Etcetera

Leestijd 7 — 10 minuten

Raad van Advies voor de Toneelkunst …und kein Ende

De samenstelling van de nieuwe RAT en de subsidies voor het seizoen 1988-1989 werden in juni bekendgemaakt. Etcetera plaatst deze gegevens in een context van feiten en citaten sinds 1983, zijn eerste jaargang.

Juni 1983

“Deskundigheid van mensen in de raden komt na hun politieke kleur. Het is normaal dat bij dergelijke prioriteiten de norm “kwaliteit” geen rol heeft gespeeld bij het beleid tot nu toe.” (Etcetera 3)

Januari 1984

“Mijn taak is voorwaarden te scheppen opdat er kwaliteit zou geleverd worden… Daarom ben ik begonnen met te zeggen dat ik een nieuwe adviescommissie wens te installeren, waarvan de eerste taak zal zijn het evalueren van het bestaande decreet, en het onderzoeken van een aantal voorstellen. U hebt groot gelijk, er wordt aan touwtrekkerij gedaan en er is geen duidelijk beleid.” (Karel Poma, minister van Cultuur, in Etcetera 5)

Juli 1984

“De nieuwe adviescommissie lijkt op het eerste gezicht inderdaad samengesteld vanuit een bredere basis. Naar verluidt zijn deze namen bij elkaar geraakt na, zelfs voor Belgische politieke zeden, uitzonderlijk heftig gelobby vanuit de politieke partijen, culturele groeperingen en vakbonden… Niemand van dit gezelschap heeft zich al onderscheiden door duidelijke analyses van het huidige en noodzakelijke theaterbeleid.” (Etcetera 7)

Oktober 1985

“Eén ding is zeker: het artistieke aanbod moet in de eerste plaats de subsidiëring en de vorm bepalen en niet omgekeerd… Gezien één minister van cultuur niet alles kan volgen, zou dit pleiten voor een RAT, wellicht beperkter in omvang dan de huidige structuur, die op dagelijkse basis en in een intense dialoog met de theatermakers voorstellen voor een beleid uitwerkt. Visie op een geheel betekent: weten wat er gaande is en wat komen gaat, inzicht hebben in de geschiedenis en traditie, oog hebben voor mobiliteit en verscheidenheid, groei stimuleren, daarbij ook lettend op het ritme van die groei, openheid verdedigen en geen elementen, hoe “vreemd” ook, uitsluiten.” (Etcetera 12)

April 1986

“Wanneer dit nummer van Etcetera verschijnt zal Minister Dewael voor het eerst gepraat hebben met zijn Raad van Advies voor de Toneelkunst (RAT). Om nieuwe categorieën uit te dokteren? Om oude bij te schaven? We kunnen alleen maar hopen dat de Minister en zijn staf zelf de nodige creativiteit aan de dag zullen leggen of alleszins de vrije ruimte zullen geven aan die creativiteit… Als elke creatie de organisatievorm zoekt die ze nodig heeft, dan zullen de modellen voor een beleid zeer talrijk zijn. Eén ding is zeker: werkbare modellen groeien uit de praktijk, ze zijn constant in ontwikkeling; ze worden niet geboren in ministeriële bureaus en dan eens en voor goed in decreten vastgelegd.” (Etcetera 13)

September 1986

“De artiest wordt monddood geslagen; voor de noden van zijn werk heeft men geen oor; het theater wordt vandaag meer en meer belaagd door vijanden-buitenstaanders. Die vijanden heten: bureaucratisering, politisering, reglementering, verzelfstandiging van structuren, enz…” (Etcetera 15)

December 1986

“Wat voor u kwaliteit is is het voor een ander niet, en omgekeerd. Ik heb dat ook meegemaakt met de adviezen van de RAT. Ook die heb ik rigoureus gevolgd en ik word daarover vaak kritisch aangepakt. Ik doe nooit goed. Als ik de adviezen volg, heb ik geen visie op cultuur; als ik ze niet volg, doe ik aan politieke willekeur.” (Patrick Dewael, minister van Cultuur, in Humo, 25 december 1986)

December 1987

“Produktie-omstandigheden zijn een intrinsiek deel van het produkt. Als men in een te kleine ruimte moet repeteren zal zich dat weerspiegelen in de voorstelling… De Vlaamse theatermakers zoeken voor hun creativiteit naar uitwegen: ze maken eigen structuren, desnoods zonder middelen; ze gaan in Nederland werken als hun dat meer armslag biedt, enz. Maar laten we niet vergeten dat dit uitwegen zijn en geen oplossingen.” (Etcetera 20)

11 juni 1988

De samenstelling van de nieuwe Raad van Advies voor de Toneelkunst wordt in de pers bekendgemaakt. Hugo Meert (journalist bij Het Laatste Nieuws) is voorzitter, professor Piet Thomas (hoogleraar KULAK) ondervoorzitter. De overige leden zijn René Verreth (acteur, Mechels Miniatuur Theater), Jozef Verhaeren (bestuurslid Brussels Kamer Toneel), Jo De Caluwe (directeur Arca), Karel Janssens (bestuurslid Christelijk Projecttheater), Christel Op de Beeck (recensente voor jeugdtheater bij De Morgen), Rudi Van Vlaenderen (directeur Brussels Kamer Toneel), Walter Tillemans (directeur Nieuw-Ensemble-Raamtheater), Hilde Uitterlinden (actrice, Kollektief Internationale Nieuwe Scène), Chris Lomme (actrice, Koninklijke Vlaamse Schouwburg), Bert Verhoye (directeur De Zwarte Komedie) en Boudewijn Van der Plaetse (regisseur).

15 juni 1988

“Uit de pers mochten wij vernemen dat de Vlaamse Executieve de samenstelling van de nieuwe Raad van Advies voor de Toneelspeelkunst heeft goedgekeurd.

Andermaal, en sterker nog dan in het verleden, vertoont deze nieuwe raad een aantal fundamentele gebreken die elke aanzet tot een soepel en vernieuwend theaterbeleid hypothekeren. Niet alleen zijn directeurs of beheerders van gesubsidieerde gezelschappen oververtegenwoordigd zodat integriteit of objectiviteit niet zonder meer vanzelfsprekend zijn; bovendien is deze raad opvallend geselecteerd volgens partijpolitieke horigheid zodat andermaal het niet onjuiste beginsel van het cultuurpact op eenzijdige en vertekenende wijze wordt vertaald.

Ondanks de frekwente verklaringen van de minister dat hij belangenvermenging (rechter en partij) zou voorkomen en de deskundigheid opvoeren, stellen wij vast dat deze Raad van Advies het tegendeel bewijst.

Deze raad is geen afspiegeling van de opvattingen, de doelstellingen en de behoeften van het huidige theater in Vlaanderen. De waarborg van “objectief” ontwerpen en uitwerken van beleidscriteria is in deze raad andermaal niet opgenomen.

De minister moet er zich van bewust zijn dat een aanzienlijk deel van de theaterlieden, makers evenzeer als toeschouwers, deze interpretatie van zijn opdracht niet delen, onder geen voorwaarde accepteren.

Wij roepen iedereen op die het met de wijze waarop en de samenstelling van de nieuwe Raad van Advies oneens is, tegen deze beslissing te protesteren. Tevens dringen wij aan op een grotere doorzichtigheid en openbaarheid van de werking van de R.A.T. en de daaruit voortvloeiende beslissingen van de minister.

Het is meer dan ooit noodzaak de minister overwegingen en ideeën over te maken die aantonen dat een ander beleid denkbaar en haalbaar is. Wij engageren er ons toe in de komende maanden een diepgaande discussie over het theaterbeleid in Vlaanderen op gang te trekken en nodigen iedereen uit die onze bezorgdheid deelt om hieraan deel te nemen.”

(Persmededeling ondertekend door Franz Marijnen – Erik Antonis – Car-los Tindemans – Pol Arias – Johan Thielemans – Frie Leysen – Hugo De Greef – Ivo Van Hove – Lukas Van-dervost – Oda Van Neygen – Michel Uytterhoeven – Klaas Tindemans – Jef Demedts – Marianne Van Kerkhoven – Guy Joosten – Luc Perceval – Dirk Pauwels – Johan Wambacq – Guido Minne – Guy Cassiers – Stef Ampe -Barbara Wijckmans – Wim Meeuwis-sen – Rikkert Van Dijck – Gerard Mortier).

17 juni 1988

“Bij het nalezen van dit rapport met zowat alle zakelijke gegevens en inhoudelijke beschouwingen over vier jaar werking van de R.A.T. zal het de lezer evenzeer als de leden van de R.A.T. opvallen dat er nog heel veel hangende vragen en onopgeloste problemen binnen het theaterbestel zijn.

Hopelijk zullen in de eerstkomende jaren belangrijke beslissingen genomen worden die aan de fundamentele behoeften van de theatersector tegemoet komen. Als besluit willen wij toch nog een belangrijke vaststelling doen: “Zonder toename van middelen zal er ook geen nieuwe visie kunnen ontwikkeld en uitgebouwd worden.” (Eindverslag over de werking van de Raad van Advies voor de Toneelkunst in de jaren 1984, 1985, 1986 en 1987).

Diezelfde dag werd de nieuwe Raad van Advies voor de Toneelkunst door minister Dewael geïnstalleerd.

28 juni 1988

“Het jeugdtheater kreeg terecht prioritaire steun.” Dit zegt de vorige Raad van Advies voor Toneelspeelkunst in haar eindverslag. Makers, organisatoren en recensenten van het kinder- en jeugdtheater gaven aan de VTI-Studiedienst de opdracht het cijfermateriaal uit dit eindverslag op een rij te zetten en constateerden dat deze uitspraak geenszins met de realiteit strookt. Hun bevindingen:

Vóór de installatie van de R.A.T. (83-84) werd 59,6 milj. of 14,71 % van het totale theaterbudget voorzien voor kinder- en jeugdtheater. In het seizoen 87-88 adviseerde de R.A.T. 69,9 milj. te besteden, slechts 13,86 %.

In 83-84 waren er 5 kinder- en jeugdtheatergezelschappen erkend, 7 in 84-85. Voor 87-88 adviseerde de R.A.T. er nog slechts 3 te erkennen, waarvan 1 repertoiregezelschap. Dit roept vragen op zowel ten aanzien van het aantal gezelschappen als van de spreiding van kinder- en jeugdtheater in Vlaanderen.

In 85-86 werd Brialmont niet langer erkend, maar het hierdoor vrijgekomen budget (bijna 13 milj.) werd niet geïnvesteerd in de kinder- en jeugdtheatersector.

Onder het mandaat van de vorige R.A.T. kende slechts één gezelschap qua subsidiëring een normale evolutie.

De R.A.T. zegt in haar advies van 9 mei 1985 dat 5 miljoen een vitaal minimum is. Toch werd voor twee gezelschappen een lagere subsidie voorgesteld.

De projectsubsidie, bedoeld ter aanmoediging van nieuwe initiatieven, wordt tevens aangewend om de afbouw van gezelschappen te ondervangen.

Alle erkende kinder- en jeugdtheater gezelschappen, behalve één, behoren tot de D-categorie. Structureel gezien is dit een zeer labiele situatie.

Kinder- en jeugdtheatergezelschappen hebben een kostenstructuur vergelijkbaar met andere gezelschappen. Maar daar de toegangsprijzen omwille van de specifieke doelgroep noodgedwongen minder dan de helft bedragen, liggen hun inkomsten veel lager.”

(Perscommuniqué ondertekend door Raymond Bossaerts – Jeanne Pennings – Luc Frans – Christine De Weerdt – Oda Van Neygen – Eva Bal -Bea Migom – Luk De Bruyker – Anne Brumagne – Johan De Feyter – Kristel Weerdt – Oda Van Neygen – Eva Bal – Bea Migom – Luk De Bruyker – Anne Brumagne – Johan De Feyter – Kristel De Weerdt – Stef Ampe – Guy Cassiers – Frie Depraetere – Mieke Felix -Marleen De Windt – Marc Verstappen – Greta Depaepe – Dirk Vanhaute – Walter Merhottein – Marc Maillard -Staf Pelckmans – Paul Sergier – Thérèse Lowagie – Barbara Wyckmans -Annemie Lobbestael- Michel Price).

29 juni 1988

Na discussie (lobby?) binnen de Vlaamse Executieve worden de subsidies bekendgemaakt voor het nieuwe theaterseizoen ’88-’89. Het ontwerpbesluit wijkt af van de voorstellen van de R.A.T.

„Dankzij een herschikking van de beschikbare middelen (circa 488.000.000 fr.)”, zo luidt de persmededeling van het kabinet-Dewael, „heeft de Executieve het aantal niet meer erkende en gesubsidieerde gezelschappen tot één kunnen herleiden. De R.A.T. stelde in haar advies vier schrappingen voor. Op deze wijze werden het Brussels Kamer Toneel (BKT), het Theater Poëzien en het Limburgs Project Theater weer opgevist. Het vierde gezelschap, met name Het Trojaanse Paard, dat thans geen erkenning meer geniet, zal verder kunnen gefinancierd worden vanuit de „projectenpot”, bestemd voor de financiering van experimenteel theater.

Theater Poëzien wordt ook dit jaar betoelaagd niettegenstaande het ongunstig advies van de R.A.T., omwille van de inspanningen die geleverd worden op het vlak van toneelspreiding naar scholen, te zamen met exemplarisch management.

Het behoud van het Brussels Kamer Toneel in de vigerende subsidieregeling van het theaterdecreet is een duidelijk bewijs van het grote belang dat Patrick Dewael hecht aan het voortbestaan van een Vlaams kamergezelschap in de Brusselse agglomeratie. Rekening houdend met het advies van de R.A.T. zal er bij de leiding op gewezen worden dat dringend het artistieke en financiële management dienen aangepast te worden, zodat hieruit de nodige gevolgtrekkingen kunnen gemaakt worden voor het seizoen 1989-1990.

Het Limburgs Projekt Teater (LPT) heeft in de loop van seizoen 1987-1988 een aantal interne problemen ondervonden. Op basis van dit gegeven vond de R.A.T. het niet meer wenselijk een erkenning te verlengen. Met het oog op het in stand te houden van het enige professioneel theatergezelschap uit Limburg en in het vooruitzicht van zowel een programmatorische als administratieve heropbouw van het L.P.T. heeft Patrick Dewael voorgesteld dit gezelschap voor het seizoen ’88-’89 te behouden zij het met een lager subsidiëringsbedrag dan vorig seizoen.”

Tot daar de mededeling van het kabinet, waarbij nog aangestipt moet worden dat Antigone (Kortrijk) van de categorie C-gezelschappen (Kamertoneel) naar de categorie D (Experimenteel theater en vormingstoneel) is verhuisd.

Twee dagen later begint boekhoudkundig het nieuwe theaterseizoen.

Je leest onze artikels gratis omdat we geloven in vrije, kwalitatieve, inclusieve kunstkritiek. Als we dat willen blijven bieden in de toekomst, hebben we ook jouw steun nodig! Steun Etcetera.

artikel
Leestijd 7 — 10 minuten

#23

15.09.1988

14.12.1988

Etcetera