Violento © Pablo Bernardo

Leestijd 9 — 12 minuten

Próximamente – KVS

Theater door een Latijns-Amerikaanse bril, of niet?

Politiegeweld, femicide, rape-cultuur en precarisering, het zijn maar enkele van de thema’s die de revue passeren op Próximamente, het festival van de KVS dat als doel heeft Latijns-Amerikaanse podiumkunst met Vlaanderen en Brussel te delen. Het wil werk tonen dat grenzen overstijgt en de relevantie van de Latijnse-Amerikaanse blik op podiumkunsten aantoont. Een opzet mooi in zijn eenvoud, maar echt overtuigen doet het niet.

KVS zette, samen met enkele festivals, theaters en culturele organisaties uit Argentinië, Chili, Uruguay en Brazilië, het festival Próximamente op poten. Het achtdaagse festival is, na een jaar uitstel door de corona-pandemie, toe aan zijn tweede editie. De titel verwijst zowel naar  ‘binnenkort’ of ‘coming soon’ als ‘nabijheid’. Die betekenissen reflecteren in de opzet van het festival. Enerzijds wordt er heel wat work in progress van jonge, beloftevolle makers als Tamara Cubas, Luis Guenel & Ébana Garín of Carolina Bianchi & Cara de Cavalo geprogrammeerd. Anderzijds wil het festival verhalen en gevoeligheden delen die het Vlaams-Brusselse publiek zelden of nooit bereiken. Op die manier hoopt het een startpunt te vormen voor een dialoog tussen Latijns-Amerikaanse en Europese artiesten en publieken.

Uitbuiting

Een meerdaags festival is altijd kiezen. Met de beste wil van de wereld, je kan nooit overal tegelijk zijn. De eerste indruk van een festival krijg je mee wanneer je door het volledige programma scrolt. Toch maakt deze eerste indruk al veel duidelijk. Ik zie een multidisciplinair programma dat naast de typische theater-, dans- en performancevoorstellingen ook lezingen en geluidswandelingen omvat. Maar wat nog meer opvalt, zijn de thema’s die aan bod komen. Allen vallen ze onder de brede noemer uitbuiting.

Na lang twijfelen kies ik de volgende voorstellingen: How to turn to stone van de Chileense theatermaakster Manuela Infante gaat over de Chileense mijnbouw, en dan vooral de nefaste gevolgen die deze roekeloze exploitatie heeft voor mens en natuur. Precarizada van de Argentijnse choreografe Josefina Gorostiza werpt een licht op de precaire positie van de kunstenaar. violento., ten slotte, is een samenwerking tussen de Braziliaanse theatermakers Preto Amparo, Grazi Medrado, Alexandre de Sena en Pablo Bernardo en behandelt de uitingen van geweld tegen en uitbuiting van de zwarte bevolking die voortkomen uit het Braziliaanse koloniale verleden.

Een meerlagig taalspel

Piedras © Daniel Montecinos

Het oeuvre van Manuela Infante onderzoekt de grenzen tussen het humane en non-humane en hoe deze dualiteit op te heffen. Ze verkent diverse scenische strategieën om op zoek te gaan naar een non-antropocentrische vorm van theater. Zo maakte ze in 2017 Estato Vegetal, een polyfone monoloog die de schijnbaar onmogelijke dialoog tussen mensen en planten onderzocht. In How to turn to stone, dat ze maakte voor Próximamente, gaat ze verder op dat elan en buigt ze zich over de vraag wat we kunnen leren van stenen.

Op het podium liggen grijze en aardkleurige doeken. Ze doen denken aan een rotsig landschap. Gehuld in het donker verschijnen drie figuren, gekleed in een typische werkmansoveral. Ze kijken verdwaasd rond, lijken niet goed te weten waar ze zich bevinden. Ze beginnen te graven in de doeken. Drie stoffen poppen, gekleed in dezelfde outfits als de levende acteurs, komen bovendrijven. Hebben de acteurs hun levenloze lichaam opgegraven? Ze lopen er mee rond, bewegen de krachteloze armen en benen. Willen ze de poppen opnieuw tot leven te wekken? Net als het publiek lijken de acteurs niet te begrijpen wat er gebeurt. ‘Is daar iemand? Weet jij wie ik ben? Hoe ben ik hier terecht gekomen?’ Het zijn maar enkele van de vragen die ze elkaar en zichzelf herhaaldelijk stellen.

Maar ook een vierde, lichaamloze stem doet zijn introductie. Hij spreekt de acteurs toe, stelt hen eveneens vragen: ‘Kan er leven zijn op Mars? Hoe ziet een fossiel van Mars er uit? We hebben geen intentie de fossielen van jou te stelen. We willen ze enkel zien. Er is geen tijd voor een uitgebreide uitleg’. Wat gebeurt hier toch? Bevinden de acteurs zich op Mars? Worden ze aangesproken door marsmannetjes? Net als het publiek blijven de drie levende figuren in het ongewisse. Ze blijven vragen stellen en die voortdurend herhalen.

Dat gevoel van verwarring vult een hele tijd de ruimte en komt voort uit een polyfoon taalspel. Met loopstations plakken de acteurs de uitgesproken zinnen over elkaar. Echo-effecten op de live of opgenomen uitingen voegen een extra laag toe. Ook verschijnen te pas en te onpas boodschappen op een scherm dat opgesteld staat tegen de achterwand van het podium. Deze fungeren als een decorelement door de taalkundige overlappingen herhaaldelijk typografisch te spiegelen. Door de reeds geuite zinnen opnieuw en opnieuw te herhalen maar ze keer op keer met andere zinnen te verbinden en ze zo dus een nieuwe betekenis te geven ontstaat een steeds complexere gedachteketen.

Maar niet alleen het tekstspel zorgt voor verwarring. Zo weet je zelden wie precies aan het woord is. Spreken de marsmannetjes of de mijnwerkers en hun families? Horen we de stenen praten?  Bovendien lijken de acteurs nooit volledig zeggenschap te hebben over hun woorden, alsof er iets of iemand anders spreekt via hen. Alsof het nog niet genoeg was, zit je je als toeschouwer regelmatig af te vragen waar de acteurs zich bevinden. Soms lijken hun woorden en de begeleidende soundscape te suggereren dat ze ondergronds in de mijnen zitten, dan weer doen de woorden en geluiden vermoeden dat onze protagonisten zich bovengronds bevinden. Maar vooral krijg je het gevoel dat de ruimte zelf meespeelt en de acteurs stuurt. Wie bepaalt hier de richting? Het gevoel van verwarring wordt nog versterkt door een verstoorde tijdsbeleving. Opnieuw is de taal hier de dader. Krijgen we flashbacks voorgeschoteld of zien we dingen in real-time? Kijken we naar een nog te voltooien toekomst? Het meerstemmige taalspel zorgt ervoor dat je als toeschouwer lange tijd weinig of geen vat krijgt op wat er nu eigenlijk verteld wordt.

How to turn to stone start dan wel met verwarring, het wil allesbehalve een raadsel zijn. De compositie van uitgesproken zinnen, geprojecteerde teksten, bewegingen en geluiden is eerst niet meer dan een hoop puzzelstukjes. Toch vinden, traag maar gestaag, en soms ook wat te traag, alle stukjes uiteindelijk hun plek en vormen zo een samenhangende gedachteketen die commentaar levert op de penibele situatie in de kopermijnen van Chili. Zo blijken de marsmannetjes een – wat simpele of zelfs goedkope – verwijzing naar het groen worden van de organen van mijnwerkers door kopervergiftiging. How to turn to stone vertelt op die manier een verhaal dat ook wij in België met onze eigen mijngeschiedenis zeker zullen herkennen, en doet dat op gewiekste wijze, al gaat het einde wel erg rap en is de uiteindelijke puzzel, eenmaal gelegd, minder indrukwekkend dan de individuele stukjes doen vermoeden.

Artistieke precariteit als kermisattractie

Precarizada

Van een heel andere orde is Precarizada van Josefina Gorostiza die onderzoekt hoe precarisering, en dan vooral zelf-precarisering, het leven en artistieke traject van makers beïnvloedt. Waar How to turn to stone gebruik maakt van subtiele en suggestieve beelden en tekst, kiest Precarizada voor duidelijkheid. Bijwijlen doet het denken aan een socio-economisch pamflet.

Het scènebeeld is eenvoudig. Aan weerszijden van het podium staan twee tafels met daarop computers en een elektronische drum en sampler opgesteld. Aan de linkerkant zien we ook nog twee micro’s. Wat het meeste opvalt is een groot videoscherm dat is opgesteld tussen de twee tafels. Zes acteurs betreden het podium. Allen zijn ze gekleed in felgekleurde sportswear. Hun outfits doet wat denken aan de gabber- en Berlijnse clubesthetiek. Het stuk schiet meteen uit de startblokken. Terwijl dreunende techno de ruimte vult, steekt een acteur met geblondeerd kapsel van wal met een getuigenis over precarisering en de gevolgen ervan. Dat hij zich zelf verkoopt voor geen of te weinig geld. Dat hij tegelijk assistent-regisseur, producer, manager, geluidstechnicus, lichtassistent, bouwtechnicus, administratief medewerker en performer is. Dat er te weinig middelen zijn. Dat repetities niet betaald hoeven te worden. Dat hij toch gelukkig moet zijn dat hij zijn passie mag achterna jagen. Dat hij vooral niet teveel moet zeuren en gewoon moet blijven doorgaan. Ook in België kennen we deze boodschap ondertussen.

Wat Precarizada vooral probeert te tonen is de onmogelijkheid om te ontsnappen aan dit systemische proces van (zelf-)precarisering. De acteurs en muzikanten gaan en gaan, lijken niet te kunnen stoppen, de blik constant op een eeuwig vooruit. Zelden of nooit zie je moeheid of verslagenheid – ondanks alle boodschappen dat ze zo niet verder kunnen blijven gaan. Doorheen het stuk danst een performer wild op het podium. Ze holdert en boldert heen en weer, twerkt nu eens de pannen van het dak, dan weer staat ze te springen als een dartelend veulen. Ze gooit haar lichaam onvermoeibaar in de strijd. Maar tegen welke kost? Ikzelf word al moe van er gewoon naar te kijken. Maar voel ook dat ik meebeweeg op het ritme van de opzwepende muziek – en ik ben zeker niet alleen. Je wordt meegezogen buiten je wil om. Stoppen zit er echt niet in, mijn voet gaat maar op en neer en op en neer. Mijn hoofd knikt zonder dat ik het zelf door heb.
Een slimme vondst is het gebruik van twee klokken die af en toe verschijnen op een scherm dat voortdurend bestookt wordt met afbeeldingen, gifs en korte filmpjes. De ene geeft de feitelijke tijd weer, de andere de tijd beleefd door de acteurs. Wie goed oplet merkt na verloop van tijd op dat deze klokken niet gelijktijdig lopen. De eerstgenoemde telt sneller af dan de tweede. Het beeld geeft onomwonden weer hoe het verschroeiende economische tempo dat achter precarisering schuilgaat eigenlijk niet vol te houden is. The only way out is burn-out. Ook het einde verbeeldt op doordachte wijze de onmogelijkheid te ontsnappen aan het systeem. Één voor één verlaten de acteurs het podium, de muziek dooft gestaag uit. Op het scherm loopt de real-time verder naar nul. Het podium is leeg, maar het publiek moet nog wachten met klappen. Zijn de acteurs al op weg naar een volgende project? Gelukkig lopen ze toch nog even het podium op om het applaus in ontvangst te nemen.

Net als How to turn to stone blinkt Precarizada niet uit in nieuwe inzichten. Eerder is het een herhaling van de gekende boodschap van de arme, precaire kunstenaar die slachtoffer is van een systeem dat hem of haar uitbuit, maar dan overgoten met een energiek en flashy sausje. Het woord kermisattractie spookt achteraf wat door mijn hoofd, en dat zowel in de positieve als negatieve zin. Al bij al is Precarizada een vermakelijke voorstelling met een aantal leuke slimmigheden. Het werk moet het vooral hebben van zijn losgeslagen energie op het podium, die overslaat op het publiek.

Koloniaal geweld

Ten slotte is er nog violento. van de Braziliaanse theatermakers Preto Amparo, Grazi Medrado, Alexandre de Sena en Pablo Bernardo, dat inzoomt op het leven van een jonge zwarte man in een samenleving getekend door een koloniaal verleden en racisme. Het stuk begint nog voor het publiek de KVS Box betreden heeft. Plots, als uit het niets, vult de foyer zich met een ratelend geluid. Een zwarte man, Preto Amparo, beweegt langzaam door de ruimte. Zijn gezicht is half verborgen door een hoodie. Hij kijkt het aanwezige publiek één voor één aan. Hij neemt zijn tijd; ongemak vult de ruimte. Ieder van ons wordt bekeken, geïnspecteerd, aangestaard. Een kleine speelgoedauto volgt hem op de voet. Het is een politieauto. Een bijna niet zichtbare vissersdraad die om zijn vingers is gewikkeld, verbindt de speelgoed politieauto met zijn lichaam. Het beeld is duidelijk: waar hij ook gaat, de politie zit hem op de hielen.

Hij loopt de zaal binnen, het publiek volgt. Achter op het podium is een klein ​​altaar opgesteld: een rode kaars, rokende kruiden. Links een zakje popcorn. Aan de andere kant de kleine politieauto, centraal een boeket plastieken rozen en een emmer met water. Rustig, gecontroleerd, neemt hij een zak met bruin poeder en gooit het over het podium. De geur van koffie vult de ruimte. Het is alsof hij een kaart tekent. Zie ik de contouren van Brazilië? Amparo kleedt zich nu uit tot hij helemaal naakt op het podium staat. In tegenstelling tot Precarizada en How to turn to stone heeft hij niet veel woorden nodig. Hij stelt enkel: ‘Om iets te beginnen moet het stoppen’. Ik vraag me af op wat die iets slaat? En wat moet er stoppen? De scènes die volgen suggereren dat de hedendaagse blik op het zwarte lichaam en identiteit het resultaat is van een lange geschiedenis, een geschiedenis die begon met de slavernij in de cacaohandel.

Maar violento. wil verder gaan. Waar How to turn to stone en Precarizada vooral vaststellen en documenteren,  gaat deze voorstelling op zoek naar een manier om zich van deze hedendaagse racistische blik te bevrijden, naar een vorm van ontkomen, van verzet. Amparo slaat met volle kracht de speelgoedpolitieauto met een hamer kapot. Iets later steekt hij met veel geweld zijn hoofd in de emmer water, waarop hij zijn hele lichaam wast met zeep. Het beeld is op zijn minst dubbelzinnig. Laat hij verzet zien? Of wil hij tonen dat hij zijn zwart-zijn moet wegwassen om geen gevaar meer te lopen? Het kost hem alleszins veel moeite; de inspanning is te lezen op zijn gezicht.

Het stuk eindigt met een sterk moment. Amparo neemt de rozen in zijn handen en loopt, volledig naakt, tussen het publiek. Hij schuurt bijna tegen de witte mensen, zoekt ze bewust op en staart ze, net als in het begin, lang aan. Hij lijkt een roos te willen geven. Een teken van verzoening? Niets is minder waar. Plots draait hij zich weg van de witte persoon die hij aankijkt en geeft de roos aan een zwarte man een rij lager. Deze rituele handeling herhaalt hij verschillende keren, waardoor ze echter ook wat aan kracht verliest. Elke zwarte persoon in de zaal krijgt een roos. Het moge duidelijk zijn: verzoening kan er maar komen wanneer zwarte mensen gezien en erkend worden. Dan verlaat hij prompt de zaal. Op het scherm in de achtergrond verschijnen nog zwarte verzetsstrijders als Malcolm X en wordt omgeroepen dat ‘witte mensen moeten helpen’. Twee zwarte mensen beginnen het podium te kuisen. Het publiek staart ongemakkelijk voor zich uit. Geen applaus? Moet het helpen opruimen?

violento. bevat een aantal sterke momenten en Amparo speelt met veel bravoure. Toch kan de voorstelling als geheel niet overtuigen. Ze voegt maar weinig nieuws toe aan het debat rond dekolonisering en de beelden die het koloniale verleden en zijn hedendaagse effecten moeten oproepen wegen te licht. Als ik achteraf lees dat de voorstelling via een dialoog tussen de afkomst en het dagelijkse leven van jonge zwarte mensen mogelijkheden wil ontwikkelen voor nieuwe zwarte esthetiek, dan kan ik niet anders dan vaststellen dat ik dat niet heb gezien op het podium.

De Latijns-Amerikaanse blik?

‘Delen en gedeeld worden: dát is ons doel,’ zo staat te lezen in de programmaverklaring van het festival. Próximamente wou verhalen delen die grenzen zouden overstijgen en de relevantie van de Latijnse-Amerikaanse blik op podiumkunsten aantonen. Na het zien van drie voorstellingen ben ik niet helemaal overtuigd van de opzet van dit festival. Dat dit min of meer vakkundig gebrachte verhalen zijn die in hun respectievelijke nationale contexten zeker relevant kunnen zijn wil ik niet betwisten. Maar is er echt sprake van een specifieke Latijns-Amerikaanse blik op theater, dans en performance? Zijn er verhalen verteld die wij als Vlaams-Brussels publiek nog niet kenden? Ik betwijfel het, of zag het toch niet in de voorstellingen die ik meepikte. Uitwisselingen kunnen waardevol zijn, maar ik weet niet of delen om te delen zomaar tot iets zal leiden. Misschien moet een volgende editie van het festival werk maken van een gerichter doel?

JE LEEST ONZE ARTIKELS GRATIS OMDAT WE GELOVEN IN VRIJE, KWALITATIEVE, INCLUSIEVE KUNSTKRITIEK. ALS WE DAT WILLEN BLIJVEN BIEDEN IN DE TOEKOMST, HEBBEN WE OOK JOUW STEUN NODIG! Steun Etcetera.

recensie
Leestijd 9 — 12 minuten

#166

01.12.2021

14.03.2022

Jasper Delva

Jasper Delva werkt als beleidsmedewerker rond kennisontwikkeling bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media van de Vlaamse overheid en doet onderzoek naar loopbanen in het Vlaamse podiumlandschap aan de KU Leuven. Hij schrijft tevens voor diverse cultuurmedia.

NIEUWSBRIEF

Elke dag geven wij het beste van onszelf voor steengoede podiumkunstkritiek.

Wil jij die rechtstreeks in je mailbox ontvangen? Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!