Outside eyes uit Iran: Nasim Ahmadpour
Als macht afwezigheid performt [NL]
Nasim Ahmadpour
© Rita Maria Habi
In deze gebalde performance, die vorige zomer in première ging op het Festival van Avignon, stappen danseres-choreograaf Soa Ratsifandrihana en zangeres-actrice Bonnie Banane op twee walking pads alsmaar dapperder richting een afgevlakte staat van zijn, gegenereerd door informatie-overload. Met eenvoudige maar snuggere, synchrone bewegingssequenties, grimassige gelaatsuitdrukkingen en een strooivat aan internetdiscours zet het duo een krachtige performance neer, die er baat bij heeft dat ze vooral niet nodeloos lang wordt uitgerokken.
Het zou een direct gevolg kunnen zijn van de programmatie van het festival It Takes a City op een vrijdagavond om 22u: enkele minuten na aanvang van een show een publiek al aanmoedigend laten joelen. Of ligt het gewoon aan het feit dat hier de succesvolle Franse alternatieve popartiest Bonnie Banane op het podium staat? Nee, het zijn de voguing-achtige poses van Soa Ratsifandrihana die het publiek lijken op te hitsen en onmiddellijke bijval uitlokken. Quelle aurore valt meteen met de popcultuurdeur in huis. Een eerste frase zorgt bij velen ongetwijfeld voor een vlaag van herkenning. Monotoon en met een zekere gewichtigheid spreekt Bonnie Banane de lyrics ‘Train comes / I don’t know its destination / It’s a one-way ticket to a madman’s situation’ uit Sugababes’ hit Overload (2000) uit, als waren het regels poëzie. Uitgedost in uitbundige bustiers met gekleurde panty’s en arm- en beenwarmers turen Ratsifandrihana en Bonnie Banane zij aan zij vanop twee stoelen in de menigte. Samen met die songtekst word vaagweg het tafereel geëvoceerd van een treincoupé waarin steeds veranderende landschappen voorbijrollen.
“Quelle aurore valt meteen met de popcultuurdeur in huis. Monotoon spreekt Bonnie Banane de lyrics uit Sugbabes’ hit Overload uit 2000 uit, als waren het regels poëzie.”
Kort daarna wordt duidelijk waarom dijholsters deel uitmaken van hun uitrusting, al blijft hun verdere identiteitsbepaling in het ongewisse. Ze toveren er namelijk geen vuurwapen uit tevoorschijn, maar een smartphone: een wapen dat blikken schiet en begeerlijke zelf-enscenering afdwingt. Er wordt een selfie genomen. Het mag duidelijk zijn: het is ‘m hier om overprikkeling, schermtijd en aanverwanten te doen.
Het gros van de performance surft dan ook op de choreografie die de performers op twee walking pads uitvoeren. Met dergelijke loopbandchoreografieën komen ze niet met iets geheel ongezien op de proppen: de Amerikaanse band OK Go’s virale muziekvideo voor Here It Goes Again (2006) staat in menig millenialgeheugen gegrift. Ratsifandrihana’s en Bonnie Banane’s act werkt echter niet alleen op aanstekelijke behendigheid. Quelle aurore bedient zich niet van logge loopbanden, maar van de compacte variant die de laatste jaren in grote getale in allerhande bureauruimtes opduikt. De inklapbare apparaten, waarmee je thuis kan wandelen of voorzichtig joggen, komen tegemoet aan onze hang naar schermen: ze worden in vele gevallen letterlijk onder onze schermtijd geschoven, zodat we van aan ons zit-stabureau tegelijk aan onze fysieke conditie als aan onze Excel-sheets kunnen werken.
“We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, waarbij we van beeld naar beeld geslingerd worden, voortdurend schakelend qua versnelling tussen bewegen en bewogen worden.”
Het balanceren op de band is dus niet louter een vormelijk kunstje, maar speelt performatief met een huis-, tuin- en keukenobject dat in stilte getuigt van hoe we collectief vastlopen in een bepaalde loop: een eindeloze tuimeling van het ene langwerpige beeldoppervlak in het andere. Dat gegeven wordt het meest expliciet gemaakt wanneer we de twee op scene zien scrollen op het wapen uit hun holster. We krijgen niet te zien wat ze op hun telefoonscherm consumeren, maar aan het gegniffel uit de zaal valt op te maken dat de algoritmische stroom aan soundbites die erbij hoort, vertrouwd in de oren klinkt. Dat voorheen nog een secce voice-over met kritische analyses over Gaza en kapitalisme weerklonk, onderstreept de verwerpelijke volatiliteit van een dergelijke eindeloze nevenschikking aan input. Zonder concrete aanleiding of overgang vloeit het ene register steeds weer over in het andere.
Precies daar situeert zich, voor mij althans, de clou van deze behapbare performance. Wat de trein als transitzone, de stationaire inspanning op een walking pad, en het met duimvegen afdalen in een doomscroll verbindt, is het ineengrijpen van een fysieke beweging en een mentale verplaatsing doorheen beeld en geluid. De synchrone roeibeweging die Ratsifandrihana en Bonnie Banane op een bepaald moment uitvoeren op de band, laat zich lezen als een achteloos meedeinen op die stroom, of als een alarmerender doembeeld: we zitten allemaal in hetzelfde schuitje, waarbij we van beeld naar beeld geslingerd worden, voortdurend schakelend qua versnelling tussen bewegen en bewogen worden.
“De semi-erotiek van een paar jarretelles in combinatie met een wapenholster roept enigszins nog een associatie op met non-playable characters (NPCs) of niet-speelbare personages in een videogame.”
Ratsifandrihana en Bonnie Banane’s opeenstapeling van verschillende vormen van ter plekke voortbewegen, wordt in de programmatekst geduid als een soort van burlesk accelerationisme. Afgezien van de weliswaar flamboyante aankleding van de performers, leunt die onmiskenbaar burleske ondertoon niet op een overvloed aan theatrale props. Wat wel uitermate burlesk aandoet, is de luchtigheid waarmee ze naar het publiek lonken terwijl ze zich ingesnoerd in hun bustiers op die compacte loopbanden tijdens vlugge, catchy dansroutines in ongemakkelijke bochten wringen. Die frictie tussen inspanning en ogenschijnlijk gemak haakt eveneens in op een dominant affect binnen onze huidige mediacultuur: de verlammende constante beschikbaarheid van beelden en apparaten staat haaks op het frictieloze comfort dat technologie ons in se belooft. De manier waarop de performers in zekere zin maar doordraven op het hamsterwiel doet me vooral plaatsvervangend ongemak ervaren. Hun borsten dreigen steeds weer uit hun bustiers te floepen, en worden er keer op keer weer ostentatief ingehesen.
“Quelle aurore vindt aansluiting bij een bredere tendens van makers die de digitale conditie voor het voetlicht brengen en de swipe de black box laten binnensluipen.”
Hoeveel er ook te lezen valt in wat de twee figuren op scene doen, zo onbepaald blijft wie ze precies zijn. Ratsifandrihana is artist in residence bij Kaaitheater en beweegt met werk zoals de solo Fampitaha, fampita, fampitàna (2024) tussen hybride bewegingstalen. Bonnie Banane is een artieste die bij uitstek tussen theater en popmuziek laveert, en zowel de Parijse l’Olympia uitverkoopt als in het theatercircuit in dit soort artistieke projecten opduikt. Maar noch de respectieve achtergronden van de spelers, noch de figuren die ze al dan niet vertolken dienen zich uitdrukkelijk aan. De semi-erotiek van een paar jarretelles in combinatie met een wapenholster roept enigszins nog een associatie op met non-playable characters (NPCs) of niet-speelbare personages in een videogame. Algeheel stuurt hun spielerei op niets concreet aan: de hoedanigheid waarin beiden hier op het podium staan en wat ze representeren ten opzichte van elkaar wordt nooit echt ingevuld.
“In hoeverre is het feit dat ik dit amper dertig minuten durend spektakel best wel weet te smaken een signaal dat mijn aandachtsspanne kapot is, en deze performance daaraan wil tegemoet komen?”
Wanneer deze NPC-harlekijnen bij het beëindigen van de performance een klein lichtje aanknippen, is het alsof de zaklampfunctie van een telefoon per abuis aanschiet. Quelle aurore vindt aansluiting bij een bredere tendens van makers die de digitale conditie voor het voetlicht brengen. Ook in Simon Baetens’ I’m Not Done (2025), Bryana Fritz’s & Thibault Lac’s Knight-Night (2023) of Ambient Theatre Fury van Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms (2022) zagen we hoe de swipe de black box binnensluipt. Hoogst vermakelijk is de focus op ons continue schaatsen op schermoppervlak(kigheid) in ieder geval. In lijn met hoe de titel van de voorstelling, Quelle aurore, klankmatig aanschurkt tegen de uitdrukking ‘quelle horreur!’, kaarten de performers daarmee ook aan hoe aantrekking en afschuw in de overstelping van onze mediacontext steeds dieper in elkaar nesten. Dat laat ook mij als toeschouwer achter met de bedenking: in hoeverre is het feit dat ik dit amper dertig minuten durend spektakel best wel weet te smaken een signaal dat mijn aandachtsspanne kapot is, en deze performance daaraan wil tegemoet komen? WTF, bitch.
KRIJG JE GRAAG ONS PAPIEREN MAGAZINE IN JOUW BRIEVENBUS? NEEM DAN EEN ABONNEMENT.
REGELMATIG ONZE NIEUWSTE ARTIKELS IN JOUW INBOX?
SCHRIJF JE IN OP ONZE NIEUWSBRIEF.
JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.