdat er een eenmalig artikel in Opernwelt of Die Welt verschijnt dat we victorie moeten kraaien. Als je als operahuis 500 miljoen krijgt is het evident dat je internationaal niveau haalt, anders ben je al dat geld niet waard.

Maar dat internationale niveau mag geen doel op zichzelf zijn. Je moet ook zorgen dat meer mensen dan de gebruikelijke happy few een culturele manifestatie kunnen meemaken. Ik kan me er niet mee verzoenen dat slechts een kleine achtduizend mensen Tosca “live” hebben kunnen zien. Potentieel bestaat er een groot publiek voor opera. Het komt niet aan zijn trekken omdat wij hier een situatie gecreëerd hebben die dat verhindert. Waar ik naartoe wil is dat veel meer mensen van muziek kunnen genieten, dat veel meer mensen door contact met cultuur een andere manier van leven gaan ontwikkelen.

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

interview
Leestijd 7 — 10 minuten

#38

15.05.1992

14.08.1992

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!