© Chris Van der Burght

Evelyne Coussens

Leestijd 4 — 7 minuten

Requiem pour L. – Fabrizio Cassol, Alain Platel & Les Ballets C de la B

Hoe verhouden wij ons tot de dood – hier in het Westen, op andere continenten, of gewoon, tout court, als mens? Is het denkbaar dat verlies winst is, afscheid een feest, dat een kleurrijk bloemmotief uitpiept onder een zwarte rouwjas? Alain Platel en Fabrizio Cassol maken van Requiem pour L. een gebeuren dat zowel in disciplines, in tradities als in emoties een brug slaat tussen begrippen waartussen gewoonlijk hoge muren staan.

Wie het ooit heeft meegemaakt herkent het onmiddellijk: het moment waarop het leven wijkt, waarop, soms na lange uren van bang wachten, als van de ene seconde op de andere een doodsmasker verschijnt waar daarnet nog een menselijk gelaat zat. Er is dan geen twijfel meer: dit is niet langer een mens, maar een dood lichaam. Dat moment is heftig, ondanks de afstand van het videobeeld, zelfs in de wetenschap dat het moment avond aan avond wordt hernomen als onderdeel van een kunstwerk. Hoeveel realiteit kan een podium verdragen? Romeo Castellucci nam zijn publiek in Orphée et Eurydice (2014) live mee in de kamer van een vrouw met het locked-in syndroom, Platel toont de honderd laatste minuten van een mens. Wij, de levenden, kijken daarnaar – voor ons plezier? Of wat hopen we in deze ervaring te vinden? Wat hoopt Platel te veroorzaken?

Wie het sterven in beeld brengt, wie van de dood een spektakel maakt – in de meest primaire zin: een gebeuren door omstaanders gezien – weet dat de smet van slechte smaak voortdurend op de loer ligt. Platel en Cassol kunnen niet van zo’n onkiesheid worden beticht. De hele setting van Requiem pour L. getuigt van sereniteit. Het beeld vult de achterwand maar is statisch, in terughoudend zwart-wit. Met halfgesloten ogen leunt L. achteruit in een kussen met aandoenlijk bloemmotief; ze bevochtigt de lippen, wrijft zich in de ogen. Af en toe verschijnt er een hand in beeld, die zachtjes haar bovenarm streelt. Terwijl L. leegstroomt, vult de grote bühne zich met volk. Het begint met accordeonist João Barradas, die zich door de zwarte rechthoekige blokken op het podium een weg baant naar voren, waar een stapeltje stenen ligt. Hij voegt zijn steen toe en zet aan met een ijle, iele  tremelo die eerst aan kracht lijkt te winnen maar vervolgens weer wegsterft – het leven verdwijnt niet uit als een gestaag leegstromend bad, maar in opstandige gulpen.

“Platel toont de honderd laatste minuten van een mens. Wij, de levenden, kijken daarnaar – voor ons plezier? Of wat hopen we in deze ervaring te vinden?”

De andere musici volgen druppelsgewijs en het wordt druk daar op de bühne, zonder dat de groep ooit de massale collectiviteit aanneemt van bijvoorbeeld het koor in C(H)ŒURS (2012). Veertien zangers en musici zullen uiteindelijk in dialoog gaan met zowel het beeldscherm achter hen als met het publiek voor hen, want in Requiem pour L. gaat het zowel om ons als om L. Misschien voorzag Platel dat de aantrekkingskracht  – er is geen ander woord – van de dood, vervat in het beeld van een stervende mens, alle aandacht naar zich zou toezuigen en maakte hij daarom van Requiem pour L. een voorstelling zonder klassieke choreografie. Dat betekent niet dat er niet wordt gedanst, integendeel – de musici maken de muziek fysiek, de lichamen van alle aanwezigen (van de drie lyrische stemmen over de drie zangers uit de orale traditie tot de gitaristen, de tubaspeler en de accordeonist) worden nu eens individueel, dan weer in groep voortgestuwd door de vitale compositie van Fabrizio Cassol.

Cassol onderwierp Mozarts Requiem aan een metamorfose die nauwelijks te vatten is in termen van kleur, traditie of cultuur: alle muzikale elementen hebben elkaar zozeer aangeraakt en beïnvloed dat ze geen lasagna vormen van verschillende laagjes, maar een cocktail waaruit bij elke slok een verschillende smaaktoets opspeelt. De geijkte onderdelen van de dodenmis en de klassiek geschoolde stemmen (sopraan, alt, bariton), laten zich vrolijk aansteken door meer volkse instrumenten als accordeon en tuba, slagwerker Michel Seba krijgt het gezelschap van drie collega’s op de duimpiano en alleman of allevrouw neuriet, knipt met de vingers of bespeelt het eigen lichaam als slaginstrument. Geen patchwork is dit van westerse en niet-westerse invloeden, maar ook geen blend, geen egaal gemaakte klankenwereld – het is, simpelweg, wat het is – muziek van de wereld, van leven en dood? Of klinkt dat te zweverig?

“Wat Requiem pour L. vooral doet – op artistiek en emotioneel vlak – is het opheffen van opposities. Zang staat niet tegenover dans, westers niet tegenover niet-westers, verdriet niet tegenover vreugde.”

Een paar keer maar is er op het beeld ‘actie’ te zien, van de meest minimale soort: een lichte glimlach om de mond van L., lippen die zich even tuiten in een kus. De hele tijd wordt er goed voor L. gezorgd, zowel door haar naasten on screen als door de groep onbekenden die off screen zijn gezangen, gebeden, woorden en glimlach ook tot haar richt. Zou het kunnen dat tegenover de dood niet het leven staat, maar de liefde, vooral die voor dat leven zelf? Zijdelings in beeld verschijnt de arts, die haar (wellicht) vraagt of ze er klaar voor is en even haar wang streelt. De performers maken nu ruim baan voor het beeld, stellen zich op aan weerszijden van de bühne. Alleen de trillende mondhoeken van L. verraden dat ze even huilt, terwijl de tuba als een misthoorn het teken blaast voor vertrek. Over L.’s haren strelen nu vingers die bijna niet meer aanraken. De mond van L. zakt open.

De dood is niet voor niets de grote gelijkmaker. Wat Requiem pour L. vooral doet – op artistiek en emotioneel vlak – is het opheffen van opposities. Zang staat niet tegenover dans, westers niet tegenover niet-westers, verdriet niet tegenover vreugde. De musici dragen tegelijkertijd fleurige hemdjes én zwarte rouwjasjes. Ze zijn de verpersoonlijking van de idee dat het leven niet verloopt in vast afgebakende categorieën, maar dat het op elk moment veel dingen tegelijk is. Net zoals dit kunstwerk zelf opera, concert, dansvoorstelling en eerbetoon in één is. Die gedachte zal de ene mens houvast ontnemen, een ander zal er troost uit putten. Sowieso maakt het ongemakkelijk, zo’n open einde, want Platel en Cassol sturen ons naar huis zonder afgerond verhaal. Maar laat nu net daarin de kracht schuilen van Requiem pour L.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 4 — 7 minuten

#151

15.12.2017

14.03.2018

Evelyne Coussens

Evelyne Coussens is freelance cultuurjournalist voor De Morgen en verschillende cultuurmedia, waaronder Ons Erfdeel, rekto:verso en Staalkaart. Ze is lid van de grote redactie van Etcetera.